Menu
example

S.O.S. Relatie onder druk04/10/2012

Els
Ik leerde Jurgen kennen op een wandelvakantie in Engeland. We schoten direct goed op en ook na de reis bleven we afspreken. Een maand later waren we een koppel. Ik kon mijn geluk niet op, want was al langere tijd single. Al van bij aanvang wist ik dat Jurgen inwoonde bij zijn moeder, die nu 80 is en zorgbehoevend. Ik had daar geen probleem mee, want kan door mijn werk als verzorgende goed om met oudere mensen. Hij stelde me voor, nu een goed jaar geleden en had me gewaarschuwd voor haar moeilijk karakter. Ze was inderdaad niet vriendelijk, maar ik kon dat wel plaatsen. Uiteindelijk was ik een wildvreemde en besefte ik dat ze me als een bedreiging zag. Ik gaf ook direct aan dat ik Jurgen niet bij haar zou proberen weghouden. Ik vind zijn engagement waardevol, maar vind uiteraard ook dat hij recht heeft op een leven met mij, los van zijn moeder. Ik dacht dat zij het ook zo zag, het geluk van haar zoon niet in de weg zou staan. Toen we de eerste keer op reis gingen, ben ik dat anders beginnen inschatten. Al weken op voorhand deed ze erg moeilijk: het feit dat Jurgen haar niet kon brengen naar de kaartclub op vrijdag, geen boodschappen met haar zou doen op zaterdag. Ook al werd er voor alles gezorgd, ze zag het niet zitten zonder hem. De dag voor we vertrokken, viel ze. De dokter zei dat ze haar voet had verzwikt, maar het niets ergs was. Ze nam het ons evenwel bijzonder kwalijk dat we de reis niet annuleerden. Ze belde Jurgen constant. Echt kinderachtig. Jurgen zei ook nooit nee, bleef vriendelijk. Ik verloor er bijna mijn geduld bij, maar deed het niet, voor hem. Toen we over samenwonen spraken, was het hek helemaal van de dam. Ze behandelde me plots als lucht en als Jurgen er niet bij was, maakte ze giftige opmerkingen. Naar een bejaardentehuis zou ze nooit gaan, van Jurgen zijn centen zou ik nooit profiteren, alsof ik dat van plan was. Het zorgt uiteraard ook voor spanningen tussen Jurgen en mij. Meestal komt hij tijdens het weekend bij mij, nu probeert ze ook dat de hele tijd te saboteren. Jurgen vindt dat ik begrip moet hebben, ik wil concretere afspraken, want wil graag samen wonen. We hebben er vaak ruzie over. Onlangs gaf hij toe dat weg gaan bij zijn moeder geen optie was, dat hij het niet aankon om haar dit aan te doen. Hij stelde voor zijn woning te verbouwen tot een kangoeroewoning, dan hadden we allemaal een beetje onze zin. Gezien de verhouding tussen zijn ma en mij, zie ik dat evenwel niet zitten. Ons oorspronkelijk plan, dat hij bij mij zou komen wonen en hij met zijn zussen een beurtrol uitwerkt om voor hun ma te zorgen, zo wil ik het. Dat hij veel tijd aan haar spendeert, daar kan ik mee leven, dat hij ons leven helemaal afstemt op het hare, zie ik niet zitten. Ook al zien we elkaar graag en hebben we eigenlijk ook nog een kinderwens, op deze basis starten, lijkt me geen goed idee. Ik hoop dat hij dat zal inzien.
 
Jurgen
Ik ben een nakomeling, als jongste van vier. Toen ik 12 was, stierf mijn vader. Mijn zussen waren toen al het huis uit, zodat ik alleen bleef met mijn moeder. We hebben ons altijd goed uit de slag getrokken. Ze zorgde heel goed voor mij en ik vind het dan ook normaal dat ik, nu zij hulpbehoevend is, dit voor haar doe. Ik heb wel al een paar korte relaties gehad, maar dat liep altijd fout. Dat had veel te maken met het strenge oordeel van mijn moeder. Geen enkel meisje was goed genoeg voor mij, ze waren erop uit om te profiteren. Ik moest eerst studeren, een goede job zoeken, dan was er nog tijd genoeg om een relatie te starten. Die tijd is er nooit echt gekomen. Ik investeerde veel in mijn ingenieurstudies en nadien in mijn job bij de overheid. Ik deed er mee aan verschillende examens, ben ook vast benoemd en fier op wat ik daar bereikt heb. Dat heb ik ook aan de steun van mijn ma te danken. Els leerde ik kennen op mijn eerste groepsreis zonder mijn ma. Er ging voor mij een wereld open. Dat ik Els verder zag, hield ik aanvankelijk verborgen voor mijn ma. Ik wou haar niet onnodig ongerust maken. Maar ons contact groeide uit tot een innige relatie, waarin ik echt geloof. Ik droom ook nog echt van een gezin. Dat ma het er moeilijk mee zou hebben, had ik wel gedacht, dat het zo moeilijk zou lopen, niet. Voor mij is deze situatie bijzonder vermoeiend: aan de ene kant is er Els, die graag wil samenwonen, aan de andere kant is er ma, die enkel een latrelatie voor mij wil. Ik probeer daar de hele tijd tussen te schipperen, voel goed dat de situatie muurvast zit. Ik heb veel met mijn moeder en zussen gepraat, maar wat we ook voorstellen, ze wil dat ik blijf. Ze zegt de hele tijd: ‘je gaat me toch niet in de steek laten', ‘je bent de enige die ik heb', ‘je zussen zijn er ook, maar dat is niet hetzelfde, die hebben een gezin', ‘je gaat toch niet weg, na alles wat ik voor jou gedaan heb'. Ze dreigde er ook al mee zichzelf iets aan te doen. Weg gaan lijkt me dan ook echt geen optie: ik zou geen moment rust hebben. Een collega van mij kwam met het idee van een kangoeroewoning. Ik zou verder voor ma kunnen zorgen en kan samenwonen met Els. Maar dat ziet Els niet zitten, omwille van de slechte verstandhouding tussen hen. ‘We zullen geen seconde rust hebben, zegt ze'. Ik heb haar al gezegd, dat mijn ma wel zal bijdraaien. Dat als ze zich veiliger voelt en niet alleen is, ze ook onze relatie zal aanvaarden. Uiteraard moet ik nog eens goed kijken hoe we de verbouwing gaan aanpakken en of we daar een vergunning kunnen voor krijgen, maar dat heb ik er voor over. Voor Els is het een manier om de beslissing om samen te wonen, uit te stellen. Ze weet het allemaal niet meer. Ik zou ook het liefst apart wonen, maar ze moet toch begrijpen dat ik na al die jaren niet zomaar mijn moeder in de steek kan laten.
 
Hoe het verder ging
Jongvolwassenen blijven hoe langer hoe meer onder het dak van ‘hotel mama' wonen, ook na hun dertigste. Dat is meestal onschuldig, maar in een aantal gevallen is (te) lang in een ouder-kind-relatie blijven, nefast voor het leven van die kinderen, zoals bij Jurgen. De perceptie dat de zoon of dochter niet zelfstandig is, klopt dan niet. Het gaat dan om ouders, een moeder of vader, die een kind aan zich binden, vanuit een nood aan gezelschap en zorg van dat kind. Jurgen groeide alleen op bij zijn moeder, die hem vooral als een partner behandelde, hem overal deelgenoot van maakte. Tussen hen ontwikkelde zich een bijzonder sterke band, die de zelfstandigheid en ontplooiing van Jurgen in de weg staat. In de contextuele therapie spreekt men van te sterke verticale verbondenheden (ouders) die de horizontale verbondenheden (de partner) in de weg staan. Dat is hier zeker het geval. Ook al is er tussen Jurgen en Els sprake van een relatie met toekomstperspectief, toch besef ik, dat de loyaliteit van Jurgen naar zijn moeder toe onnoemelijk stevig verankerd is en Els nooit voldoende tegengewicht in de schaal kan leggen. Daarom probeer ik met hen te werken aan hun relatie die nu te veel overschaduwd wordt door het moederverhaal. Ik laat hen uitschrijven waar ze binnen tien jaar graag zouden staan. Beiden koesteren hetzelfde verlangen: trouwen, een gezin beginnen. Toch merk ik ook dat Jurgen sterk denkt in termen van ‘als mijn moeder er niet meer is'. Alsof hij onbewust heel goed aanvoelt dat zolang zijn ma er is, er geen ruimte zal zijn voor een volwaardig leven met Els. Als ik met hen een beeld probeer te krijgen van dat leven samen, met de moeder erbij, loopt dat snel vast. Jurgen gelooft er in dat hij dat draaiende kan houden, zijn tijd verdelend onder zijn moeder en vrouw, Els denkt dat ze altijd aan het kortste eind zal trekken en begrijpt niet waarom Jurgen hiervoor zou kiezen. Het verhaal krijgt een heel andere wending doordat de moeder van Jurgen met hartfalen in het ziekenhuis wordt opgenomen en nadien naar een zorginstelling verhuist. Nu lijkt de weg vrij voor Els en Jurgen. Toch lukt dat in het geheel niet. Op de een of andere manier blijft Jurgen vasthouden aan zijn oorspronkelijk leven, in zijn ouderlijk huis en ziet hij daar maar moeilijk een leven als koppel zitten. Hij wil ook niet dat er veel in het huis verandert, dat de spullen van zijn moeder verdwijnen. Ze blijven verder in therapie komen, om dit uit klaren. Ik leg beiden uit dat ik dit, in tegenstelling tot hun verwachting, heel normaal vind, dat Jurgen nu door een rouwperiode gaat, omwille van het veranderen van zijn thuissituatie, maar ook omwille van alles wat niet mogelijk is geweest in zijn leven door de verstikkende band met zijn moeder. Jurgen wil in eerste instantie enkel een latrelatie en beslist om zelf verder, individueel, in therapie te gaan. Els aanvaardt dit en wil de relatie verder een kans geven.
 


→ Terug naar overzicht

Lezingen

Rika Ponnet verzorgt regelmatig lezingen en presentaties binnen het brede vakdomein van de liefde. Op zoek naar een originele en boeiende spreker voor je organisatie?

Boek haar nu