“Hij bleef doorbomen over dat overspel, terwijl het daar niet om ging”

14 september 2021

Na 21 jaar heeft ze Maarten (42), de papa van haar twee kinderen, verlaten. Sarah is 43 en net gescheiden. “Het was alsof de ­zuurstof langzaamaan uit onze relatie verdween. Ik voelde me verstikt. Gebetonneerd.” Sarah wou vrij zijn. “Hij bleef het maar over het ­overspel hebben, terwijl het daar niet om draaide.”

Verschenen op nieuwsblad.be - Tekst: Lotte Debrouwere

Net gescheiden. Nog niet op papier. Maar wel in tafel en bed. Sarah zet koffie in haar kersverse huurhuisje in Antwerpen. Je moet nog slalommen tussen bananendozen. Een Ikea-zetel is net aangekomen. “Ben jij toevallig handig in zetels in elkaar steken”, vraagt ze lachend. “Mijn moeder belde, ze komt me zo helpen.” Sarah heeft geen vader. “Hij liet mijn moeder zitten toen ze zwanger was. Mijn moeder heeft me alleen opgevoed. Ze had het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Ik zag haar soms gebogen over haar bureau, met een stapel rekeningen voor zich. Altijd zei ze: Het komt goed, meisje. Ze probeerde me zo veel mogelijk te ontzien.”

Dat Sarah geen vader had, was nooit een punt voor haar. Ten­minste, dat dacht ze. Tot haar relatie na twintig jaar strandde.

Ze leerde Maarten kennen in Leuven. “Hij was een heel goeie maat. Maar hij was drie jaar lang verliefd op mij. Ik hield de boot af. Ik hield van hem, maar nooit op de manier waarop hij van mij hield. Ik fladderde, genoot van het vrije leven, het uitgaan, drinken, de wereld die aan je voeten lag. Maarten en ik hadden fun, gingen samen naar concerten en zaten vaak op elkaars kot. Na drie jaar zei hij dat hij me niet meer wou zien, dat hij te zot van mij was en zo nooit iemand anders zou ontmoeten. Pas toen merkte ik dat ik niet zonder hem kon. Hem bij een ander, dat leek me zo raar. Dus werden we toch een koppel. Het roekeloze leven lag wat achter me en ik wou stabiliteit. Ik zei hem van in het begin dat ik hét Grote Gevoel niet voelde, maar we klikten wel heel goed. Ik zag hem echt wel graag. Maarten kon daarmee leven. En de seks? Je bent jong, dus seks is seks, hé. Je hebt sowieso veel zin, dat liep goed. Het belangrijkste was dat Maarten de eigenschappen had die voor mij op dat moment prioritair waren. Hij zou me nooit in de steek laten. Zonder dat ik me daar echt bewust van was, wou ik niet hetzelfde als mijn moeder meemaken. Maarten was een vent die altijd bij mij zou blijven, op wie ik kon bouwen. Als ik het op lange termijn bekeek, had ik zo iemand nodig. Iemand die mij zo graag zag. Een veilige haven. Pas nu, na de scheiding, besef ik ­welke impact je jeugd op je eigen leven heeft.”

“Het is niet dat we twintig jaar dood­ongelukkig zijn geweest. We hebben het ook goed gedaan en mooie dingen opgebouwd. Maar ­eigenlijk stonden we nooit op hetzelfde niveau. Ik was zijn godin, hij was mijn maat. Toch hadden we door de jaren heen één gezamenlijk doel: samen oud ­worden, daar waren we van overtuigd.”

“Eigenlijk zit je in een soort tunnel. Je bent bezig met je leven waar je in zit. Een soort snelweg waar je als koppel op springt. Je streeft het ideale gezinsleven na. Je koopt een huis, je krijgt kinderen, je verbouwt en je maakt carrière. Je focus ligt op allerlei andere dingen, maar niet op je relatie. Niet op jezelf en je partner. Maar eenmaal verbouwd, je werk op de rails, je kinderen wat groter, vraag je je af: Is dit het nu? En waar gaat het naartoe? En is dit de man met wie ik nog eens twintig of dertig jaar verder moet? ­Varen we nog wel dezelfde koers? Ik ben ­iemand met een grote levenshonger. Wil van alles meemaken. Hij wil vooral rust. Gewoon thuis komen, tv kijken en in de zetel liggen. Ik ben wild, bij hem moet alles mooi afgebakend zijn. De auto moet perfect geparkeerd staan bijvoorbeeld. Dan ga je naar de zee, is hij een kwartier bezig met parkeren. Terwijl ik uit de auto spring en naar de zee ren. (lacht) Kleine frustraties komen meer en meer naar boven, hè. En plots besef je: En nu?”

“Ik werd onrustig. Wou plots weer het huis verbouwen en zocht ander werk. Je zoekt dingen om verandering in je leven te brengen. Noem het midlife, maar dat vind ik een lelijk woord. Ik was veertig, dat klopt. En misschien sta je dan even stil. Maar het kan net zo goed op je vijftigste. Of dertigste. Ik wou wel rustig landen en gelukkig zijn in mijn relatie, maar moest toegeven dat ik het eigenlijk niet was. Dat de relatie mij onrust gaf.”

“En dan begin je te reflecteren. Wat ­waren de vijf mooiste momenten van mijn leven? Ik realiseerde me dat Maarten daar niet in voorkwam. Toen dacht ik: Dat kan toch niet, dat klopt toch niet? Wat is de meerwaarde van hem in mijn leven? Ja, de veiligheid en de loyaliteit. He kept his part of the deal. En ja, we waren het ideale plaatje naar de buitenwereld toe. Een mooi huis, twee leuke zonen, veel vrienden, een toffe job. Maar wat zat er nog achter die muren van ons fort?”

“Maarten was ook veranderd. Hij had altijd wel al een zekere zwaarte in zich, een negatieve lading. Dat begon meer en meer op me te wegen. Zijn ochtendhumeur ­alleen al. Zodra hij opstond, was hij lastig. Ik verlangde nooit dat hij thuiskwam. ­Integendeel, ik kreeg stress van de gedachte alleen al. Straks is hij thuis en heb ik weer stress omdat alles op orde moet ­liggen.” (lacht)

“Het is gek, bij zijn maten is hij de gangmaker, de maïzena die zorgt dat de groep samenhangt. Maar die humor nam hij niet mee naar huis. Ik heb hem na de scheiding een paar keer gevraagd of het dan ook bij hem niet op was. Omdat hij zo lusteloos was. Een zekere zwaarte in zich droeg. Hij zei van niet. Dat het net energie vroeg om vrolijk te zijn tegen zijn vrienden en op zijn werk, en dat hij thuis gewoon rust wou. En die rust vond hij in het feit dat alles piekfijn en netjes in orde lag. Maartens zoektocht naar rust zaaide bij mij onrust.”

“Ik ben een trouw beestje. In die twintig jaar heb ik nooit een scheve schaats ­gereden. Ik was daar ook niet mee bezig. Ik wou oud worden met Maarten. Dat hadden we elkaar beloofd. Tot ik plots op het werk verliefd werd op een veel oudere man. Het was een avond met de collega’s, een zatte boel en plots kuste hij me. Ik kuste hem ­terug. Eenmaal thuis sms’te ik dat zoiets nooit meer mocht gebeuren. En hij was het daarmee eens. Maar de volgende dag was het al om zeep. We bleven sms’en en zagen elkaar in het geniep. Ik ben geen vrouw voor een affaire. Maar ik rolde erin. We gaan tot op een bepaald punt, zei ik altijd. Als we op het punt zaten waarin we echt te verslingerd raakten aan elkaar, moest het stoppen, want geen van ons twee wilde ­onze partner verlaten. We hadden de afspraak dat het ooit zou stoppen en dat het dan een mooie herinnering zou zijn die we in een potje met een dekseltje zouden ­bewaren. Helaas, het kwam uit.”

Maarten was er kapot van. Hij had het niet zien aankomen. “Heel raar. Als er ­bedrog in het spel is, is het normaal de overspelige die smeekt om alsjeblieft nog een tweede kans te krijgen. Bij ons was het omgekeerd. Hij was het die mij niet wou laten schieten. Ik zat eigenlijk in een comfortabele positie. Ik had mijn man bedrogen en ik was niets kwijt.” 

De affaire stopte meteen en Sarah vroeg ruimte aan Maarten. “Ik wist niet meer wat ik voelde en of ik nog wel iets voelde voor Maarten. Maar Maarten kon me niet met rust laten. Sms’te me voortdurend, had controledrang en liet me geen moment met rust. Hij verstikte me, terwijl ik alleen maar tijd vroeg om na te denken. Die tijd heb ik niet gekregen, omdat hij door het lint ging. Hij begon te drinken, scènes te maken, me te vernederen bij onze vrienden, me te stalken. Hij bleef maar door­bomen over dat overspel, terwijl het voor mij daar niet om ging. Daarna werd het lockdown, waardoor het nog moeilijker werd. We zaten constant op elkaars lip. Uiteindelijk besliste ik om te scheiden. Ik kon niet anders. Ik voelde te weinig. Ik wou vrij zijn. Ik was al jaren verstikt in ­onze relatie, maar had het niet door. Alsof de zuurstof er langzaamaan werd uitgezogen, zonder dat we het merkten. Ik kon ­alleen maar zeggen dat ik vrij wou zijn.”

Nu is Sarah vrij. Zij is vertrokken. “We zien de kindjes week om week. Het is misschien grof, maar ik voel me goed. Ondanks de coronacrisis waardoor ik niet de wijde wereld kan intrekken, de nacht aan stukken kan slaan. Ik word langzaam mezelf. Ik heb het gevoel dat ik weer de echte Sarah ben. Als je in een relatie zit, word je eigenlijk gevormd. Je bent een deel van iets, je moet jezelf kneden binnen die relatie, ­binnen die structuur, binnen het gezin. Ik vind nu ergens weer de puurste vorm van mezelf terug. Ik ben ook een betere moeder. Omdat ik geen stress meer heb, omdat Maarten weg is. Ik kan nu al mijn aandacht aan mijn kinderen geven. En ik heb de vrijheid als ze er niet zijn. Ik zie mezelf niet meer samen met een man onder één dak wonen. Of een nieuw samengesteld gezin vormen. Ik wil mezelf niet meer betonneren. Ik geloof wel in een andere vorm van samenleven. Met vrienden en mensen die elkaar inspireren en een paar huizen opkopen, een beetje cohousing, dat lijkt me leuk. Maar geen strak gevormd gezin ­waarin je soms verstikt.”

Maarten wil geen contact meer. “Hij heeft een muur gezet tussen ons. Dat is goed voor hem, hij moet zijn eigen weg ­vinden, los van mij. Hij moet zichzelf ­beschermen. Het gekke is dat ik hem niet mis. Dat zegt alles. Ik heb de juiste beslissing genomen. Ik hoop dat er ooit een moment komt dat we weer gewoon met elkaar kunnen omgaan. Dingen samen kunnen doen met de kinderen. Hij vindt dat we ­alles hebben weggegooid en dat we hebben gefaald. Ik vind dat we ­samen mooie ­dingen hebben opgebouwd. Ik hoop dat hij ooit nog een grote liefde vindt bij wie hij echt past. En ik? Laat me nog maar wat ­genieten van de herwonnen vrijheid. Het is goed zo. What goes around, ­comes around.”