Menu
example

‘Kun jij niet beter?’15/08/2018


Soort zoekt soort, wordt over partnerkeuze gezegd. Maar vraag en aanbod hebben hun eigen wetten. In 30 procent van de relaties is de vrouw al hoger opgeleid dan haar man. Een gekoesterd verschil. ‘Oef, dacht ik, we verschillen van opleiding, een pak van mijn hart.' Artikel van Griet Plets voor De Standaard, illustraties Sammy Slabbinck.

‘Nog zo'n vraag, vaak verbluft gesteld: hoe hebben jullie elkaar leren kennen? Alsof het wel erg vreemd gelopen moet zijn. Dat speelde zelfs bij mensen die ik als breeddenkend kende, ­alleen maar omdat ik een dubbel grensje overschreden heb: mijn vriend is niet alleen zwart, hij is ook nog eens een arbeider. Ik vrees dat sommige van die vragenstellers minder geschokt zouden zijn als ik met een zwarte professor samen was.' Het verwonderde Annelies Verbeke in een interview met Humo begin vorig jaar: hoe anderen op hun beurt verwonderd zijn als ze horen met wie zij samen is. De schrijfster en de arbeider (een zwarte bovendien): dan is het water wel heel diep. Toch? Blijft dat duren? (In het geval van Verbeke: al meer dan vijf jaar.)

Gerlinde, een jonge dertiger, herkent het gevoel. Zij is universitair geschoold en directeur in een grote organisatie. Haar ­toekomstige is twee jaar jonger en metaal­arbeider van opleiding. Zij werkt tien tot twaalf uur per dag, leeft voor haar job en zit vaak in het buitenland. Hij werkt halftijds in de horeca en doet het hele huishouden: boodschappen, poetsen, het onderhoud van de tuin - ‘alles'. ‘Hij heeft daar geen enkel probleem mee, integendeel. Hij is net als ik een vrije vogel. Een sterke, optimistische man, die mij tot rust brengt. Maar áls hij zich al eens geïntimideerd voelt, dan als we ergens heen gaan waar veel mannen met ronkende titels zijn. "Ben ik hier niet minder?", vraagt hij dan wel eens.'

Het is waarom ze liever anoniem blijft, en hem niet over dit artikel heeft gesproken. Of hij zich geen zorgen maakt, vragen andere mannen hem vaak: een vrouw die altijd aan het werk is, in een mannenwereld ­bovendien. En bij haar valt vaak een stilte, als wordt geïnformeerd naar wat haar ­wederhelft doet. ‘Alsof ik me moet verantwoorden. "Kun jij niet beter?", krijg ik vaak het gevoel. Ik ben op de man gevallen, niet op zijn functie. Het is een vreselijk woord, downdaten, maar zo wordt het wel degelijk gepercipieerd.'

Haast uitsluitend als de vrouw hoger opgeleid is dan haar man, overigens, niet omgekeerd, stelt Gerlinde vast. En veel meer, merkt ze net als Annelies Verbeke op, in haar zogenaamd ruimdenkende, hoogopgeleide kringen dan in de omgeving van haar vriend. ‘Een toffe, lieve vrouw, was daar de reactie - en dat was dat. Een toffe gast, zei mijn omgeving, máár er was meteen ook de "maar": blijft dat wel duren? Mooi hoor, openheid en diversiteit, tot ik met een metaalarbeider ging trouwen.'

We kiezen een spiegel
Het blijft een wijdverspreide gedachte als het over relaties en koppels gaat: dat partners bij voorkeur even hoog zijn opgeleid. Het heet een stevig fundament te zijn. En dat wordt niet alleen maatschappelijk opgelegd, zegt seksuologe Rika Ponnet. ‘Uit onderzoek blijkt dat voor mensen drie criteria primordiaal zijn bij de keuze van een partner: scholingsgraad, het economische potentieel van een partner en zijn of haar leeftijd. Wat dat laatste betreft, is het simpel: vrouwen zoeken een man van hun leeftijd of een beetje ouder. Mannen hebben, ongeacht hun eigen leeftijd, een voorkeur voor een vrouw van midden de twintig.' Mocht dat nog choqueren, Ponnet maakt er zich niet langer druk in. ‘Er spelen nu eenmaal ook biologische factoren, zo ver ben ik intussen wel. En tussen wenselijkheid en waarschijnlijkheid is nog een groot verschil. Wat ik veel belangrijker vind, is dat tweede crite­rium: ook mannen hebben een voorkeur voor ondernemende, werkende vrouwen. Voor een partner die bijdraagt en financieel niet per se van hen afhankelijk is.'

Het ontkracht een mythe, zegt de seksuologe, die lang over de huwelijksmarkt werd verteld: dat daar vaak aan ‘uitwisseling' wordt gedaan. Schoonheid in ruil voor geld, bijvoorbeeld. De huwelijksmarkt zou dan een competitie zijn met gelijkaardige ‘wetten' als de economische markt.

Maar onderzoek, onder andere van de Amerikaanse sociologe Elizabeth McClintock weerlegt dat. Zij volgde 1.507 koppels in verschillende stadia van hun relatie en kwam tot de conclusie dat mensen vooral op zoek gaan naar een partner die een spiegel is van henzelf. Dat een vrouw samen is met een man die meer verdient, betekent niet dat ze dáárom voor hem gekozen heeft. Veel mannen verdienen nog steeds meer dan vrouwen, logisch dus dat bij meer koppels dát de verhouding is. De zoektocht naar een partner is er veeleer één naar gelijkenissen en herkenning, is McClintocks conclusie, dan van uitwisseling: ‘mating' is ‘matching'.

In wetenschappelijke literatuur heet dat ‘homogamie' en het laat zich ook gelden als het over opleiding gaat, zegt Jan Van Bavel, hoogleraar aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de KU Leuven. Hij begon twee jaar geleden met een grootschalig onderzoek (het ‘genderball-project') naar de demografische gevolgen van een recente evolutie in Europa: het veranderde genderevenwicht in het onderwijs. Voor het eerst in de geschiedenis zijn er in Europa meer hoogopgeleide vrouwen dan mannen op zoek naar een partner. ‘Eind jaren 80, begin jaren 90 is dat gekeerd. In 1995 waren er in België evenveel vrouwelijke studenten aan de universiteit als mannen, sindsdien hebben vrouwen het overwicht. Wij onderzoeken wat daarvan de gevolgen zullen zijn voor partnerkeuze, relaties, kostwinnerschap.'

De cijfers zijn duidelijk, zegt Van Bavel. Nog altijd 50 procent van de relaties in ons land is homogaam: beide partners hebben een gelijkaardig opleidingsniveau. Dat was ook in de jaren 70 al het geval. ‘We mogen het belang van het opleidingspeil niet miskennen', vindt Van Bavel. ‘Partners willen elkaar begrijpen, op dezelfde golflengte zitten. Maar vroeger zagen we homogamie plus hypergamie: hoogopgeleide mannen met lageropgeleide vrouwen. Nu is dat ­homogamie plus hypogamie: hoogopgeleide vrouwen met een lageropgeleide man. In 30 procent van de relaties vandaag hebben vrouwen een hoger diploma dan hun partner.'

Volgende week?
Ook bij Bart en Leen zit behoorlijk wat verschil tussen haar hoogste diploma en dat van hem. Zij is licentiate in de pedagogiek, begon een doctoraat, maar maakte dat niet af (‘anders was het verschil nog groter geweest'), deed op verschillende plaatsen onderzoek en is nu kwaliteitscoördinator in Antwerpen. Hij haalde op z'n zestiende zijn diploma ‘binnenscheepvaart', maakte vervolgens zijn middelbare school niet af en is al jarenlang postbode. Bart: ‘Ik ben een man van twaalf stielen, dertien ongelukken, het was Leen die op een dag zei: ik heb in het postkantoor gezien dat ze facteurs zoeken, is dat niets voor jou, tijdelijk? En kijk, tijdelijk is intussen vijftien jaar geworden.'

Hun verschil in opleiding is zelden een probleem, Leen kijkt zelfs op van de vraag: zijn zij zo uitzonderlijk? Ze leerden elkaar kennen in de scouts, waar hij leider was en zij aanvankelijk lid - ‘ik denk dat het leeftijdsverschil, acht jaar, meer een kwestie is geweest dan ons diploma'. Bart: ‘Ik heb nooit echt geweten wat ik wou, nog altijd niet. Het is haast vanzelfsprekend zo gegroeid: dat ik vooral het huishouden doe, en Leen meer in haar carrière investeert. Ik sta als postbode heel vroeg op, tegen de middag ben ik thuis, en kan ik van alles doen.'

Ze hebben wél eerst jarenlang met allerlei stelsels geëxperimenteerd, zegt Leen: allebei voltijds gewerkt, allebei deeltijds, hij een jaar thuis, dan zij. En bij dat ‘beiden halftijds' had Bart een goed gevoel: doenbaar met vier kinderen. ‘Maar bij Leen begon het toch te knagen: ze was te weinig op het werk, ging niet genoeg vooruit, vond ze.'

‘Bart kan beter met die dagelijkse routine om', zegt Leen. ‘Ik liep na een jaar de muren op: als je lang gestudeerd hebt en fulltime gewerkt, is halftijds toch wennen. Ik ben graag met mijn hoofd bezig. Maar thuis voel ik geen enkel verschil in intellectueel niveau. Hij is veel technischer, heeft de dingen vaak veel sneller door. Hij had net zo goed kunnen voortstuderen, hij is alleen niet goed begeleid. En ik wist meteen: hij wordt een uitstekende vader.'

Hij is ook in dat vaderschap gegroeid, vindt Bart, hij moet het tenslotte met minder bagage doen. ‘Als we ruzie hebben, praat zij mij onder tafel. Ik kan haar verbaal niet aan. Vaak denk ik de dag erop: verdorie, ik had dit moeten zeggen. En ook in de opvoeding van de kinderen heeft zij mij op sleeptouw genomen. In welke school ze goed zouden zijn, hoe we met problemen omgaan. Áls we discussie hebben, is het daarover. We hebben elk onze eigen aanpak met de kinderen. Als we samen thuis zijn, botst dat vaak.'
Het is afstemmen, vindt Leen, tien jaar al - zo oud is hun oudste. Maar dat heeft minstens evenzeer met hun afkomst te maken, zegt ze. ‘Wij komen uit heel verschillende gezinnen: de ouders van Bart waren marktkramer, die van mij arts en apotheker. Bart en ik delen wel dezelfde waarden, maar we hebben een heel andere stijl en aanpak meegekregen. Als het over geld gaat, bijvoorbeeld. Mijn ouders hebben altijd alles gespaard of uitgedeeld, zij gaan niet op reis, doen zelden zot. Als zijn ouders geld hebben, geven ze het uit. Bart deelt dat gevoel: dat het hier en nu gebeurt. Begin ik over volgende week, dan zie ik hem denken: volgende week?'

Minder scheidingen
Het is een gedachte die Jan Van Bavel bevestigt: meer nog dan opleidingsniveau spelen achtergrond en sociale klasse een rol in relaties. ‘Een vrouw uit een arbeidersgezin die universitaire studies heeft gedaan, zal sneller een relatie met een lager opgeleide man beginnen dan een vrouw uit een middenklassegezin.'
Maar ook dán, het blijft een erg opvallende vaststelling, vindt Van Bavel: er zijn al meer relaties tussen een hoogopgeleide vrouw en een lager opgeleide man, dan omgekeerd. ‘Het weerlegt een hypothese die naar voren werd geschoven sinds de verschuivingen op de huwelijksmarkt: dat het aantal hoogopgeleide vrouwelijke singles zou stijgen. Dat vrouwen ervoor zouden kiezen géén relatie te beginnen als het niet met een even hoogopgeleide man kan. Dat blijkt niet het geval. Vrouwen passen zich aan die veranderende huwelijksmarkt aan. Minder hoogopgeleide mannen? Dan gaan ze een relatie aan met een lager opgeleide man.'

Een andere vooronderstelling die intussen door onderzoek is weerlegd: dat hypogame relaties (vrouw hoger opgeleid dan haar man) vaker tot een echtscheiding zouden leiden. Omdat mannen moeite zouden hebben met een vrouw met meer status en geld, en met hún veranderde rol in een relatie. Van Bavel: ‘Tegenwoordig zien we net dit: de beste garantie om een scheiding te voorkomen, is als een van beide partners hoogopgeleid is - man of vrouw, dát maakt niet uit. In het verleden waren de hoogopgeleiden de pioniers van het echtscheiden; nu komen echtscheidingen vaker voor bij koppels waarvan beide partners laagopgeleid zijn.' Hoe dat komt, is nog niet duidelijk. ‘Mogelijk heeft het ermee te maken dat middelen - financiële, maar ook human resources - belangrijk zijn voor de stabiliteit van een relatie.'

Onbelangrijke statistiek
Hoe dan ook, de meest stabiele relaties blijven doorgaans de homogame, zegt Rika Ponnet. Omdat er een grote mate van gelijkwaardigheid is. 'Tussen de hypergame en de hypogame is er, wat de kans op een echtscheiding betreft, weinig verschil, stelt Van Bavel. Ponnet denkt wel, en dat blijkt ook uit het onderzoek van Van Bavel, dat de hypogame stabieler zijn dan de hypergame, omdat de 'marktwaarde' van een hooggeschoolde, economisch 'interessante' man groter blijft dan die van een vrouw met een gelijkaardig profiel - en zo'n man in een relatie dus meer risico's kan nemen.

Maar het is - en ze kan het niet snel en krachtig genoeg gezegd hebben, nu in tv-programma's met schijnbaar wetenschappelijke formules voor relaties wordt gezwaaid - ook maar wat het is: opleiding of achtergrond. Ponnet: ‘Gelijkenissen op dat vlak zijn nooít de reden waarom mensen voor elkaar vallen. We denken zo graag dat we uniek zijn en hard tegen onze ouders hebben gerebelleerd, maar we bestendigen vaak wat we van thuis hebben meegekregen. Als dat kader enigszins gelijkend is, geeft dát alvast minder wrijving of stress. Maar er is geen enkele wetenschappelijke basis om te zeggen: mensen, kies een partner met hetzelfde opleidingsniveau. Cijfers zeggen alleen dat mensen dat vaker doen. Ze leren ons niets over al die situaties waarin mensen hun leven anders dan het gemiddelde leiden, en gelukkig zijn. Maar we willen zo graag zekerheden, we zien alles zo graag in formules gegoten.'

Wat dan wél van belang is voor een stabiele relatie? De psychologische verhoudingen, zegt Ponnet: of partners elkaar aanvoelen en begrijpen. Ze zou haar dochters later nooit afraden iets met een lager opgeleide man te beginnen. ‘Integendeel. Als hij goed voor hen is, en de relatie evenwichtig, dan is dat een sterke basis. Een relatie is een machtsverhouding, die moet in balans zijn.' En ook: onderschat het belang van verliefdheid niet. ‘Het is geen toeval dat het enige koppel uit Blind getrouwd (het VTM-programma waarin onbekenden aan elkaar gekoppeld werden, red.) dat nog steeds samen is, verliefd geworden is. Verliefdheid is een krachtige motor, het moedigt partners aan om moeite te doen.'
De beste relaties zijn niet die met de minste verschillen, stelt Ponnet, wel met het vermogen die verschillen te overbruggen. Bij sterk gelijkende koppels geven soms de kleinste verschillen grote problemen. ‘Het gaat om vaardigheden: kunnen benoemen, verschillen kunnen overstijgen.'

Hij voetbal, zij musea
Het is volgens Bart en Leen ook de kracht van hun relatie: ze praten veel, en ze kunnen het goed. Leen: ‘Ik heb me altijd erg begrepen gevoeld door Bart, ik wist: díé moet ik hebben. En hij wist: bij haar vind ik rust. Ik heb verschil nooit als een probleem ervaren, wel integendeel. Opposites attract, toch? Ik kom uit een gezin dat heel theoretisch was, voortstuderen was de evidentie zelf. Ik heb erg van die theoretische opleiding genoten, maar ik vond ook: bij ons thuis wordt gepraat en geoordeeld, en weinig gedaan. Bij Bart was het andersom. Híér wordt geleefd, dacht ik, toen ik hem ontmoette. Ik heb van die levenswijsheid evenveel geleerd als ik uit boeken heb gehaald.'

Gerlinde verwoordt het zo, het gevoel toen ze haar vriend ontmoette: ‘Oef, we verschillen van opleiding, een pak van mijn hart. Hoef ik dáár alvast geen rekening mee te houden.' Ze was eerder zes jaar samen met een man die net als zij was: hoogopgeleid, bijzonder ambitieus, voortdurend aan het werk. Wat aanvankelijk een voordeel leek, werd een voortdurende strijd. ‘Oei, jij hebt meer gewerkt dan ik; hé, jij krijgt meer loon dan ik. Ons hele leven werd een competitie. Als ik nu na een stresserende dag bij Tom thuiskom, kan ik mijn verhaal kwijt, maar hij gaat daar niet té veel in mee.'

En nee, daar gaat ze niet ‘lullig' over doen, ze hebben minder aanknopingspunten dan veel andere koppels wellicht. Hij gaat naar het voetbal, zij bezoekt met vrienden een stad. Of ze gaat in haar eentje naar musea en tentoonstellingen. ‘Binnenkort ga ik twee weken naar Japan, met mijn vriend, want Tom zegt dat niets. Maar kijken we samen naar Terzake, dan denk ik vaak, als hij iets zegt: tiens, zo had ik het nog niet bekeken. En spelen we Trivial, dan wint hij zeker: hij weet veel meer. Wij hoeven niet dezelfde interesses te hebben, we passen van karakter bij elkaar: we weten wat we willen, en wat we hebben aan elkaar.'

Biologische onzekerheden
Het is wat wel meer vrouwen zeggen over hun relatie met een man die anders (lees: ‘lager') is geschoold dan zij: hoe ontspannend het kan zijn om thuis niet meer voortdurend over werk of ‘de wereld' te moeten praten. En hoe ze elkaar ruimte geven. ‘Wij hoeven niet voortdurend samen te zijn', zegt ook Marjan, journaliste bij deze krant en samen met Bart, van opleiding kok. ‘Ik heb vaak moeilijke uren, lange dagen - en het geluk dat Bart vooral het huishouden doet. Hij heeft een vier vijfde kantoorjob bij een bedrijf en is in het weekend traiteur - dan ben ík vooral met onze drie kinderen bezig. Die taakverdeling werkt. Maar wat ik ook erg heilzaam vind: dat ik thuis geen grote discussies meer hoef te voeren, mijn hersenen worden op het werk genoeg gestimuleerd. Dat heb ik ook met vrienden, sommigen denken: ah, een journaliste, nog even aan de toog het radicaliseringsprobleem analyseren. Laat maar, denk ik dan. Bart is slim, hij daagt me uit, maar we hebben samen vooral veel plezier.'

Akkoord, ze heeft wel eens de neiging zijn spellingfouten te verbeteren. Of hem met één argument onderuit te halen. ‘Maar op zoveel vlakken, met computers bijvoorbeeld, is hij zoveel slimmer dan ik.' Of als het praktische zaken betreft, beaamt Bart. ‘Ik herinner me hoe we indertijd een houten afsluiting zetten en Marjan zich zorgen maakte over de kat: die zou niet meer door de haag naar de buren kunnen. Dat zo'n kat daar gewoon over springt, kwam niet bij haar op.'

Heeft hij het er soms moeilijk mee dat hij vooral ‘huisman' is, en zij de grootste kostwinner in huis? Hij heeft er vooral snel de voordelen van ingezien, zegt hij: ‘Ik sta elke dag aan school, ik zie mijn kinderen opgroeien, en in het weekend leef ik me uit als kok in bijberoep. Wij zijn een gezin, we bouwen aan dezelfde toekomst. Vreemde reacties komen vooral van wie ons niet kent: ah, jíj doet het huishouden, hoezo? Ik vind mezelf een tophuisman (lacht), alleen: het is nog vaak niet wat de maatschappij verwacht. Én ik krijg er geen vetbetaalde paycheck voor.'

Het blijft een pijnpunt, zegt ook Rika Ponnet. ‘De emancipatie moet daar, in de maatschappij, gebeuren. Maar ik sta ervan versteld in welke korte tijd zogenaamd biologische certitudes - vrouwen zijn beter dan mannen geschikt om voor de kinderen te zorgen, om er maar één te noemen - gekeerd en onderuitgehaald zijn. De rollen blijken inwisselbaar, we zijn veel flexibeler en plastischer dan gedacht.'

Ook voor Jan Van Bavel is het voorlopig dé eyeopener van zijn onderzoek. ‘Hoe in één, twee generaties de hele economie van het gezin veranderd is. In 30 procent van de gezinnen draagt nu al de vrouw het meeste bij aan het gezinsbudget. De vraag is hoe en in welke mate die trend zich zal doorzetten. Ik ben daar niet op een normatieve manier mee bezig, ik kijk alleen gefascineerd toe hoe het feitelijk geëvolueerd is, vaak tegen theoretische verwachtingen in. En ik ben bijzonder benieuwd hoe de verhoudingen tussen mannen en vrouwen in de toekomst verder zullen evolueren.'




→ Terug naar overzicht

Rika Ponnet op Facebook

like

Lezingen

Rika Ponnet verzorgt regelmatig lezingen en presentaties binnen het brede vakdomein van de liefde. Op zoek naar een originele en boeiende spreker voor je organisatie?

Boek haar nu