Ja, ik wil (bis)

07 augustus 2010

Drie stellen over hun herkansing in de liefde met ook de visie van Rika Ponnet door Griet Plets in De Standaard.

 

Prins Charles deed het. Onze eigen koning Albert. Wielergod Tom Boonen. En deze week (of toen raakte het toch bekend) ook Luk Alloo. Na een pauze van een vijftal jaar keerde de tv-ster terug naar zijn ex, Sandy ‘Tura’ Blanckaert. Geen nieuws, vond Alloo, maar dat was het wel, want wat spreekt meer tot de verbeelding dan oude liefde die niet roest. Die alles (of toch veel) overwint. Of is het alleen in sprookjes zo mooi? Waarom zou nu wel lukken wat toen niet kon? Drie stellen over hun herkansing in de liefde met ook de visie van Rika Ponnet door Griet Plets.


Liesbeth (46) en Tom (46): weer samen na een breuk van één jaar

‘Tom en ik hebben elkaar pas op ons dertigste leren kennen en we waren zeven jaar samen toen we beslisten uiteen te gaan. We waren uit elkaar gegroeid, we hadden de voeling met elkaar verloren.

Tom was enorm druk met zijn werk bezig en we zagen elkaar soms wekenlang niet.
Tegelijk denk ik, als ik erop terugkijk, dat ik Tom niet alle kansen heb gegeven die eerste keer.

Toen we elkaar leerden kennen, had mijn grote liefde zes maanden eerder het huis verlaten en ik was er nog niet helemaal met mijn hoofd bij toen ik met Tom begon. Waardoor híj dacht: als haar engagement maar zo groot is, dan stort ik me op mijn werk. En voor je het weet, zit je in een vicieuze cirkel.’

 ‘We waren niet getrouwd op dat moment, maar we woonden wel samen, dus is Tom naar een appartement op zoek gegaan. In de buurt, want daar werkte hij ook.
In het begin zagen we elkaar weinig, we vonden dat we elk een nieuw leven moesten opbouwen. Maar we belden wel en na verloop van tijd zagen we elkaar ook weer: we gingen bijvoorbeeld geregeld op zondag brunchen.’
‘Tijdens één van die brunches zei Tom plots: “Wat zou je ervan denken om te trouwen? En wil je nog kindjes? Zullen we daar ook meteen werk van maken?” En dat hebben we gedaan.

We zijn intussen acht jaar getrouwd en we hebben twee zonen.’ ‘Natuurlijk verklaarde iedereen ons gek toen ze van de trouwplannen hoorden. Ik vond zelf ook dat we niet per se een briefje nodig hadden als bewijs van onze liefde. Maar Tom vond het belangrijk als een teken van onze toewijding. En achteraf bekeken heeft dat huwelijk ons ook echt geholpen.
We zijn er allebei opnieuw aan begonnen met het idee: nu gaan we wél samenblijven.’ ‘Ik denk dat die tijdelijke breuk, die zo’n jaar heeft geduurd, geen slechte zaak is geweest.

Ik ben in die tijd wel eens een kerel tegengekomen die knap was, en een andere die een beetje intelligent leek, maar niemand zoals Tom. Waardoor ik heb beseft: hij is het, ik laat hem niet meer lopen. En Tom van zijn kant heeft ingezien dat ik wél overtuigd was en in onze relatie wou investeren.’ ‘Bepaalde dingen hebben we anders aangepakt, de tweede keer.

Tom heeft het nog altijd erg druk, maar als het laat wordt, geeft hij een seintje, zodat ik weet waar ik aan toe ben. We hoeden er ons ook voor om oude koeien uit de sloot te halen. We hebben dat bewust afgesproken toen we opnieuw begonnen: elkaar geen verwijten maken maar echt achterhalen waar het de eerste keer fout was gegaan.
Dus hebben we op voorhand veel gepraat — mijn man is vaak een halve psycholoog. De enige man ook die de moeite heeft genomen om mij echt helemaal te begrijpen: hij kent mij wellicht beter dan ik mezelf ken.’
‘Natuurlijk zijn er wel eens kleine ergernissen, maar over de fundamentele zaken in het leven zijn Tom en ik het altijd eens geweest. En natuurlijk was er die tweede keer niet meer dezelfde vonk als eerst, maar dat vond ik absoluut niet erg. Ik vind verliefd zijn een verschrikkelijk gevoel. Tom heeft mij gemoedsrust gegeven, de bevestiging: ik hou van jou en ik kies voor jou. Die is me veel meer waard.'


Evelien (34) en Filip (35): weer samen na een breuk van vier jaar

‘Mijn man en ik hadden een dochtertje van drie toen we in 2005 uiteen gingen.
Zonder dat er een rechter aan te pas kwam, in onderlinge toestemming, en met een regeling van co-ouderschap.

Dat liep vrij goed, tot onze dochter eind vorig jaar medische problemen kreeg en we — noodgedwongen — weer vaak met elkaar in contact kwamen.
We hebben toen veel gepraat en plots was er bij mij opnieuw een klik.’

‘Laten overwaaien, niet op ingaan, was mijn eerste reactie, en ik héb ook een maandlang niets gezegd, tot ik dacht: nu houd ik het niet meer uit, een “neen” heb ik, een “ja” kan ik krijgen. En het gevoel bleek wederzijds, want sinds begin dit jaar zijn we weer samen — we zijn net terug van twee weken vakantie.’

‘Filip is mij tijdens die vier jaar scheiding altijd graag blijven zien en heeft dat nooit onder stoelen of banken gestoken, hoewel hij kort na onze breuk een nieuwe relatie is begonnen, met een vrouw die zelf drie kinderen had.
Ook toen ik hem vertelde wat ik opnieuw voor hem voelde, was hij nog met haar samen. Maar hij heeft niet lang getwijfeld.’

‘Voor onze dochter was onze hereniging niet zo gemakkelijk. Ze was drie toen we scheidden, ze heeft onze relatie nooit bewust meegemaakt. De nieuwe relatie van haar vader was voor haar veel reëler.
Bovendien was ze bij haar vader deel van een gezin met nog drie andere kinderen, van wie ze nu weer afscheid moet nemen — net als van de ex van Filip, die altijd goed voor haar heeft gezorgd.

Onze hereniging is voor onze dochter dus ook een rouwverwerking, en daar ben ik me terdege van bewust.

Toen ik weer met Filip wou beginnen, heb ik daar extra goed over nagedacht, want als het opnieuw fout loopt, wordt het voor pas echt moeilijk.’
‘Onze relatie is geleidelijk aan weer gegroeid, we hebben niets overhaast. Filip heeft eerst een tijdlang bij zijn ouders gewoond voor hij een maand of drie geleden weer bij mij is ingetrokken. En we willen niet dat onze nieuwe relatie een voortzetting wordt van de oude. Filip verhuurt nog altijd het huis dat we hadden toen we getrouwd waren, maar daar willen we geen van beiden weer gaan wonen.’

‘Filip en ik waren al een stel op school, we waren zeven jaar samen toen we in 2000 trouwden. Maar vijf jaar later waren we elkaar kwijtgeraakt.

Mijn man was — en is — een heel sociale mens, maar vroeger zat hij in zowat elke vereniging waarvan je lid kon zijn, waardoor ik het gevoel kreeg dat hij zijn verantwoordelijkheid thuis ontliep.
En hij dacht, toen ik na de geboorte van onze dochter een moederkloek werd: ach, ze is toch alleen met de baby bezig, het maakt niets uit of ik thuis ben.

Nu is dat veel meer in evenwicht.’ ‘Toen die klik er weer was, is de verliefdheid heel hevig maar ook heel kort geweest. En toen we effectief weer samen waren, hebben we wel even een klop gehad: wow, wat nu? Maar je kent elkaar, je weet wat je zult krijgen, waardoor je veel rustiger bent. Hoge pieken en diepe dalen, dat is het niet meer. Wel een gevoel van herkenning: dit voelt vertrouwd, dit voelt echt goed.’


Wannes (33) en Sarah (33), weer samen na een breuk van drie jaar

‘Ik herinner me nog perfect welke kleren ze droeg toen ik Sarah voor het eerst zag, op de eerste schooldag van het vierde middelbaar. Ze stond op de speelplaats en ik was betoverd — een beter woord heb ik er niet voor.
Toch zouden we drie jaar lang niet praten en ook ons eerste contact, op haar verjaardagsfuif in het zesde middelbaar, was er één zonder woorden: we hebben toen alleen gekust.
Pas weken later hebben we een echt gesprek gehad en ik wist al snel: dit is voor het leven.’

 ‘Onze relatie was passioneel, maar ook chaotisch en turbulent. We waren zeventien en allebei nog aan het zwemmen in het leven. We wisten niet waar we naartoe wilden, we durfden nog geen keuzes te maken, ook niet toen we samen aan de universiteit studeerden. Bovendien was ik heel perfectionistisch: de vrouw van mijn leven moest de leukste en de liefste zijn, maar ook de mooiste en de slimste.

We kregen een knipperlichtrelatie — aan-uit, aan-uit — die na verloop van tijd steeds meer energie vroeg. Zoveel energie dat vrienden zeiden: “Jullie moeten er nu mee stoppen, anders houden jullie er allebei iets aan over.
” Ik wist doorgaans heel duidelijk wat goed voor me was en wat niet, maar Sarah: dat was pure overmacht. Wat ik voor haar voelde, zat in mijn hele lijf, van kop tot teen. Maar als het slecht ging tussen ons, voelde ik ook de mottigheid tot in mijn tenen. Dan kon ik haast fysiek onwel zijn.’

'‘Na zeven jaar zijn we uit elkaar gegaan.
Even genoot ik van vrijheid- blijheid, daarna had ik een relatie van een jaar met een meisje dat ik nog altijd zie maar voor wie ik nooit heb gevoeld wat ik voor Sarah voel.

Sarah op haar beurt had behoefte aan standvastigheid, en die vond ze bij een man die aan haar voeten lag. Maar de weinige keren dat we elkaar zagen — we hadden veel gemeenschappelijke vrienden — voelde ik wel dat ze iets miste. Het was degelijk, oké allemaal, maar er was weinig passie.’

 ‘Nadat ik een paar maanden door Afrika had gereisd, besloot ik een laatste offensief te doen om Sarah terug te winnen. Ze had toen nog altijd een relatie met die andere man en ze wilde niet terug naar de miserie uit het verleden.

Maar we zijn toch weer een paar geworden, na een breuk van drie jaar.’ ‘In het begin was het lastig. We werden snel geconfronteerd met situaties uit het verleden: voor je het beseft, ben je weer op dezelfde manier bezig. En we hadden nog nooit echt samen gewoond, dus onvermijdelijk kwamen er ergernissen.

Maar met heel veel goede wil hebben we ons erdoor geslagen en intussen hebben we twee dochters en zijn we alweer vijf jaar erg gelukkig — ik in elk geval (lacht).’

 ‘Als ik erop terugkijk, vind ik het moedig dat we de draad weer hebben opgepikt. We zijn allebei chaotisch, maar door ons gezin en onze baan heeft ons leven meer structuur gekregen. En natuurlijk zijn we volwassener geworden.
Vooral ik was in het begin een echte puber. En een controlefreak: ik wou alles beheersen, maar mijn liefde voor Sarah had ik niet onder controle, daar kon ik me alleen aan overgeven. En dat was beangstigend, net als de gedachte dat ik op mijn zeventiende al de vrouw van mijn leven had ontmoet.

Maar ik moét het wel toegeven: ze is de vrouw van mijn leven. En wat er tussen ons ook nog gebeurt, ze zal het altijd zijn.’


De expert: ‘Een breuk kan een goede zaak zijn'
 
‘Mensen zijn gewoontedieren, dat is de belangrijkste reden waarom paren weer samenkomen’, zegt Rika Ponnet, relatiedeskundige.
‘Wat vertrouwd is, oefent altijd een aantrekkingskracht uit. Bovendien verbreken mensen vaak een relatie omdat ze denken dat het gras aan de overkant groener is. Tot ze merken: tiens, zo slecht was het vroeger niet.’

Volgens Ponnet is het eigen aan onze tijd: dat we moeilijk kunnen kiezen.
‘Mensen denken tegenwoordig vaak: wat als ik met die of die had voortgedaan, hoe zou mijn leven er dan hebben uitgezien?
We hebben er zelfs een woord voor: “retroseksualiteit”, nostalgie naar onze jeugd.

Sociale netwerksites zoals Facebook spelen daar een grote rol in: je jeugdliefde is maar één muisklik verwijderd.’

Toch is die nostalgie volgens Ponnet meestal een fantasie.
‘Jeugdliefdes die het weer proberen, mislukken heel vaak. Als je twintig jaar verder bent, wordt de ander in gedachten alsmaar perfecter, tot je er effectief mee gaat samenwonen: dan word je met de realiteit geconfronteerd.’

'Dat betekent niet, zegt Ponnet, dat heropgepikte relaties per definitie gedoemd zijn om te mislukken. Een tijdelijke breuk kan een positief effect hebben, zeker als er niet te veel tijd over gaat.'

‘Stellen die na twintig jaar uiteengaan, komen zelden weer bijeen. Maar een stop van vier, vijf jaar kan zeker worden overbrugd. Vaak zijn mensen wijzer geworden of weten ze beter wat ze willen.
Soms ook is een relatie in moeilijke omstandigheden begonnen, bijvoorbeeld omdat de ene partner wel een kinderwens had en de andere nog niet, of omdat een schoonmoeder spelbreker was. Als die schoonmoeder overlijdt, is het struikelblok verdwenen.’

En wat met de ergernissen die partners vaak tot wanhoop drijven. Die verdwijnen toch niet?
‘Als je je echt aan karaktertrekken van je partner ergert, wordt een tweede poging moeilijk, denk ik. Een dominante persoonlijkheid kan wel even zijn best doen, maar na verloop van tijd zal hij zijn partner toch weer overvleugelen. Situaties veranderen, mensen niet.’