Jarenlang schreef ze haar fantasieën neer, nu beleeft ze ze in het echt

25 maart 2022

Ze heeft geen schuldgevoelens, zegt ze met veel nadruk. Dertig jaar getrouwd, moeder van drie volwassen zonen. Ze houdt al jaren een dagboek bij. Stijl Anaïs Nin, “maar zonder haar talent”, voegt ze eraan toe. Maar een half jaar geleden werd de fictie realiteit. “Ik weet het, te gek, onverantwoord. Maar we zijn in elkaars armen gegleden en hebben bijna woordeloos direct gevreeën.”

Column voor Het Nieuwsblad 

Ze heeft ze bij, een doos eenvoudige zwarte notaboeken, Japans, omwille van het fenomenale papier. Glad, vertrouwd geurend, perfect voor de gouden pen die ze zichzelf jaarlijks cadeau doet. Pagina’s vol, een meisjesachtig handschrift.

Ze is hem in het echt altijd trouw geweest, al waren er gelegenheden. Maar voor haar spoorden mama en dat soort vrouw niet. In haar zwarte schriften leidde ze het leven waarvan ze droomde. Ze had in de loop der jaren tal van minnaars, vaak bestaande mannen die ze vanop afstand aantrekkelijk vond. Een oogopslag, een manier van stappen, een glimlach, een stem.

Er was geen enkele behoefte om verder te gaan dan die indruk. Ze waren voor haar dankbare spiegels waarop ze al haar behoeftes, fantasieën durfde te projecteren. Ze schreef ze uit en ontwikkelde een taal om datgene te verwoorden wat geen kans kreeg om gehoord te worden. Ze is er vandaag van overtuigd dat het haar vluchtroute was, een vorm van zelfontplooiing die haar gezond hield, mentaal en fysiek. En er was lust, intimiteit, romantische scenario’s waarin ze altijd een hoofdrol speelde, met zichzelf. Ze kende haar lichaam, alles wat ze fijn vond, wat haar bevredigde.

Handen, haar handen, iets anders was er nooit aan te pas gekomen. En van handen droomde ze, heel vaak, handen van een ander, de andere, die ze nog nooit gevoeld had zoals ze die droomde. Van zijn handen gruwde ze. Zweterig, slap, grijpgraag, maar nooit troostend of koesterend. Nooit verkennend, accepterend, liefdevol.

Ze houdt het al jaren bij. Hun momenten, die ze niet samen kan noemen en al helemaal niet intiem. Omdat ze er in haar hoofd nooit bij is, ze telt tot het voorbij is. Altijd tussen de 180 en 200 seconden. Grijpen, een paar heen-en-weerbewegingen, een zucht en klaar. De allereerste keer was ze overweldigd geweest, door de afwezigheid van alles wat ze dacht dat er toch moest zijn. Als man en vrouw. Ze was blijven hopen op verandering, die eerste jaren, stopte daarmee en hoopte nu vooral dat het nooit anders zou zijn. Zó voorbij.

Als ze mij het laatste stuk in haar dagboek laat lezen, zie ik een datum, nu bijna zes maanden geleden. Ze is daar niet gestopt, maar overgeschakeld op een ander medium. Een contact, op Instagram, onschuldig, vanuit een gedeelde interesse voor fotografie. Een openbaring was het, schrijven en ook gelezen worden, maar vooral, de reacties, altijd passend, grappig. Het gevoel de wereld, haar wereld, zijn wereld, te kunnen delen.

Het werd al gauw prikkelend, pikant. Ze ervoer dat jaren schrijven haar het vermogen gaf de andere gekmakend ver te krijgen. Echte lust, verlangen, lichamelijkheid die alleen maar verliep via het hoofd, maar haar hele zijn in vuur en vlam zette. Na vijf maanden en veel uitstel gaf ze toe. Een afspraak. Ze voelde zich zenuwachtig, zoals alleen pubers dat kennen, bij het allereerste afspraakje. Angst voor afwijzing, dat de online ervaring niet zou sporen met de man in het echt. Toen hij binnenkwam, klopte het volledig, ook voor hem, dat voelde ze direct.

Ik weet het, te gek, zegt ze, onverantwoord. Maar we zijn in elkaars armen gegleden en hebben bijna woordeloos direct gevreeën. De eerste keer, zo voelde het. Handen die deden waarvan ze al die tijd had gedroomd. Koesteren, troosten, helen. Ze had geweend toen ze klaarkwam, een diep gevoel van totale connectie. Vandaag verwachten ze van elkaar niets anders dan af en toe zo samen te kunnen zijn. Ze geloven niet in dat andere leven. Maar vinden de uitbreiding zoals ze die nu kennen, een geschenk van het leven, waardoor ook de rest van dat leven opnieuw leefbaarder wordt.

Ik heb het over moed, om te blijven, wat ‘is’ te dragen, gemis, geheim, de niet-gewenste. Zij heeft het over Anaïs Nin. La vie rétréci ou s’étend proportionnellement à notre courage. Het leven vernauwt zich of strekt zich uit, even ver als de moed die we hebben.