Menu
example

S.O.S. Relatie onder druk18/04/2013

Els
Ik leerde Bob kennen tijdens onze studies logopedie aan de universiteit. Daarna gingen we samenwonen, in Turnhout, zijn regio. Ik ben van Brugge, maar volgde hem, omdat hij daar basket in competitie speelde en hij er ook in een groepspraktijk kon stappen. Achteraf heb ik me dat enorm berouwd: ik voelde er mij geïsoleerd, weg van mijn familie en vrienden. Bovendien werkte Bob van bij aanvang erg veel: hij combineerde zijn praktijk met een lesopdracht en was daarnaast bijzonder actief in zijn sport. Ik ging in een centrum werken voor gehandicapten, een 9 tot 5 job, want wou ook tijd voor een gezin. Ik wou al heel snel kinderen, maar Bob hield die boot gedurende jaren af. Er was altijd wel iets dat belangrijker was: een nieuw clublokaal, de uitbreiding van zijn praktijk, een bijscholing, een trainerscursus.... Uiteindelijk, na veel emotionele gesprekken, zag hij het toch zitten. Ik was snel zwanger en beviel van Sander. Ik voelde me in die periode zwak, dacht vaak dat ik het nooit zou aankunnen. Ik had moeite met het invullen van mijn dagen, miste mijn collega's. Sander was geen makkelijke baby en van Bob kreeg ik geen steun. Hij vond het niet meer dan normaal dat ik alles thuis deed, omdat hij uit werken ging. Kwam hij 's avonds thuis en was er eens niet opgeruimd, dan noemde hij me lui of zei hij niets. Weet hij veel hoe een dag alleen met een baby eruit ziet. Hij begon dan 's avonds laat nog te poetsen, waardoor ik me inderdaad een slechte vrouw voelde. Terug gaan werken was fijn, maar ook extra uitputtend. Vroeg gaan slapen was de enige remedie, wat Bob vervelend vond. Op die manier groeiden we uit elkaar. Ik voelde dat aan, vroeg hem om tijdens de weekends uitstapjes te maken. Daar had hij geen oren naar. Op zaterdag werkte hij, de zondagen zat hij op de club. Was hij eens thuis, dan vond hij het raar om alweer weg te gaan. Tja, ik zat al de hele tijd binnen met onze zoon. Toen mijn vader onverwacht overleed, heb ik het daar erg moeilijk mee gehad. We hadden toen voor het eerst in lang een echt gesprek, waardoor het ook opnieuw beter ging. We beslisten om voor een tweede kind te gaan, maar nog tijdens de zwangerschap gedroeg Bob zich als vanouds. Ik had hem op voorhand duidelijk gemaakt hoe belangrijk zijn aanwezigheid zou zijn. Toen ik zei het niet alleen aan te kunnen, belde hij mijn moeder met de vraag of ze even kon komen inwonen. Hoe goed dat ook liep, ik wou die hulp van hem. Vorige maand is de bom gebarsten. Van de ene dag op de andere meldde Bob dat hij weg wou. Sofietje was net twee maanden. Hij kon het niet meer opbrengen, wou zijn eigen leven. Ik begrijp dat niet. Ik weet dat het in onze relatie niet super is, maar dat heeft toch veel met de fase met jonge kinderen te maken. We hebben toch veel om voor te gaan? Ik mag er niet aan denken om twee jonge kinderen als gescheiden ouders op te voeden.
 
Bob
Ik leerde Els kennen toen ik 18 was. Achteraf bekeken waren we misschien toch te jong om die keuze te maken. Ik heb soms het gevoel dat ik veel gemist heb in mijn jonge jaren. Ik kom uit een conservatief gezin met erg strenge ouders. Studeren en werken stond bij ons centraal. De band met mijn ouders is correct, maar nooit warm geweest. Dat was bij Els anders. Zij is erg close met haar moeder en twee zussen, ze bellen bijna dagelijks. In het begin kwam ik graag bij haar thuis, na de geboorte van Sander minderde dat. Ik vond dat we al zo weinig tijd hadden voor elkaar, als gezin, dat ik het zonde vond om een vrije zondag zo lang in de wagen te zitten Wat me in de loop der jaren het meest is gaan irriteren bij Els is de totale afwezigheid van enige ambitie, haar gebrek aan dynamiek. Ja, kinderen zijn niet altijd evident, maar het is ook niet zo dat ze de meest belastende job heeft. Bovendien doe ik meer dan mijn deel in het huishouden, iets waarvan ik soms wel baal. Is ze dan een hele dag thuis geweest, heb ik de hele dag gewerkt en dan staat de keuken er smerig bij en ligt zij te lezen of een filmpje te zien. ‘Afgepeigerd schat'. Komaan zeg. Ik hou van netheid, heb dat thuis ook altijd gezien. Ik had op den duur ook het gevoel dat ze het wel kon, maar niet wou. We probeerden daarover afspraken te maken, een agenda met taken op te hangen, maar ze hield er zich zelden aan. ‘Dat ze die dag al voor Sander had gezorgd en dat dit zeker opwoog tegen een domme afwas doen.' Bovendien klaagde ze vaak over mijn werk, dat ik er nooit was. Nu, je kan het niet allemaal hebben. Regelmatig gaan winkelen en dure kleding en schoenen shoppen, met een mooie wagen rijden én een man met een zee van tijd. Waarom kan ze niet dankbaar zijn voor alles wat ik haar geef? Ook ons seksleven stelde sinds de geboorte van Sander niet veel meer voor. Ze was altijd te moe, wees me subtiel af en dan moet het voor mij niet meer. Ik wil een partner die graag met mij vrijt, niet iemand die het ziet als een verplicht nummer. Alleen toen ze heel graag zwanger wou worden, nam ze echt initiatief, wat me kwetste. Bij de geboorte van Sofie speelde de film van de eerste geboorte zich opnieuw af: ze kon het niet aan, gedroeg zich als een slachtoffer, een zieke, zwakke vrouw. Bij alles wou ze assistentie en bovenal ze wou me de hele tijd daar. Ik kan toch geen maanden mijn praktijk in de steek laten? Ik had geen zin om het hele verhaal van voren af aan mee te maken. Ik voelde me zo slecht dat ik maar 1 uitweg zag, weg gaan. Ik weet dat het erg klinkt, zo een jong gezin, maar zo zie ik het niet. Ik wil als papa zeker mijn verantwoordelijkheid opnemen, maar wil niet meer terug naar ons oude leven. Ik weet ook niet of ik nog durf geloven in verandering, maar wil het toch hier nog een laatste kans geven.

Hoe het verder ging
Els en Bob zijn een typisch voorbeeld van een koppel waar er nooit ruzie wordt gemaakt. Geen van beiden heeft thuis gezien hoe je met verschil kan omgaan. Els heeft een bijna symbiotische relatie met haar moeder en ook tussen haar ouders was dat zo. Boosheid kon niet geuit worden, lief en zorgzaam zijn was de boodschap. Papa zorgde er voor alles, mama was er voor het gezin. Bij Bob thuis werd eveneens conflict uit de weg gegaan. Zijn emotionele moeder gaf uiting aan haar ongenoegens door te klagen, maar Bobs vader trok zich terug in stilzwijgen. We bekijken samen waarom ruzie maken zo moeilijk is. Bob: "Ik vind ruzie verloren energie. Ik los problemen op, neem moeilijke dingen het liefst over in plaats van er ruzie over te maken." Els geeft aan dat ruzie haar bang en angstig maakt. Zij vindt dat Bob zelf moet aanvoelen wat haar dwars zit, dat als je elkaar graag ziet, je die dingen toch weet. Ik bespreek met hen, dat het vermijden van conflicten op termijn in een relatie de intimiteit doodt en er ook voor zorgt dat mensen zichzelf niet meer kunnen zijn. Dat ruzie maken intiem is, kunnen ze eerst maar moeilijk vatten, maar gaan ze mettertijd wel zien. ‘Moeten we nu leren ruzie maken?', vraagt Bob zich af. Ik geef aan dat als je conflictvermijdend bent, ruzie maken nooit evident zal zijn, maar dat uiting geven aan wat niet goed aanvoelt, wel nodig is om een relatie gezond te houden. En vooral: dat ander, positief gedrag stellen de relatie kan verbeteren. Ik vraag hen beiden om een wens te uiten naar de ander. Bob: "Ik wou dat Els zich beter verzorgde, eens wat vaker een jurk of hakken droeg. Ze is moeder, maar ook mijn vrouw." Els wil dat Bob twee keer per maand als gezin op stap gaat. "Onverdeelde aandacht voor mij en de kinderen vind ik belangrijk." Met deze wensen gaan ze aan de slag. Er gaan een aantal maanden voorbij alvorens het koppel opnieuw langskomt. Ze wonen op nog altijd apart. Intussen heeft Bob bij Els een metamorfose vastgesteld. Els is energieker en kleedt zich anders. "Ze gaat vaak stappen, iets wat ze tijdens ons huwelijk niet meer wou. Ook het huishouden runt ze makkelijk alleen." Bob wil graag terug, maar dat ziet Els niet zitten. "Ik voel me minder verstikt, besef nu pas in wat voor gouden kooi ik leefde." Door de gesprekken gaat Bob inzien dat hij door zijn dadendrang bij Els elke vorm van initiatief in de kiem smoort. Hij geeft zelf aan dat hij weet waarom hij zoveel doet. "Graag gezien worden is belangrijk voor mij. Ik vind het niet fijn als mensen negatieve dingen over me denken. Ik ben een echte gever." Dat hij daarmee bij de ander een enorme schuld uitzet, die de ander verlamt, zegt Els. "Wat ik ook deed, jij deed het beter. Het was nooit goed genoeg. Dan geef je het toch op?" Vanuit die inzichten geeft het koppel elkaar verder een kans. Bob blijft voorlopig bij zijn ouders wonen en gaat Els en de kinderen om de twee dagen bezoeken.


→ Terug naar overzicht

Lezingen

Rika Ponnet verzorgt regelmatig lezingen en presentaties binnen het brede vakdomein van de liefde. Op zoek naar een originele en boeiende spreker voor je organisatie?

Boek haar nu