Menu
example

Seks na het huwelijk? Nee, bedankt!29/05/2014

Seks is overal. Op straat zien we reclame-affiches met schaars geklede vrouwen, in populaire televisieseries als Game of Thrones en True Blood spatten de lichaamsvochten van het scherm. Om van het internet nog te zwijgen. Ook in onze slaapkamer gaat het er stomend aan toe. Tenminste, dat maken we onszelf graag wijs. Vraag aan een gemiddelde Vlaming hoe vaak hij seks heeft, en de kans is groot dat hij antwoordt: twee tot drie keer per week. In het Sexpert-onderzoek, een samenwerking van de UGent en de KULeuven, wordt die mythe doorprikt. Voor het eerst werd op wetenschappelijke wijze gepeild naar het seksuele leven van de Vlaming, op basis van een uitgebreide (en onbeschroomde) enquête bij ruim 1.800 Vlamingen. De gemiddelde Vlaming heeft 1,2 keer seks per week, of vijf keer per maand. Maar wat opvalt: hoe langer de relatie duurt, hoe minder er gevreeën wordt. Prille geliefden (0-10 jaar samen) doen ‘het' gemiddeld nog twee keer per week, bij lange relaties (10-30 jaar samen) zakt het tot ongeveer 1,3 keer en bij een relatie van 40 jaar of meer wordt er gemiddeld nog maar om de twee weken gevreeën. In heel wat gevallen is er zelfs helemaal geen sprake meer van seks, en ook dat percentage neemt toe bij langere relaties: van 3,5 procent van de koppels (0-10 jaar samen), naar 8 procent (10-30 jaar samen), tot zelfs 30 procent (relaties van 30 jaar of meer). Ook opvallend: als je deze statistieken naast die van àlle Vlamingen legt - dus ook mensen zonder relatie - dan ligt het seksritme een stuk hoger. Mensen zonder relatie vrijen dus meer: zij trekken de cijfers omhoog. De conclusie is simpel. Een trouwring (of een samenlevingscontract) is nefast voor ons libido.
‘Op zich is dat geen nieuw fenomeen', zegt Paul Enzlin, die als professor in de seksuologie (KU Leuven) deel uitmaakt van het Sexpert-team. ‘In de jaren 90 werd er voor het eerst gesproken over de DINS-koppels: Dual Income, No Sex. Toen werd dat gebrek aan seks vooral toegeschreven aan ons drukke bestaan. Beide partners hebben een carrière, we rennen van de crèche naar de supermarkt, haasten ons om de was en de plas te doen en vallen om elf uur 's avonds doodvermoeid in slaap. En in het weekend moeten we taxi spelen voor de kinderen. Met andere woorden: we hebben geen tijd en energie meer voor elkaar. Het heeft ook te maken met de verschillende levensfasen waarin we belanden. In het begin van een relatie hebben partners alleen oog voor elkaar en wordt er heel veel gevreeën. Eenmaal ze samenwonen, neemt dat al wat af. En als er dan kinderen komen, zorgen de slapeloze nachten (eerst omdat de baby huilt, nadien omdat de tiener 's nachts opgehaald moet worden) voor vermoeidheid. Als de kinderen uit huis zijn, kan er weer een seksuele revival ontstaan. Dan kan je als koppel gerust een hele avond bloot in de sofa zitten en vrijen zoveel je wil. Als die kinderen geen sleutel hebben, tenminste. (lacht) Al zijn er ook koppels bij wie die revival er nooit meer komt, omdat ze elkaar ergens onderweg zijn kwijtgeraakt.' Maar volgens Enzlin hoeven we daar ook geen té groot drama van te maken. ‘Seks is toch wel wat overroepen. Honderd jaar geleden was een huwelijk een economische en juridische aangelegenheid: de zoon van de dokter trouwde met de dochter van de notaris en ze maakten kinderen. Sinds de jaren 50 verwachten we veel meer van onze partner: vriendschap, liefde, een fraaie carrière, betrokken ouderschap, hulp in het huishouden, ... En dus ook fantastische seks, geïnspireerd door verhalen uit glossy magazines. De maatschappij is daarover erg normatief: we moeten drie keer per week bevredigende seks hebben, anders is er iets mis met onze relatie. Terwijl er ook koppels zijn die het voldoende vinden om in bed dicht tegen elkaar aan te liggen. De vraag is: hebben wij als samenleving een probleem met seksloze relaties, of hebben mensen zonder seks een probleem? Ik vermoed dat het vaker het eerste is.'

Knikkers in vaas
In de Sexpert-enquête werd de vraag expliciet gesteld aan mensen met een seksloze relatie: hoe tevreden ben je daar nu mee? Bij de mannen was de helft ontevreden tot erg ontevreden, bij de vrouwen slechts dertig procent. Er is dus een grote groep koppels die geen seks meer hebben, en daar onverschillig bij blijven. Of er zelfs gelukkig mee zijn. Seksuoloog Alexander Witpas heeft daar toch twijfels over. ‘Bij een lange, monogame relatie slijt de spontane zin in seks sowieso. In Roemenië is dat idee zelfs uitgegroeid tot een traditie: bij hun huwelijk krijgen koppels een lege vaas en een grote zak knikkers. Bij elke vrijpartij moeten ze een knikker in de vaas gooien. Tot hun eerste huwelijksverjaardag: vanaf dan moeten ze er telkens één uithalen. De clou van het verhaal: de vaas raakt nooit meer leeg. (lacht) Op zich is er niets mis met een verminderde seksdrive. Ook mensen met een bevredigende seksuele relatie vrijen soms lange tijd niet. Omdat er een baby is, bijvoorbeeld. Of door een lange ziekte. Maar meestal wordt er na verloop van tijd wel weer gevreeën, al is het een stuk minder dan vroeger. Een relatie die volledig seksloos is geworden, kan volgens mij nooit écht bevredigend zijn. Tenzij voor aseksuelen, maar zij maken slechts één procent van de totale bevolking uit. Een relatie kun je vergelijken met een stoel. Er zijn vier poten, waarvan seks er één is. Natuurlijk kun je nog zitten op een stoel met drie poten, maar dan mag er verder niets misgaan. Seks legt een soort beschermlaag rond een relatie, waardoor die tegen een stootje kan. Als de seks verdwijnt, zijn er meer risico's.'
Witpas krijgt ze vaak over de vloer in zijn praktijk: koppels die geen zin meer hebben in seks. Er zijn veel verschillende oorzaken. ‘Natuurlijk zijn er de biologische aspecten. Een aanslepende ziekte bijvoorbeeld, of een depressie. Ook stress is een belangrijke libidoremmer. Net als relatieproblemen: er zijn maar weinig mensen die opgewonden raken van eeuwige discussies en ruzies. En ten slotte zijn er nog de koppels die hun seksleven niet georganiseerd krijgen. Je moet nu eenmaal tijd investeren in seks. Vaak wil dat zeggen dat je die avondles Italiaans moet schrappen, of dat avondje uit met vrienden. Het is een kwestie van prioriteiten.' En ja: soms is het een goed idee om een vaste seksavond af te spreken. Elke dinsdagavond, tussen acht en tien. ‘Al is zo'n afspraak natuurlijk niet voldoende. Je moet ook weten wat te doen. Naast elkaar op bed gaan liggen en wachten tot je opgewonden geraakt, werkt niet. Veel koppels kijken met heimwee terug naar het begin van hun relatie. Toen werden ze al geil door elkaars naakte lichaam te zien, of er zelfs maar aan te denken. In die beginjaren ontstaat er vaak een vaste routine. Maar na jaren wordt dat een sleur, komt er sleet op de vaste standjes en moet er een groter aanbod aan middelen komen om elkaar op te winden. Aan je seksleven moet je werken, hoe schamper je daarover ook kunt doen. Pas als je "foert" zegt en geen enkele moeite meer doet, is er echt een probleem. Ik begrijp niet dat sommige koppels seks als iets optioneels zien, dat je zomaar kunt weglaten. Je zegt toch ook niet: vanaf nu praten we niet meer met elkaar?'

Hij heeft hoofdpijn
Nochtans zijn er genoeg koppels die de seks schrappen, uit gemakzucht. Ook seksuologe Rika Ponnet komt ze geregeld tegen. ‘Dat zijn vaak veertigers met een druk leven: kinderen, carrière, stress. Eerst komen de relatieproblemen, dan de vervreemding en dan verdwijnt de seks. Meestal is het de vrouw die geen seks meer wil. Niet omdat ze geen zin heeft, maar omdat ze boos is op haar man. Seks is een typisch machtsterrein voor vrouwen: zij zijn de aanbieder van een schaars goed, en hebben daardoor vaak de controle over dat domein in handen. Ik zie geregeld vrouwen die zich uiteindelijk in die situatie nestelen. Ze wijzen hun man een paar keer af, tot die stopt met proberen. Er wordt niet meer over gepraat en aan de oppervlakte lijkt alles prima: een veilig gezin met een grote focus op de kinderen. Tot mijnheer vreemdgaat, zomaar out of the blue. Terwijl dat eigenlijk een logische gang van zaken is.' Ponnet raadt koppels dus aan om toch seksueel actief te blijven. Of tenminste: erover te praten. ‘Als beide partners bewust kiezen voor een leven zonder seks, is er niets aan de hand. Maar vaak is minstens één van de twee daar niet zo blij mee. Als je wil dat de relatie blijft duren, moet seks iets bespreekbaars zijn. Op het eerste gezicht lijken jonge mensen daar geen problemen mee te hebben: ze praten honderduit over seks, met vrienden of vriendinnen. Maar seks in de relatie, dat is iets anders. Dat vergt een groot vermogen om je kwetsbaar op te stellen en voelt voor velen aan als iets bedreigends. Hoe zal de andere reageren, als je vertelt dat je niet graag meer vrijt? Vindt hij je nog wel aantrekkelijk? Kan je hem bevredigen? Vaak wordt dan heel de relatie geëvalueerd. De man vindt dat hij te weinig seks krijgt, de vrouw vindt dat hij te weinig doet in het huishouden, of te veel bezig is met zijn carrière. Zo ontstaat er een echte machtsstrijd.'
Het gangbare cliché wil dat vooral vrouwen hun zin in seks met de jaren verliezen. Dat ze altijd hoofdpijn hebben en zo alle lust doven. Maar onze seksuologen zien tegenwoordig ook steeds meer mannen zonder zin. ‘Ik erger me dood aan het feit dat mannen nog altijd afgeschilderd worden als lustige dieren, die elke minuut aan seks denken', zegt Alexander Witpas. ‘Misschien geldt dat voor 18-jarigen, maar dan nog. Toegegeven: de gemiddelde man heeft meestal een iets hoger libido dan de gemiddelde vrouw. Maar de individuele verschillen zijn enorm groot. Een man krijgt heus niet vanzelf een erectie, gewoon door naar een vrouw te kijken. Zeker als mannen iets ouder worden, is er méér nodig. En dan moet je niet denken aan mannen van 70 of 80. Vanaf 40 wordt het vaak al wat moeilijker. Ik krijg geregeld mannen over de vloer die toegeven dat ze geen zin meer hebben in seks. En ik zie slechts het topje van de ijsberg: de kleine minderheid die naar een seksuoloog durft te stappen. Zeker voor mannen is het taboe enorm groot, net omdat wij er als samenleving vanuit gaan dat een gezonde man altijd zin heeft.' Ook Rika Ponnet moet vaak mannen helpen. ‘Zeker vanaf 50, 60 jaar krijgen mannen vaak minder zin. Terwijl sommige vrouwen dan net een seksuele piek beleven: door de menopauze maken ze minder oestrogenen aan, waardoor de invloed van de androgenen toeneemt, wat goed is voor hun libido. En er vallen veel zorgtaken van hun schouders, omdat de kinderen uit huis zijn. Ze kunnen dus weer het seksuele individu van vroeger worden. En dan wil hun man niet meer. Eigenlijk zijn we dus niet zo goed op elkaar afgesteld, biologisch gezien. (glimlacht) Maar ja, we zijn natuurlijk ook niet gemaakt om 80 jaar te worden. Onze voorouders legden meestal het loodje lang voor de dames in de menopauze kwamen.'

Aardappelen schillen
Maar er is nog een reden waarom heel wat (jonge) koppels hun seksleven zien uitdoven. Ze zijn té gelijkwaardig. Vorig jaar verscheen in The American Sociological Review het artikel ‘Egalitarianism, housework and sexual frequency in marriage'. Wie logisch nadenkt, verwacht dat gelijkwaarige koppels - man en vrouw uit werken, het huishouden en de kinderzorg netjes verdeeld - ook een beter seksleven hebben. Maar niets is minder waar. Koppels waarbij mannen ‘vrouwelijke' klusjes doen (stofzuigen, koken, wassen), hebben anderhalf keer minder seks dan koppels waarbij de man alleen ‘mannelijke' klusjes doet (het vuilnis buitenzetten en de auto repareren). Bovendien zijn vrouwen dan ook minder blij met hun seksleven. Om het plastisch uit te drukken: vrouwen smullen van de hunk die in bloot bovenlijf (en lichtjes bezweet) het gras afrijdt, terwijl een man die stofzuigt en aardappelen schilt een stuk minder opwindend is. En dat is voor een deel van de mannen een zware dobber, weet Alexander Witpas. ‘Ze zijn blij dat hun vrouw geëmancipeerd is, helpen in het huishouden, zijn veel volgzamer dan de mannen uit vorige generaties. Maar in bed moeten zij vaak wel nog het initiatief nemen. Ik zie genoeg harde carrièrevrouwen die een begripvolle, rustige partner willen. Maar 's nachts dromen ze van een wilde tijger. Dat valt een beetje te vergelijken met het vroegere madonna-hoer-complex van vrouwen. Je kunt toch niet verwachten dat die emotionele, behulpzame man en vader tussen de lakens in een dominante minnaar verandert? Vrouwen moeten ook realistisch blijven.'

Botsende verlangens
Volgens Rika Ponnet zijn veel mannen tegenwoordig een stuk onzekerder dan vroeger. ‘Enkele generaties geleden was het makkelijk: als man kon je gewoon je zin doen in bed, vrouwen moesten toch niet genieten van seks. Het was een louter functionele daad, om kindjes te maken. Nu komen vrouwen - terecht - op voor hun seksuele rechten, ze hebben vaak al verschillende seksuele relaties gehad en ze spreken makkelijker over hun verlangens, ook in het publiek. Dat is voor veel mannen intimiderend. En onzekerheid is nefast voor de potentie. Nog een reden waarom er vandaag veel meer mannen naar een uroloog of seksuoloog gaan: ze zijn bang dat ze hun vrouw niet kunnen bevredigen.'
Koppels die hun seksleven nieuw leven willen inblazen, komen waarschijnlijk terecht bij de Belgisch-Amerikaanse seksuologe Esther Perel. In haar succesvolle boek Mating in captivity (flauwtjes vertaald als Erotische intelligentie) legt ze uit wat er foutloopt. Het belangrijkste probleem is dat er twee botsende verlangens zijn, bij een relatie. Enerzijds willen we zekerheid en veiligheid: onze partner moet ons een thuis-gevoel geven. Anderzijds zijn we ook op zoek naar avontuur en risico's. Het eerste verlangen is gekoppeld aan liefde, het tweede aan seks. Helaas is het voor heel wat koppels moeilijk om die twee te verzoenen. Perel heeft aan veel mensen gevraagd naar de momenten waarop ze zich het meest aangetrokken voelden tot hun partner. En nee, dat waren niet de avonden dat ze knus samen in de zetel zaten. Opwinding ontstaat bij veel mensen als ze hun partner missen, als ze samen iets spannends beleven of als ze de ander vanop een veilige afstand in actie zien. Je man op een feestje mensen zien entertainen, of je vrouw gepassioneerd bezig zien. Volgens Perel zijn er een paar kenmerken van ‘erotische koppels': ze gunnen elkaar privacy, ze durven los te laten (seksuele fantasieën zijn zelden politiek correct), ze weten dat passie komt en gaat en dat je eraan moet werken. En ten slotte: ze starten op tijd met het voorspel. Na het vorige orgasme, om precies te zijn.
Spanning inbouwen in je relatie: het klinkt goed, maar in de praktijk moet je er toch voorzichtig mee zijn, waarschuwt Alexander Witpas. ‘Dan gaan mensen ineens flirten met hun buurman of -vrouw, om hun partner te prikkelen. Maar dat kan ook omslaan in harde jaloezie: niet bevorderlijk voor het seksleven. Mij lijkt het beter om tijd voor elkaar vrij te maken en openlijk te praten over seks. Dat klinkt misschien minder opwindend, maar geloof me: voor de meeste koppels is het al spannend genoeg.' Ook Rika Ponnet pleit voor realisme. ‘Esther Perel wil ons tips geven voor een fantastisch seksleven, een leven lang. Een erg nobele betrachting, maar niet haalbaar. Uiteraard is het goed om soms een verrassing in te lassen. Heel wat koppels hebben op vakantie bijvoorbeeld ineens weer zin in seks. In een hotelkamer is je partner ineens niet meer het meubelstuk dat je thuis altijd ziet staan. Spanning is dus een prima idee. Alleen kan je zulke momenten hooguit enkele keren per jaar inlassen. Daarom lijkt het me toch beter om te aanvaarden dat seks verandert tijdens een relatie. In het begin is er de allesoverheersende verliefdheid: prille geliefden hebben heel veel seks, om duidelijk te maken dat ze voor elkaar kiezen. Na tien, twintig jaar hebben ze meer zekerheid, en is seksualiteit minder gestuurd vanuit angst. Er is misschien minder spanning, zoals Perel betreurt, maar voor veel mensen is dat net fijn. Ze kunnen ontspannen vrijen, zonder overdonderd te worden door passie. Dat zijn volgens mij de koppels die écht erotisch intelligent zijn. Zij hechten meestal niet overmatig veel belang aan seks en ze begrijpen niet waarover de rest van de wereld zich zo druk maakt. Voor hen is seks een heel normaal onderdeel van hun leven, maar het staat niet bovenaan op de agenda.'






→ Terug naar overzicht

Lezingen

Rika Ponnet verzorgt regelmatig lezingen en presentaties binnen het brede vakdomein van de liefde. Op zoek naar een originele en boeiende spreker voor je organisatie?

Boek haar nu