‘Er bestaat geen foute manier om te rouwen’

22 november 2014

Als je kind uit het leven wordt gerukt, staat de wereld stil. En toch moet je door. Relatietherapeute Rika Ponnet over rouwverwerking na het plotse verlies van een kind: ‘Iedereen verwerkt zo’n intens verdriet anders en binnen elk koppel hebben partners hun eigen copingstrategie. Het is belangrijk dat je de ander daarin probeert te begrijpen.’ Artikel van Rien de Mey voor Het Nieuwsblad.

 

Iemand verliezen in een verkeersongeval gebeurt heel plots. Heeft dat invloed op het rouwproces?
‘Ik merk vaak dat als mensen afscheid konden nemen, bijvoorbeeld van een geliefde die ziek was, er een grotere acceptatie is. Dat betekent niet dat de rouw sneller voorbij is, want op rouw kun je geen tijd kleven, maar wel dat mensen vlugger positieve herinneringen kunnen toelaten. Er is een warmer gevoel rond datgene wat geweest is. Er is soms zelfs dankbaarheid, weliswaar gecombineerd met heel veel verdriet en pijn. Bij een plots verlies is het verhaal niet af en moet je het alleen verder proberen schrijven. Dat is zeer moeilijk.'

Kun je afscheid nemen van iemand die er niet meer is?
‘Als er geen uitgesproken of gedeeld afscheid is geweest, moet je zelf een einde aan jullie verhaal samen breien. Ik heb al moeders of vaders gehoord die blij zijn dat ze 's ochtends op een fijne manier afscheid hebben genomen van hun kind, voor het met de fiets naar school reed. Dat ze voor het ongeval helemaal in harmonie waren met elkaar helpt bij het afronden. Maar het gebeurt ook dat je iemand verliest waarmee je op dat moment niet in het reine was. Een partner waar je net ruzie mee maakte, een moeder waarmee je in conflict leefde of een puber of jongvolwassene met wie je relatie even niet goed zat. Dat maakt het moeilijker om jullie verhaal samen af te ronden. Mensen kunnen hun weg daarin vinden door - voor zichzelf - die situaties toch nog op te lossen. Door gesprekken te hebben met iemand die er niet meer is. Je kunt je in zo'n geval afvragen hoe de situatie geëvolueerd zou zijn. Wat zouden jullie tegen elkaar gezegd hebben? Hoe zou je leven eruit hebben gezien als het ongeval niet was gebeurd? Zo kun je voor jezelf dat verhaal opnieuw structureren en creëer je een narratief die je als een geheel meeneemt in je verwerkingsproces.'

Dat afronden van het verhaal is belangrijk voor het rouwproces?
‘Onbeantwoorde belangrijke vragen, blinde vlekken, gaten in het gebeurde, staan evolutie vaak in de weg. Voor jezelf een coherente, gestructureerde verhaal kunnen maken is heel helpend. Sommigen doen dit al pratend, anderen door het uit te schrijven. Zeker als een verkeersongeval in onduidelijke omstandigheden gebeurt, is dat heel moeilijk. Ik zag een koppel wier achttienjarige zoon in een fietsongeval om het leven kwam. De man begreep niet hoe het ongeval had kunnen plaatsvinden. Hij twijfelde aan zelfdoding. Alleen zo kon hij de dood van zijn zoon een plaats geven. Maar voor zijn echtgenote was zelfdoding absoluut niet bespreekbaar, zij wilde geloven dat het om een ongeluk ging. Ze maakten elk hun eigen narratief rond het voorval, diegene die zij konden aanvaarden en dragen. Maar hun verhalen stonden lijnrecht tegenover elkaar. Dat maakte het heel moeilijk om samen verder te gaan.'

Kan therapie helpen bij het creëren van die narratief?
‘Ik kan alleen maar luisteren, een veilige plek tot stand brengen waar alle emoties welkom zijn. Ik kan proberen mee betekenis te geven aan een verhaal door het met een cliënt of paar in detail te gaan uitwerken en te ontrafelen. Wat is er die dag gebeurd en in welke omstandigheden? Hoe kan je dit plaatsen in de geschiedenis die je tot dan toe samen schreef? We kunnen dan op zoek gaan naar een mogelijke logica, een aantal pistes bekijken en doorpraten, al zijn er vragen waarop je nooit een antwoord krijgt of vindt. Vaak zie je dat mensen uiteindelijk voor zichzelf mettertijd een verhaallijn kiezen waarmee zij verder kunnen. Zo een proces hoeft zeker niet via therapie te gebeuren. Het merendeel kan hiermee gelukkig terecht bij anderen uit de directe omgeving. Sommigen ervaren het als helend om hun ervaringen met lotgenoten te delen, anderen hebben daar dan weer niets aan. En een aantal mensen kiezen voor begeleiding bij een professioneel. '

Reageren partners vaak anders op het verlies van een kind?
‘Rouwen is iets heel individueels, ieder heeft zijn eigen manier om met verlies om te gaan. En dat is voor die persoon de enige juiste manier. Binnen elk koppel hebben partners dus een eigen copingstrategie. Als die strategieën gelijkaardig zijn, is het 'gemakkelijker' om een verlies samen te verwerken. Maar het gebeurt ook dat de ene partner er veel over wil praten en de andere net niet. Of dat de ene veel foto's wil ophangen en de andere alles wat hem of haar aan de overledene herinnert als te pijnlijk ervaart. Er wordt vaak gedacht dat koppels na het verlies van hun kind afstevenen op een breuk, maar cijfers weerleggen dat. Meestal wordt de band tussen partners net intenser doordat ze deelgenoot zijn aan hetzelfde overweldigende verdriet. Samen rouw doorkomen lukt beter als men in staat is om de rouwstrategie van de ander te respecteren. Aanvaarden dat jij op een andere manier rouwt dan je partner en dat dat normaal is.'

Dat kan moeilijk zijn.
‘Vaak wel, want bij een onverwacht overlijden zijn er soms ook schuldgevoelens. Had ik hem maar naar de tennisles gebracht, dan was dit niet gebeurd. Had jij die avond niet overgewerkt, dan had ik hem kunnen brengen. Maar nu moest hij met de fiets. Je hebt het gevoel dat, als je ook maar iets aan de chronologie van die dag wijzigt, het ongeval niet was gebeurd. Dan was die persoon op dat ogenblik niet op die plaats geweest. Als zulke dingen niet bespreekbaar zijn en je projecteert dat schuldgevoel en die woede op je partner, dan wordt hij of zij de boosdoener, diegene die in jouw ogen de schuld draagt. Je manier van rouwen kunnen delen, is dan helpend. Ik voel het zo, jij voelt het anders en dat is prima. We rouwen allebei en maken andere dingen door. Je leert je partner ook plots op een andere manier kennen. Hoe iemand zo'n groot verlies verwerkt, kan heel ver staan van jouw verwerkingsproces. Dat kan choquerend zijn. Met vrienden is dat trouwens ook zo. Er wordt wel eens gezegd dat je in nood je echte vrienden leert kennen. Dat klopt niet echt. Je leert vooral hoe mensen uit je directe omgeving met verlies, kwetsbaarheid omgaan. Het laat doorgaans niemand onverschillig, maar sommigen gaan de confrontatie met lijden helemaal uit de weg, vanuit een eigen onvermogen. Anderen van wie je het minder verwacht, kunnen heel steunend en troostend aanwezig zijn. '

Ook voor de andere kinderen in het gezin is het verlies van een broer of zus traumatisch.
‘Broers en zussen krijgen vaak pas in tweede instantie aandacht, terwijl het verlies voor hen even ingrijpend is: er wordt een gat in het gezin geslagen. Maar als ouder is het vaak moeilijk om daar een evenwicht in te vinden. Je krijgt zelf een emotionele klap te verwerken en er wordt tegelijk van je verwacht dat je ook een dragende rol speelt in het rouwproces van je kinderen. Het is daarom belangrijk om kinderen te zien als volwaardige rouwenden: je kunt hen niet sparen van het verdriet. En voor zo'n kind is het ook helend om toegelaten te worden in het verdriet van zijn moeder of vader, het geeft hem het gevoel heel dicht bij zijn ouders te staan. Gedeeld verdriet is geen half verdriet, maar het brengt wel een intense verbinding tot stand. Die band kan er dan weer voor zorgen dat mensen mettertijd, individueel en als gezin, de kracht vinden om het verlies te dragen. Want laat daarover geen twijfel bestaan: 'verwerken', 'een plaats geven' doe je zo een verlies niet, je ontwikkelt op zijn best een vermogen om het te dragen.

Toen ik een groot verlies moest verwerken vertelde mijn vriend me een Boeddhistisch verhaal over een vrouw die kapot is van verdriet na het overlijden van haar enige zoon. Ze smeekt de Boeddha om haar kind weer tot leven te brengen. Hij zegt dat hij haar kan helpen als ze hem een mosterdzaadje brengt uit een huis waar de dood nog nooit is geweest. De vrouw klopt aan bij elk huis dat ze tegenkomt, maar nergens krijgt ze een mosterdzaadje mee. Tot ze begrijpt wat de Boeddha haar wilde leren: niemand wordt gespaard door de dood.
‘Een heel wijs verhaal. Niemand kan aan het einde van zijn leven zeggen dat hij nooit een moeder, vader, broer of zus, kind is verloren. De dood is iets waar we allemaal mee geconfronteerd worden en toch hebben we het zeer moeilijk met rouwen. Dat komt omdat we het als maatschappij gewoon zijn geworden een oplossing te zoeken voor problemen. We hebben de dood geproblematiseerd en zien het niet langer als een deel van het leven. Vroeger ging je tijdens de rouw in het zwart gekleed: zo wist iedereen wat je doormaakte en kreeg je daar ook de tijd voor. Nu lijkt het alsof rouwverwerking een probleem is dat we zo snel mogelijk van de baan moeten hebben, het verlies iets is wat we snel achter ons moeten laten. Maar een primaire hechtingsband, die gaat niet zomaar 'over', die blijft er, ook over de dood. Zeg ook nooit tegen iemand dat ze hun verlies ‘met de tijd wel zullen kunnen loslaten'. Dat is heel wrang om te horen, want als ouder wil je je kind niet loslaten. Die band met de overledene wil je voor altijd koesteren, verder met je mee dragen. Dat met de tijd de herinnering wat kan vervagen is net een pijnlijke vaststelling. Dat je zijn stem niet meer hoort, of je haar gezicht niet even scherp meer voor de geest kunt halen. Dat maakt het verdriet vaak jaren later weer even intens. We denken er niet graag zo over na, maar rouw is de keerzijde van liefde. Hoe liever we iemand zien, hoe moeilijker het is om fysiek afscheid te nemen. Wat dan kan troosten, is weten dat de ander er inderdaad niet meer is, maar de band die er was, voor altijd blijft. Wat eveneens troost brengt, is weten dat je niet alleen staat met je verdriet. Niemand krijgt dat mosterdzaadje.'