Het lieve leven volgens seksuologe en relatiebemiddelaar Rika Ponnet

12 april 2016

Rika Ponnet (47), bekend van radio en tv, is germaniste en seksuologe van opleiding en werkt sinds 1993 als relatiebemiddelaar. Haar vakdomein is de Liefde. En precies daarmee is het de jongste jaren droevig gesteld: één op de twee nieuwe huwelijken zal vroegtijdig stranden. En in 70 procent van die echtscheidingen is het mevrouw die de stekker eruit trekt en meneer laat zitten. Voorwaar, ik voel mij persoonlijk aangesproken! Artikel van Wilfried Hendrickx voor Humo.

 

Want ja, wat is dat toch met onze madams? Als je met zachte hand het gezin bestiert, streng maar rechtvaardig, vinden ze je ‘dominant', ‘claimend' en ‘bezitterig'. Maar als je, om van het gezaag af te zijn, de volgende dag met je maten mee op verplaatsing gaat met AA Gent, of blijft doorzakken na een concert van Babyshambles, voelt mevrouw zich ‘emotioneel verwaarloosd', ‘misbegrepen' en ‘genegeerd'.

Als je het ten slotte, moegetergd, één enkel weekend echt te bruin bakt, bij voorkeur met een Zuidoost-Aziatische schone, slaan onze Meesteressen boos de deur achter zich dicht. Ze nemen je je kinderen af, je sportauto, je motor én je huis, halveren je pree, noemen je ‘een schurk' en ‘een volbloed macho' en willen je nooit meer zien. Zo veroordelen ze je tot een eenzaam en verpauperd bestaan op een zielig appartement in de randstad, waar je overleeft op een dieet van opgewarmde lasagne en spaghetti, rechtstreeks uit het blik, een spoedige en eenzame dood tegemoet.

Precies op dát moment snelt Rika Ponnet ons, mannen, te hulp: in de databestanden van haar relatiebureau Duet heeft ze de gegevens van honderden hoogopgeleide babes staan, vrouwelijke artsen, politici, evolutiebiologen, atoomingenieurs, astrofysici en ander lekkers, allen hopeloos op zoek naar ‘de ware'. Deze supervrouwen dienen, door het beperkte aanbod gestudeerde heren, noodgedwongen genoegen te nemen met de afdragertjes en kneusjes onder het mannenvolk. Maar opgepast! Zodra ze in het bootje zitten, zullen deze universitaire pitspoezen u snel en vakkundig de kloten afbijten en opleiden tot volgzame koks, stofzuigers, afwassers en vervangers van volgepoepte kinderluiers.

Ik zou zeggen: ‘Broeders, waarom pikken jullie dit allemaal?' Het kan anders. Ooit wás het anders. Denk aan de geleerde filsosoof Friedrich Nietzsche. Hij wist het al in 1875: ‘De man is voor de vrouw slechts een middel: het doel is altijd het kind.' Of hoort u misschien liever: ‘Je gaat naar vrouwen? Vergeet de zweep niet.' Denk dáár maar 'ns over na, freules.

Rika Ponnet «Mijn vader kwam uit een gezin met tien kinderen - zes jongens en vier meisjes. Hij werd in 1930 geboren, en is pas op zijn 35ste getrouwd, ik had dus niet zo'n jonge pa. Grootmoeder had een kruidenierswinkeltje, grootvader was bouwvakker en had een kleine boerderij. Je snapt dat er, met tien kinderen, geen luxe was in dat gezin. Va was de enige die de humaniora had gevolgd, de anderen volgden beroepsonderwijs. Een intelligente mens die normaal gezien verder had kunnen studeren. Maar dat zag z'n moeder niet zitten: zij vreesde dat een universitair voor een te groot contrast in de familie zou zorgen.

»Va is ‘buiten z'n milieu' gehuwd: een arbeiderszoon die met een dochter uit de middenstand trouwt, dat was toen niet evident. Er kwamen vier kinderen, vier dochters, in zes jaar tijd. Ik was de tweede. Va werkte als ambtenaar bij de NMBS, en heeft z'n hele leven gekozen voor veiligheid en zekerheid. Zijn eigen, onvervulde ambities heeft hij op zijn dochters geënt: wij móésten studeren. En dat hebben wij ook gedaan, alle vier.»
'Alles wat je hebt, kan in één nanoseconde uit je handen glijden. Ik heb het zelf meegemaakt.'
HUMO Een vader, omringd door vijf vrouwen. Ruikt dat niet naar een matriarchaat?
Ponnet
«Nee. Va was niet dominant, maar wel aanwezig. Een echte democraat. Tegen hem kon ik rustig zeggen: ‘Man, je bent aan het zeveren.' Dat zal in andere gezinnen niet zo makkelijk geweest zijn (lacht). Wij zijn thuis opgevoed met een groot gevoel voor gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Maar va had wel graag een zoon gehad - met twee mannen aan tafel zou het wellicht een ander verhaal zijn geworden.

»Moe kwam uit een beter milieu, en had wel gestudeerd: haar vader was aannemer en had een zaak in meubels. Zij had, veel meer dan m'n vader, belangstelling voor cultuur en muziek. Jammer genoeg niet voor literatuur: dat heb ik van mezelf.»

HUMO Was je er snel bij met de jongens?
Ponnet
«Niet echt. Wel snel geïnteresseerd, maar ik was nogal terughoudend. Mijn eerste lief had ik op m'n 15de. Toen werd ik bij mijn ouders in de slaapkamer geroepen: ‘Allemaal prima, Rika, maar wij gaan dit niet ondersteunen. Je begint er veel te vroeg aan. En je weet dat je nog moet studeren.' Een heuse preek!»

HUMO Waren er markante figuren die je leven ingrijpend hebben beïnvloed?
Ponnet
«Wij hadden een buurvrouw, Gaby, een kinderloze weduwe, die zich erg op ons gezin richtte. Ik mocht vaak bij haar gaan logeren, en dan hadden wij diepgaande gesprekken (glimlacht). Een fantastisch mens, in 1904 geboren, de oudste van negen kinderen, een granieten vrouw. Maar ook warm, begrijpend en ondersteunend. En ja, ik was haar lieveling.»

HUMO Wat leerde ze jou?
Ponnet
«Een soort nuchterheid. Opkomen voor mezelf. Zij stamde nog uit een generatie waarin vrouwen erg achtergesteld werden. En daar had zij altijd tegen gerevolteerd. Ze was hard en krachtig: ‘Rika, je moet van je afbijten! Laat je vooral niet doen door de mannen!' Dat was zowat de boodschap. Een echte feministe. Ik was 7 en wilde weten hoe het leven in elkaar zat; zij was bereid mij dat te vertellen. Mijn eerste seksuele voorlichting kreeg ik van haar. Ze had wel niet zo'n positief manbeeld. Mannen waren niet zozeer slecht, nee, ze waren boven alles zwak. En als ze niet zwak waren, dan waren ze autoritair of onderdrukkend.»

HUMO Het is ook nooit goed. En vooral dat heb jij onthouden?
Ponnet
«Goh... Vrouwen hebben inderdaad een doorslaggevende rol gespeeld in mijn opvoeding. Sterke vrouwen, zoals Gaby, en mijn tante non, die in het toenmalige Congo had gewerkt. Maar ik haalde ook veel uit de literatuur. Als jong meisje las ik alles door elkaar. Later ben ik Germaanse talen gaan studeren, precies vanuit die liefde voor taal en literatuur.»

Fam & seks
HUMO Hoe ben je als germaniste in het seksueel-relationele vak beland?
Ponnet
«Ik studeerde af in 1990, niet meteen een schitterend moment om je op de arbeidsmarkt aan te dienen. Toevallig kwam ik terecht bij het relatiekantoor Adagio, als consulente voor Brussel. En daar is alles gestart. Uit pure belangstelling ging ik fam & seks studeren, familiale en seksuele wetenschappen. Ondertussen had ik mijn man leren kennen, Mark, een bedrijfspsycholoog. Hij zag mij bezig bij Adagio en dacht: ‘Dat kunnen wij ook. En beter.' Zo zijn we in 1995 met Duet gestart, zonder goed te beseffen waaraan we begonnen. In die tijd verscheen er in Humo een dossier over huwelijksbureaus. Dat bleken poelen van onbekwaamheid, tot oplichterij toe.»

HUMO Ik herinner mij die reeks zeer goed: elke kwibus kon vanachter z'n keukentafel een huwelijksbureau beginnen. Er zat een ranzig kantje aan.
Ponnet
«Onvoorstelbaar. Een opleiding was niet nodig. Kennis van zaken ook niet. Mijn man en ik dachten: wij doen het anders - professioneel, zonder flauwekul, onderbouwd, serieus.»

HUMO Wat waren je eerste ervaringen als relatiebemiddelaar?
Ponnet
«Ik kwam uit die beschermde omgeving waar we het daarnet over hadden. Daar was scheiden nog helemaal taboe. De huwelijken waren er niet briljant, maar ze hielden wel stand. En dan krijg je als 25-jarige consulente een man voor je, in tranen, die vertelt hoe hij door zijn vrouw al jarenlang geslagen en mishandeld wordt. Een stevige kerel dan nog! Ik kreeg het gevoel dat ik in één jaar tijd tien jaar ouder werd. Ik heb alles met vallen en opstaan moeten leren.»

Arme mannen
HUMO In interviews met jou lees ik uitspraken als: ‘Vrouwen zijn niet die lieverdjes.' Of: ‘Bij relatiebreuken van veertigers en vijftigers is het meestal de vrouw die de stekker eruit trekt.' En ook: ‘Bij nogal wat vrouwen is assertiviteit omgeslagen in agressiviteit.' Of nog: ‘Sommige jonge vrouwen kunnen enorm castrerend zijn.' Wat is er aan de hand met de moderne vrouw?
Ponnet
«Er is geen probleem met de vrouw, er is een probleem met de genderrollen. Ik denk dat we in een zeer boeiende overgangsperiode zitten. We hebben met z'n allen gedacht dat de emancipatie ons veel sneller veel verder zou brengen. Wat niet het geval is.

»Ik zie evolutie, ik zie een aantal nieuwe patronen zich ontwikkelen. Hier aan dit bureau krijg ik zowel mensen van 20 als van 70 over de vloer. Dat verschil is enorm. De relatierollen hebben eeuwenlang vastgelegen, en ingesleten patronen kun je niet in één of twee decennia omgooien. Wat wij nu meemaken, is de zoektocht naar een nieuw evenwicht.»

HUMO Volgens nogal wat seksuologen is de slinger al te sterk in één richting doorgeschoten. De vrouwenemancipatie begint haar minder fraaie kant te tonen.
Ponnet
«Dat vind ik zo moraliserend.»

HUMO En toch. Je hoort steeds vaker: ‘Arme mannen.' Zelf vermeld je in je boeken en interviews almaar meer mishandelde mannen, te softe mannen, door hun vrouw tot in het absurde gedomineerde mannen, te weinig mondige mannen. Het wordt zo stilaan een vloek om als man door het leven te moeten!
Ponnet
«Mannen zijn misschien wat van hun privileges kwijtgeraakt. Maar we zitten nog altijd in een samenleving waarin vrouwen het leeuwendeel van de huishoudelijke taken op zich nemen. Kijk, mondigheid is een mooi ding. Onze generatie hoorde vooral te luisteren, maar dat krijg je niet meer verkocht. Het individu is meer en meer centraal komen te staan en daardoor zijn we en cours de route vergeten ons om de ander, de partner te bekommeren. We geloven in persoonlijke groei, maar vergeten dat we daarmee soms de ander schaden. Dat is gewoon een vaststelling.

»Het assertieve heeft vooral met opvoeding te maken. Vandaag de dag worden kinderen en jongeren opgevoed met ‘the sky is the limit' en ‘je moet het onderste uit de kan halen'. ‘Spreid je vleugels en grijp je kansen! Zorg dat je mee kunt op Erasmus!' Maar wat met dat andere ontwikkelingsdomein: de liefdesbanden in ons leven? Almaar meer individualiteit betekent vaak almaar minder intimiteit.»

HUMO Geloof jij nog in de grote Liefde?
Ponnet
(zucht) «In het romantische cliché zoals Hollywood ons dat voorschotelt, heb ik nooit geloofd. Wel geloof ik nog altijd in een lange, soms levenslange intieme verbondenheid, zoals de Britse schrijver Julian Barnes die zo mooi heeft beschreven in ‘Levels of Life'.»
'Hoe beter we het financieel hebben, hoe vaker we vreemdgaan'HUMO En toch lees ik bij jou: ‘Liefde is oorlog. Het gaat in een relatie om de macht.'
Ponnet
«Dan heb ik het over vastgelopen relaties. Als het ergens begint te sputteren, is de onderliggende kern meestal een scheefgegroeide machtsverhouding. Ik krijg dagelijks mensen over de vloer die gescheiden zijn, en koppels die helemaal vastzitten. Als ik dan analyseer wat mevrouw en meneer hier op tafel gooien, stoot ik altijd weer op een strijd om de macht. En mijn ervaring is dat vrouwen net zo bedreven zijn in die machtsstrijd als mannen. Terwijl hun échte wens niet die macht is, maar het komen tot een intimiteit die zij als veilig en bevredigend ervaren. Koppels strijden om erkenning te krijgen, om zichzelf te mogen zijn. De mens is nu eenmaal een machtswezen. Maar een gezonde relatie heeft een machtsevenwicht nodig.»

HUMO Voor mij is de essentie van een goeie relatie niet de strijd om de macht maar net het omgekeerde: elkaar de macht gunnen. Je gaat als een team door het leven, door dik en dun, in goede en kwade dagen. En daarbij zet je je naar best vermogen voor de ander in, ieder naar zijn eigen mogelijkheden.
Ponnet
(knikt) «Het wij-belang voor het ik-belang plaatsen, ja. Maar daar zit een moraliserend ondertoontje bij, zo van: koppels die er niet in slagen bij elkaar te blijven, hebben blijkbaar onvoldoende hun best gedaan. Ik ervaar dat niet zo.»

HUMO Het is natuurlijk ook een zaak van intelligentie, emotionele en klassieke: je moet je in een ander kunnen verplaatsen.
Ponnet
«Dat is weer een ander verhaal. Het zijn inderdaad de laagst opgeleiden die het vaakst scheiden. Diegenen die het zich eigenlijk het minst kunnen permitteren, gaan het vaakst uit elkaar. Een scheiding is altijd dramatisch en pijnlijk - financieel én emotioneel. En het wordt dubbel zo zwaar als er kinderen in het spel zijn.»

Afleggertjes
HUMO Even zakelijk. Je hebt meerdere Duet-vestigingen. Hoe kom je aan je klanten?
Ponnet
«Vroeger plaatsten wij vaak advertenties. Vandaag veel minder: niets beters dan mond-tot-mondreclame. Wij zitten ook veel op de sociale media. En onze website is erg belangrijk. Wij werken hier met zeven medewerkers, maar ik doe nog altijd zelf de meeste selecties. Onze klanten zijn bijna allemaal singles met een hogere opleiding.»

HUMO Laten wij het even over die singles hebben: er komen er steeds maar bij, heb ik me laten vertellen.
Ponnet
«Bij mensen tussen 20 en 80 jaar oud is één op de zes tegenwoordig single. En dat getal neemt nog altijd toe. Grofweg zijn er evenveel vrouwen als mannen single. Maar als je het per leeftijdscategorie bekijkt, zijn vooral de laaggeschoolde mannen en de rijpere, hooggeschoolde vrouwen in de meerderheid. Dat is ook gemakkelijk te begrijpen: vrouwen worden nog altijd gemiddeld 5 jaar ouder dan mannen. En in het hoger onderwijs is van de afgestudeerden 61 procent vrouw en maar 39 procent man.»

HUMO Conclusie? Ofwel zijn mannen dommer, ofwel is het hoger onderwijs minder goed op mannen toegesneden. Ik hoor wel 'ns dat gemengd onderwijs op de lagere school negatief is voor de jongetjes en positief voor de meisjes. Oók een vorm van discriminatie.
Ponnet
«Tot voor kort hadden vrouwen veel minder toegang tot het hoger onderwijs. In de jaren 50 was een vrouw die aan de universiteit afstudeerde een grote uitzondering. En verder: wat zegt dat eigenlijk, ‘slagen aan de unief'? Je moet er gemiddeld intelligent voor zijn. Maar verder tellen ook dingen mee als motivatie en doorzettingsvermogen, bereid zijn regels te volgen, je aanpassend te gedragen, enz. Op de lagere en middelbare school zie je dat ook: meisjes hebben de neiging meer hun best te doen.»

HUMO Krijg je zo niet een enorme vervlakking? Waar blijven op die manier de rebelse, creatieve, opstandige geesten? Wie zorgt voor het vuurwerk? Voor de vlam in de pan?
Ponnet
«Dat is nu eenmaal de evolutie. Ondanks die 40-60-verdeling willen de meeste vrouwen nog altijd in zee gaan met een man die hoger opgeleid is dan zijzelf. Het klassieke patroon is dat de vrouw nog altijd graag opkijkt naar haar vent. Maar dat lukt niet langer. Bij twintigers zie je steeds vaker dat hoogopgeleide vrouwen kiezen voor een man die wat minder is in scholingsgraad. Niet dat die man dom is, maar hij heeft wel een lager diploma en brengt vaak wat minder geld binnen. Wat je ook ziet: precies door het feit dat méér vrouwen een hoger diploma behalen, daalt het hebben van een diploma in waarde (lacht).»

HUMO Hoogopgeleide vrouwelijke singles kiezen noodgedwongen voor de afleggertjes?
Ponnet
«Klinkt denigrerend, maar het is wel zo. En op zich is er ook niets op tegen. Waarom zou een vrouwelijke arts het niet uitstekend kunnen stellen met een loodgieter of een timmerman? Een man is méér dan alleen zijn diploma. Bij Duet hebben wij in iedere leeftijdsgroep meer vrouwen. Precies omdat wij met dat hoger opgeleide publiek werken.»
'We geloven in persoonlijke groei, maar vergeten dat we daarmee soms de ander schaden'HUMO Ook dat is een prijs van de emancipatie?
Ponnet
«Inderdaad. Veel van die hoger opgeleide vrouwen zijn privé erg eenzaam. Ik ga zeker niet zo ver te zeggen dat single zijn noodzakelijk gelijk is aan eenzaamheid. Maar de meeste singles willen wel degelijk een partner. Wetenschappelijk onderzoek heeft overigens aangetoond dat het beter is, zowel voor de lichamelijke als de geestelijke gezondheid, om als koppel door het leven te gaan. Een oudere man alleen is vaak kwetsbaar: die groep heeft nooit echt goed geleerd om voor zichzelf te zorgen. De zelfverwaarlozing loert om de hoek, nogal wat van die mannen leven op afhaalmaaltijden.»

HUMO Nog een uitvloeisel van de emancipatie is de almaar aanwassende cohorte gescheiden vrouwen met kinderen. Ook deze vrouwen verglijden vaak in de armoede. Mannen zijn er niet zo op uit om met die vrouwen opnieuw te beginnen.
Ponnet
«Kijk, 50 procent van wie vandaag de dag huwt, zal vroeg of laat scheiden. Slechts één op de twee nieuwe huwelijken blijft overeind. Maar tegelijk verliest het kerngezin - ‘het zijn míjn kinderen en in hen wil ik investeren' - langzaam terrein. Ook daar zie ik een evolutie: een kind is voor een nieuwe relatie niet meer zo vaak een bezwaar als vroeger. Nog een vaststelling: van de universitair opgeleide vrouwen tussen 30 en 35 jaar oud, is 40 procent nog kinderloos! Dat is immens. Een grote groep van deze vrouwen zal nooit aan kinderen toekomen.»

HUMO Dat zegt veel over de huidige maatschappij.
Ponnet
«En over de vrouw (lacht). Bij lage scholing ligt je identiteit helemaal in het moederschap. Bij een hogere opleiding ligt die almaar meer in je werk, in wat je doet of creëert. Ik zie dat ook bij mezelf: ik vind het moederschap superbelangrijk, maar tegelijk zou ik mijn job voor geen geld willen missen.

»Wat wij vaak zien bij lager opgeleide gescheiden vrouwen is dat ze van de ene slechte relatie in de andere sukkelen. Die vrouwen kunnen het in hun eentje financieel moeilijk rooien, en nemen daarom genoegen met een partner die niet helemaal je dat is. Wat dan weer sneller op een nieuwe scheiding uitdraait. Een straatje zonder einde. Economische noodzaak is en blijft een belangrijke factor bij partnerkeuze. Ook belangrijk: het klassieke huwelijk is niet langer de relatievorm bij uitstek. Er bestaat nu een brede waaier van mogelijkheden. En ja, voor die keuzevrijheid betalen wij een prijs.»

HUMO Een te hoge prijs?
Ponnet
«Tja, de dingen zijn wat ze zijn. Ik ga hier zeker niet beweren dat we beter zouden terugkeren naar het oude man-vrouw systeem. Wat is beter: scheiden, met alle gevolgen van dien, of blijven verder vegeteren in een liefdeloos en ongelukkig huwelijk? We verwachten tegenwoordig ook andere dingen van een relatie: we willen vooral beleving en emotie.»

Huishoudelijke taken
HUMO Wat vind jij van taakverdeling binnen het gezin? Moet je je niet precies met z'n tweeën dáár inzetten waar je het best in bent: ‘Ik ga die omgevallen boom in stukken zagen en jij doet ondertussen de strijk? Jij de financiën, ik de afwas?'
Ponnet
«Kijk, 80 procent van de huishoudelijke taken zijn gewoon vervelend. Wie poetst er nu echt graag? Wie kookt er nu echt iedere dag met plezier? Word je daar beter van? Week na week? Niemand wil dat.»

HUMO Dat is toch onzin. Je doet waar je goed in bent. Als de pannen van het dak zijn gevlogen, wie gaat er dan het dak op, in regen en wind? Wie repareert de vaatwasser, de auto, de lekkende boiler? Wie isoleert de zolder?
Ponnet
«Niemand wordt geboren met een talent om het huishouden te doen. Sorry, mijnheer Hendrickx, maar híér ga ik niet in mee (lacht). Nee, als je met z'n tweeën uit werken gaat, dan doe je ieder de helft van wat niet leuk is. Laat ons eerlijk zijn: nog steeds slaagt het merendeel van de mannen erin om zich aan die klussen te onttrekken.»

HUMO De moderne vrouw heeft nu een hele stoet elektronische apparaten ter beschikking die de klassieke taken van haar overneemt. Is het dan zo erg om een dozijn fishsticks in de magnetron te schuiven en de was in de machine te stoppen?
Ponnet
«Mijn haar gaat nu écht omhoog staan. Ik vind: je hebt met z'n tweeën een huishouden, je hebt met z'n tweeën een kind, je werkt allebei. Dan doe je dat verdomde huishouden ook maar met z'n tweeën! Iémand moet het doen, hè. Ik ken weinig vrouwen die zeggen: ‘Het liefste wat ik doe is kuisen, jong.'»

HUMO Maar de dames willen het huis wel piekfijn op orde. Terwijl dat mijnheer nauwelijks wat kan schelen. Mijnheer is misschien beter in het beheren en managen van de financiën van z'n gezin en stopt dáár veel tijd in, zodat mevrouw zich een poetshulp kan veroorloven. Maar dat wordt niet gezien als een bijdrage tot het huishouden, natuurlijk.
Ponnet
(op haar paard) «Ik zie het huishouden als een opdracht waar werkuren in kruipen. Uren die je zou kunnen besteden aan veel leukere dingen: reizen, aan een buffet aanschuiven, naar het theater gaan, joggen, een boek lezen. Maar het huishouden beschouwen als ‘mijn taak', nee, dat vertik ik.»

HUMO Dan gaan wij maar beter uit elkaar (lacht).
Ponnet
«Kijk, ik krijg het óók op mijn heupen van al die vrouwen die op hun blog zitten te klagen dat ze de work-life balance niet meer rondkrijgen. Dat is natuurlijk omdat hun man niet participeert. Dus: laten wij goede afspraken maken over het gehele pakket, van álles wat met een gezin te maken heeft. De echte graad van emancipatie is toch deze: de mate waarin vrouwen én mannen zich even verantwoordelijk voelen voor werk én gezin.»
'Nog steeds slagen mannen erin om zich aan vervelende huishoudelijke klussen te onttrekken'HUMO Voilá. Wij zijn alweer verzoend. Maar wat ik van jou wilde horen: is het niet zo dat het vooral mevrouw is die tegenwoordig een huwelijk opblaast?
Ponnet
«Dat is de laatste vijftig jaar al zo geweest. In de negentiende eeuw lag het natuurlijk anders: toen werd een vrouw door haar man ‘verstoten' of ‘in de steek gelaten', met soms vreselijke gevolgen voor haarzelf. Ze werd ook met de vinger gewezen: kijk, daar loopt een gescheiden vrouw. Maar sedert echtscheiding maatschappelijk bespreekbaar is geworden, vanaf de jaren 70, 80 ongeveer, is het inderdaad meestal de vrouw die de knoop doorhakt. Vrouwen hebben simpelweg een hoger verwachtingspatroon van een relatie dan mannen. Dat komt omdat ze er ook meer in investeren, hun identiteit ook meer uit dat gezin halen. Als een vrouw het gevoel heeft dat ze geen waardering krijgt voor haar inzet en werk, het gevoel ‘dat mijnheer hier op hotel is', het gevoel dat haar te weinig aandacht en liefde en genegenheid geboden wordt, dan zal ze sneller geneigd zijn er de stekker uit te trekken. Ook daar zien wij die 60/40-verhouding, het gaat zelfs naar de 70/30 toe. Weinig mannen nemen het initiatief tot een echtscheiding.»

HUMO Je hoort ook wel dat een man vooral ná de echtscheiding afziet, terwijl de vrouw dat vooral tijdens de relatie doet. Na de scheiding krijgt zij eerder een gevoel van opluchting.
Ponnet
(knikt) «Zo'n vrouw heeft vaak het gevoel van: ‘Oef. Ik heb een kleine minder' (lacht). De net gescheiden vrouw voelt zich bevrijd, minder gefrustreerd. Maar zodra de euforie voorbij is, volgt de weerslag en krijgen die vrouwen het een stuk moeilijker, vaak tot depressie toe. Mannen hervatten na een breuk hun leven sneller, gaan ook sneller op zoek naar een nieuwe partner. Vrouwen hebben een langere uitloopperiode nodig.»

Overspel
HUMO Laten wij het even over het heilige vreemdgaan hebben. Vreemdgaan is van alle tijden. Welk mechanisme zit erachter?
Ponnet
«Niets waar zo veel mist over bestaat. Simpelweg omdat daders en slachtoffers er niet eerlijk over rapporteren. Algemene vaststelling: hoe financieel beter we het hebben, hoe vaker we vreemdgaan. Het is uiteindelijk een vorm van risicogedrag. Als de economie goed draait, kunnen mensen makkelijker op eigen benen staan.

»Ook geldt: hoe meer egalitair een maatschappij, hoe vaker er wordt bedrogen. Door mannen én door vrouwen. Neem een redactie: vroeger was dat een mannenwereld, met maar één secretaresse om mee vreemd te gaan. Vandaag de dag is dat een ander verhaal. We gedragen ons vrijer, zo simpel is het.»

HUMO Vroeger gold: een man gaat meestal vreemd voor een uitsluitend seksueel getint slippertje. Vrij onschuldig, eigenlijk. Een vrouw daarentegen gaat vreemd omdat ze zich emotioneel verwaarloosd voelt. Véél gevaarlijker situatie. Klopt dat nog altijd?
Ponnet
«Nee. Wie vreemdgaat geeft daarmee altijd kritiek op zijn eerste relatie. Dat kan verwaarlozing zijn, of een gevoel van beklemming, of van onmacht. Door vreemd te gaan maak je de ander kleiner, straf je hem of haar, haal je de druk die hij of zij op je uitoefent naar beneden.»

HUMO Maar de ander, de bedrogene, weet meestal van niets. Hoe kun je die dan kleiner maken?
Ponnet
(glimlacht) «Zeer vaak komt vreemdgaan uit. Het lijkt wel alsof wij wíllen dat het bedrog zichtbaar wordt. Sommige mensen weten erg goed dat ze worden beduveld, maar ze doen alsof ze het niet zien. Of ze wíllen het niet zien. Een man wéét dat z'n vrouw het weet, maar toch zwijgen ze er allebei over. Zo lang het bedrog niet benoemd wordt, is het er niet, snap je. En kan er ook niet openlijk ruzie over worden gemaakt. Het zit allemaal zeer complex en subtiel in elkaar.

»(Denkt na) Er zijn veel vormen van vreemdgaan. Naar de hoeren gaan is óók bedriegen. En ja, pure lust bestáát: er is een feestje op het werk, er wordt flink gedronken, en voor je het weet, lig je met elkaar in bed. Of je doet het op het toilet (lacht). Maar dat is niet de meest frequente vorm van overspel. Meestal gaat het om echte emoties: meneer of mevrouw wordt verschrikkelijk verliefd. Op een ander! Dan laat je iemand anders toe in je hart, in je ziel. Je hoort weleens: verliefd worden op een ander overkomt je. Alsof je er niets aan kunt doen. Nee, zo simpel ligt het niet: vooraf was er een opening in de relatiecirkel, een verbrokkeling van de intimiteit, een bres die eerder werd geslagen. En via die bres vlindert ‘de ander' naar binnen. Vaak is men op zoek naar iemand die het gedrag vertoont dat men bij z'n reguliere partner mist. Pure compensatie. Klassiek is: ‘Mijn partner begrijpt me niet. Maar jij wél.' Het kan ook het ontsnappen zijn aan iemand die je al te zeer claimt: ‘Ik wil ruimte. Binnen mijn relatie kan ik niet ademen. Bij jou voel ik me vrij.'»

HUMO Dat staat wel mijlenver van ‘het onschuldige slippertje'.
Ponnet
«Daar geloof ik niet in. Aan de basis ligt altijd een onrust, een emotionele onvoldaanheid. Kijk, vrouwen gedragen zich seksueel veel vrijer dan 50 jaar terug. Maar ze zullen hun overspel altijd minimaliseren, ook bij hun beste vriendin. Vrouwen zijn in het vreemdgaan voorzichtiger, nemen minder risico's, weten het beter te verbergen, en hangen het ook minder aan de grote klok. Maar ze doen het even vaak.»

Mildheid en begrip
HUMO Afrondend: wat heeft twintig jaar relatiebemiddeling je over het leven geleerd?
Ponnet
«Dat ik, ondanks alle verhalen, toch nog positief kan blijven over de mens. Mijn conclusie is dat, op een paar uitzonderingen na, de mensen een grote behoefte hebben om hun leven met anderen te delen. De mens wil simpelweg een goede relatie. Dat streven gaat gepaard met zeer veel kleinmenselijke kantjes. Maar uiteindelijk triomfeert de zoektocht naar en de behoefte aan ‘het warme gevoel'. Na het jarenlang aanhoren van al dat geworstel, de pijn, het verdriet, de verwarring die bij een relatie horen, hou ik vooral mildheid over. En begrip.

»(Mijmerend) Het leven is fantastisch. Maar het leven is tegelijk zeer broos en kwetsbaar. Het leven is niet robuust maar fragiel. Onlangs hoorde ik een bekende Vlaming op tv oreren hoe maakbaar de mens wel is, en hoe je, met inzicht en inzet en kracht, je leven in eigen handen kunt nemen. Toen dacht ik: ‘Lieve man, jij hebt nog niks meegemaakt.' Iemand heeft een gezonde vrouw, gezonde kinderen, een leuke job, flink wat geld op de bank. Wel, in een nanoseconde kan dat allemaal uit je handen glijden. Ik heb het zelf meegemaakt, met Mark, mijn man, een fervent fietser. Een aanrijding tijdens een lange rit: in coma, met een hersentrauma. Een lange en moeilijke revalidatie. Voor altijd een vóór en een ná het ongeval. En toch moet je verder. Ook dat is het leven.»