Ik ben een noodzakelijk kwaad

01 september 2006

Rika van het relatiebureau Duet koppelt al dertien jaar mensen aan elkaar. Ze schreef een boek waarin ze haar ervaring met singles verzamelde. Haar jongste klant was een meisje van 18, haar oudste een man van 81. Interview van Katrijn Serneels (De Morgen) met Rika Ponnet naar aanleiding van het verschijnen van haar boek: ‘Mijn Leven als Koppelaarster’.

 

Zodra je overstapt van het studentenmilieu naar werken, is het niet meer zo eenvoudig om nieuwe mensen te leren kennen. Zeker niet als je als ingenieur op een bouwbedrijf werkt waar de enige vrouw de secretaresse is. Of als je lesgeeft in een school waar alleen de sportleraar een man is. Kies een job waar vrouwen én mannen rondlopen, zo kan je via het werk nieuwe mensen leren kennen.

Wie geraakt het beste van straat?
Ponnet: ‘Jonge mensen, twintigers en dertigers die nog niet getrouwd zijn. En mannen boven de 45 of 50 jaar: het aantal vrouwen waaruit zij kunnen kiezen is zo groot dat zij meestal vlug een relatie vinden. En verder: niet te zijn. Niet te dik, niet te dun, niet te dom, niet te mooi. De meeste mensen gaan op zoek naar iemand die op hen lijkt qua aantrekkelijkheid, qua opleiding. In relaties geldt meestal het principe van de gelijkwaardigheid. Gemiddeld zijn is dus een goede zaak.
 
Kan te mooi zijn dan een probleem kan zijn?
Ponnet: ‘Je kunt ook te knap zijn. Wie echt heel mooi is, zoekt vaak iemand die even mooi is en dan blijft er maar een kleine vijver over om uit te vissen. Heel knappe mensen zijn vaak ook heel onzeker: zijn anderen in hen geïnteresseerd omdat ze er goed uitzien, of omwille van wie ze zijn?
 
Zoeken niet alle mannen naar een mooie vrouw?
Ponnet: ‘Ja, een vrouw moet ‘iets’ hebben. Maar de tijd dat een vrouw alleen maar mooi moest zijn is voorbij. Mannen willen ook een vrouw waar ze mee kunnen praten, die lief is, die een job heeft. En die ook nog eens voor hen wil koken. Een vrouw die daar helemaal niet toe bereid is, zal het moeilijk hebben. Koken is immers ook een uiting van liefde en zorg, dat doe je voor vrienden en familie, niet voor iedereen. Waarmee ik niet bedoel dat mannen op zoek zijn naar een huisvrouw, dat komt nauwelijks meer voor, behalve dan bij oudere mannen. Oudere vrouwen kunnen het ook moeilijk hebben met die traditionele verwachtingspatronen: ze hebben hun hele leven al gekookt en de was gedaan, ze zijn niet altijd bereid om het huishouden van een nieuwe man ook te gaan doen. Vrouwen willen wel zorgen, maar ze willen ook dat er voor hen gezorgd wordt.
 
Wat verwachten vrouwen, behalve zorgzaamheid, van een man?
Ponnet: ‘Ze willen toch graag een man waar ze kunnen naar opkijken. Niemand zegt: geef mij maar een man die ik op alle vlakken de baas kan. Dat betekent dat vrouwen meestal op zoek gaan naar een man die wat ouder is, hoger opgeleid, of een job heeft met meer status. En dat zorgt ervoor dat heel wat jonge hoogopgeleide vrouwen het moeilijker hebben om een man te vinden. Het is zo dat je kunt zeggen dat vrouwen een man willen die meer geld verdient, zo simpel ligt dat niet. Er moet gewoon een goed evenwicht en wederzijds respect zijn: als de man gefrustreerd is omdat zijn vrouw het beter doet dan hij, dan krijg je een machtsonevenwicht binnen de relatie. Ik ken verhalen van mannen die agressief worden, hun vrouw slaan vanuit die frustratie.Het kan wel hoor, een man die heel gelukkig is met een hoger opgeleide vrouw. Op voorwaarde dat hij sterk in zijn schoenen staat en goed in zijn vel zit. Ik ken een advocate die samen is met een garagist, en dat gaat heel goed. Hij is heel gedreven in zijn job, zijn zaak loopt goed, hij is niet gefrustreerd. En bij jonge vrouwen speelt ook het uiterlijk van de man een grote rol. De lijstjes die ik krijg zijn soms niet te geloven. Hij moet groot zijn, hij moet een atletisch lichaam hebben, mag geen buikje hebben of kaal zijn, moet bruine ogen hebben…Al zijn er gelukkig ook mensen –mannen en vrouwen- die zeggen: het maakt niet uit, als het maar klikt.
 
Welke klanten zijn het moeilijkste om een partner voor te vinden?
Ponnet: ‘Zo’n 10% van mijn klanten kan ik moeilijk tevreden stellen. Mensen met bindingsangst, bijvoorbeeld, die stellen ook vaak te hoge eisen aan een partner. Een man stuurde me eens foto’s door van Dina Tersago en Ann Van Elsen: dat waren voorbeelden van vrouwen die hij wou ontmoeten. Laatst had ik een vrouw die zei dat ze op grote mannen viel, ze was zelf 1m62. Ik stelde haar een man voor van 1m72. Dat was niet groot genoeg vond ze, ze wou hem niet ontmoeten. Je moet ook openstaan voor anderen. Vrouwen kunnen evenveel bindingsangst hebben dan mannen en relaties saboteren. Die bindingsangst kan voorkomen uit negatieve ervaringen in vorige relaties, zoals ontrouw. Dat is het minst erg, want daar kan je door positieve ervaringen weer van verlost raken. Bindingsangst die ontstaan is in de jeugd daar raak je het moeilijkst van af. Als je moeder je verlaten heeft toen je 3 was, als je ouders gescheiden zijn en je gezien hebt dat de oplossen voor conflicten een breuk is, dan zal je vertrouwen in relaties minder groot zijn. En zul je liefde voorwaardelijker gaan benaderen, misschien vlugger opgeven bij conflicten, je niet heel kwetsbaar durven opstellen. Vandaar het belang van een warm nest, ouders die elkaar graag zien: zo krijg je een voorbeeld mee van hoe een relatie, met al zijn ups en downs, een leven lang kan blijven duren. Maar ik denk dat koppels nog meer uit elkaar gaan in de toekomst, en dat lijkt me geen goede zaak.
 
Dit zal meer klanten opleveren...
‘Ja, maar daar ben ik niet blij mee. Ik ben een noodzakelijk kwaad, het zou beter zijn als niemand op mij een beroep moet doen om de liefde te vinden. Jane Austen schrijft: ‘The most beautiful thing in the world is a match well made’. Wel, dat vind ik ook. Het is ons diepste verlangen: voor iemand anders nummer één zijn, iemand die van je houdt om wie je bent. Je kunt een goede carrière hebben, leuke vrienden, maar dat kan het geluk van een goede relatie op lange termijn niet evenaren.’