Mensenliefde

02 mei 2016

De redactie van Metafoor, het tijdschrift van de Vlaamse therapeuten in de interactionele vormgeving, brengt driemaandelijks een verhaal uit de therapieruimte. Mijn bijdrage gaat over een belangrijk inzichtsmoment rond hechting, als therapeut én als mens.

 

Omdat ik graag met mensen werk. Het is vermoedelijk het vaakst gegeven antwoord wanneer er een vraag komt naar het waarom van onze beroepskeuze. En dat antwoord is prima. Zoals ‘goed' op de vraag ‘hoe is het?'. Maar niet goed als we het ook daadwerkelijk geloven. Ontstellend vind ik het vaak de mate waarin therapeuten van hun cliënten openheid verwachten, hun vermogen tot zelfreflectie willen aanscherpen, maar de donkere, blinde vlek negeren wanneer het over hun persoonlijke noden en motieven gaat.

De cliënt als spiegel
Zo observeer ik vaak als ik luister naar de praktijk van collega's hoe we allemaal, zonder het vaak te beseffen, het makkelijkst die cliënten aantrekken of net verwerpen die voor ons de spreekwoordelijke spiegel zijn van eigen knopen of demonen. We vechten vanop een veilige afstand mee hun oorlogen uit omdat ze ons ogenschijnlijk vrijstellen van die in ons eigen leven. Over die dynamieken reflecteer ik zelf heel vaak en ik zie ze meestal haarscherp bij anderen. De supervisor die voor de jonge startende therapeute als een warme vader is en ondertussen zijn nood om pygmaliongewijs geliefd te zijn verwezenlijkt. De relatietherapeute, zelf al jaren single na een liefdeloos huwelijk, die me vertelde dat ze in haar praktijk toch vooral veel eenzame vrouwen ziet en mannen die uitblinken in emotionele afwezigheid.

Wat ‘doet' wie bij me langskomt met mij? Wat zet het proces aan de andere kant bij mij in beweging? En vooral: hoe speelt wat in beweging gezet wordt een rol in de weg die ik met deze cliënt, dit koppel bewandel? Hoe beïnvloedt dit mijn interventies? Vragen die na elke sessie ons inzichten van onschatbare waarde kunnen aanreiken.

Inzichtmoment
Voor mij was zo een inzichtmoment het traject dat ik liep met een gescheiden vrouw van in de veertig. Ze date al een tijdje via onze organisatie en gedroeg zich daarin heel eisend en verwerpend. Na elke ontmoeting, telkens een ramp die volledig te wijten was aan ons slecht werk, stelde ze haar eisenlijst bij. Zo moest hij almaar dichterbij wonen, niet 1m80 maar minstens 1m85 groot zijn en gezegend zijn met een volle dos krulhaar. Ik ging daar elke keer heel inschikkelijk in mee, proberend om haar verwerpende houding, die ik altijd als erg onaangenaam ervaar, om te buigen naar appreciatie.

Bij de laatste bijsturing had ik door dat die er nooit zou komen en voelde ik me uitgedaagd om aan te geven dat het zo niet verder kon, geen enkele man aan dit plaatje kon beantwoorden en het aan mij was om te melden dat op deze manier de samenwerking nooit goed kon verlopen.

Oude patronen
Ik gaf een duidelijke grens aan, die zij gezocht had en die ze bijna opgelucht aanvaardde. Meer nog. Ze vroeg prompt of ze bij mij in therapie kon komen, naast haar datingtraject. Ik besefte dat dit geen goed idee zou zijn en verwees haar door. Achteraf bekeken ervoer ze dit als een regelrechte afwijzing. Maanden later, in de tussentijd legde ze het daten even stil, contacteerde ze me opnieuw met de vraag voor een eenmalig gesprek over haar partnerkeuze. Ik stemde er mee in, voor een keer. Achteraf bekeken een antwoord waarin een dynamiek van aantrekking maar ook verwerping school waardoor het samenviel met de manier waarop ze telkens opnieuw in relaties stapte. Het gesprek verliep in een open en gemoedelijke sfeer, van de initiële kritische houding was niets meer te merken. Integendeel. De dag erna liet ze me weten dat ze in haar leven al een aantal therapieën doorliep, ik kreeg er direct de namen van collega's bij, maar dat nog nooit iemand haar zo goed had begrepen.

De mail raakte me, omdat ik effectief dacht dat ons gesprek haar geholpen had, maar ik stelde mijn antwoord bewust even uit. De dag erna zag ik heel helder de dieperliggende hechtingsproblematiek. Alleen wie haar verwierp of voorwaardelijk en beperkt aandacht gaf, was de moeite om voor te vechten. Alleen bevochten liefde kon waardevol zijn. Ik zag ook heel helder hoe ze mijn nood om goed en competent bevonden te worden daardoor aanwakkerde en tegelijkertijd de intussen opgebouwde, duurzame en degelijke relatie met haar beschikbare, vaste therapeut devalueerde.

En zo besprak ik het ook met haar. Hoe ons contact een reflectie was van haar contacten met mannen en hoe de relatie met haar vaste therapeute haar de weg wees naar een andere toekomst. Ze aanvaardde het, maar niet zonder weerstand. Oude patronen laten zich niet zomaar nekken. Maanden later vernam ik dat het niet enkel voor mij maar ook voor haar een groeimoment was geweest. Maar ook dat de weg nog lang was. Zoals die van ons allemaal, dacht ik er bij.