‘Jouw lamp vloekt met mijn tapijt, schat'

28 februari 2013

Het is zover: je gaat samenwonen. Met je partner die net als jij een complete inboedel heeft, dus moet er gekozen worden: zijn tafel of de jouwe, zijn kleerkast of de jouwe? En wat als jullie stijlen nogal clashen? Twee smaken onder één dak, hoe los je dat op? Reportage van Carine Stevens voor Libelle met de medewerking van Rika Ponnet.

 

‘Die paarse zetel, heb je die al lang, schat?'
‘Hmm, een jaar of drie. Gekocht toen ik hier kwam wonen.'
‘Tegelijk met die gele, groene, blauwe en rode kussens?'
‘Ja. Die hebben de kinderen mogen uitkiezen. Net als de fleurige fleecedekentjes met die grappige motieven.'
‘Het oranje-met groen gestreepte tapijt vast ook?'
‘Dat wilde ikzelf heel graag. Tof hé, zoveel kleur in huis.'
‘Mmmmm, het past absoluut bij jou.'

 
Dat laatste meen ik oprecht, als ik voor het eerst bij mijn lief thuiskom en een beetje verbaasd rondkijk in zijn woonkamer. Het is er huiselijk en gezellig, dat zeker, maar ook - zoals blijkt uit bovenstaande conversatie - nogal, euh, bont. Mijn lief voert het tegenovergestelde van een strak kleurbeleid wat zijn interieur betreft: alles moet kunnen, zelfs als het vloekt. Hij vindt dat er al te veel saaiheid in de wereld is, dus trekt hij op kruistocht tegen alles wat grijs en grauw is. Ook vestimentair, trouwens. Waar de gemiddelde man van zijn leeftijd aangepord moet worden om iets anders te dragen dan het obligate bruin en grijs, vind je in zijn kleerkast fuchsia hemden, kobaltblauwe broeken en sokken in alle kleuren van de regenboog. Zo is hij, en zo zie ik hem graag. Maar nu we plannen om te gaan samenwonen, vraag ik me wel eens af hoe dat moet, als we straks samen ons huis gaan inrichten. Hoe kan zijn flashy smaak ooit matchen met mijn eigen woonstijl, die veeleer zen en sober is?

Alles in dubbel

‘En hedde gij meubelen, en hedde gij huisgerief, dan kunde gij trouwen met uw lief', zo zongen mensen in een tijd dat je die grote stap pas kon zetten nadat je een minimum aan uitzet bij elkaar had gesprokkeld. Tegenwoordig zie je vaak het andere uiterste: heel wat koppels die gaan samenwonen, hebben te véél meubelen en huisgerief. Omdat jonge singles niet meer in het ouderlijke huis blijven wachten tot de ware zich aandient, maar op zichzelf gaan wonen. En omdat mensen die na een stukgelopen huwelijk in een nieuwe relatie stappen doorgaans een complete uitzet hebben. Dus moeten er verscheurende keuzes gemaakt worden als die twee huishoudens op een dag samensmelten tot één geheel. Wat krijgt een plaats in het nieuwe huis, wat verhuist naar de zolder en wat gaat onherroepelijk de deur uit?
"Ik heb enorm veel weggegooid toen Dirk en ik vorige zomer gingen samenwonen", vertelt Veerle (38). "Soms met pijn in het hart, maar het moest: Dirk en ik hadden zowat alles dubbel en de woning waar we naartoe trokken, was wel ruim, maar ook geen kasteel. Ik was na mijn scheiding in het echtelijke huis blijven wonen, samen met mijn dochter. Ook al had ik geen chique meubelen of waardevolle spullen, dat huis was meer dan tien jaar mijn nest geweest. Dirk van zijn kant woonde in een ruim appartement dat hij in de loop der jaren had ingericht naar zijn eigen smaak, en hij had daar best wat geld tegenaan gegooid. Tijdens onze eerste gesprekken over samenwonen, ging hij er dan ook voetstoots vanuit dat zijn inboedel voorrang zou krijgen op de mijne. ‘Je gaat me toch niet wijsmaken dat je gehecht bent aan dat vezelplaten kastje in je hal?', merkte hij ooit tactloos op. En: ‘Geef toe dat die lamp van jou als een tang op een varken zal staan bij mijn designzetels'. Maar die dingen hadden voor mij een emotionele waarde: het kastje was nog van mijn grootmoeder geweest, en die lamp was het eerste stuk huisraad dat ik ooit zelf gekocht had. Omgekeerd lag het zwaar op zijn maag dat ik zijn kunstwerken, waar hij zoveel in geïnvesteerd had, maar niks vond. Die moderne doeken en vreemdsoortige beelden hoorden volgens mij thuis in een museum, niet in een woonkamer. We zijn er uiteindelijk uitgekomen, hoor. Omdat we elkaar doodgraag zien en niets liever willen dan elke dag bij elkaar zijn. Ons interieur is een boeiende mix geworden van zijn en mijn spullen, waarin ook mijn dochter zich helemaal thuis voelt. Dirks kunstwerken hebben een plekje gekregen in de hal en het bureau. En ik heb de logeerkamer lekker kneuterig ingericht met spulletjes die ik onmogelijk kon wegdoen. Het kastje van mijn oma, bijvoorbeeld. De lamp, die is toch maar naar de kringwinkel gegaan. Samen met veel stukken huisraad die nog dateerden uit mijn huwelijk. Het was tijd om een nieuwe, frisse start te maken."

Meer dan een kwestie van smaak

"Twee mensen die onder één dak gaan wonen, dat zijn twee levens die samenkomen", zegt relatiedeskundige Rika Ponnet. "In die verhuiswagen zit je hele geschiedenis. Logisch dat het tijd en energie vraagt om hier als koppel je weg in te vinden. Het is een echte relatietest: in hoeverre ben je in staat om rond al die spullen, die vaak sterk emotioneel beladen zijn, keuzes te maken en compromissen te sluiten? Wie hecht waaraan, en hoe ga je daarmee om? Het is belangrijk om daarover te praten en te onderhandelen. Met respect voor elkaars smaak, want het is niet omdat je een nieuwe partner hebt met wie het goed klikt, dat jullie dezelfde dingen prachtig of juist afschuwelijk vinden. Accepteren dat hij of zij een andere smaak heeft, is ook accepteren dat er in jullie woonst spullen zullen staan die jij niet zo mooi vindt. Zonder daarover te zeuren of een drama van te maken. En zeker zonder te roepen dat het nergens op lijkt en dat je het helemaal anders wilt. Dat is een emotionele afwijzing, waarbij je eigenlijk zegt: ik wil jou veranderen. Geen wonder dat conflicten over gordijnen en stoelen kunnen ontaarden in een regelrechte machtsstrijd, waarbij het in feite over veel diepere thema's gaat."
 
"Nu gaat het prima tussen Karel en mij", zegt Linda (53). "Maar toen we in het begin samenwoonden, zag ik het af en toe echt niet zitten. Het probleem was vooral dat Karel het moeilijk vond om dingen te veranderen in het huis waarin hij gelukkig was geweest met zijn overleden vrouw, en om spullen weg te doen die zij samen hadden uitgekozen. Hij vond dat ik overdreef als ik zei dat de keuken aan vernieuwing toe was. En toen ik voorstelde om zijn doorgezakte zetels te vervangen door mijn bankstel, dat in veel betere staat was, moest hij serieus slikken. Zelfs mijn voorstel om samen een nieuwe slaapkamer te kopen, viel niet meteen in goede aarde. Ik heb hem ooit gevraagd hoe hij het zich dan had voorgesteld, ons samenwonen. Dat ik met twee koffertjes aan zijn deur zou staan, waarna hij alleen maar de helft van zijn kleerkast voor mij moest leegruimen? Dat ik naast hem in bed zou kruipen, op dezelfde plek waar zijn vrouw altijd geslapen had? Dat al mijn gerief op zolder gestockeerd zou worden? Hij zweeg betrapt, want dat was exact wat hij gedacht had. Gelukkig konden we erover praten, en begreep ik ook waarom dit voor hem zo gevoelig lag. Hoe moeilijk het soms ook was, ik heb geprobeerd om niks te forceren. En kijk, de tijd heeft zijn werk gedaan: Karel zag stilaan in dat hij het verleden moest loslaten en een nieuw verhaal schrijven, een nieuw team vormen. Met mij."

Weg uit je comfortzone

Als een koppel plant om te gaan samenwonen, is de eerste vraag: waar? Bij jou, bij mij of elders? Dat laatste is ongetwijfeld het beste vertrekpunt: allebei de vertrouwde stek achterlaten en verhuizen naar een nieuwe locatie, om daar samen van nul te beginnen. Maar in de praktijk komt het vaker voor dat de een bij de ander intrekt. Omdat je het onzinnig vindt om je eigen huis te verhuren of te verkopen en elders te gaan wonen. Omdat het handiger en goedkoper is als slechts een van beiden moet verkassen. "De partner die verhuist, zet een stap die je niet mag onderschatten", zegt Rika Ponnet. "Hij geeft veel op om een leven samen mogelijk te maken. Wie verhuist, verlaat niet alleen zijn huis, maar ook de buurt waarin hij woonde, de bakker om de hoek, de buren, de huisarts, de sportclub. Ook al ga je maar vijftien kilometer verder wonen, je komt in een andere wereld terecht. Voor de partner die in zijn huis blijft, verandert er niet zoveel. Die blijft in zijn comfortzone en krijgt er een geliefde bij als surplus. Op die manier kom je echt wel bij de ander in het krijt te staan. Het minste wat je dan kunt doen, is erover waken dat je partner zich zo snel mogelijk thuisvoelt. Door letterlijk ruimte te scheppen en toe te laten dat ‘jouw' huis nu ‘jullie' huis wordt. Toegegeven, ook dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan."
 
Caroline (43) weet daar alles van. "Michael en ik hadden al een paar keer over samenwonen gepraat, in de zin van: later, als de kinderen groter zijn, of als een van beiden ooit in de financiële problemen zou komen. Dat laatste kwam sneller dan verwacht, toen Michael een hele poos zonder werk zat. Tuurlijk zei ik ja toen hij voorstelde om bij me te komen wonen. Ze waren van harte welkom, hij en zijn dochtertje. Zijn inboedel, dat was een ander paar mouwen. Ik vond het geen leuk vooruitzicht dat ik spullen van mezelf zou moeten wegdoen om plaats te maken voor de zijne. Toen de dag van de verhuizing aanbrak, heb ik met lede ogen toegekeken hoe zijn meubelen en verhuisdozen naar binnen werden gedragen, me afvragend waar dat allemaal naartoe moest in mijn niet al te grote huis. Mijn plek, waar ik na de scheiding met mijn twee kinderen een nieuw leven had opgebouwd en die helemaal van mezelf was. En ook al vond ik het samenwonen vanaf dag één superfijn en gezellig, ik heb toch regelmatig op het puntje van mijn tong moeten bijten. Toen Michael ineens overal fotolijstjes begon neer te zetten bijvoorbeeld, of toen hij zijn enorme blender een prominent plaatsje gaf op het toch al overvolle aanrecht. Nu, een half jaar later, zijn de scherpe kantjes eraf. We evolueren steeds meer naar een wij-gevoel, ook wat ons huis betreft. Wat zeker helpt, is dat alle nieuwe aankopen van ons twee samen zijn, en niet langer verwijzen naar het leven dat we hiervoor geleid hebben."

Van tafel en bed

Daar wringt inderdaad nogal eens het schoentje als twee inboedels samenkomen: dat spullen niet zomaar spullen zijn, maar soms stille getuigen van vorige relaties. De bank waarop hij nog met zijn ex heeft tv gekeken en geknuffeld. Het bed waarin ze hebben geslapen en gevrijd. De tafel waaraan ze hebben gegeten en lange gesprekken gevoerd. "Sommige stukken huisraad hebben inderdaad een sterke symboolwaarde, omdat het plaatsen zijn van intimiteit en verbondenheid", vindt ook Rika Ponnet. "Als je van plan bent om voor het samenwonen een paar nieuwe aankopen te doen, begin dan hiermee. Niet dat het per se moet om de relatie te doen slagen. Als je partner je eettafel mooi vindt en romantische herinneringen bewaart aan het ontbijt na jullie eerste nacht samen, hebben jullie aan die tafel het begin van een nieuwe geschiedenis geschreven."
 
Wat mezelf betreft, en mijn lief met zijn voorliefde voor felle kleurtjes: ik heb er vertrouwen in. Het huis waarin we straks gaan samenwonen wordt een knusse plek. Met een beetje van hem en een beetje van mij en veel van ons samen. Zen met veel streepjes kleur, of omgekeerd. Laat maar komen. Waarom zou ik aarzelen, nadat hij mijn leven al op alle mogelijke manieren heeft opgefleurd en kleur gegeven? En jawel, zijn paarse zetel mag mee. Graag zelfs, want hij leent zich uitstekend tot dicht tegen elkaar aankruipen.