Relatieconflicten: hoe pak je ze aan?

01 augustus 2005

Vijf, maximum vijftien minuten kijken hoe een koppel een conflict aanpakt. Meer heeft de Amerikaanse psycholoog en huwelijksgoeroe John Gottman niet nodig om met een zelfverklaarde nauwkeurigheid van 91 procent te voorspellen of je relatie er een is tot de dood jullie scheidt, óf – met innige deelneming van de waarzegger – zieltogend afstevent op een trieste scheiding. (Knack)

 

In zijn onderzoek aan de universiteit van Washington, waarvoor vijftig koppels een dag lang werden gefilmd, ontdekte John Gottman hoe elke relatie op een specifiek patroon steunt, dat de relatie in één welbepaalde richting stuwt. Dat patroon leerde Gottman lezen en vastleggen via een bijna wiskundig systeem van menselijke interactie. Sindsdien hoeft Gottman maar vijf minuten te kijken hoe een koppel een conflict aanpakt, en hij kan naar eigen zeggen moeiteloos de balans opmaken. Maar wat meer is: volgens de man hoeven koppels helemaal niet voortdurend conflicten aan te pakken om gelukkig te zijn, en verhoogt een relatie haar slaagkansen dus niet noodzakelijk door plooien diep communicerend glad te strijken. Als er maar van meet af genoeg vriendschap bloeit in de relatie en de positieve signalen (zoals met plezier een gunst voor de andere inlossen) de negatieve weg bufferen, dan zit het goed. Welke of hoeveel conflicten er dan ook opduiken. Gottmans niets ontziende relatietest viel bij heel wat collega-psychologen en relatietherapeuten niet in goede aarde. Vooral het uitgangspunt van de test – slaagkansen en problemen in een relatie zijn te voorspellen – schoot al eens in het verkeerde keelgat. Koppels moeten net ruimte krijgen om te groeien in hun relatie, deterministische voorspellingen en visies bevorderen dat allesbehalve. Bovendien beschouwen de meeste relatietherapeuten conflicten net niet als een verwaarloosbaar nevenverschijnsel, maar wel als nuttige (mits wat goede wil toch) stapstenen in dat groeiproces. Ze zijn ook onvermijdelijk. Want wat tijdens de dolverliefde periode nog ontsnapte dankzij die rozige blinde vlek óf liefdevol als een schoonheidsfoutje werd weg gekust, kan later – eens het ideaalbeeld doorgeprikt is en de verschillen zijn blootgelegd – wel eens het bloed onder de partnernagels halen.


Conflicten zijn gezond
Conflicten horen erbij. Meer nog: ze móéten erbij horen, meent ook seksuologe en relatiebemiddelaar Rika Ponnet. "Het is heel belangrijk om in conflict te durven gaan en samen oplossingen te zoeken. Want dat kunnen net uiterst interessante groeimomenten worden voor een relatie. Bovendien is ruzie maken iets wat je moet leren als koppel. En ook dat doe je vooral al doende. Simpel is het uiteraard niet. Anders was er ook geen overdosis handboeken over het onderwerp op de markt. We hebben inderdaad al eens de neiging om de andere snel aan te vallen, te kleineren, te kwetsen ook. Of meteen, bij elke ergernis, de hele relatie in vraag te stellen en oude koeien uit de gracht te sleuren. Dat is een heel destructieve manier van ruzie maken. Het is daarom een blijvend aftasten en uitproberen, tot je integendeel een constructieve manier gevonden hebt. En zowel zoektocht als resultaat zijn heilzaam voor de relatie. Het moment dat er geen conflicten meer zijn, dán zou ik me als koppel echt zorgen beginnen te maken. Onverschilligheid is dodelijk voor een relatie. Geen zin om ergernissen aan te pakken, wijst er tenslotte grotendeels op dat je partner je niet meer raakt. Wat blijft er dán over?"


Koppels op een opbouwende manier leren omgaan met onenigheid, dat is net wat ook psycholoog en relatietherapeut Pierre Kindt probeert te doen. "Grofweg zijn conflictaanleidingen op te delen in drie grote groepen: ofwel gaat het echt om problemen tússen de partners, zoals een slechte communicatie waarbij de ene zich onbegrepen of verwaarloosd voelt. Het probleem kan ook bij één van de partners liggen, wanneer die bijvoorbeeld met een depressie kampt. Of, ten derde, de aanleiding kan in de eerste plaats schuilen in externe factoren: wrijvingen door werkonzekerheid, financiële problemen, stress, de schoonfamilie, opvoedingskwesties... De meeste concrete conflicten – en die kunnen heel uiteenlopend zijn – kun je tot die driedeling terugbrengen." Helaas zijn vele aanleidingen vaak nog niet eens wat ze lijken. Want terwijl heel wat ergernissen als 'hij laat de wc-bril altijd omhoog staan' inderdaad banaal en met wat goede wil weg te werken zijn, gaan achter diezelfde ergernis voor de opstaande wc-bril evengoed fundamentelere kwesties schuil.

"Mij lijkt dat toch dikwijls het geval", aldus Ponnet. "Ik merk dat heel wat schijnbaar alledaagse onenigheden niet meer dan symptomen zijn van onderliggende frustraties die mensen echt ongelukkig maken. Neem nu geld. Op zich lijkt het een banaal iets. Ook de conflicten erover. Maar eigenlijk zegt de manier waarop je met geld omgaat en wat je ervoor over hebt, heel veel over je waardekader. En ook dat, net als de meeste houdingen in je leven, gaat terug op wat je als kind thuis hebt gezien en meegekregen. Iemand die uit een ambtenarenmilieu komt, denkt over het algemeen anders over geld en werk dan iemand uit een typisch midden van zelfstandigen. Vaak verschilt hun waardekader fundamenteel, en komt die discrepantie via vele, kleine, schijnbaar banale irritaties aan de oppervlakte." Daarom ook, meent Ponnet, dat net de opvoeding van de kinderen vaak zo'n groot struikelbok vormt. "Want net dan komen de verschillen tussen de partners pertinent naar boven. Kinderen krijgen leidt sowieso tot een crisismoment: je relatie moet opnieuw gedefinieerd worden van alleen man en vrouw naar ook nog eens moeder en vader. En als moeder of vader wil je de waarden hoog houden die je zelf tijdens je opvoeding hebt meegekregen. Bewust of onbewust. Gelukkige koppels, dat blijkt ook uit onderzoek, komen daarom vaak uit hetzelfde sociale milieu met een gelijkaardig waardekader. Geld, opvoeding, het belang van sport, studeren, discipline, al die zaken worden dan al niet meer in vraag gesteld en vormen geen haard voor conflicten. Ook intellectueel zijn partners beter elkaars gelijke: vaak staat of valt de communicatie daarmee. Voelen dat je verbaal en intellectueel de sterkere bent en altijd je zin kunt halen, dat is heel verstikkend voor de relatie. Ook de andere, die zich overschaduwd voelt, raakt op de duur gefrustreerd. Niet dat je pas verliefd mag worden na uitvoerig een checklist te hebben overlopen. Maar wacht niet te lang om die zaken aan te kaarten."

Liefde vraagt tijd
Hoe uiteenlopend ook de aanleidingen voor relatieconflicten, er is er eentje dat tegenwoordig extra zijn best lijkt te doen: tijdsdruk. En bijgevolg: stress. Jawel, de eeuwige westerse zondebokken van de eenentwintigste eeuw dragen ook hier een stevige klomp boter op het hoofd. Kindt: "Partners die allebei fulltime werken en nog eens de perfecte ouders willen zijn, kampen al sowieso met een heel hoog stressniveau. De irritatiegraad zit vrijwel aan zijn limiet. Er blijft te weinig reserve én tijd over om ergernissen dan nog eens constructief uit te praten." Wat eraan te doen? "Kunnen relativeren", meent Ponnet. "In drukke periodes moet je als partner genoeg kunnen relativeren en de andere misschien gewoon even met rust laten – beseffen dat dit lage pitje in de relatie tijdelijk is. Maar intussen moet je elkaar wel goed in het oog blijven houden. Want het móét inderdaad tijdelijk zijn. Het mag dan zakelijk, triest of onromantisch klinken: zulke koppels moeten volgens mij plannen wanneer ze samen kunnen zijn. Alles aan het toeval overlaten, werkt niet. Blokkeer een avond om bij te praten of iets te doen. Wat we ook beweren: dat gebeurt nog veel te weinig. En samen ontspanning nemen, samen zin geven aan het leven, dat is van fundamenteel belang voor een relatie."


Over de interactie van het tijdsaspect en de relatie, schreef seksuoloog en relatietherapeut Alfons Vansteenwegen zelfs een boek vol: Liefde vraagt tijd. "Hoeveel vrije tijd bepalen we met twee echt zelf?", vraagt Vansteenwegen zich af. "Echt gezamenlijke vrije tijd valt niet zomaar uit de lucht. Daar moet van tevoren over gepraat worden, gewoon om de twee 'vrije tijden' op elkaar af te stemmen. Vrije tijd waarover ik echt zelf kan beschikken, kan ik ook aan jou weggeven om te komen tot een vrije tijd met twee." Zijn de conflictaanleidingen nog even talrijk als uiteenlopend, de constructieve aanpak ervan steunt vooral op één magic verb: praten. "Ik leer mensen inderdaad eerst en vooral gewoon goed te praten met elkaar", knikt Kindt. Waarom we dat toch zo moeilijk vinden? "We blijven de neiging hebben om de andere te overtuigen van ons heilige gelijk: jij moet veranderen, jij moet je aanpassen. En we gaan daarna al te scherp in de verdediging als de andere ons aanvalt. Die zaken moeten we afleren. Het zijn de grondbeginselen van de gesprekstherapie die ik bijbreng: wat je zegt over de andere, zegt veel over jezelf. Kijk ook dáárnaar. Het gaat er vaak om de focus om te draaien. Niet: als mijn partner dat zou doen, dan zou het al veel beter gaan. Wel: wat kan ik doen om te bereiken dat mijn partner dat vervelende gedrag – toch voor mij – verandert? Aan een relatie werken, is grotendeels aan jezelf werken. En het klopt inderdaad nog altijd, ook al merk ik wel beterschap, dat mannen het over de band iets moeilijker hebben om hun emoties te verwoorden. Om op een metaniveau over communicatie te praten: meestal willen ze gewoon praten om praktische zaken op te lossen. Vrouwen kunnen daar enorm gefrustreerd over zijn."


Mars versus Venus?
Dan toch? Steunen veel misverstanden dan toch gewoon op de oerverschillen tussen man en vrouw? Omdat man en vrouw inderdaad respectievelijk van Mars en Venus komen, mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen? Dat kregen we enkele jaren terug alvast in een overdosis boeken te lezen waarmee we massaal onze kerstbomen verstikten: niets leukers dan heimelijk gniffelen met de o zo herkenbare zwaktes van elkaars geslacht. Hij die bij een huilbui van haar met al te concrete oplossingen komt aandraven terwijl ze gewoon een knuffel en wat lief gefluister wil, of zij die 'wil jij wat koffie' vraagt terwijl ze bedoelt 'maak jij wat koffie', en dan vreselijk teleurgesteld een 'nee, dank je' moet aanhoren. Hoewel intussen nieuwe stemmen opgaan die net de gelijkenissen tussen beiden benadrukken, ondervindt Kindt inderdaad nog duidelijke verschillen tussen man en vrouw en hoe die hun relatie beleven. "Vrouwen zijn over het algemeen nog altijd veeleisender voor hun relatie dan mannen. Als alle basisbehoeftes vervuld zijn, dan stelt een man de relatie niet vlug in vraag. Omgekeerd wel. Heel vaak merk ik ook dat vrouwen, als eeuwige opvoeders, hun man in een bepaalde richting willen kneden en veranderen. Om hem en de relatie te maken zoals ze het altijd voor ogen had. Omgekeerd ben ik het nog zogoed als nooit tegengekomen." Er mogen dan wel nog altijd verschillen zijn, het Mars en Venus-verhaal vindt Ponnet alvast zwaar overdreven. Om in ruimtetermen te blijven: zowel man als vrouw lopen hier nog altijd samen rond op aarde, vindt ze, en bovendien evolueren ze non-stop. "Ik ontmoet bijvoorbeeld veel vrouwen met een sterk ontwikkelde mannelijke kant en vice versa. Zo afgelijnd is het allemaal niet. Bovendien merk ik hoe jonge mannen al veel beter praten over hun emotionele leven dan oudere mannen. Het is dus ook grotendeels aangeleerd gedrag. En dat vooral vrouwen massaal het initiatief nemen om te scheiden omdat ze zich minder dan mannen kunnen neerleggen bij een niet perfecte relatie, ook dat vind ik een eenzijdige redenering. Statistisch gezien klopt het: vrouwen hakken vaker de knoop door. Maar voor vrouwen ziet het leven na de scheiding er nu eenmaal minder eenzaam uit dan voor mannen: zij nemen ook meestal de kinderen mee. Voor mannen is de stap veel groter: van een gezinssituatie naar een volkomen alleenstaand leven waarin hij enkel om de twee weken nog eens papa is. Niet simpel hoor. En best wel angstaanjagend."

Niet alles willen oplossen
En wat zowel mannen als vrouwen moeten beseffen: niet alle conflicten zijn weg te werken, sommige zijn er om te blijven. Dan komt het erop aan het verschil en vaak dus probleem te erkennen, te aanvaarden en ermee leren om te gaan . "Humor is daarvoor een gouden middel", meent Ponnet. "Humor is sowieso van levensbelang bij conflictbeheersing, en zeker bij blijvende struikelblokken. Het helpt als geen ander te relativeren en conflicten te neutraliseren." Bovendien, meent Kindt, is het nu eenmaal onmogelijk om al je behoeftes bevredigd te zien door die ene partner. Hoe perfect we die ook willen, op zijn of haar eentje lukt dat niet. "Je komt altijd wel iemand tegen met wie het op bepaalde vlakken beter klikt dan met je partner. Kán ook niet anders. Gun elkaar daarom onafhankelijkheid: zij of hij heeft anderen nodig voor dat wat jij niet kunt geven. Wees daarin genoeg openminded, anders blijf je gefrustreerd in je partner en je relatie. Erken de verschillen en de tekorten."

Zo'n verkrampte 'alleen jij en ik'-relatie omschrijft psycholoog Paul Verhaeghe in Liefde in tijden van eenzaamheid als een spiegel-liefde. "Eisen van de ander dat ik, en alleen ik, diens tekort opvul. En eisen dat die ander mijn, en alléén mijn tekort opvult. In de spiegel-liefde moet de ander gelijk zijn aan het ik en mag geen tekort voorkomen." Tegenover die spiegel-liefde stelt Verhaeghe de triangulaire liefde. Die is met drie, en niet – zoals bij de spiegel-liefde – alleen met zijn twee: het gaat om ik, de ander én het tekort. Want ook het tekort moet volgens Verhaeghe erkend en aanvaard worden. "De mooiste verwoording hoorde ik bij iemand die zijn analyse aan het beëindigen was: 'je moet iemand heel graag zien om haar met rust te kunnen laten'. Met rust kunnen laten, zijn of haar verlangen en tekort niet onmiddellijk lam leggen met een eigen invulling en opvulling ervan. Iemand anders inderdaad ook anders laten zijn, wat meteen de mogelijkheid opent een verhouding op te bouwen op grond van het verschil."

Nee, relatieconflicten zijn duidelijk niet met één weldoordachte oneliner de mond te snoeren. Want jawel, zoals psycholoog en relatietherapeut Alfons Vansteenwegen het ons al langer probeert duidelijk te maken: liefde is een werkwoord. En dat krijgen we niet van meet af en voor altijd probleemloos vervoegd. Maar oefening, dat weten we, baart kunst. Niet minder in de liefde. "