Uiteindelijk willen we maar één ding: de grote passie

01 september 2006

Kaat Schaubroeck interviewt Rika Ponnet naar aanleiding van de verschijning van haar boek ‘Mijn leven als koppelaarster’. Op die manier stelt Libelle Ponnet ook voor als de nieuwe relatiedeskundige van het blad.

 

Ik weet nog hoe we samen studeerden, het hoofd gebogen over liefdesdrama’s van Duitse schrijvers, en hoe we het, op weg van de les naar het station, ook wel eens hadden over meer aardse vormen van de liefde. Maar nooit, in geen duizend jaar, had ik in haar een koppelaarster gezien. Hadden ze het haar toen voorspeld, dan zou ze het zelf ook niet hebben geloofd, lacht Rika Ponnet. Intussen is ze - samen met echtgenoot Mark Boeykens - al meer dan tien jaar de drijvende kracht achter relatiebemiddelingsbureau Duet.
Ponnet: ‘Relatiebureaus hadden een verschrikkelijke reputatie; het merendeel werd ook geleid door charlatans, die astronomische bedragen vroegen voor gebakken lucht. Maar het was in die tijd niet eenvoudig om een job te vinden, en toen ik ging solliciteren bij Adagio (het relatiebureau waarvoor ze eerst werkte, ks), had ik het gevoel dat hun bedoelingen correct waren. Ik was ook wel nieuwsgierig naar het werk in zo’n bureau, al wist ik er verder niets van af. Ik had in elk geval een pak vooroordelen over het soort mensen dat daar naartoe ging. Dat ze vast en zeker een stuk ouder waren en dat er iets serieus mis mee moest zijn…’

Begin jaren negentig moest de single ook nog uitgevonden worden. Toen waren het alleenstaanden, en dat klonk al een stuk minder hip.
Ponnet:
‘Je kan je nu niet meer voorstellen hoe denigrerend toen nog over alleenstaanden werd gedaan. Wat dat betreft hebben we de voorbije tien jaar een spectaculaire evolutie doorgemaakt. Het aantal singles is niet alleen enorm toegenomen, ze hebben zich ook geëmancipeerd. Nu zie je bijna het andere uiterste: het lijkt alsof alle singles kapitaalkrachtige dertigers zijn, die hun eigen versie van Sex and the City waarmaken, feestjes afschuimen, intens leven - wat zeker ook niet strookt met de werkelijkheid. Een uitgebreid marketingonderzoek toonde vorig jaar aan dat singles het op bijna alle terreinen minder goed doen. Ze hebben een kleiner budget, reizen minder, hebben minder vaak internet. En een rijk seksleven hebben ze al helemaal niet: vaak gaat het om soloseks, want one night stands ervaren velen als zeer onbevredigend. Vrouwen, maar ook mannen, al zullen zij het minder snel zeggen.’

Je schrijft het in je boek: mensen zijn niet gemaakt om alleen te zijn?
Ponnet:
‘Ik ben er zeker van dat mensen in bepaalde periodes van hun leven zeer graag en zeer gelukkig alleen zijn, maar ik geloof niet dat het voor de meesten een keuze is op lange termijn. Dat verlangen om op een diep niveau met anderen in verbinding te staan, om zorg te geven én te krijgen, is toch wel fundamenteel. We gaan er vandaag iets te makkelijk van uit dat we allemaal zo zelfstandig mogelijk moéten zijn, en dat we niet matuur zijn als we op ons 25ste nog thuis leven. Maar in andere culturen is dat ondenkbaar. Er wonen in mijn buurt heel veel mensen van Turkse origine. Zij begrijpen niets van die drang om alleen in een appartementje te zitten. De sociale controle is bij hen natuurlijk groot, maar daar tegenover staat dat ze nauwelijks eenzaamheid kennen. Vooral de oudere alleenstaanden, voor wie wij in onze maatschappij vaak geen tijd vinden, worden bij hen toch een stuk beter opgevangen.’

Als relaties zo belangrijk zijn, is het dan geen teken aan de wand dat die niet meer spontaan tot stand kunnen komen? Jouw jongste kandidate was achttien…’
Ponnet:
‘Nog sterker vind ik het verhaal van twee mensen die via Duet verliefd werden op elkaar, en pas toen ontdekten dat ze in hetzelfde appartementsblok woonden: dat illustreert perfect dat er wel wat schort aan onze manier van met elkaar omgaan. We zijn allemaal vrij koel, we zijn bijna aangewezen op de uitgaanscultuur om elkaar te leren kennen, maar naarmate je ouder wordt, valt ook die weg. Op fuiven val je uit de boot, en na een voorstelling in het theater zal je niet gauw aangesproken worden omdat je er zo sympathiek uitziet. Er zijn nu zo’n miljoen singles, maar ze vinden elkaar gewoonweg niet meer.’

Je pleit zelf voor een minister van de alleenstaanden: misschien zou die maar eens werk van ontmoetingsplaatsen kunnen maken?
Ponnet:
‘Ik droom van een soort VDAB voor alleenstaanden: een plek waar je vlot binnen en buiten wandelt, met een soort databank waarvoor je je kunt aanmelden, terwijl tussenpersonen je op weg helpen. Nu heb je wel datingsites, en die zijn ook laagdrempelig, maar daar is de controle totaal verdwenen, waardoor je veel mensen aantrekt met niet zo goede bedoelingen. Van zo’n VDAB wordt uiteindelijk de hele maatschappij beter: wanneer mensen privé gelukkig zijn, functioneren ze ook beter op economisch vlak.

Wat me opviel, was dat velen echt hun lot in jouw handen leggen. Ze vragen letterlijk wat jij van hun keuzes denkt.
Ponnet:
‘Een aantal vindt het zeker prettig dat er omkadering is, en wil ook één en ander aftoetsen. Feit is dat de partnerkeuze volgens bepaalde patronen verloopt die al vroeg in je jeugd zijn vastgelegd. Het is voor iedereen dus een interessante oefening om na te gaan waarom je in het verleden minder gelukkige keuzes hebt gemaakt… Maar het klopt dat men er soms te veel van uitgaat dat ik het allemaal weet. Als mensen in het verleden altijd op foute mannen of vrouwen gevallen zijn, zeggen ze wel eens: ik heb het altijd verknoeid, ik ga het nu eens door jullie laten oplossen. (lacht) Maar zo werkt dat niet. Ik kan een kandidaat voorstellen, en dat kan een schitterende man of vrouw zijn, maar soms vallen ze er gewoon niet voor. Dat betekent dat die persoon in hun ontwikkelingsproces te vroeg komt, dat ze eerst nog wat minder ideale relaties moeten hebben.’

Werkt het zo simpel?
Ponnet:
‘Toch wel. Soms ontmoet je mensen die op alle vlakken ideaal zijn, en toch word je niet verliefd, omdat die relatie voor jou gaan uitdaging is. Onbewust ben je altijd op zoek naar iemand die je verder helpt met je persoonlijke ontwikkeling. Iemand die ervoor zorgt dat je, samen met hem, een stuk groei kunt doormaken, met een aantal dingen uit het verleden in het reine kunt komen. Op z’n ideaalst maak je die groei samen door, en dat zijn dan de relaties die ook op lange termijn standhouden. Als dat niet werkt, dan breekt de relatie af omdat je altijd weer vastloopt in dezelfde conflicten.

Je haalt ergens het idee aan dat we onze partners kiezen op basis van onze angsten en onzekerheden…
Ponnet:
‘En blijkbaar herkennen we dat feilloos bij elkaar, alleen zijn we ons daar op dat moment niet bewust van en denken we dat het voor zijn gevoel voor humor is, of voor zijn mooie ogen…’

Dus eigenlijk zou er in een contactadvertentie moeten staan: ‘Vrouw met intimiteitsangst  zkt man met hetzelfde probleem…’?
Ponnet:
‘Ja, of: ‘Vrouw uit autoritaire gezinsstructuur zkt man met gelijkaardige jeugdervaring.’ Bijna altijd gaat het terug op wat je thuis, in je gezin hebt ervaren, al kies je nog altijd een eigen rol, afhankelijk van je temperament. Vandaar dat vier kinderen in een gezin op een verschillende manier met die patronen kunnen omgaan. Als je een dominante vader had, dan kan je zelf voor een dominante man kiezen, of juist voor een zwak figuur, omdat je je tegen dat patroon wil afzetten. Op het  eerste gezicht kan je partner dan wel verschillen van je vader, maar als je een aantal jaren samen leeft, ontdek je de onderliggende angsten en patronen, en besef je: tiens, ik zit niet eens zo ver van de situatie die ik thuis heb meegemaakt. Je kunt inzicht verwerven, en dat patroon bijstellen, maar jezelf volledig heropvoeden, lukt nooit.’

Ook de rolpatronen blijken trouwens bijzonder hardnekkig.
Ponnet:
‘Het is al sterk geëvolueerd, maar op dit moment zijn beide geslachten nog op zoek naar hun identiteit. Vragen ze zich af wat er nu van hen wordt verwacht. Soms heeft men het op een bepaalde manier geprobeerd, zegt men: allez, ik heb toch altijd veel in het huishouden geholpen, en nu is het nog niet goed (lacht). Ik denk dat zowel mannen als vrouwen het prettig vinden om met een nieuwere man of vrouw samen te zijn, maar dat is toch niet de reden waarom ze erop gevallen zijn…

Sterker nog: mannen hebben het blijkbaar nog altijd lastig met sterkere vrouwen.
Ponnet:
‘Je ziet het vandaag vaak: ik heb het in mijn directe omgeving meegemaakt: twee mensen die een gelijkwaardig diploma hebben, beginnen te werken, en haar carrière verloopt veel vlotter dan de zijne. Waarop hij manifest weigert nog iets in het huishouden te doen, en zij hem vervolgens op een subtiele manier onderuit begint te halen, zelfs als er vrienden bij zijn. Op een bepaald moment voelt hij zich zodanig vernederd dat hij nog maar één middel ziet om de sterkste te zijn: fysiek geweld. Therapeuten rapporteren nu ook veel vaker geweld tussen hoger opgeleide partners dan vroeger: dat is een signaal dat er een machtsstrijd aan de gang is. En vrouwen hebben het zelf ook vaak moeilijk als de rollen omgedraaid worden: de meesten zijn niet geïnteresseerd in een man die op alle terreinen minder presteert dan zijzelf. Ze vallen op succesvolle mannen. ‘Hij moet in iets uitblinken,’ zeggen ze dan.’

De top drie is: geneesheer, een creatieve beroep, zakenman…
Ponnet:
‘Vooral artsen blijven het goed doen. Die zijn bijna het prototype van de nieuwe man: succesvol, verstandig, maar tegelijk wordt hun beroep geassocieerd met zorg, empathie, een zekere sociale bewogenheid.’

Het viel me wel op dat de lijstjes van eisen waaraan een partner moet beantwoorden, soms zeer uitputtend zijn. Willen we niet te veel?
Ponnet:
‘Absoluut. Zeker bij het begin van een relatie stellen mensen vaak eisen die niets meer met geluk te maken heeft. Sommigen leggen het bijna uit aan de hand van een reclamefoto. ‘Ik wil een type man dat met een 4x4 rijdt, en dan gaan we met de kinderen naar de zee met onze labrador.’ Dan denk ik al meteen: Becel pro-actief! Het is ook eigen aan ons tijdskader. De kerk legt ons niets meer op, er ligt nog weinig vast en mensen hebben blijkbaar behoefte aan bepaalde codes. En dan nemen ze beelden over uit de media…’

Je gaat er wel van uit dat de voorbije jaren het netto aantal geluksjaren in de liefde per persoon is toegenomen.
Ponnet:
‘Ik ben niet zo negatief over de maatschappij. Naar kinderen toe, en de manier waarop we met scheidingen omgaan, hebben we nog een lange weg af te leggen. Maar velen vinden na een breuk een nieuwe partner, en als je dan aan het eind de gelukkige relatiejaren optelt, dan zit het gemiddelde zeker hoger. Mensen hechten daar nu ook meer belang aan dan vroeger, toen een huwelijk meer een praktische regeling was. Ik heb recent de resultaten van een onderzoek gezien dat voor het eerst veertig jaar geleden werd uitgevoerd. Toen vroeg men aan vrouwen of ze een geschikte huwelijkskandidaat zagen in een aantrekkelijke man die vrij was, een goed diploma, een behoorlijk inkomen en een goed karakter had, ook al waren ze niet verliefd. Meer dan zeventig procent zei van wel. Het onderzoek is recent overgedaan en geen tien procent van de vrouwen vond dat nog een aanvaardbare reden om met iemand te trouwen. Uiteindelijk verwachten we allemaal de grote passie, liefst een leven lang.’

De fun, de hits...
Ponnet:
‘En dat is gewoon te hoog gegrepen. Het moet allemaal spannend zijn, ook als men het over seksualiteit heeft. Het beeld dat wij constant voorgeschoteld krijgen, is dat van een relatie in de verliefdheidsfase. Iedereen doet het zogenaamd vier, vijf keer per week: als je je relatie daar aan aftoetst, dan kom je er bekaaid vanaf. Maar je kunt een perfect seksleven hebben en veertien keer per jaar vrijen. Als twee mensen zich daar goed bij voelen, en verder veel affectie en intimiteit ervaren, wat is dan het punt? Vroeger had je een bepaalde moraal waarmee mensen onder de knoet werden gehouden, maar dit soort dwangideeën kan even dogmatisch zijn. We zijn goed bezig met onszelf weer een hoop taboes op te leggen. Eerlijk: ik ken niemand die al tien jaar getrouwd is en nog vijf keer per week vrijt. Tenzij hij een minnares heeft, ja…’

Je kreeg op een bepaald moment de vraag van een succesvol zakenman die via jullie een minnares wilde vinden…
Ponnet:
‘Een serieuze minnares, ja. Zoiets weiger ik, absoluut. Wettelijk kan het niet, omdat je dan aanzet tot overspel en dat gaat nog altijd in tegen de goede zeden. Maar ik kan dat ook niet met mijn persoonlijke moraal verzoenen. Ik zie nog te veel hoe mensen lijden onder ontrouw. Wat zou ik daar dan aan meewerken? Die man zei me dat hij de toestemming had van zijn vrouw, maar ik stel me dan in de positie van die vrouw, die misschien de minst slechte van twee keuzes heeft gemaakt. Da’s een compromis dat veel vrouwen sluiten, zeker als ze met een succesvolle man samen zijn, want die hebben ze vaak niet voor zich alleen. Het is een keuze die je maakt: als je een trouwe, monogame man wilt, moet je je geen succesvol exemplaar uitkiezen.

Je maakt er geen geheim van: je hebt ook ontevreden klanten.
Ponnet:
‘Ik wil een deel van de schuld zeker op mij nemen: niet elke klant voel ik even feilloos aan. Maar werken met een niet ingevuld verlangen is een van de zwaarste uitdagingen. Als je bij ons aanklopt, stap je in een intensief proces: je leert mensen kennen, wordt misschien verliefd, misschien ook afgewezen. Je zet uiteindelijk een grote stap: je stelt je weer kwetsbaar op, bent bereid uit je veilige cocon te stappen, je open te stellen voor de risico’s die een nieuwe verliefdheid meebrengt. Juist daardoor gebeurt het wel eens dat mensen net in die periode, buiten ons om, een grote liefde vinden.

Over grote liefdes gesproken: ik zag dat je nog een carrière hebt overwogen als schrijfster van liefdesromans?
Ponnet:
‘Nu heb ik via Duet natuurlijk tal van mooie verhalen verzameld, maar ik heb dat eigenlijk als studente al willen doen. Jij niet dan?

Nee, maar ik vroeg me af welke van de verhalen je zelf zou uitkiezen, als je ooit nog een boek zou schrijven.
Ponnet:
‘Er zijn er zoveel… Zoals het verhaal van een man die via ons een vrouw leert kennen. Ze overwegen voorzichtig een relatie, maar dan krijgt hij kanker, en sterft. Op de begrafenis leert ze de behandelende arts kennen, die ook single blijkt te zijn. Ze worden beetje bij beetje verliefd en beginnen een relatie. Als je zoiets in een weekendfilm zet, dan vindt iedereen het overdreven, terwijl die verhalen wel degelijk gebeuren. Maar het zou te hoog gegrepen zijn om te beloven dat wij iedereen aan een partner kunnen helpen. Ik spreek nu wat tegen mijn winkel, maar voor velen is de realiteit dat ze moeten leren alleen leven. Het diepste verlangen naar een partner gaat wellicht nooit over, maar je kunt daar wel een vervanging voor vinden die ook waardevol is, bijvoorbeeld door de zorg voor kinderen of kleinkinderen op te nemen, of voor een goeie vriend die ziek is. Voor mensen die daar een zekere rust in vinden, erin slagen hun leven op die manier zin te geven, heb ik immens veel bewondering.’