Het dertigersdilemma: een kind of niet?

08 februari 2017

Dertigers hebben het niet gemakkelijk vandaag. Het is een generatie onder druk. In je dertigerjaren moet het allemaal gebeuren, of zo lijkt het toch. Je moet carrière maken én de juiste levenspartner vinden én een huis kopen én de wereld blijven ontdekken. Allemaal grote beslissingen die een nog grotere vraag met zich meebrengen: willen we daarbij nog een kind? Geen eenvoudige vraag voor de dolende dertiger, die niet weet wat kiezen in een wereld vol keuzes. Artikel van Lien Lammar voor Psychologies Magazine.

 

Wil ik kinderen of niet? Eens je de dertig voorbij bent, stelt de vraag zich groter dan ooit. Vriendinnen en collega's worden massaal zwanger. Je ouders verlangen stiekem of net heel erg luidop naar kleinkinderen. De huisarts wijst je er in duidelijke woorden op dat je stilaan de grens van onvruchtbaarheid - of op z'n minst vruchtbaarheidsproblemen - nadert wanneer je een nieuw voorschrift voor de pil vraagt. Alles en iedereen rondom je schreeuwt dat je nu toch wel eens een beslissing moet gaan nemen. Als dertiger moet er getrouwd, gebouwd en gebaard worden.

Twijfelen is voor twintigers!
Maar wat als je het nog steeds niet weet? Wat als je wel graag kinderen ziet, maar niet weet of je er zélf wil opvoeden? Dan kan je nog even wachten en nadenken, maar liefst niet te lang, want die eicellen blijven niet eeuwig rijp. Je kan je twijfel overboord gooien en gewoon springen, maar het gaat hier wel om een kind kopen, geen nieuw paar schoenen of een huis dat je weer kan verkopen. Ik moet er geen tekeningetje bij maken. It's complicated, ook bij ondergetekende. Toen mijn nichtje me voor het eerst spontaan omhelsde en haar kleine mollige armpjes om mijn nek sloeg, moest ik bijna huilen van ontroering. Mijn vriend en ik nemen onze petekinderen - vijf intussen - graag mee op sleeptouw naar de speeltuin, het circus of het bos. We noemen de kleine kinderen van vrienden ‘schattig' en lachen om hun gekke bekken of slimme uitspraken. En toch, op de vraag of we zélf kinderen willen, kunnen we geen antwoord geven. Misschien ooit, misschien nooit. We weten het niet. Het enige dat we wél weten, is dat we ze nu, op dit moment, niet willen.

Verlammende keuzestress
Hoewel de babyboom in onze vriendenkring het niet meteen zo doet lijken, zijn mijn vriend en ik vast niet de enigen die in de knoop zitten met de kinderkwestie. Cijfers van Kind en Gezin laten zien dat er flink getreuzeld en getwijfeld wordt. Vlaamse vrouwen krijgen steeds later én steeds minder kinderen. Met minder dan 68.000 geboortes zitten we aan het laagste cijfer in tien jaar tijd. Vlaamse vrouwen zijn gemiddeld 28 jaar wanneer ze hun eerste kind krijgen, maar steeds vaker wachten ze ermee tot na hun dertigste verjaardag - als er al kinderen komen.

"Zo'n veertig jaar geleden was kinderen krijgen een vanzelfsprekendheid", zegt Nienke Wijnants, een Nederlandse psychologe die in 2008 ‘Het dertigersdilemma' schreef. Het boek over de belangrijkste loopbaan- en levensvragen van twintigers en dertigers werd een bestseller, in het voorjaar verschijnt een nieuwe uitgave. "Kinderen, die kreeg je gewoon. Vandaag bepalen we zelf of we kinderen willen of niet. Het feit dat deze nieuwe keuze er is, zorgt bij veel dertigers voor stress. Het is een zoveelste, lastige afweging geworden die je dient te maken. En aangezien er geen objectief, rationeel argument bestaat om kinderen te ‘nemen', ligt het gevaar op de loer dat je heel lang blijft twijfelen."

We staan zelf aan het roer van ons leven en hebben maar te graaien in die enorme zee van keuzes. Nog een studie erbij, even in het buitenland gaan wonen, wel of geen gezin: we bepalen zelf wat we willen. Al die mogelijkheden bieden kansen, maar werken ook verlammend. Daarbij komt nog eens dat dertigers dol zijn op plannen, iets wat dankzij de anticonceptie perfect mogelijk is. "Er is nooit een ideaal moment om een kind te krijgen", zegt Wijnants. "Je wil eerst nog die wereldreis maken, die promotie op je werk binnen halen, een groter huis met een tuin kopen,... Al dat plannen heeft voordelen, maar het betekent ook een nieuwe, eindeloze bron van getwijfel en gepieker."

Ouder voor altijd
Wat vroeger vanzelfsprekend was, is nu een levensvraag van formaat geworden. Het is dan ook een belangrijke en vooral bepalende beslissing. "Je job, je partner, de omgeving waar je woont: niets hoeft vandaag ‘voor altijd' te zijn," zegt seksuologe en relatietherapeute Rika Ponnet. "Dat geldt voor zowat alles in ons leven, behalve voor kinderen. Het ouderschap kan je niet teruggeven of achterlaten, dat ben je voor de rest van je leven. Dertigers zijn zich daar heel bewust van."

Als ze kiezen voor kinderen, willen ze het goed doen. Misschien wel té goed. Dat merkt ook Mirjam Van Immerzeel op, een Nederlandse journaliste die tien jaar geleden zelf worstelde met de vraag ‘wil ik een kind of niet?' en er een openhartig boek over schreef. Ook zij werkt aan een nieuwe uitgave waarin ze wil uitzoeken wat er gekomen is van haar piekerende leeftijdsgenoten van toen, en hoe het met de nieuwe generatie dertigers gesteld is. "Wat me opvalt in de gesprekken die ik met de twijfelaars van vandaag heb, is dat ze het ouderschap heel serieus nemen. Ze willen alles op een rijtje hebben voor ze eraan beginnen, een perfect plan hebben van hoe ze het willen aanpakken. Geen wonder dat het soms lang duurt voor aan baby's durven beginnen."

Ook Rika Ponnet ziet hoe dertigers de lat heel hoog leggen voor zichzelf. "De manier waarop over ouderschap gepraat wordt, is beklemmend. Het is een keuze die je gelukkig móet maken. Jij moet het goed doen, je kinderen moeten het goed doen. Nog voor je zwanger bent, word je om de oren geslagen met adviezen over hoe het wel of niet moet. Het ouderschap is lang geen ontspannende wandeling meer."

En dan hebben we het nog niet gehad over die wereld vol terreuraanslagen, klimaatveranderingen en torenhoge prestatiedrang waar we onze toekomstige kinderen mee opzadelen. Ook dat voedt de twijfel. Wil je in deze maatschappij nog wel kinderen grootbrengen? Noël Salazar, antropoloog aan de KU Leuven, vindt dat iets te scherp gesteld. "Onze samenleving kent heel wat problemen waar dringend aan gewerkt moet worden, dat klopt. Maar beslissen om daarom geen kinderen te krijgen, zal daar niets aan veranderen, integendeel. Je zou ook omgekeerd kunnen redeneren: als je kinderen hebt, kan je hen ervan bewust maken dat dit belangrijke problemen zijn waar we samen iets aan moeten doen. Misschien is het daarom net wél belangrijk om kinderen op de wereld te zetten: als een investering in de toekomst, om waarden aan door te geven die jij zelf belangrijk vindt in het leven. Op die manier bekijk je het krijgen van kinderen als iets positiefs - wat het over het algemeen ook is."

Bang van ploetermoeders
Sophie (34) worstelt al twee jaar met het kindervraagstuk. "De ene dag denk ik ‘ja', de andere dag ‘nee'. Mijn vriend en ik hebben een leuk leven. We gaan op reis wanneer we willen, we kunnen volledig gaan voor de job die we graag doen, liggen op zondag soms een hele dag in de zetel te lezen en naar muziek te luisteren. Als ik vriendinnen zie ploeteren met hun kinderen twijfel ik echt of ik dat wel wil. Het klinkt heel egoïstisch, maar ik vind het belangrijk om tijd voor mezelf te hebben. Ik ben bang dat dat niet meer gaat lukken van zodra er kinderen zijn, en dat ik daardoor mezelf en misschien zelfs mijn vriend ga verliezen. Tegelijkertijd voel ik me schuldig over die gedachte. Alsof ik het mezelf gemakkelijk wil maken door te kiezen voor een leven zonder kinderen." Het is een tegenargument dat veel twijfelaars zullen herkennen: zal ik niet te veel van mezelf en mijn vrijheid moeten opofferen?

"Die gedachte heeft niks met egoïsme te maken, maar met de idealen die twintigers en dertigers meegekregen hebben", zegt Rika Ponnet. "Ze zijn opgevoed met de boodschap dat je alles kan zijn of worden wat je wil. Zelfontplooiing is voor hen heel waardevol. Het is logisch dat de jarenlange toewijding die het ouderschap vraagt daar voor een stuk mee in conflict komt."

Kinderen opvoeden is geen sprookje, dat weten we intussen wel. De roze wolk van het moederschap wordt steeds meer aan flarden geschoten door berichten over depressieve moeders, wanhopige ouders en gebroken gezinnen. Online communities als The Gentlemom¸hebben genoeg van de schone schijn en praten openlijk over postnatale depressies, iets waar één op zes moeders in ons land mee te maken krijgt.

Radiostem Siska Schoeters windt er in de krant geen doekjes om dat ze die kleine fuckers van kinderen soms achter het behang zou willen plakken. Internet en sociale media duwen ons meer dan ooit het volledige, niet altijd zo prettige plaatje onder onze neus. Heel eerlijk en echt allemaal, maar niet bepaald promotiemateriaal voor het ouderschap voor wie nog twijfelt. Moeder of vader zijn is worstelen, eindeloos geduld hebben en jezelf soms verliezen. Waarom zou je er in hemelsnaam aan willen beginnen? "Het is een beetje zonde zo te denken, al is het niet verwonderlijk," zegt Rika Ponnet, "Kijk maar naar Facebook: mensen posten er ofwel foto's van hun perfecte gezinsgeluk, ofwel roepen ze er uit hoe moeilijk en vermoeiend het allemaal wel niet is. Dat zijn twee versmachtende extremen. Die verhalen hebben een grote impact, maar ze dekken niet altijd de realiteit. Heel veel mensen lukt het wél om hun werk en gezin te combineren en om een fijne relatie te blijven hebben met hun partner. Maar die verhalen hoor je weinig."

Wil ik het zélf?
Dertigers zijn massaal op zoek naar zichzelf. Ze laten zich zo sterk leiden door verwachtingen van ouders, leeftijdsgenoten of de maatschappij dat ze niet meer weten wat ze zelf willen. Koppels maken kinderen om hun relatie te redden of om een leegte in hun leven op te vullen. Vrouwen worden moeder omdat ze bang zijn dat ze later spijt zullen hebben, of omdat vrouwen nu eenmaal moeder worden.
"In het ideale plaatje van het leven van de ‘gelukkige dertiger' lijkt het hebben van een kind van essentieel belang", zegt Nienke Wijnants. "Je telt pas mee als je én een leuke partner, én dat mooie herenhuis, én die geweldige baan én dat kind hebt. Een vervelende voorstelling van zaken voor hen die twijfelen of ze nu eigenlijk wel kinderen willen. De druk om ook aan dit aspect van het perfecte plaatje te voldoen, zorgt ervoor dat dertigers soms om de verkeerde redenen besluiten om aan kinderen te beginnen: gewoon, omdat het erbij hoort."

Naast ons eigen geluk is sociale identiteit immers een belangrijk motief om voor een kind te kiezen. "Voor veel mensen speelt dat een grotere rol dan ik had verwacht", merkte ook Mirjam Van Immerzeel tijdens haar onderzoek. "Mijn zwangere vriendinnen vonden het geweldig om met hun bolle buik op de bank te zitten kletsen. Toen heb ik daar voor mezelf wel flink over nagedacht. Hoe belangrijk vind ik het om hetzelfde te ervaren als hen? Wil ik een kind omdat ik het wil, of omdat iedereen het wil?"

Mirjam besliste uiteindelijk dat ze geen kinderen wilde, maar het kan ook de andere richting uitgaan, zoals bij Saskia (33). "De moeilijkheden die ik zag bij vrienden met kinderen hebben me lang tegengehouden, tot ik niet zo lang geleden plots besefte dat ik me niet kon voorstellen dat ik géén moeder zou worden. Toen heb ik de knop omgedraaid in mijn hoofd. Mijn vriend wil liever geen kinderen, dus we hebben nog een lange weg te gaan, maar voor mezelf ben ik er helemaal uit. Ik weet nu dat ik graag een kind wil om voor te zorgen, en die gedachte geeft me rust."

In de spiegel
Er bestaat geen afvinklijstje voor de vraag ‘wil ik kinderen of niet'. Het antwoord is geen optelsom van voordelen en nadelen, het is niet juist of fout. Het is een gevoel dat kan veranderen, en precies dat maakt het voor sommigen zo'n moeilijke keuze.
"Je mag gerust twijfelen, maar je kan het niet blijven doen", zegt Mirjam Van Immerzeel. "Op een bepaald moment moet je echt wel de knoop doorhakken, wil je er niet ongelukkig van worden."
Zoek het antwoord vooral in jezelf, zegt psychologe Nienke Wijnants, door te streven naar authenticiteit. "Probeer trouw te blijven aan je eigen identiteit en volg je innerlijk kompas. Hoe meer je je bewust bent van je eigen waarden en normen, hoe gemakkelijker je keuzes kan maken."

"Geef het tijd", zegt Rika Ponnet. "Niemand kan de beslissing voor jou maken. Durf naar jezelf in de spiegel te kijken. Als je twijfelt, wil dat zeggen dat je toch ergens verlangt naar het hebben van kinderen. Dan is het interessant om te gaan kijken wat je precies tegenhoudt. Zijn de angsten die je afremmen fundamenteel? Wat kan je doen om voor jezelf alsnog tot een duidelijke ‘ja' of nee' te komen? Helemaal klaar voor een kind ben je nooit. Het is altijd een beetje springen. Jonge mensen zijn het vandaag gewend om over alles controle te hebben, ze willen zekerheden. Het ouderschap is daar het compleet tegenovergestelde van: het is de controle loslaten. Dat is beangstigend, maar tegelijkertijd een geweldige oefening in leven."

"We willen ons voortplanten, niet zozeer kinderen krijgen."
"Is het onnatuurlijk om geen kinderen te willen, of er minstens aan te twijfelen? Volg ik mijn gevoel als ik zeg dat ik misschien geen kinderen wil, of ben ik eigenlijk onbewust een soort natuurlijk verlangen aan het onderdrukken? Soms ben ik bang dat ik mezelf voor de gek aan het houden ben." Nina (33) voelt (voorlopig) geen klok tikken of moedergevoelens opspelen, in tegenstelling tot de meeste van haar vriendinnen. Mark Nelissen, gedragsbioloog aan de Universiteit Antwerpen, relativeert die moederdrang of dat zorginstinct - of hoe je het ook wil noemen. "We zeggen graag dat vrouwen een drang voelen om kinderen te krijgen, maar dat klopt niet helemaal. Een juistere formulering is dat we doorheen de evolutie genen hebben overgeërfd die maken dat we ons willen voortplanten. Maar dat klinkt nogal koud, dus zeggen we liever dat we verlangen naar kinderen."

Gaan dertigers die uiteindelijk ‘nee' zeggen tegen een gezin in tegen de natuur? "Ergens wel, maar daar is niets verkeerd aan. In onze samenleving onderdrukken we voortdurend onze oergenen. Het zit in ons ingebakken om soms racistisch of agressief te zijn, maar ook daar verzetten we ons tegen. Voor die kinderwens kan dat even goed gelden." Wie geen spontaan oergevoel of drang voelt, moet vooral eerlijk zijn tegenover zichzelf, zonder zich te laten beïnvloeden door partners en ouders die graag vader, moeder of grootouder willen worden. "Wie niet voor kinderen kiest, gaat in tegen de sociale orde, maar misschien niet tegen haar of zijn eigen natuur."