‘Kom, laat ons vrolijk zijn'

17 september 2011

Elk onderzoek opnieuw die ene, opvallende waarheid: mannen wankelen na een scheiding heviger dan vrouwen. Vrijheid, geen blijheid. Guinevere Claeys verhaalt over mannen tijdens die eerste maanden, en het wankele bestaan daarna (De Standaard). 

 

‘Toch is het niet dat ik haar mis,
't Is ongewoon, nog even
Niemand, niemand heeft zich vergist
't Is wennen aan mijn eigen leven.'

(‘Rode wijn, Bram Vermeulen)
 
‘Ik bleef achter met mezelf, en ik wist nog amper wie dat was. Ik begon in een krankzinnig tempo te leven. Ik bleef maar doorgaan en ben zwaar in het rood gegaan. Op een nacht ben ik wakker geworden, ondersteboven in de auto, in de middenberm.'
Hij was 28, en zijn leven kantelde. ‘Ik sliep vier uur per nacht, hooguit. Ik stond op om vijf uur, ging anderhalf uur fietsen, werkte tot negen uur 's avonds en ging uit, elke avond weer. Ik wou gewoon niet naar huis. Dat vreselijk lege huis, zonder zetels zelfs. Zonder televisie. Geen keukentafel. Niets. Dat was allemaal van haar. Ik at op restaurant, of ik at niet. Of pizza, thuis op de grond, de rug tegen de radiator. Ik ben 1,82 meter en ik woog nog 65 kg. ‘s Avonds dat huis binnenstappen, ik werd er misselijk van.'
‘En toch wou ik er per se blijven wonen. Ik heb me half geruïneerd door het te kopen, maar ik wou en ik zou. Ja, puur symbolisch. Het enige fundament van mijn leven dat zou blijven. Mijn ouders hebben het me voorgesteld: "Kom toch hier wonen." Dat zou zeer comfortabel geweest zijn, zeker voor de opvang van mijn kinderen. Maar dat kon ik mezelf niet verkopen. Dan was het alsof ik een heel leven ontkende. Alsof ik helemaal mislukt was.'
Bart Verlinde is twee jaar verder, intussen. En dat huis is weer vol en warm. Hij heeft ook een nieuwe vriendin. Alleen de relatie met zijn ex blijft er een van getrokken messen. Hij wil co-ouderschap, week om week, zij wil de huidige regeling behouden: twee dagen per week bij papa. Het is een bitse strijd om de drie kinderen, een tweeling van vijf en een dochter van twee.
‘Ik mis mijn kinderen gewoon. En zij mij. Je zoontje dat je met tranen in de ogen bij het afscheid zegt dat hij geen zin meer heeft om je zo vaak te moeten missen, daar word je ziek van. Ik heb te snel ingestemd met die tweedagenregeling, omdat ik ervan af wou zijn. En er was dat schuldgevoel. Dat loden schuldgevoel. Ik was de rotzak, ik had iemand anders gehad. En dat vertelde mijn ex aan al wie het wou horen. Ik kan en mag daar geen excuses voor verzinnen, dat was natuurlijk fout. Al heb ik ook mijn verhaal. Dat we al jaren uit elkaar gegroeid waren. Dat ik aan alles voelde dat ze me niet meer graag zag. Dat ze zelfs carrément op me neerkeek. En ja, dan zal het wel zeer mannelijk zijn om dat zo "op te lossen". Ik had moeten praten. Ik had moeten zeggen wat ik miste. Dat ik me zorgen maakte. Natuurlijk, wel. Ik was te laf. Ik durfde het niet aan, om zomaar ineens mijn, ons hele leven ter discussie te stellen.'
‘Toen het uitkwam, heb ik dat wél gedaan. Willens nillens. En hebben we eindelijk gepraat. Zijn we naar een relatietherapeut gegaan. Ik wou opnieuw beginnen. Ik wou ervoor gaan. Of ik mezelf dat nu in paniek wijsmaakte, of niet. Maar zij was te diep gekwetst. Er waren te harde woorden gevallen. En vooral: ons hart had al veel te lang niet meer geklopt voor elkaar - het was niet meer te reanimeren. Het was een doodlopende straat, dat wisten we allebei. Ze zocht een huurwoning, en vertrok. De kinderen mee, de meeste meubels ook. En dat was dat. Ik bleef achter met mezelf, en ik wist nog amper wie dat was.'
‘Ik begon in een krankzinnig tempo te leven. Ik bleef maar doorgaan en ben zwaar in het rood gegaan. Op een nacht ben ik wakker geworden, ondersteboven in de auto, in de middenberm. Een mirakel dat ik dat overleefd heb. Het absolute dieptepunt. Het is de vader in mij die me toen overeind heeft getrokken. Ik was uitzinnig van woede. Op de wereld, vooral op mezelf. Als ik mezelf niet helemaal verloren ben, dan alleen door mijn kinderen. Alleen voor mijn kinderen.'

De heldere hemel en de donderslag

Ze blijven zorgwekkend, de berichten over mannen alleen. In zowat elk echtscheidingsonderzoek krijgen ze slaag. Alleen al die confrontatie met het leven zoals het is: de eigen was en plas, potje koken en de zorg voor de kinderen. Eén op de tien gaat uit onmacht weer bij zijn ouders wonen.
Nog zo'n meedogenloze conclusie, volgens recent onderzoek van de Universiteit Antwerpen: gescheiden vaders die niet in co-ouderschap leven, zouden boudweg ‘minder goede' vaders zijn: te laks, te toegeeflijk. Maar vooral: na de breuk verliezen mannen vaker en indrukwekkender de pedalen dan vrouwen. Zitten ze emotioneel sneller en langer aan de grond. Laten ze zich gaan. Zoeken ze minder makkelijk, véél minder makkelijk, hulp. Ze kloppen zelfs amper aan bij vrienden - te trots, en vaak veeleer vrienden ‘van haar' dan ‘van hem'. Dat bleek vorige week nog maar eens, uit de scheidingsenquête van Dexia en Uitgeverij Roularta.
Voor mannen blijkt het nu eenmaal en nog altijd gruwelijk ongezellig om op een dag zichzelf tegen te komen. Of zoals Bram Vermeulen het onbehagen samenvatte: ‘Het is wennen aan mijn eigen leven.' Ja, eigenlijk blijkt het nog precies zoals hij dat twintig jaar geleden in dat doorzopen nummer ‘Rode wijn' vastlegde. Over dat ‘luizenleven' van de net gescheiden man. Over je ‘elke avond een beroerte drinken'. De vuile glazen in de keuken, slapen met kleren aan, de lang verhoopte vrijheid die eigenlijk bang maakt, het plassen in de wasbak - ‘Kom, laat ons vrolijk zijn.' Maar wat vooral aankomt in dat nummer is dit: ‘Toch is het niet dat ik haar mis. 't Is ongewoon, nog even. Niemand, niemand heeft zich vergist. 't Is wennen aan mijn eigen leven.' Geen brandend liefdesverdriet. Alleen maar rouwen om de stil gestorven liefde. Om het leven samen, dat helemaal is opgeleefd. Om een schijnbeweging. 't Is nu weer beginnen, van voor af aan.
En bij die doorstart overeind blijven, daar blijken vrouwen beter in. ‘Dat is natuurlijk moeilijk om echt zwart op wit te bewijzen. Maar onlogisch is het niet, als je weet dat het meestal de vrouw is die de scheiding in gang zet', zegt Dimitri Mortelmans, socioloog aan de Universiteit Antwerpen en promotor van de onderzoeksgroep Scheiding in Vlaanderen' - eind september verschijnt hun nieuwe studie en boek.
‘Vrouwen spelen meestal al langere tijd met het idee voor ze de concrete stap zetten.' Anders gezegd: ze hebben al een groot stuk van het rouwproces achter de kiezen en hebben dat nieuwe leven voor zichzelf al concreter uitgetekend. ‘Vaak zijn het ook de mannen die, zeker in eerste instantie, het huis verlaten. Dat alleen al kan ontwrichten. En nog altijd hebben mannen het moeilijker als ze plots oog in oog komen te staan met een storm aan emoties. Zeker omdat voor mannen de breuk vaker als een donderslag bij heldere hemel komt.'

Daver op het lijf

‘Maar ik wil het nu wel goedmaken, glimlachte dat lieve, onbekende meisje. Een natte droom voor een verloren zesenveertigjarige met een gebroken hart. Maar het was het laatste wat ik wou. Ik heb die engel vaarwel gekust, en ben beginnen te lopen. Hardlopen. Een uur lang, door Amsterdam. In het holst van de nacht.'
En als het dondert bij heldere hemel, dan doen mannen wat ze weleens plegen te doen in paniek: gaan zwerven. Ook wel: op de vlucht slaan. Het is een gescheiden man zelf, die het zegt. ‘Naar Amsterdam. Ik heb mijn wagen genomen, en ik ben naar Amsterdam gereden.'
De verpleger Eric Vanderlinden is net vijftig, en vier jaar gescheiden. Vanaf het begin op de vlucht, ‘en wellicht nog altijd'. Maar toen eerst naar Amsterdam dus, in een opwelling. ‘Ik weet niet waarom. Gewoon. Weg. Érgens naartoe. Ik heb er een hotelletje gezocht. En daar zat Elliot, een Amerikaan. En psycholoog, toevallig. We raakten aan de praat. Ik heb bij die mens mijn ziel uitgestort. Mijn wanhoop uitgesnikt. Tegen een wildvreemde, kun je nagaan. Of wellicht net omdat het een wildvreemde was. Dat ik niet wist wat te doen met mijn leven. Waar in godsnaam naartoe? Dat ik niemand nog zou vinden. Dat ik getrouwd was met mijn eerste lief. Ik was zesenveertig, en had sinds mijn negentiende geen vrouw meer verleid. Ook al heb ik altijd wel "aantrek" gehad bij de vrouwen, ik had ze alleen maar op afstand gehouden. Ik hield van mijn vrouw, mijn twee zonen - ik zat, zit, zo niet in elkaar.'
‘Elliot luisterde en zei: "Eric, morgen wandel je door Amsterdam en je komt niet terug voor je vijf vrouwen hebt aangesproken." Dat klinkt nu misschien belachelijk, maar het was wat ik nodig had. En ik heb dat gedaan. De eerste 's morgens in het Rijksmuseum, de laatste 's nachts op straat, een mooi jong meisje, 23 of zo, dat de weg naar het station zocht. Dát meisje, dat was een engel, speciaal die nacht voor mij uit de hemel neergedaald. Echt. Zij heeft mij de ogen geopend.'
‘Na twee uur praten heeft ze mij en mijn huwelijk meedogenloos en tot op het bot gefileerd. Vlijmscherp. Snoeihard. En vooral, dat bewees het koude zweet dat me uitbrak, angstaanjagend juist. Ik was knock-out. "Maar ik wil het nu wel goedmaken", glimlachte ze, toen ze uitgesproken was. Een natte droom voor een verloren zesenveertigjarige met een gebroken hart. Maar het was het laatste wat ik wou. Ik heb die engel vaarwel gekust en ben beginnen te lopen. Hardlopen. Een uur lang, door Amsterdam. In het holst van de nacht. Het was tegen zessen toen ik op mijn hotelkamer kwam. Ik heb gedoucht en ben een uur op mijn bed gaan liggen. Kon niet slapen, te veel de daver op het lijf. Ik ben gaan ontbijten. Ik stapte buiten, en de wereld was anders. Het was het begin van een nieuw bestaan.'

Vacuümbestaan

‘Een van mijn zonen zei zelfs ooit dat hij me "zo dapper" vond. Zeer lief, maar je wilt dat eigenlijk liever niet moeten horen van je kind.'
‘Enfin.' Schamper lachje, terwijl hij in zijn koffie roert. ‘Het zéér prille begin, toch.' Er moest nog veel komen, namelijk. Veel zwerven, veel zoeken. ‘Zij had de beslissing om te scheiden al lang genomen. Wellicht al langer dan ze zelf doorhad. Ze was verliefd op iemand anders. Al een hele tijd. Ze is toen meteen met hem gaan samenwonen, in een mooi, groot huis. De zonen, zestien en achttien, gingen mee. Ons huis verkochten we, binnen een maand had ik zelf een ander gekocht. Kleiner, minder mooi ingericht - ik heb haar esthetische oog niet.'
‘Ik schaamde me weleens tegenover mijn zonen toen. Bij haar hadden ze zo'n mooi huis. En een gezellig thuis. Een nieuw warm gezin, met zijn twee kinderen erbij. En dan hun vader, die zat daar alleen. Plompverloren, helemaal de kluts kwijt. Ze hebben daar nooit iets van laten merken. Ik denk ook dat ze altijd graag naar mij gekomen zijn. Een van mijn zonen zei zelfs ooit dat hij me "zo dapper" vond. Zeer lief bedoeld, maar je wilt dat eigenlijk liever niet moeten horen van je kind.'
En toen begon dat reizen. ‘Die eerste maanden leef je in een vacuüm. Je voelt van alles, tegelijk voel je niks. Alsof je constant boven jezelf uitzweeft en jezelf bezig ziet. Alsof niets echt is. Het was zo'n claustrofobisch gevoel dat ik constant op reis vertrok. Trektochten. De woestijn van Jordanië in. Ik heb de Mont Blanc beklommen. En op een dag besliste ik, zomaar, om twee maanden loopbaanonderbreking te nemen en ben ik halsoverkop aan de pelgrimstocht naar Santiago De Compostela begonnen. Mijn ziel onder de arm. Twee broeken, twee hemden, en ik was weg. Op zoek naar, welja, mezelf.'
‘Het punt met die pelgrimstocht: je loopt er tussen vele andere lost souls. Met één van hen, een Canadese, ben ik later schoorvoetend een relatie begonnen. Zij is zelfs een tijdje bij mij in Mechelen komen wonen. Maar haar leven lag ginder, ze vond hier geen vaste grond onder de voeten. Sindsdien is het me nog niet gelukt, nee, een nieuwe relatie uitbouwen. Ik maak altijd dezelfde fout die ik met mijn ex gemaakt heb. Als ik iemand graag zie, dan verlies ik mezelf. Ik was tijdens mijn huwelijk helemaal geworden wie mijn vrouw wou dat ik werd. Maar net daardoor was ik ook alle aantrekkingskracht kwijtgeraakt. Tragisch. Het heeft lang geduurd, té lang, maar kijk, ik heb het eindelijk door (glimlacht).'
En nu? Vier jaar later? ‘Nog altijd weinig rust in lijf en leden. Ik heb zelfs net ontslag genomen. Ik weet niet goed waarom. Wel dat het nodig was. Ik heb nog geen idee wat ik ga doen. Misschien doe ik Compostela nog eens over. Bewuster, deze keer. En misschien kom ik er ook weer een andere verloren ziel tegen, met wie het klikt. Want ja, natuurlijk hoop ik op een liefde met wie ik de rest van mijn leven kan delen. Een man is er het wezen niet naar om alleen te zijn.'

Un homme seul

‘Ik stond op het perron van Gent. Ik stond er alleen. Het was donker. Ik zag de Thalys aan komen razen. Mijn hart klopte in mijn keel. Ik heb één voet opgeheven. Zou ik?'
Hij zegt het. Paul Valéry zei het honderd jaar geleden ook al: ‘Un homme seul est toujours en mauvaise compagnie.' De Gentse seksuologe en relatietherapeute Rika Ponnet vindt het alvast niet overdreven van de Franse filosoof. Als zaakvoerster van het succesvolle relatiebureau Duet heeft ze ze vaak voor zich, de gescheiden mannen.
‘En ja, ik zie nogal wat ontreddering, en wanhoop. Want het zijn meestal de vrouwen die de stap zetten om te scheiden. Waarom? Omdat vrouwen doorgaans nog altijd meer in een relatie investeren en er in ruil daarvoor ook meer uit willen halen. Mannen zien het minder zwart-wit en halen makkelijker buiten het huwelijk wat ze erbinnen missen.'
‘Het is voor hen toch nog altijd een hogere drempel om te scheiden, want samen met hun huwelijk verlaten ze ook grotendeels hun comfortzone. Mannen zullen kwaad zijn dat ik het zeg, maar een enquête van Uitgeverij Sanoma bevestigde het net toch ook nog eens: koken, wassen, strijken, schoonmaken: het wordt in de meeste gevallen nog altijd door de vrouw gedaan. Vaak op hun eigen initiatief, trouwens: vrouwen blijken het niet anders te willen. Maar goed, trekt die vrouw er de stekker uit, dan valt voor die man een kader weg. En dan maar terug naar de "goede, oude tijd". Overleven op pizza en lasagne, uitgaan, in hotels leven, marktwaarde testen bij de vrouwen, te veel drank, te hard werken, te weinig slaap en een lichaam dat dat allemaal niet meer even vlot verteert als vijftien jaar geleden.'
‘Even kan het charmant lijken, die fase. Maar de ontreddering haalt het snel van de euforie, áls de euforie al geen misbegrepen ontreddering was. De wanhoop van de verlaten man kan echt schrijnend zijn. Van vrouwen natuurlijk ook. Maar het is anders. Meer beheerst, meer verinnerlijkt, minder vernielend. Het mannelijke ego is na een scheiding vaak diep gekwetst. Gescheiden mannen voelen zich grandioos mislukt. Alsof ze een wedstrijd verloren hebben. En dat is, voor sommige mannen toch, een zéér destructief gevoel.'
Destructief, inderdaad. Zelfdestructief, ook. ‘Ik stond op het perron van Gent. Het was donker. Ik was alleen. Ik zag de Thalys aan komen razen. Mijn hart klopte in mijn keel. Ik heb één voet opgeheven. Zou ik? Het leek me zo verlossend, plots. Springen, alle ellende voorbij. Ik heb net lang genoeg geaarzeld om door dezelfde voorbijrazende trein wakker geschud te worden. De dag erna ben ik naar de huisarts gegaan.'
Peter C. heeft gitzwarte gedachten gehad. Achtenveertig, twee jaar gescheiden, twee kinderen - dertien en negen. ‘Op kerstavond vertelde ze me dat ze wou scheiden, na zeventien jaar huwelijk. Een paar jaar ervoor hadden we een zware relatiecrisis gehad, maar we hadden beslist om er samen weer voor te gaan. Een vruchteloze poging, vond ze. We waren elkaar compleet kwijtgeraakt. Het zou, zei ze, nooit meer goed komen.'
‘Ik ben toen zes maanden bij mijn zus gaan wonen. Kocht daarna een appartement met drie kamers, en daar woon ik intussen zo'n anderhalf jaar. De kinderen zijn om de week bij mij. Ik begin nu min of meer weer wat te "leven", maar dat eerste jaar was een verschrikking. Ik voelde me een onwaarschijnlijke mislukkeling. Voelde me niets meer waard. Was alles kwijt, mezelf in de eerste plaats. Ik had weinig vrienden, té weinig, dat merkte ik toen pas. Ik sloot mezelf op. Een afkeer van de wereld, een afkeer van mezelf. Het is met medicatie en zeer intensieve therapie bij een psycholoog dat ik erdoorheen ben gekomen.'

Eenzame week

‘Toen ik deze zomer op reis was in Turkije met mijn twee kinderen, vroeg een vrouw me op een avond: "Bent u hier echt alleen met uw kinderen? En waarover praten jullie dan de hele tijd?" '
Het ergste? ‘Thuiskomen in mijn appartement, als ik net mijn kinderen naar mijn ex heb gebracht en ik aan mijn "eenzame" week moet beginnen. Een vreselijk moment. Net een druk weekje vaderen achter de rug, en dan weer het gemis en de leegte in.'
‘Het valt voorlopig niet mee, een nieuwe vriendin te vinden. Toch niet iemand die er echt voor wil gaan. De eenzaamheid kan me hondsbenauwd maken. Ik ben nog maar 48, ik heb nog een leven te delen. En wat me dan weer woest kan maken: de manier waarop je als gescheiden vader wordt behandeld. Ik kom net terug van een infoavond op de school van mijn dochter, en daar gaat het constant en alleen maar over "de mama's". En toen ik deze zomer op reis was in Turkije met mijn twee kinderen, vroeg een vrouw me op een avond: "Bent u hier echt alleen met uw kinderen? En waarover praten jullie dan de hele tijd?" Ontstellend. Ik ben graag en volop vader. Ik wil ze mee opvoeden, waarden doorgeven, ze graag zien. Is dat echt zo vreemd? Alsof wij alleen maar vader willen en kunnen zijn zolang de moeder ons in het oog heeft.'
Gescheiden vaders worden inderdaad al eens gepamperd. In Zwitserland opende vorig jaar het allereerste ‘opvangcentrum voor gescheiden vaders': mannen kunnen er de eerste weken doorbrengen, krijgen er eten, worden er ‘opgeleid' in het huishouden en krijgen er ruimte om hun kinderen op te vangen. Of iemand als de Nederlandse Floor Meijers: heeft zichzelf een voltijdse baan uitgebouwd door pas gescheiden vaders weer op de sporen te zetten. ‘Ik zoek een woning voor ze, help ze met de administratie, verwijs door naar opvoedingsworkshops, naar psychologen. Ik wijs ze de weg in hun nieuwe leven, kortom. Ik kan de vraag niet bijhouden.' Niet alle mannen vinden het erg gepamperd te worden.

Kleine prijs

‘Het enige moment dat ik het echt lastig heb: om twaalf uur, op oudejaar. Dat ik dan niemand naast me heb die ik het nieuwe jaar in kan kussen, dát snijdt. En dat zou de enige reden zijn om voor die avond een escortmeisje te huren.'
Bart De Pooter (46) wel. Want we zouden het bij alle ellende van dit verhaal weleens vergeten, maar sommige gescheiden mannen voelen zich top. Zelfs als ze nog geen nieuwe relatie hebben. De Pooter zette weliswaar zelf de stap om te scheiden, dat scheelt.
‘Omdat alles tussen ons doodgebloed was. Al jaren. Ik had tijdens ons huwelijk een intense relatie gehad met een andere vrouw, vier jaar lang. En mijn ex had dat niet eens gemerkt. Niets van gevoeld. Zo ver waren we uit elkaar gegroeid. Ik heb te lang gewacht om de knoop door te hakken. Waarom? Tja. Lafheid, ongetwijfeld. En ik ben ook wel blij dat ik de beslissing niet genomen heb op het moment dat ik iemand anders had. Dan weet ik niet of ik de stap om de juiste redenen gezet zou hebben. Dan doe je het alleen maar omdat je verliefd bent, en we weten allemaal dat je dan niet helder denkt. ‘
Hij kocht een loft. De twee kinderen, 17 en 15, kwamen bij hem wonen. ‘Om puur praktische redenen, vooral. Hun school is vlakbij. Maar dat zorgde er ook voor dat ik me op geen enkel moment kon laten gaan, als ik dat al had gewild. Het enige jammere misschien: ik kon en kan moeilijk eens een vrouw meenemen. Dat doe je niet zomaar, met twee pubers in huis. Maar al het praktische? Daar heb ik geen enkele moeite mee. Boodschappen doen, bijvoorbeeld. Collect&Go van Colruyt: zo gebeurd, en het kost je niks. En de strijk: 's morgen het strijkatelier binnen, 's avonds alles terug. Beter dan dat je het zelf zou doen, en echt niet duur. Er kan zoveel, vandaag de dag! Zeker dankzij het internet. Ik begrijp al die heisa niet.'
Alleen maar blij sinds de scheiding? ‘Vooral toch, ja. Natuurlijk, 's avonds alleen thuiskomen, dat is niet altijd fijn. En alleen eten op restaurant, ook al maskeer je dat met een krant: het blijft onbehaaglijk. Maar dat is een kleine prijs. Het enige moment dat ik het echt lastig heb: om twaalf uur, op oudejaar. Dat ik dan niemand naast me heb die ik het nieuwe jaar in kan kussen, dát snijdt. En dat zou de enige reden zijn om voor die avond een escortmeisje te huren.'
‘Maar daarbuiten lukt het wel. Al zijn we nu al twee jaar verder, en heb ik nog altijd niemand gevonden om een vaste relatie mee te beginnen. Ik maak me niet echt zorgen. Maar dat zou weleens kunnen beginnen te komen, ja. Bel me over een jaar nog eens, en dan ben ik misschien al net zo wanhopig als de rest (lacht).'
 
‘Waarom liep de wekker nou weer af? Waarom is de droom weer afgelopen?
De koren zingen weer over het kaf. Het is voorbij, doe de gordijnen open.
Ik huil me nu weer zachtjes door de stad. Ik vind mezelf terug in bruine kroegen.
We hadden ooit te veel en nooit genoeg.'

(‘Afgelopen', Youp van 't Hek)