'Relatietherapie is vaak leren leven met een mank been'

30 oktober 2014

'Liefde is niet maakbaar.’ Met zijn passage in Reyers laat maakte Dirk De Wachter zich niet populair bij relatietherapeuten. Maar kunnen die een relatie redden? En verwachten we niet te veel van hen? Artikel van Ann-Sofie Dekeyser voor De Standaard.

A: ‘Ik zal wel naar de winkel gaan, want dat zal jou toch niet lukken dit weekend.' 
B: ‘Ja zeg, ik moet wel werken.' 
A: ‘Ik zeg toch niets, het is geen oordeel.' 
B: ‘Rol niet zo met je ogen. Ik ga geen pinten pakken, hé.' 
A: ‘Je bedoelt zoals ik koffie ga drinken met mijn vriendinnen?' 
B: ‘Nee. Maar ja. Intussen werk je maar deeltijds meer, hebben we geen geld voor een kuisvrouw en heb jij geen tijd om te kuisen.' 
Hij zit in een wit zeteltje met een schapenvel. Zijn vriendin - of ex, hoe moet hij haar noemen? - in een exacte kopie ervan. Rechts van hem een rood doosje met witte stippen dat Kleenex serveert. Voor hem de indringende blik van een vreemde vrouw. Bruno's* eerst woorden: ‘Ik heb geen probleem, zij heeft een probleem.' Hij wijst naar Lieve*. 

De twee begonnen zes jaar ervoor een relatie, maar woonden op het moment van de therapie al vijf maanden apart. De oorzaak? Volgens Bruno het feit dat zij hem bedrogen had. Volgens Lieve de vele ruzies waarin ze elkaar verwijten maakten over oorzaken zonder te zien dat dat eigenlijk al de gevolgen waren. ‘Voor hem was het bedrog verraad, voor mij was het een alarmsignaal. We waren uit elkaar aan het groeien en ik voelde me eenzaam.' 


Toen ze apart woonden, voelden ze allebei dat de vlam nog groot was. ‘We bleven elkaar zien omwille van onze zoon, en voor we het wisten, waren we weer aan het daten', vertelt Lieve. Ze probeerden er met z'n tweeën uit te komen, maar dat lukte niet. ‘Ik voelde zoveel woede', zegt Bruno. ‘Dat moest verdwijnen.' 
De therapie hielp hen al doordat ze naar elkaar moesten luisteren. ‘Thuis loop je weg als het je te veel wordt, daar doe je zoiets niet. Dat zou onbeleefd zijn, en je betaalt er ook voor, hé.' Bruno praatte niet graag over emoties en kropte zijn frustraties op. Hij zag dat Lieve ongelukkig was, nam de schuld op zich, maar wist niet wat eraan te doen. Dus deed hij maar niets. 


‘De schellen zijn er van onze ogen gevallen. Je denkt de hele tijd dat je communiceert met elkaar, dat je de dingen duidelijk zegt, maar dat doe je niet.' De basis voor hun communicatieprobleem was nog simpeler. ‘Als je wilt communiceren, moet je elkaar wel zien', zegt Lieve. ‘Agendabeheer was een groot werkpunt. We genoten nooit meer samen. Elke week plannen we nu stelselmatig momenten voor ons tweeën in, daar laten we niets tussenkomen. Ook niet de allerleukste feestjes of de beste vrienden.' 


En het vertrouwen, hoe hebben ze dat teruggevonden? ‘Dat groeit, maar dat komt niet met praten', zegt Bruno. ‘De roze wolk is vernietigd.' Hij beaamt dat een relatie na therapie nooit meer dezelfde kan zijn als ervoor. ‘Het is anders, maar beter of slechter? Dat weet ik niet. We weten nu waar de valkuilen zitten.' Lieve vult aan: ‘Je staat bloter tegenover elkaar. Je hoeft niets meer te verhullen; je hebt elkaar door het slijk gehaald. Maar de tijd maakt het weer zachter. En ook de begeerte die je opnieuw voelt. We staan hier soms met twee te dansen in de living, dat kon ik me twee jaar geleden niet voorstellen.'

Een leven lang liefde 
‘Verzekerd zijn van een leven lang liefde', het is bepaald geen pretentieloze belofte die dr. Sue Johnson maakt op de achterflap van haar boek Houd me vast. Johnson wordt daar ook ‘de beste relatietherapeut ter wereld' genoemd. Het is kilometers omrijden naar een bibliotheek waar haar boeken niet zijn uitgeleend. (Overigens ziet het er niet best uit voor het koppel dat het boek leende voor mij, afgaande op hun aantekeningen bij de vragenlijsten: ‘Mijn partner laat me merken dat ik bij hem/haar op de eerste plaats sta.' ONWAAR. ‘Mijn partner reageert op signalen dat ik zijn/haar nabijheid nodig heb.' ONWAAR.) 


Volgens Johnson draait elke echtelijke ruzie om hetzelfde: oerpaniek. De partners zijn bang dat de ander hen emotioneel buitensluit. Hoe de ruzies verlopen, hangt af van de hechtingsstijl die de partners als kind hebben aangeleerd. Er is de veilige, de angstige en de vermijdende stijl. De angstige geliefde (meestal de vrouw) vreest te weinig verbonden te zijn met de ander en vraagt zijn aandacht. Niet zelden met een klacht of verwijt. Partner B voelt zich niet aanvaard zoals hij is en valt op zijn beurt aan. Of hij is van het vermijdende type en kruipt in zijn schulp. Hoe meer verwijten, hoe meer hij zich terugtrekt. Wat bij de ander tot extra angst en dus ook extra kwaadheid leidt. 
Een vicieuze cirkel, waarbij de nuance ver te zoeken is. De oplossing zit hem in hechtingsherstel. Voilà, EFT in een notendop. Dat staat voor Emotionally Focused Therapy en is de leer waarmee Johnson beroemd is geworden. Zelf spreekt ze over ‘relatiewetenschap'. Met haar methode zou driekwart van alle ongelukkige stellen de dip te boven komen en toch niet scheiden. ‘Liefde wordt een mysterie genoemd. Maar dat is het niet. Wij hebben de code gekraakt.' 


Wat een verschil met Dirk De Wachter, de psychiater die ter promotie van zijn boek Liefde, een onmogelijk verlangen, in Reyers laat kwam vertellen dat ‘de liefde ontsnapt aan de maakbaarheid', dat ‘alles wat men probeert om de liefde te vatten, mislukt'. Opmerkelijke woorden van een man die zelf ook relatietherapie geeft. ‘Alles wordt vandaag getherapeutiseerd', klinkt het. ‘Mensen zijn zo machteloos geworden in het meesteren van hun eigen leven. Ze zijn verleerd te leven met de tekorten van het bestaan.' 
Vaak is het eerste wat De Wachter doet wanneer een koppel zich aanmeldt, hun verwachtingen bijstellen. ‘Mensen komen met de meest onmogelijke vragen: "We zien elkaar niet meer graag, kun jij daar iets aan doen?" Nee, ik kan geen oplossing bieden. Ik kan hen een spiegel voorhouden en laten zien: het gaat niet. De liefde is niet in vragenlijsten vast te leggen. Het blijft een mysterie.' 


Zijn tv-optreden is verschillende relatietherapeuten in het verkeerde keelgat geschoten. ‘Hij wekte de indruk dat je niets bereikt met relatietherapie; dat het een zinloos streven is. Daarmee devalueert hij ons werk.' Het staat ook in schril contrast met het geloof dat de westerse wereld in die vorm van therapie heeft. Verschillende koppeltherapeuten werken met wachtlijsten. In enkele landen (niet bij ons) wordt relatietherapie terugbetaald en rechters (wel bij ons) leggen soms relatietherapie op als ze een voorwaardelijke straf uitspreken. Vanwaar al dat vertrouwen? Kan relatietherapie ons (de maatschappij die door scheidingen ontwricht dreigt te raken, denk maar aan de extra kosten voor sociale voorzieningen, de gevolgen voor de huizenmarkt en vooral voor de kinderen) redden? En verwachten we er niet te veel van?

Wie ruimt af? 
‘Mensen komen heus niet bij mij omdat ze de Hollywoodliefde willen beleven', vertelt seksuologe en relatiebemiddelaarster Rika Ponnet. ‘Ze komen omdat ze zich uitgeput voelen door het vele ruziemaken, omdat de ene meer zichzelf wil zijn en wil "dat ze minder zaagt".' Ponnet herleidt die vraag tot hechtingsbehoeftes; ofwel een vraag om meer verbinding, ofwel een vraag om meer identiteit. ‘Dat zijn de twee basisdynamieken die je in elke relatie terugvindt.' Ze volgt dus de EFT-benadering. Zij het dan met meer bescheidenheid dan Johnson. ‘Ik ben niet de expert. Ik moet het gesprek leiden, ik heb een plan, maar ook ik stap in een proces waarvan ik totaal niet weet hoe het zal verlopen. Ik kan het koppel maar volgen in het tempo dat zij aannemen, en vaak is dat een processie van Echternach.' 


‘Relatietherapie gaat niet om koppels bij elkaar houden. Dat hoeft niet per se het doel te zijn. Wij stellen soms ook maar vast dat het niet meer te redden valt. Dan komt het erop neer zinvol uit elkaar te gaan, zonder al te hete conflicten die de kinderen schaden. Al moet ik bekennen dat het nog altijd als een verlies aanvoelt als ik zo'n telefoontje krijg: "hij heeft toch besloten alleen te gaan wonen".' 


Een schatting van haar slaagpercentage? ‘Voor de helft van de mensen die langskomen, is de uitkomst niet dat ze een supertoffe relatie hebben als ze hier buitenstappen. Als ik met de helft resultaat boek, is dat een mooi verhaal.' 


Dat verhaal begint bij een intakegesprek met het koppel. ‘Meestal vraag ik dat ze iets vertellen over de laatste week; of er ruzies zijn geweest. Dan zie je ze meteen ter plekke ontvlammen. Ze beginnen tegen mij, maar al snel zijn ze tegen hun partner bezig. Met verwijten, rollen met de ogen en geroep. Veel therapeuten zijn niet tuk op relatietherapie. Het vergt veel van je. Je zit constant in een conflictsituatie, daar moet je zelf goed mee kunnen omgaan. Beide partners moeten het gevoel hebben: ze trekt geen partij voor mij, maar ze is ook niet tegen mij.' 


Op de vraag waarover de ruzies gaan, geeft Ponnet een opsomming van banaliteiten: hoe hoog de thermostaat staat, wie de ontbijttafel afruimt. ‘Ja, daar maken mensen maandenlang ruzie over. Dat koppel met die ontbijttafel zat hier amper 10 minuten en ik dacht dat ze hem fysiek zou aanvallen.' 


Wat heeft een ontbijttafel met hechting te maken? ‘Die vrouw deed het hele huishouden, het enige wat ze van hem vroeg, was om de tafel af te ruimen. Haar redenering: als je dat niet kunt opbrengen, heb je geen respect voor mij. Vroeger zouden we naar de inhoud van de conflicten gekeken hebben. Met EFT gaan we niet in op de inhoud, maar zoeken we het onderliggende gevoel. Zij zegt eigenlijk: ik heb je nodig, ik wil een signaal dat je me graag ziet. En hij ruimt niet af omdat hij vindt dat ze over een futiliteit zeurt en omdat hij, door zijn opvoeding met zijn dominante moeder, elke vorm van autoriteit uit de weg gaat. Door dat te benoemen krijgt dat koppel zicht op het interactiepatroon dat hun ruzies altijd volgen. Dat inzicht leidt tot de-escalatie en doorbreking van het patroon.'

Relateren kun je leren 
Het cliché wil dat het altijd de vrouw is die het initiatief neemt om te praten over de echtelijke strubbelingen. Niet zo bij Anke* en Ruben*. Na zes jaar huwelijk besliste hij dat ze een therapeut nodig hadden. Het was crisis; hij had net ontdekt dat Anke al negen maanden een affaire had. ‘Ons huwelijk opgeven, daar was geen sprake van, besliste hij. Ik ging akkoord omdat ik onze kinderen niet wou kwijtspelen. Maar onze relatie, dat zag ik eerlijk gezegd niet goedkomen. Nu ben ik heel blij dat hij dat het zo is gegaan.' 


Vandaag zijn Anke en Ruben nog altijd samen. Al is dat niet dankzij de therapie, zegt Anke. ‘"Vertel eens, hoe voel je je bij alles." Zo ging het steeds, die psycholoog bood geen weerwoord en wij bleven maar over hetzelfde babbelen, dat konden we thuis ook en het zou ons telkens 80 euro sparen.' Heeft het dan helemaal niets bijgebracht? ‘Jawel, ik ben blind geweest voor hoe hard ik mijn man heb gekwetst. Maar het bleef bij die vaststelling. In alle gesprekken was ik de zondebok. Die therapeut had dieper moeten graven, moeten kijken naar de periode voor mijn vreemdgaan. Ik zat op mijn tandvlees. We hadden een huilbaby, stonden onder grote financiële druk en ik was het manusje-van-alles. Dat ik twijfelde of ik wel in die relatie wou blijven, is zelfs nooit besproken.' 


Hoe komt het dat het nu zoveel beter gaat? ‘ De externe factoren zijn ons gunstiger gezind: een peuter die ons laat doorslapen, werkissues die op hun poten vallen. En ja, de individuele therapie die ik ben gaan volgen. Dat heeft me meer geholpen in hoe ik met mijn man kan omgaan. En in het besef dat ik met bepaalde dingen vrede moet nemen.' 
Hoeveel mensen effectief relatietherapie geven, weet niemand. BVRGS (de vakvereniging voor relatie- en gezinstherapie) telt zo'n 800 leden; mensen die een erkende opleiding hebben gevolgd. Maar tot op vandaag mag iedereen die dat wil zich relatietherapeut noemen. Maakt niet uit of je een universitair diploma seksuologie hebt of gisteren nog in de koekjesfabriek aan de lopende band stond. 


In ons land valt het voorlopig nog wel mee, maar her en der vind je ze toch, de websites van relatietherapeuten die resultaatgarantie beloven. Genre: ‘laat de liefde weer stromen', ‘verbeter je relatie in drie dagen'. Werken aan je relatie kan overigens ook op een relatietherapieweekend, al dan niet in een strandhuisje bij een pot Zeeuwse mosselen. En de cursussen ‘Relateren doe je zo' van de School voor Relaties zijn de komende maand allemaal volzet. Tel dat bovenop de talloze onlinetests en boeken over de liefde, en een mens zou nog tot de cynische conclusie durven te komen dat relaties een product zijn geworden.

Nattevingerwerk 
Relatietherapeuten mogen dan wel heelder dagen pleiten voor harmonie, onderling kibbelen ze geregeld. Onderwerp van gesprek: ‘mijn methode is de beste'. Behalve EFT zijn ook systeemtherapie, cognitieve gedragstherapie en directieve therapie mogelijk, om de belangrijkste te noemen. De slaagkansen van de diverse therapiemodellen zijn onderzocht, maar de onderzoeksresultaten worden niet door iedereen aanvaard. Wat heet ook geslaagd? Is dat als het koppel bijeenblijft? Of is dat als de partners elkaar niet langer naar het leven staan? En over welke termijn meet je? 


De Nederlander Gert Jan Kloens kreeg in zijn bureau voor relatietherapie al meer dan 3.000 koppels over de vloer. Toch is hij kritisch voor zijn eigen vakgebied. ‘Hou toch op met het oproepen van al die rooskleurige illusies', maant hij zijn collega's aan. ‘Relatietherapeuten moeten dringend bescheidener worden', stelt hij. Om vijf minuten later zelf te zeggen dat ‘96 procent van onze paren zegt dat in de loop van twee jaar hun relatiekwaliteit is verbeterd door ónze methode'. Wat die methode dan is? ‘Integratieve therapie; we nemen uit de verschillende modellen datgene wat past bij de cliënten. De methode past zich aan de klant aan.' Dat klinkt als nattevingerwerk. ‘Oh, maar dat is het ook. Al hebben we natuurlijk onze theorieën over wat werkt en wat niet.' 


En wat niet werkt, dat is volgens Kloens EFT. ‘Er is niets objectiefs aan de studies naar de resultaten van EFT. De koppels zijn geselecteerd - onder meer op motivatie - om de slaagcijfers op te krikken, er zijn allerlei bevindingen uit gecensureerd en de controlegroep bestaat uit stellen die op de wachtlijst staan. Ja, een open deur; iets doen is altijd beter dan niets doen.' 


Sue Johnson baseert zich op de hechtingstheorie van John Bowlby die speelt tussen moeder en kind. ‘Een zeer waardevolle theorie, maar het is een enorme misvatting dat je die kunt projecteren op de volwassen liefde tussen partners. Johnson zegt dat therapeuten de koppels moeten helpen afhankelijk van elkaar te zijn. Vandaar ook de titels van haar boeken: Houd me vast en Laat me niet los. Maar die infantiele afhankelijkheid is schadelijk in een partnerrelatie. Alle andere therapieën zeggen net dat mensen niet afhankelijk mogen zijn van de ander, de behandeling zit hem er juist in dat de eigenheid van het individu moet vooropstaan. Pas dan kun je bijdragen in je relatie.' 
Kloens heeft een moeilijke boodschap aan zijn cliënten; ‘dat ze niet alleen moeten focussen op hun eigen behoefte'. ‘In plaats van alles uit hun partner te willen halen en die voor hun karretje te spannen, moeten ze leren wat gevende liefde is. We zijn met z'n allen minder barmhartig dan ooit in onze relaties.'

Liefde is niet leuk 
Hmm, barmhartigheid. Niet meteen het eerste wat een mens met romantiek associeert. ‘Vergis je niet, de twee pijlers van liefde zijn vriendelijkheid en geduld. Ik word overspoeld door paren die denken ongelukkig te zijn. De vraag is: zijn ze het ook echt? We moeten leren dat het af en toe gewoon helemaal niet leuk is. Relatietherapie is vaak leren te leven met een mank been. Het geheim van de liefde zit hem in het matigen van het verlangen. Liefde is langdurige verdraagzaamheid.' 


Dat klinkt niet echt opwindend, net nu ik het over seks wil hebben. Want jawel, een niet bevredigend seksleven behoort tot de meest voorkomende klachten bij aanmelding. ‘Samen met vreemdgaan, uit elkaar groeien of juist veel te dicht op elkaar zitten, waardoor er constant conflicten zijn', vertelt Annik Couwberghs
Ellenlange conversaties zijn zelden libidoverhogend. Een bedroevend seksleven krik je toch niet op door te praten, nota bene elk in een apart zeteltje, terwijl er een derde op kijkt? ‘Oh, vergis je niet', vertelt de relatietherapeute. ‘Problematische seksualiteit bij een koppel wijst in de overgrote meerderheid van de gevallen op een onderliggend relatie- of communicatieprobleem. En op het onhandig omgaan met libidoverschillen.' 


Is de therapie dan zoeken naar een compromis? Hij wil één keer per week, zij één keer per maand; dan maar om de veertien dagen? ‘Compromissen is niet het juiste woord. Alleen al door aan te geven waarom je iets wilt, zal de reactie anders zijn. Ik vraag dan aan die man waarom hij seks zo belangrijk vindt. "Omdat ik zonder seks het gevoel heb dat ik mijn vrouw verlies." Daarmee ziet de vrouw in dat hij niet gewoon zijn lust op haar wil afvuren; de vraag klinkt anders en ze zal er dan ook anders mee omgaan. Ik zie vaak dat als de communicatie verbetert, de seks ook ineens beter gaat.' 


Wanneer Couwberghs haar job beschrijft, klinkt vaak het woord ‘benoemen'. Blijkbaar hebben koppels hulp nodig van een objectieve observator, die zegt wat er gebeurt. ‘De vraag is vaak: "Kijk naar ons, benoem wat je ziet. Wat maakt dat wij steeds in hetzelfde patroon vervallen?" En de meest gehoorde zin hier luidt: "Dat wist ik helemaal niet van jou." Ook bij koppels die al twintig jaar samenwonen. Dat komt omdat ik hen ertoe breng hun behoefte anders uit te drukken. Je schrikt wat mensen in een huwelijk allemaal níét aan elkaar vertellen. Vaak zijn ze hier beland door een gebrek aan onderhandelingsvaardigheden.' 


Ja, ook bij Couwberghs gebeurt het dat een scheiding zich opdringt. ‘Meestal ben ik degene die het het eerst benoemt. "Allez, we hebben nu al zoveel geprobeerd en we komen geen millimeter verder. Willen jullie nog altijd werken aan jullie relatie?" Vaak zie ik dan opluchting. Soms hebben mensen die bevestiging nodig: ah, de therapeut zegt het ook, het is gelegitimeerd om uit elkaar te gaan, we moeten onszelf niets meer kwalijk nemen.' 


En Couwberghs zelf, ziet zij het dan als een mislukking? ‘Nee, ik kan niets in beweging zetten dat dood is, dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Wat ik wel heel erg vind, is dat mensen zo vaak komen als het kalf al verdronken is. Was dan toch een halfjaar eerder gekomen.' 
Lieve en Bruno kunnen niet begrijpen waarop ze zo lang hun kop in het zand hebben gestoken. ‘Eigenlijk zouden koppels dit om het halfjaar moeten doen, ongeacht of ze nu problemen ervaren of niet.' Maar voor velen is de drempel naar therapie te hoog. Want overal elders lijkt de liefde wel vanzelf te gaan, toch? Nochtans, baat het niet, dan schaadt het niet. Of kan relatietherapie schade berokkenen?

Knallende ambras 
Tina* en Ingrid* hadden er nooit bij stilgestaan dat het zo zou raken aan de fundamenten. ‘Therapie is een risico', vertelt Tina. Een halfjaar lang was het lesbische koppel in therapie. Aanmeldingsklacht: we vrijen bijna nooit meer. ‘Toen we de eerste keer binnenstapten, was uit elkaar gaan absoluut geen optie. No way, wij zagen elkaar doodgraag', zegt Ingrid. Vijf maanden later was het zo ver. Hoe dat is kunnen gebeuren? ‘De psychologe heeft alle ruis van onze relatie gestript', vertelt Tina. De negatieve ruis - de verwijten, maar ook de positieve - ‘We zeiden elkaar vaak hoe zot verliefd we nog waren. We veegden onze problemen relatief elegant onder de mat. En zij heeft die mat weggetrokken.' 
Eerst konden ze er nog om lachen dat het er tijdens de sessies zo hard en luid aan toeging. ‘Knallende ambras, maar als we buitenliepen, pakten we elkaar goed vast: "Ze was weer waardeloos vandaag, wat weet zij er nu van?" 


Denken ze niet dat ze sowieso uit elkaar zouden zijn gegaan? Ingrid: ‘De therapie heeft alles ineens tegelijk op tafel gebracht. Het leidde tot een enorme escalatie, terwijl ik denk dat we onze meningsverschillen wel zouden hebben kunnen tackelen al ze een voor een kwamen.' Tina twijfelt. ‘Of we waren sowieso uit elkaar gegaan, maar wellicht pas binnen tien jaar. Misschien had ze ons in onze illusie moeten laten. Dan hadden we die jaren nog van elkaar genoten. Zonder seks ja, maar daar viel heus wel mee te leven.' 
En dan is er nog iets dat Tina dwars zit. ‘Therapeuten bekijken alles vanuit hun eigen waardenpatroon; het traditionele koppelmodel. De gemiddelde relatie waarbij je niet moet streven naar al te veel passie, want "bijna alle relaties evolueren nu eenmaal naar companionship". Dan vraag ik me af: ben je nu je eigen huwelijk aan het verdedigen? Wie zegt dat dat algemeen aanvaard model het juiste is?' 


Gaat het nu om relatiewetenschap of nattevingerwerk? Wellicht is het in het beste geval an educated guess. Relatietherapie werkt. Soms. (Een beetje.) Als behandeling; ‘om de liefde weer te laten stromen'. Of als stervensbegeleiding. 


* De namen van de getuigen zijn gefingeerd om privacyredenen.