Liefde is een zoekterm

01 december 2006

Stormachtig op zoek naar de liefde, maar wel via een bureau. Kan het onromantischer? Toch doen velen het. Want waarom zou je het dan niet doen? Jeroen Overstijns van De Standaard  had een gesprek met Rika Ponnet en 4 Duet-leden.

 

"Natuurlijk vindt bijna niemand het leuk om naar een relatiebureau te stappen." Overstijns citeert Rika Ponnet die al elf jaar de brug is tussen zoekende zielen en wiens bureau Duet het orkest in de balzaal der gebroken harten is.
Ponnet: "Daar is nood aan, veel nood zelfs, al bellen mijn cliënten vaak na veel aarzelen. Mensen komen naar ons zoals naar de tandarts. Je gaat er niet graag naartoe. Maar tandpijn gaat niet over door in je zetel te blijven zitten.
 
Is er dan iets leukers dan single zijn? Wie wil nu niet de vrijheid om met niemand rekening te moeten houden houden?
Rika Ponnet:
"Singles gaan zogezegd vrij en vrolijk door het leven. Maar zelf zien ze zich eerder als iemand die faalt. Er ontbreekt iets in hun leven. Wat is er mis met mij? Waarom vind ik niemand? Waarom vindt niemand mij? Op familiefeesten moet ik het zelf zo vaak aanhoren. Iedereen heeft een mening over mijn beroep, en altijd zijn er koppels die me vertellen dat zij het wel weten als ze hun partner zouden verliezen. Gewoon terug uitgaan, vertellen ze me dan, en je vindt iemand. Alsof dat zo evident is, eens dertig geworden. Alsof je in een discotheek iemand echt ontmoet. Wat een hopeloze kijk op de zaak.
 
Een relatiebureau is omringd met taboes. Maar het verlangen naar de liefde is dus groot. Toch is de reden om de stap te zetten soms blijkbaar heel banaal...
Ponnet:
"De mensen die ik zie, hebben een drukke agenda. Geen tijd om elke dag met iemand af te spreken, of uren op internetsites te zoeken. Maar onder dat praktische nut zit inderdaad een ander gevoel. Ze voelen zich geïsoleerd. Zien veel mensen, maar hebben daarom nog geen echt contact. Dat begrijp ik helemaal. Ze worden ouder, en steeds meer mensen rondom hen zijn deel van een koppel. Hoe leuk die ook zijn, als single verandert je relatie met die mensen automatisch. Je voelt een afstand.
 
Wie naar een partner zoekt, heeft vaak hoge verwachtingen. Zijn jouw klanten soms hopeloos?
Ponnet:
"De meeste niet, en de ene is soms al hopelozer dan de andere."
 
Als je er niet gelukkiger van wordt, waarom zijn er dan steeds meer singles?
Rika Ponnet:
"Er zijn heel eenvoudigweg meer singles omdat we dat onszelf kunnen permitteren. Vroeger was romantiek een onbereikbare luxe. De praktische kant en de zorg overwogen in de keuze voor een relatie. Mensen hadden niet het geld om alleen te wonen. Nu wel. Ik vind dat niet altijd een goede ontwikkeling. Mensen nemen volgens mij soms te snel de beslissing om hun relatie op te breken. Niet beseffend hoe moeilijk het is om nadien, op oudere leeftijd, opnieuw te beginnen.Mensen gaan vaak uit elkaar na twee à drie jaar. Dan is de verliefdheid onherroepelijk op. Niet iedereen kan dan de volgende stap zetten. Of na tien jaar, wanneer de verhouding een machtsspel is geworden dat ze niet opgelost krijgen. Vrouwen hakken blijkbaar uiteindelijk vaak de knoop door. Misschien daarom wel dat ik meer verliezende mannen dan verliezende vrouwen zie.
 
Je zag naar eigen zeggen al vijftienduizend mensen. Ervaringsdeskundiger kan dus niet. Wat moet een man doen om als structurele verliezer toch in de gratie te vallen bij een nieuwe partner?
Ponnet:
"Zeker niet opnieuw bij zijn ouders gaan wonen. Vrouwen vinden dat een afknapper. Toch zie je dat vaak. Veertigers die nooit hebben geleerd voor zichzelf te zorgen. Of twintigers die Hotel Mama o zo gemakkelijk vinden. Al verkleint die laatste groep. Twintigers en dertigers trekken meer en meer hun plan, mannen van veertig en ouder heel wat minder."

Moet een man tegenwoordig begrijpend zijn, goed gekleed en eyeliner gebruiken?
Ponnet:
"Ik geloof niet veel van de metroseksueel. Die valt tussen twee stoelen. Ik ervaar bij vrouwen geen grote behoefte aan de metroseksueel. Natuurlijk moet een man begripvol zijn. Natuurlijk moet hij haar aanvoelen. Maar hij moet ook wel een beetje mannelijk zijn. Zoals een vrouw ook al lang niet meer de zwakke pool hoort te zijn in een relatie. Oh ja, ook ik kom de clichés tegen van de bedeesde huisvrouw. Maar ben je sowieso zwak omdat je huisvrouw bent? En moet een relatie uit twee haantjes bestaan? Er is geen betere setting om een hopeloze machtstrijd in gang te zetten.
Weet je, we praten nu over termen die het goed doen in de media. Maar eigenlijk is de essentie voor een gezonde relatie volgens mij tegelijk veel vager en veel concreter: ken jezelf. Ik heb cliënten die relatiebemiddeling ook zien als een goede manier om aan zichzelf te werken. Maar veel mensen slagen er zelfs niet in om die stap te zetten, hoe hard ze het ook nodig hebben om eens naar binnen te kijken. Ze blijven maar alle fouten bij de ander leggen. Hun eigen rol negeren ze totaal. Of het ligt niet aan hen maar aan ons: wij geven hen de slechte profielen. Wij weten niet wie bij hen past. Nee, dat zijn inderdaad moeilijke cliënten om iemand voor te vinden. Ze slagen er ook zelden in om op lange termijn een goede relatie uit te bouwen.
 
Wie is Rika Ponnet in dit verhaal? Een relatiebemiddelaar met veel cv’s en een hypothese over welke profielen bij elkaar passen? Of een relatietherapeute?
Ponnet:
"Het balanceert soms inderdaad op een slappe koord. Ik zie mezelf misschien wel evolueren naar een singles coach. Toch denk ik soms dat mijn job nu zwaarder is dan de job van een therapeut. Hij kan zijn grenzen beter bewaken, terwijl ik natuurlijk een heel actieve rol heb in het proces. En natuurlijk maak ik daarbij fouten. Ik ben bereid mezelf in vraag te stellen. Maar soms krijg je toch echt wel shit over je heen. En dan zucht ik wel eens, heel diep. Toch blijf ik ervoor gaan. Ik krijg gelukkig vaak enthousiaste mails vam mensen waarbij het gelukt is. Dat is dan de kers op de taart. Zoiets motiveert me. Dan voel ik dat ik zinvol werk doe. Zelf zie ik zo veel kwetsbaarheid bij mijn cliënten, elke dag weer en ook steeds meer. En daarop knapt iedereen af. Je wilt geen watje als vrouw of man. Terwijl bij elke nieuwe breuk de onzekerheid toeneemt, en vaak ook de agressie om dat gevoel te maskeren. We willen graag dat onze partner zelfzeker is, een beetje stoer zelfs, dat hij sterk en ondernemend in het leven staat, dat hij van zich afbijt. Maar we willen ook dat hij kwetsbaar en gevoelig is tegenover ons. Dat zijn twee heel tegenstrijdige dingen. We willen een groot engagement, we willen vertrouwen en eerlijkheid. Maar dit tijdperk van de seriële monogamie maakt het heel moeilijk om precies dat te creëren. Echt vertrouwen tussen twee mensen vergt trouw, en dat vergt ook tijd. Die nemen we niet meer."
"Ik betrap mezelf op steeds meer conservatisme. Ik zie zo veel mensen hopen op geluk. Maar ik zie ook hoe mensen handelswaar worden. De ene voor de andere inwisselen zonder veel nadenken. Het consumeren van mensen noem ik dat. Daar wordt niemand gelukkiger van. Ik hoorde ooit Mia Leysen, professor psychologie, vertellen wat voor haar het paradijs op aarde was. Het paradijs, zei ze, is een wereld van relaties waarin mensen volledig vertrouwen kunnen hebben in elkaar. Het is een grote waarheid, maar waar, denk ik soms, moeten we dat vertrouwen vandaan halen?"
 
Alles gaat goed - Greet (37)
"Weet je wie iets interessants gezegd heeft over man en vrouw? Schopenhauer. Hij zegt dat we niet zoeken naar elkaar uit romantiek of uit hartstocht. We zoeken een partner om onze eigen zwakheden te compenseren. De kinderen uit zo’n relatie zullen dan niet de problemen krijgen die we zelf ervaren. Zegt Schopenhauer.” In een Brussels café vertelt Greet me hoe ze naar relaties kijkt. De herfstzon licht haar gezicht op. Maar haar enthousiasme zou door elke duisternis priemen. Geen spoor van treurnis om een mislukt bestaan. Integendeel. “Ik heb niemand nodig om mijn leven te redden. Alles gaat goed. Ik krijg mijn lening betaald. Ik moet mijn kinderen niets ontzeggen en we lachen veel samen.” Ooit was Greet getrouwd met een Venezolaan. Drie kinderen hebben ze. En toen gingen ze uit elkaar. “Niet omdat er te weinig liefde was, hoor. Maar hij voelde zich niet goed in zijn vel. In zijn hoofd zaten zijn demonen. En toch kan ik me voorstellen dat wij nog samen oud zullen worden. In een rolstoel naast elkaar in de zon. Praten over het leven, over onze kinderen. Wij zien elkaar sowieso vaak. Doen samen dingen met de kinderen. Mijn ex weet ook dat ik mannen tegenkom via een relatiebureau. Hij vindt het een goed idee. Stimuleert het zelfs.” Verder weten slechts twee van haar vriendinnen van Greets zoektocht. Is een partner vinden langs deze weg dan nog altijd taboe? ‘Een taboe was het voor mij zeker voor ik eraan begon. Ik bekeek het heel eenzijdig. Nu nog vind ik het niet leuk om te weten dat je profiel cirkuleert, maar verder heb ik er geen problemen mee. Je wordt ouder en je leefwereld kleiner. Waar ontmoet je mensen, eens de dertig voorbij? Aan een schoolpoort. En verder? Een collega van me drukte het eens mooi uit. Ik help mijn lot gewoon een beetje, zo zei ze. Gelukkig toeval bestaat, maar ik maak het toch graag zelf wat groter.” “Enig kind was ik. Overbeschermd door mijn ouders. Ik wilde openbreken, ging reizen en vreemde dingen opzoeken. Mijn buitenlandse eerste man zal daarvan wel een resultaat zijn. Ik hoopte ook dat mijn kinderen iets van zijn exotisme zouden hebben, een bredere blik dan ik zelf had meegekregen. Mijn ouders hadden het moeilijk met onze scheiding. Al zeiden ze daar niets over. Maar daar gaan dan jaren overheen. En uiteindelijk draaien ze bij. Nu zien ook zij hem weer af en toe. En dat gaat. Heel blij ben ik daarmee.” “Bijna tien dates heb ik achter de rug nu. Drie daarvan draaiden zelfs ergens op uit. Ja, dat is wel veel. De eerste date al. We zagen elkaar en het was in orde. Of toch een beetje. Ik wist wel ook al snel dat we niet echt samen pasten. Maar het is gezellig samen en waarom zou je het dan niet doen? Heel simpel: omdat gezelligheid niet genoeg is, merk je later.” “Met een andere man werd het echt meer. Hij kwam meteen bij me thuis. Hij sprak weinig. Maar hij kon me zo aankijken. Met zo veel respect. Door te zwijgen en te kijken gaf hij me zijn grenzen aan. Fantastisch was het, om elkaar te begrijpen zonder woorden. We konden praten over de meest intieme dingen. Zijn scheiding. Zijn kinderen. Zijn angsten. Toch verdween ook hij uit mijn leven. Daar hadden we beide niet om gevraagd. Maar het gebeurde. Ik denk nog veel aan hem. Aan het gemis. Maar vooral aan de vreugde die we in elkaars leven hebben gebracht. Hoe hij zwijgend over mij zat, en toch zo veel zei.” “Weet je waarom ik graag iemand naast me heb? Niet omwille van de zekerheid. Ik heb mijn kinderen en mijn job. Ik heb mijn verdriet maar ook mijn vreugde. Ik ben gelukkig. En dat geluk kunnen delen, volgens mij is dat het hoogste goed. Wat denk jij?”
 
Laat op weg - Johan (33)

Kleren en handdoeken liggen kaarsrecht op elkaar gestapeld in zijn kasten. Bovenop grote dozen met reisherinneringen. Namen van landen in elk continent staan netjes genoteerd aan de zijkant. Niets slingert er doelloos rond in het appartement van logopedist Johan. De glimlach ligt op zijn gezicht gebeiteld. Hij toont me prachtige foto's die hij onlangs nog maakte in Vietnam. Daar voerde hij zijn eigen oorlog. “Ik ontmoette er op een groepsreis een meisje. Ik voelde me aangetrokken. Door haar speelse manier van doen wellicht. Maar ze speelde ook met mij. Toen ik mijn gevoelens vertelde, duwde ze me verschrikt af. Dat heeft pijn gedaan, heel veel pijn. Zo ben ik blijkbaar. Snel willen zijn, en dan het deksel op de neus. Afgewezen worden, je leert er een beetje mee leven, maar nooit echt. Omgekeerd is al even moeilijk. Maak dat meisje maar eens vriendelijk duidelijk dat je niets voor haar voelt.” “Op stap gaan met Joker was een manier om mijn leven open te breken. Weg van de vertrouwde vriendenkring die steeds meer uit koppels bestond, mensen die ik al lang kende maar die mijn verhaal steeds minder snapten. Weg van hen, zoals ik weg ging van huis, te laat wellicht. Weg ook van de studies die ik deed. Opgelegd door mijn moeder. Ik zoek nu pas op verschillende vlakken mijn eigen weg, jaren later dan anderen. Nu pas denk ik dat er ruimte is voor een vriendin. Maar dan moet je ze nog vinden natuurlijk.” “Ja, wellicht heeft die slechte relatie van mijn ouders me getekend. Mijn vader is ondertussen overleden. Ook dat duwt je jaren achteruit. Nu heb ik dat achter me gelaten. Via een relatiebureau zoek ik iemand. Het biedt een rustig kader. Je zit over elkaar en kent de intentie van de ander. Geen pose, geen gedoe. Al merk ik steeds meer dat je niet de doorsnee karakters voor je krijgt. Opvallend hoeveel mensen je ontmoet die zichzelf nog moeten leren kennen.” “Ik denk veel na, wellicht iets te veel. Maar door alle pijn keer je automatisch naar binnen. Zo heb ik mezelf beter leren kennen. Mijn contactpersoon bij het bureau krijgt van me altijd uitgebreid feedback. Ik mail hen. In de hoop dat ze een steeds beter beeld van me krijgen. Hun antwoorden zijn meestal kort. Uiteindelijk moet je zelf je weg zoeken.” “Ik ben introvert. Maar veel mensen zijn dat op een of andere manier. Veel meisjes op een groepsreis vertellen eerst dat ze een vriend hebben. Na een paar dagen blijkt dat gelogen. Zo houdt iedereen zich toch in? Maar het maakt de dingen niet gemakkelijker. En toch ga ik verder. Zonder relatie voel ik me onvolledig. Ik stel me voor dat je in een relatie een veelvoud wordt van jezelf. Fantastisch, toch?”
 
Ieders vriend - Liesbet (47)
Nog voor ik zit, praat ze al. Ze is net terug van een weekend, en volgende week staat er weer een in haar agenda. Kampen met jongeren, het ene na het andere. Sinds jaren is dit haar werk. Het begeestert haar, maar neemt ook tijd in beslag, veel tijd. Tijd die ze niet kan besteden aan het zoeken naar iemand. Gewoon daarom zit ze nu in de databank van een relatiebureau. Geen spiegelbeeld van zichzelf wil ze, wel een soulmate. In de ware gelooft Liesbet niet, maar daar wordt ze niet minder vrolijk om. Ze heeft blond haar dat piekt naar alle kanten. Haar handen bewegen heftig mee als ze vertelt, haar ogen blinken. Ze praat vol geestdrift over haar jongeren. Jongeren zonder huis. Zonder geld. Terwijl zij alles heeft. Een huis, twee dochters, een leven. Alles, behalve een man.“Via een relatiebureau heb ik sinds kort dus die afspraken. Twee mannen bevielen me, twee iets minder. Een was toch iets te oud, een andere - mag ik dat zeggen? - toch iets te dik. Ja, ik geef niet graag toe dat zoiets me dwars zit. Want ik wil daar doorheen kijken. Ik ben al wat ouder. Dan leer je veel verschillende dingen waarderen in mensen.” “Twee lange relaties heb ik al gehad. Nee, die herinnering sleur ik niet met me mee. Ik ben niet teleurgesteld in relaties. Mijn eerste was mijn jeugdliefde. Fantastisch. Meer dan vijftien jaar heeft dat geduurd. En mijn tweede relatie duurde ook meer dan vijf jaar. Ik ben een trouwe hond. Maar als het op is, dan is het op. Dan heeft het geen zin om te rekken.”  “Mannen van mijn leeftijd willen een jongere vrouw, vijf of tien jaar jonger dan zij zelf. Toch kijk ik op een jongere manier naar de dingen dan mijn leeftijdgenoten, merk ik. Ik wil er graag goed uitzien, verzorg mezelf. Ik heb ook veel sociale contacten. Aan de kassa van de supermarkt raak ik gegarandeerd aan de praat. De mensen willen graag praten hoor. Maar alleen op café zitten geeft zo een foute indruk voor een vrouw. Dat doe ik dus niet. Ik ga ook niet naar fuiven voor singles. Ik zou me er voelen als koopwaar.”  “Eigenlijk zoek ik om niet alleen oud te moeten worden. Iedereen heeft liefde nodig. Seks ook, genegenheid en een oor dat luistert. Een lichaam dat naast me op de bank ligt op sommige dagen. En op andere dagen met me gaat bergwandelen. Samen naar iets hoger. Nee, ik twijfel niet, het komt.”
 
Liefde is ondernemen - Barbara (30)
“Een babbelutte. Zo noemt mijn grootmoeder me. Iemand die veel praat, bedoelt ze dan. Dat heb ik van mijn moeder. Bij mijn ouders is het duidelijk hoor, wie de broek draagt. Mijn vader lacht daar altijd mee. ‘Jij hebt het moeilijke karakter van je moeder,’ zegt hij dan. Ik zoek dus een man die tegen een stootje kan. Iemand waar ik naar kan opkijken, met een sterke persoonlijkheid. Soms zit je op een date voor iemand en er komt bij die andere geen enkele vraag uit. Waarom wil je dan in hemelsnaam een gesprek?” Barbara heeft een relatie van zes jaar en ondertussen meer dan dertig dates achter de rug, via internet en later een relatiebureau. Eerst dacht ze dat ze wel snel een nieuwe man zou vinden. Na alle ontmoetingen is ze minder zeker geworden. Wat voor iemand moet het in hemelsnaam zijn? Maar van de liefde zelf heeft Barbara een duidelijk beeld. “Ooit werd ik ontslagen. De gsm van mijn vriend stond niet op toen ik hem belde. Verward spoorde ik naar huis. In het station stond mijn vriend daar plots. Hij had mijn bericht gehoord en alles op zijn werk laten vallen. Hij was er op het juiste moment. Dat was liefde. Later liep het toch fout. Waarom? Ach ja. Hij was een vrouwenzot.” Ze zucht en lacht tegelijkertijd. “Die relatie was mijn grootste goed. Na de breuk waren het moeilijke maanden.” Maar Barbara is van het ondernemende type. Eerst deed ze aan internetdating. “Heel leuk, veel contacten, maar iedereen doet zich beter voor dan hij werkelijk is. En je steekt er zo veel energie in, verschrikkelijk. Daarom ben ik naar een relatiebureau gegaan. Zij doen het voor je. Soms levert dat rare dates op. Waarom sturen ze zo iemand naar mij? Maar ik vertrouw het bureau. Als zij een link zien, dan zal er wel iets zijn.” Barbara weet waarop ze afknapt. “Mannen die het naar eigen zeggen ‘goed hebben bij Hotel Mama’. Verschrikkelijk! Ooit hadden een kandidaat en ik het over zijn reizen. Ik vroeg met welk type vliegtuig hij laatst had gevlogen. Iets rood, antwoordde hij verveeld. En hij had het over zijn maten in plaats van over zijn vrienden. Dat was dus een regelrechte afknapper.” “Nochtans heb ik een leuk trucje om iemand te leren kennen. In de eerste mail stuur ik een dilemmalijst op. Vijftien vaste vragen heb ik. Londen of Parijs? Platteland of stad? De beste antwoorden zijn die met een beetje uitleg, en nog beter is een dilemmalijst terug. Maar niet zoals die ene. In bed of op de tafel, mailde hij me meteen. Ik was zó verontwaardigd. Maar die dingen horen erbij. Ik blijf ervoor gaan. Ik neem de touwtjes graag zelf in handen. Misschien schrik ik zo wel mannen af.” “Soms twijfel ik aan mezelf. Maar niet veel. Je hebt wel moeilijke momenten. Je loopt op zaterdag door de stad en ziet overal koppels. Ook vrouwen die er niet uitzien als een fotomodel hebben man en kind aan hun zijde. Dan denk je: waarom ik niet? Kwaad word ik daar niet van. Maar je voelt iets. Noem het gewoon teleurgesteld.”