'Hoe onze hechtingsstijl onze relaties beïnvloedt'

23 oktober 2012

Na de eerste verliefdheid ontstaat in veel relaties een 'machtsstrijd': je ergert je aan kleine kantjes, je bent bang te veel van jezelf te moeten opgeven, er ontstaat een bepaalde sleur ... Maar hoe vermijd je dat die strijd het einde van je relatie betekent? Rika Ponnet probeert in haar boek Blijf bij mij de antwoorden te vinden. Interview van Bieke Van Gelder voor Primo.

 

Op de achterflap van je boek lees ik "Lees dit boek en je zult de liefde begrijpen". Kan dat dan?
Ponnet: Goh, dat is een moeilijke vraag, maar ik denk het wel. We koesteren allemaal het idee dat de liefde iets is wat ons overkomt, dat het iets mysterieus is, dat we er geen controle over hebben, alsof er iemand buiten ons is die dat stuurt. Dat is natuurlijk niet zo. ‘Graag zien' verloopt meestal volgens bepaalde patronen en is ook iets wat we leren als mens. Van zodra we geboren zijn, hechten we ons aan onze ouderfiguren en zij leren ons wat liefde is, hoe je liefde toont en ontvangt ... Onze definitie van wat liefde is, is dus eigenlijk iets zeer individueels en we hebben die grotendeels meegekregen van thuis uit. Ontdekken wat voor jou liefde is, daar gaat het om in dit boek. Want ‘de liefde' bestaat niet. Jouw liefde ziet er anders uit dan de mijne. Waar het in mijn boek om gaat, is dat ieder voor zichzelf ontdekt wat de ongeschreven regels zijn die men meegekregen heeft op het vlak van de liefde, want dat zegt veel over hoe je in een relatie staat. Als je daar een goed zicht op hebt, dan loop je veel minder de neiging of de kans om vast te lopen in conflicten.
 
De titel van het eerste deel is ‘De machtsstrijd'. Er staat ook ‘Geen liefde zonder strijd'. Dat klinkt allemaal niet erg romantisch.
Ponnet: We verwachten in een relatie om tot een bepaalde intimiteit te komen met een partner. Dat vergt een vorm van kwetsbaarheid en om je kwetsbaar te kunnen opstellen moet je een gevoel van controle hebben over de ander: zijn betrokkenheid, de duurzaamheid van de relatie ... Je wil graag zekerheid voor je je kwetsbaar opstelt. En elke relatie maakt die fase door. Je moet een zicht hebben op wie wat doet, wat je van elkaar verwacht op het vlak van affectie en aandacht, maar ook alledaagse dingen zoals het huishouden. Je kan zeggen dat dat iets onbenulligs is en niets met liefde te maken heeft, maar onder die afspraken schuilt iets anders. Als je op dat vlak makkelijk tot afspraken komt, dan spreekt daaruit dat je bereid bent om het nest dat je samen aan uitbouwt goed vorm te geven. Als je partner de vuilzakken buitenzet, dan zegt hij eigenlijk: "Ik ben bereid om die inspanning te leveren voor onze relatie". Daar waar het niet lukt, spreekt een onvermogen om te investeren in die relatie, om zich kwetsbaar op te stellen en ten volle tot intimiteit te komen. En dan begint de strijd.
 
Een pak van die dingen zijn volgens jou terug te brengen op ons hechtingsprofiel. Wat houdt dat precies in?
Ponnet: Die kennis over hechtingsprofielen en hun impact op relaties is niet nieuw, hoor. Vooral in de kinderpsychologie en kinderpsychiatrie wordt dat al zeer frequent toegepast. Het onderzoek naar hechting bij volwassenen is veel recenter en daar heb ik het vooral over in het boek. De manier waarop volwassenen in relaties staan is voor een groot stuk terug te voeren op de manier waarop we ons ooit gehecht hebben aan onze ouders én hoe zij zich aan ons gehecht hebben, want het is altijd een wederkerig proces. Ik probeer het in een notendop te verduidelijken: om te kunnen overleven komt er vlak na onze geboorte een hechtingsmechanisme op gang. De manier waarop ouders je leren uiting te geven aan zorg, nabijheid enzovoort, maakt dat je een bepaalde hechtingsstijl ontwikkelt. En dan zie je dat er veilig gehechte personen ontstaan als ouders voldoende kunnen inspelen op de noden van hun kinderen én als ze in staat zijn hun kinderen zich te laten ontwikkelen als autonome personen. Daar waar dat vermogen veel minder aanwezig is of ontbreekt, zie je dat er mensen ontstaan met een angstige of een vermijdende hechtingsstijl, of een combinatie van beide.
 
Je vermeldt in je boek dat ongeveer 50% van de mensen veilig gehecht is. De andere helft heeft dus een onveilige hechting. Is dat verontrustend?
Ponnet: Het is natuurlijk allemaal zeer gradueel. Ook bij degenen die in die andere hechtingsstijlen zitten zijn er mensen die goed functioneren binnen een relatie. Meestal zijn zo'n relaties wat turbulenter, maar die mensen zijn toch in staat om een vaste relatie uit te bouwen. Als je naar het rooster kijkt van de hechtingsstijlen, dan loopt het het vaakst fout bij mensen die zich aan de uitersten bevinden. Meestal zijn dat degenen bij wie het aan de oorsprong, in hun ouderrelatie dus, al moeilijk ging: mensen van wie de ouders absoluut niet aanwezig waren of zelf angstig waren, bijvoorbeeld. Zo'n situaties zorgen er dan voor dat je zelf moeilijk in een relatie staat. Maar zoals gezegd is dat allemaal heel gradueel en absoluut niet zwart-wit. Het is niet zo dat iemand met een angstige hechtingsstijl zijn hele leven lang alleen maar problematische relaties zal hebben. Mensen evolueren daar ook in: naarmate je ouder wordt, doe je andere ervaringen op en die kunnen corrigerend werken ten opzichte van de ervaringen die je in je kindertijd hebt gehad. Een periode samen zijn met iemand die veilig gehecht is, kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je zelf zekerder wordt op of een veiligere manier met relaties kan omgaan. Het klinkt dus wel determinerend, en dat is het (voor) langs de ene kant ook. De mens is niet volledig maakbaar: hoe je ouders met je omgaan in je jeugd, bepaalt voor een groot stuk hoe je later in je leven staat. Langs de andere kant: binnen de krijtlijnen die vastliggen vanuit je opvoeding, zijn er nog veel evoluties mogelijk. Dat is het positieve aan het hele verhaal.
 
We hebben het tot nu toe alleen gehad over de impact van hechting binnen een relatie. Maar speelt die hechting ook een rol voor mensen die geen relatie hebben?
Ponnet: Vaak is geen relatie hebben een symptoom van een onderliggend probleem. Ik krijg vaak dertigers over de vloer die ongehuwd zijn, geen kinderen hebben en dan met een oppervlakkig verhaal aankomen dat ze de ware nog niet tegengekomen zijn. Ik geloof daar niet in. Als je daar dieper over doorpraat, dan hoor je effectief dat er wel kansen geweest zijn, maar dat men er nog niet klaar voor was. En ook dat gaat telkenmale terug op de hechting. De vraag die zo iemand zich moet stellen is "Waarom heb ik de mensen die op mijn pad gekomen zijn geen kans gegeven?". Essentieel in het hele verhaal is ook de partnerkeuze. Er wordt vandaag veel gepraat over problemen binnen relaties en mensen gaan dan in therapie, krijgen remedies en tips aangereikt ... Maar heel belangrijk is durven kijken naar je partnerkeuze, zeker als je nog alleenstaande bent.

Moeten we dan een partner kiezen met ons hoofd? Rationeler omgaan met de liefde?
Ponnet: Niet noodzakelijk rationeler, maar wel bewuster. Het is geen goed idee om als een kip zonder kop in een relatie te stappen, zeker wanneer je in het verleden ongelukkige keuzes hebt gemaakt. Een combinatie die heel vaak voorkomt is vermijdend-angstig omdat die twee elkaar aantrekken. Ze zijn eigenlijk elkaars tegenpool, maar toch bevestigen ze elkaar in hun wereldbeeld en lijken ze in eerste instantie tegemoet aan elkaars noden. De ene heeft heel veel nood aan iemand die sterk is en de ander krijgt bevestigd dat je alleen op jezelf kan rekenen als het erop aankomt, omdat hij een angstige partner ziet die zich heel afhankelijk gedraagt. Wat hen in elkaar aantrekt, wordt na verloop van tijd een groot probleem: de angstige wil almaar meer affectie en nabijheid ervaren, de vermijdende trekt zich daaruit terug, waardoor de angstige zich nog meer gaat vastklampen. Dat is dus een combinatie die vaak leidt tot relaties met veel machtsstrijd en conflicten ... Vandaar mijn pleidooi voor een doordachte omgang met partnerkeuze: vanuit zelfkennis te komen tot een duidelijk beeld van wat jij nodig hebt in een relatie en stem je keuze daarop af, want een bewuste partnerkeuze leidt vaak tot betere relaties en daar is iedereen bij gebaat.