Samen, maar toch apart. Waarom latrelaties steeds populairder werden

13 september 2020

‘We’d rather have someone to go out with than someone to come home to.’ Dat was het antwoord dat de Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg kreeg toen hij vrouwen vroeg waarom ze ervoor kozen om alleen te wonen in plaats van te trouwen. In onze maatschappij, die steeds meer gericht is op individuele vrijheid, kiezen almaar meer koppels voor een LAT-relatie. Living apart together is een manier om samen te zijn, maar toch genoeg tijd voor jezelf te hebben, zonder daarbij aan verbondenheid in te boeten.

Tekst: Ans Vroom - Verschenen in Feeling 

Ongeveer 1 op 20 Vlamingen boven de 30 woont niet samen met zijn of haar vaste partner, en bij alleenstaande ouders is dat zelfs het dubbel. Kinderen uit een vorige relatie zijn dan ook vaak het grootste obstakel voor geliefden om onder één dak te gaan wonen. Maar ook de omgekeerde situatie is mogelijk. Katrien (31) heeft al 9 jaar een latrelatie met haar partner Jens, en verwacht momenteel haar derde kind van hem. Toch blijven ze nog steeds op verschillende locaties wonen. Katrien: ‘Jens en ik zijn allebei vrij koppig, en we waren geen van beiden bereid om bij elkaar in te trekken. Toen we aan kinderen wilden beginnen hebben we uiteraard wel de optie overwogen om te gaan samenwonen, maar we voelden dat we het vooral deden omwille van de maatschappelijke druk, omdat het nu eenmaal zo hoorde. Ook de grootouders drongen erop aan. Maar toen we de knoop doorhakten en beslisten om het niet te doen, viel er een last van onze schouders. Tijdens de week zijn de kinderen voltijds bij mij, maar op woensdag komt Jens langs en in het weekend gaan we met z’n allen bij hem logeren. Hun geluk is onze prioriteit, maar ze hebben nooit anders gekend en vinden het prima zo. Voorlopig zien we geen enkele reden om ons systeem te veranderen. Jens en ik genieten van onze vrijheid en geven elkaar ademruimte. Er is een heel groot vertrouwen tussen ons, en ondertussen is ook de familie bijgedraaid. Iedereen ziet dat ons gezin op deze manier gelukkig is.’

Relatietherapeute Rika Ponnet: ‘De meest voor de hand liggende groepen van mensen met een latrelatie zijn jonge koppels die het nog te vroeg vinden om al te gaan samenwonen, en mensen die omwille van praktische omstandigheden zoals kinderen, lange afstand, carrières etc. niet onder één dak leven. Maar er is ook nog een derde, kleinere groep, en dat zijn de koppels die heel bewust kiezen om hun behoefte aan persoonlijke ruimte te laten doorwegen. In mijn ervaring is het vaak de man die daarop aanstuurt, maar de keuze moet natuurlijk wel door beide partners ondersteund worden. Een latrelatie vergt heel specifieke vaardigheden, en er zijn inzet en goede afspraken nodig om het op lange termijn vol te houden. Sommige mensen denken dat je bij een relatie op afstand kan genieten van het beste van twee werelden, dat het een combinatie is van het leven als vrijgezel en de voordelen van een partner, maar zo werkt het niet. Ook een latrelatie vraagt investering en engagement. Anderen beschouwen deze relatievorm nog steeds als halfslachtig of minderwaardig, maar dat is volkomen onterecht. In onze snel veranderende sociale realiteit is dit een perfecte manier voor veel mensen om op een heel gezonde manier samen gelukkig te zijn.’

Linda en Jurgen wonen al drie jaar gelukkig apart

Linda (47): ‘De kinderen waren onze voornaamste reden om voor een LAT-relatie te kiezen, maar als ik heel eerlijk ben vind ik het als koppel ook verfrissend om niet de hele tijd samen te zijn. Je kijkt er telkens weer naar uit om de ander terug te zien. Jurgen en ik waren elkaars jeugdliefde. Ik was amper 14 toen ik hem leerde kennen in de jeugdbeweging. Onze wegen zijn gescheiden en we zijn allebei met iemand anders getrouwd, maar het lot heeft ons enkele jaren geleden weer samen gebracht.

Na een moeilijke scheiding stond ik er helemaal alleen voor met twee kinderen. Jurgen heeft er drie, dus als we met z’n allen samen zijn is dat best druk. We zagen het niet zitten om voor een gezin van zeven te moeten zorgen. Omdat Jurgen en zijn ex-partner nog een goede verstandhouding hadden, kozen ze ervoor om de kinderen in hun ouderlijk huis te laten wonen. De helft van de tijd woont Jurgen daar, en de andere dagen logeert hij bij ons. We doen wel vaak activiteiten met alle kinderen samen, en we gaan met z’n allen op reis, maar we hebben er heel bewust voor gekozen om geen nieuw samengesteld gezin te vormen. Het is heerlijk om samen te zijn, maar ik geniet ook van de rustige avonden alleen wanneer Jurgen bij zijn kinderen is. De afwisseling is heel fijn. Bij ons is er nooit sprake van sleur in de relatie.’

Jurgen (49): ‘Linda is mijn grote liefde. Ik heb mij nog nooit zo gelukkig gevoeld als de afgelopen jaren samen met haar. Ook al wonen we niet onder één dak, toch zijn we volwaardige partners voor elkaar. Ik denk dat we in deze LAT-relatie meer tijd voor elkaar kunnen maken dan wanneer we samen voor vijf kinderen zouden moeten zorgen. Het helpt ook dat we dichtbij elkaar wonen. Ik spring elke dag wel even binnen voor een babbeltje, al is het maar voor een half uurtje. En ook mijn kinderen zie ik dagelijks, zelfs wanneer ze bij hun moeder zijn. Voor mij is dit de ideale situatie.

Uiteraard zou het financieel interessanter zijn om samen te wonen. Ik denk dat veel nieuw samengestelde gezinnen zich daardoor laten leiden, maar wij hebben echt gezocht naar de meest haalbare formule die voor alle betrokkenen zowel praktisch als emotioneel het beste aanvoelde. Ik sluit niet uit dat Linda en ik ooit samen een eigen nest bouwen wanneer de kinderen uit huis zijn, maar dat zal pas in de verre toekomst zijn. We hebben elk onze hobby’s, een drukke job en een eigen sociaal leven. Een half jaar geleden is Linda drie maanden met haar kinderen op reis gegaan. Uiteraard heb ik haar gemist, maar in de liefde moet je elkaar ook kunnen loslaten. Wat er ook gebeurt, onze relatie kan wel tegen een stootje.’

Ook Daantje en Charlotte genieten van hun vrijheid

Daantje (22): ‘Charlotte en ik zijn natuurlijk nog jong, maar we kennen elkaar al sinds de middelbare school en hebben al jaren een serieuze relatie. Toen we afstudeerden zou het dan ook de logische keuze geweest zijn om te gaan samenwonen, maar toch hebben we beslist om dat niet te doen. Ik kom uit een vrij atypisch gezin, met ouders die al vroeg gescheiden waren. Mijn mama is altijd heel zelfstandig geweest. Ze heeft mij gestimuleerd om op eigen benen te staan en nooit afhankelijk te zijn van iemand anders. Charlotte is opgegroeid in een stabielere omgeving. Het gevoel thuis te komen in je ouderlijk huis heb ik nooit gekend. Doordat ik als kind vaak verhuisd ben, snak ik nu des te meer naar rust en zekerheid. Ik vind het een mooi idee om maar één partner te hebben voor de rest van mijn leven, maar toch vind ik het belangrijk dat we allebei leren onze eigen boontjes te doppen voor we ons definitief settelen. En soms is het gewoon ook leuk om tijd en ruimte voor mezelf te hebben. Ik werk als opvoedster in een internaat. Na een zware nachtshift is het zalig om alleen thuis te komen en met niemand anders rekening te moeten houden.

Ik heb het gevoel dat onze generatie op een keerpunt beland is. Het idee van het traditionele kerngezin is aan het wankelen. Wij voldoen als koppel sowieso niet aan die norm omdat we twee vrouwen zijn, maar ik merk in mijn omgeving dat veel vrienden er bewust voor kiezen om geen kinderen te krijgen of alleen te wonen. Hopelijk evolueren we naar een open maatschappij die iedere relatievorm accepteert.’

Charlotte (21): ‘In onze vriendenkring zijn er verschillende koppels die al samenwonen, ondanks hun jonge leeftijd. Wat Daantje zegt over onze generatie klopt, maar jammer genoeg moeten velen van ons ook rekening houden met een andere realiteit, namelijk dat het financieel bijna niet meer haalbaar is om alleen te wonen. Ik zie steeds meer leeftijdsgenoten die aan cohousing doen en een appartement delen, zoals dat in steden als New York en Amsterdam al heel lang gebeurt. Met je lief gaan samenwonen, enkel om financiële redenen, is volgens mij geen goed idee, maar ik merk dat vrienden voorzichtiger geworden zijn sinds de coronacrisis. Daantje en ik werken gelukkig allebei in de zorgsector, dus we hoeven ons voorlopig geen zorgen te maken om ons inkomen. We brengen veel tijd met elkaar door, maar soms zien we elkaar ook dagenlang niet, wat volgens mij heel gezond is voor een relatie. We kijken er dan echt naar uit om elkaar terug te zien en appreciëren de tijd die we met elkaar hebben des te meer. De kans is groot dat we in de toekomst samen onder één dak zullen belanden, maar voorlopig zijn we perfect tevreden met onze onafhankelijkheid.’