Menu
example

S.O.S. Relatie onder druk19/01/2010

Carla 
Ik heb Patrick leren kennen bij de scouts. We studeerden nadien samen in Gent, hij licentiaat geschiedenis, ik verpleegkundige. Ik viel voor Patrick zijn diepgang, zijn filosofische kant, al zat daar toen al een stuk zwaarmoedigheid aan vast. Ik was toen onzeker. Ik startte met de studies geneeskunde, maar faalangst deed me das om. Hij slaagde elk jaar met brio. In onze carrières liep het net andersom. Hij werd leraar en is het gebleven, een heel vlakke loopbaan. Ik werd verpleegster, studeerde nadien nog ziekenhuiswetenschappen en ben nu hoofd van de HR-afdeling in een ziekenhuis. Vier jaar geleden overleed mijn schoonvader en toen zijn alle problemen begonnen. Ik voelde voordien wel dat onze relatie veranderd was. Door te studeren, promotie te maken zat ik beter in mijn vel, maar ik had ook het gevoel dat Patrick dit niet graag had. Na het overlijden van zijn vader werd hij depressief, waarvoor hij bij een psychiater bij ons in het ziekenhuis in behandeling is geweest. Patrick heeft met zijn vader nooit een goede band gehad. Mijn schoonvader had een succesvolle eigen zaak en hij verstond niet dat Patrick kon kiezen voor een werkomgeving als het onderwijs. Ook zijn studierichting vond hij verlies van tijd en geld. Deze conflicten heeft Patrick ook met onze oudste dochter. Net als zijn vader kan Patrick moeilijk waardering opbrengen. Hoe langer hoe meer laat hij ook alles aan mij over: de gezinszorg, de vakanties, al de praktische dingen en beslissingen... Nu hij de laatste jaren ook vaak thuis is op ziekenkas, wordt het contrast almaar groter. Hij wil een ander leven, weg van zijn job in het onderwijs met niet-geïnteresseerde leerlingen. Ik doe tal van voorstellen in een andere richting, maar vind dat het initiatief van hem moet komen. Hij overweegt veel en praat er veel over, maar uiteindelijk komt er nooit iets van in huis. Ik begin dat echt beu te worden. Waar zijn we uiteindelijk mee bezig? Ik had ook verwacht dat de behandeling bij de psychiater soelaas zou gebracht hebben, dat hij hem zou aangezet hebben tot verandering. Misschien ligt het probleem ook ten dele bij mij, zet ik me te veel in en aanvaard ik te gemakkelijk dat Patrick niets onderneemt. Ik ben te goed, zegt mijn vriendin, te geduldig. Dat is ook de reden waarom ik hem gevraagd heb om in therapie te gaan. Hij moet in onze relatie een andere rol opnemen, anders zie ik het niet meer zitten. Aan scheiden heb ik al gedacht, maar ik heb schrik dat hij dan volledig zal wegzakken in een depressie. Ik denk niet dat hij in staat is om voor zichzelf te zorgen.
 
Patrick 
Ik ken Carla al van in onze tienertijd en we hebben altijd een goede verstandhouding gehad, zolang Carla geen carrière maakte. Toen we elkaar leerden kennen keek Carla wat naar mij op en dat gaf me een goed gevoel. Ik betekende iets voor haar, ze vond mijn inzichten en interesses boeiend. Toen ze begon met ziekenhuiswetenschappen, vond ze plots van zichzelf dat ze alwetend was, dat ik moest veranderen. Niets was nog goed genoeg. Vooral mijn job was en is Carla een doorn in het oog. Ik doe over het algemeen mijn werk graag. De laatste jaren is het wel veel moeilijker geworden. Ik sta nu voor klassen die helemaal geen interesse hebben in geschiedenis en dat is niet motiverend. Ik kan met mijn verhaal niet bij haar terecht, want eigenlijk vindt ze dat ik al lang van werk was moeten veranderen, dat ik best ook wat meer ambitie aan de dag mag leggen. Dat heeft op mij het averechts effect. Het is net alsof ik mijn vader hoor praten. Alleen presteren en prestige zijn blijkbaar van tel. Ook tegenover de kinderen laat Carla vaak blijken dat mijn job eigenlijk niet veel voorstelt en dat een betrekking in het onderwijs echt iets is voor luieriken. Ze zegt dat niet met zoveel woorden, maar uit de manier waarop ze de dingen zegt, blijkt dat wel. Zo ben ik bijvoorbeeld al lang lid van de plaatselijke heemkundige kring en k zou er graag een boek over uitgeven. Geld verdienen doe je daar inderdaad niet mee, maar is dat de enige waarde in het leven? Nu vind ik er hoe langer hoe minder plezier in, omdat het thuis altijd belachelijk wordt gemaakt. Eigenlijk heb ik in weinig zin. Carla zaagt ook de hele tijd over mijn beperkte bijdrage in het huishouden. Ik sta nu op ziekenkas, en volgens haar doe ik dus niets, waardoor ik al de vervelende klussen voor mijn rekening kan nemen. Dat zie ik dan weer niet zitten. Eigenlijk delen we niets meer en staan onze levens haaks op elkaar. Ik heb ook niet meer het gevoel gerespecteerd te worden. Onder druk van Carla laat ik me behandelen door een psychiater, iemand uit het ziekenhuis die ze goed kent. Echt goed voel ik me daarbij niet. Ik ervaar een gevoel van druk, krijg nergens echt steun en wil gewoon wat tijd krijgen om uit te zoeken wat ik verder wil op professioneel vlak. Ook het overlijden van mijn vader is moeilijk geweest. Veel dingen van vroeger komen terug, maar Carla vindt dat oude koeien die best in de sloot blijven liggen. Alles lijkt me nu zo een onoverkomelijke berg. In deze sfeer verder leven vind ik verschrikkelijk, maar ik zie niet direct een alternatief.
 
Wat volgde
Patrick is wat in de psychotherapie de IP (geïdentificeerde patiënt) wordt genoemd. Zijn depressie en behandeling ondermijnden verder zijn al zwakkere positie als echtgenoot en vader. Er wordt geen rekening gehouden met wat hij zegt, hij is de oorzaak van alle problemen. Carla praat met mij over Patrick zoals twee hulpverleners over een patiënt praten. Patrick heeft een probleem en wij zullen hem helpen. Ik ga daar niet in mee, want uit hun verhaal blijkt dat Patrick zijn probleem deel is van de relatie en er ook door in stand wordt gehouden. Zo speelt Carla ook thuis de zorgverlener, een rol die haar een sterk gevoel bezorgt maar die Patrick dwingt in de rol van patiënt, van afhankelijke. Ze werkt zo ook elke verandering tegen. Hem doorverwijzen naar een psychiater ligt zelfs in die lijn. Ze verwacht geen verandering, maar ziet het als een bevestiging van haar visie. Ik probeer de aandacht die nu helemaal op Patrick ligt open te trekken naar de relatie, naar de omgang tussen Carla en Patrick. Ik houd goed in het oog hoeveel aandacht en spreektijd er naar elkeen gaat. Daarbij valt op dat Carla altijd aan het woord is, maar nooit over zichzelf spreekt. Patrick krijgt al de ‘aandacht', maar wordt niet gehoord. Ik probeer al haar boodschappen terug te spelen, vraag hoe zij zich voelt, wat dit voor haar betekent en doe dit ook bij Patrick. Daaruit blijkt dat beiden vastzitten in hun rol en denkbeelden van de ander. Zo is Patrick faalangstig en lijkt zijn depressiviteit een manier om niet aan verwachtingen te moeten voldoen. Carla vlucht dan weer voor echte intimiteit en ziet haar afhankelijkheid van Patrick niet. Zonder zijn zwak-zijn, kan zij immers niet sterk-zijn. Punt is hier om hen in elkaars richting te laten evolueren en de ‘zekerheden' die ze over elkaar hebben te doorbreken. Dat ligt vooral bij Carla moeilijk. Haar positie van duivel-doe-en-weet-het-al, kan ze niet loslaten, omdat ze de winst ervan niet ziet. Ik probeer die winst te verduidelijken, door hen te laten nadenken over hoe ze de omgang met elkaar kunnen veraangenamen. Ze schrijven dit op voorhand uit en lezen het voor, waardoor ook Patrick echt aan bod komt. Carla zal proberen om elke dag iets positief te zeggen over Patrick. Patrick zal wekelijks een initiatief te nemen voor hen als koppel of gezin. Dit komt deels tegemoet aan de grootste klacht die ze over hun relatie hadden. Aanvankelijk ervaren ze deze werkwijze als weinig spontaan. Ik geef aan dat ‘spontaan' gelijk staat met ‘vanzelf gaan' en dat verandering dus altijd een overgangsperiode kent waarin men het gevoel heeft dat dingen geforceerd worden. Beiden willen deze nieuwe omgangsvormen een tijdje uitproberen en afwachten wat dit in beweging zet.
 


→ Terug naar overzicht

Lezingen

Rika Ponnet verzorgt regelmatig lezingen en presentaties binnen het brede vakdomein van de liefde. Op zoek naar een originele en boeiende spreker voor je organisatie?

Boek haar nu