SOS Relatie

13 september 2020

Katrin (37) en Wesley (35) zijn 12 jaar samen waarvan 8 gehuwd. Ze hebben twee dochters van 6 en 5. Een paar jaar geleden zijn ze samen gestart met een horecazaak, waarin ook de papa van Wesley, Peter, werkt. De relatie tussen Katrin en Peter verloopt erg moeizaam en dat zorgt voor conflicten binnen het huwelijk van het koppel.

Katrin

Ik leerde Wesley kennen in de scouts. Hij is jonger, waardoor hij me maar opviel toen we al in de leiding stonden. Ik keek enorm naar hem op. Alles kreeg hij georganiseerd. Toen ik als zorgkundige begon te werken, zijn we gaan samenwonen. Wesley studeerde informatica en werkte al voor hij zijn diploma had. Dat hard werken is altijd een constante geweest zowel voor als na de komst van de kinderen. Wesley aanvaardde opdrachten na zijn uren, waardoor ik vaak alleen zat. Dat leidde al eens tot discussies. Op een dag kwam hij met het idee om de feestzaal bij ons om de hoek over te nemen. Hij zag het als de ideale bijverdienste waarin we allebei ons ei kwijt konden. Hij had het ook al besproken thuis, de kinderen konden bij zijn ma terecht, zijn papa wou heel graag komen helpen nu hij met pensioen was. Het idee sprak me aan en de beslissing is snel gevallen. De zaak was van bij aanvang een succes. Wesley heeft er een zintuig voor en ik vind het vooral fijn samen onze schouders onder iets te zetten. Natuurlijk is het veel. Wesley is vaak 7 op 7 bezig, ik bouwde wel mijn werk als zorgkundige wat af. Wij zien elkaar nu meer dan voorheen, zijn het hele weekend samen, maar toch voelt het niet goed. Zo moet ik hem constant delen met iedereen, vooral met Peter. Het is alsof ik moet vechten voor een beetje aandacht. Peter doet ook alsof de zaak vooral een project is van hem en Wesley. Ja, hij stak er inderdaad geld in, maar het staat wel op onze naam. Ik vind ook dat wij de regels bepalen en niet hij. Zo vind ik op tijd komen erg belangrijk. Peter is daarin nonchalanter, geen goed signaal naar de rest van het personeel. Als ik daar iets over zeg, blijft Wesley op de vlakte, vindt hij dat ik overdrijf. Dat we blij mogen zijn met alles wat zijn pa en ma doen. Onlangs wilden we de menukaart wat wijzigen. Ik wil wat meer wereldkeuken, Peter wil trouw blijven aan ‘klassiek’. Wesley trekt zich uit zo een discussie dan terug. Als ik zijn mening dan vraag is het allemaal om het even en gaat hij wat anders doen. Zo komen we uiteraard geen stap verder. Ik moet voor elk idee strijden, terwijl ik hoopte dat we in deze zaak allebei ons ei kwijt zouden kunnen en vooral samen zouden zijn. Nu erger ik me constant aan mijn schoonvader. Wesley probeert wel, zo kwam er onlangs deeltijds een andere kok, maar dat leidde tot een ruzie met Peter. Hij vindt dat mijn ongezonde bezitsdrang een nuchtere kijk op de zakelijke aspecten in de weg staat. Ik vind dat ik geen enkele ruimte krijg, ik gewoon moet meelopen in zijn verhaal. Mij lijkt de ideale oplossing te zijn dat Peter er uit stapt. Hij is met pensioen, als hij per se nog kok wil spelen, kan hij daar toch een andere plek voor zoeken zeker. Op deze manier verziekt de hele boel. Ik vind dat het eindelijk tijd is dat Wesley eens kleur bekent en toont wat en wie het belangrijkste zijn in zijn leven.

Wesley

Ik ben nooit heel erg bezig geweest met relaties. Al mijn tijd en energie ging toen ik jonger was naar de scouts. Ik heb dat altijd graag gedaan, organiseren, dingen gedaan krijgen. In de leiding staan was dan ook echt mijn ding. Zo leerde ik Katrin kennen. We deelden een aantal interesses, zoals koken, amuseerden ons en van het een kwam het andere. Voor het opstarten van de zaal ben ik wel nog cursussen gaan volgen, koken voor grote groepen, catering en boekhouding. Zo ben ik, als ik ergens voor ga, wil ik dat echt goed doen. Katrin volgt vooral, iets wat tussen ons altijd gewerkt heeft. Toen we kans zagen om de zaal over te nemen, ben ik dat eerst met mijn vader gaan bespreken. Ik heb met hem altijd een heel goede band gehad, wij lijken heel sterk op elkaar, zijn even gedreven. Mijn papa is een paar jaar geleden met pensioen gegaan en is toen volop gegaan voor zijn passie, koken. Toen ik met mijn voorstel kwam, zag hij dat als een uitgelezen kans. Hij bood zich aan als kok, wou het zelfs gratis doen én mee investeren. Aanvankelijk zag Katrin dit ook zitten, maar naarmate de zaak concreter werd, voelde ik bij haar almaar meer voorbehoud. Ik had het aanvankelijk niet door, maar over alles werd er gediscussieerd. Als mijn vader iets voorstelde, zei Katrin bijna per definitie het tegenovergestelde. Kwam hij met een voorstel voor het tafelservies, schoot zij het af. Over alles moest er onderhandeld worden. Ik probeerde daarbij bemiddelend te zijn, het compromis te zoeken, maar dat was en is zo vermoeiend. Ik liet het op den duur aan mij passeren, maar dat lost het natuurlijk ook niet op. Hoe meer ik mij er van tussen hield, hoe meer ze dan elk apart bij mij kwamen klagen. Dat mijn vader al rokend het gebouw binnen komt, terwijl hij goed weet dat zij daar heel gevoelig voor is met haar astma. Dat zij nooit eens kan zeggen dat wat hij kookt, geslaagd is, ook al zegt iedereen in de zaal het. Dat zij voor de vol au vent duidelijk gevraagd heeft om diepe borden te gebruiken maar hij ostentatief platte neemt, om haar te pesten. Het gaat nu ook thuis door. Zij vindt dat ik te weinig kies voor mijn gezin, voor haar, voor ons, nooit een standpunt inneem, mijn vader altijd in bescherming neem. Dat is niet zo, maar krijg ik niet uitgelegd. Ik wil ook met mijn vader geen conflicten, zie ook het probleem niet. De laatste keer heb ik gezegd dat het mijn probleem niet is. Als zij een probleem heeft met hem, dat het haar probleem is, niet het mijne. Nu is er een soort van gewapende vrede. Maar ik haat het, die constante spanning die er is. Zo functioneert niemand goed. Ook de rest van het personeel begint er onder te lijden, de zaak. Misschien lassen we beter een beurtrol in, zodat ze nooit samen in de zaak zijn, ik weet het niet. Mocht Katrin eens wat minder haar emoties laten spreken en wat meer haar verstand, er zouden veel minder problemen zijn.

Hoe het verder ging

In de gesprekken met Katrin en Wesley verzeilen we van bij aanvang in een aanval-verdedigingsmodus. Katrin ventileert overvloedig wat niet werkt, Wesley sust, geeft haar gelijk, maar kadert ook de hele tijd het gedrag en standpunt van zijn vader. ‘Waarom houdt hij geen rekening met de manier waarop ik het werk in de zaal wil organiseren?’ ‘Ah, dat is een oudere man, die bedoelt het goed. Dat maakt toch allemaal niet zoveel verschil.’ Dat sust Katrin geenszins. ‘Kijk, zo gaat het altijd, jij kan nooit eens zeggen dat ik gelijk heb en hij ongelijk.’ Wanneer we de beleving bij beiden exploreren geeft Katrin aan dat ze zich niet gezien voelt. ‘Ik droomde van een zaak samen met Wesley, niet met mijn schoonvader. Die legt de hele tijd beslag op Wesley.’ Wesley is de eeuwige conflicten beu. ‘Ik heb dat thuis ook zo vaak gezien. Mijn ma die de hele tijd alles ‘samen’ wou doen, tot naar het containerpark gaan toe. Zo vermoeiend. Kan iedereen nu eens niet gewoon zijn ding doen?’ We hebben het over afspraken over territorium, een woord dat Wesley vaak in de mond neemt en het eerste wat ze willen proberen, is duidelijker afspraken maken. De daaropvolgende weken zie ik hen niet. Na drie maanden vragen ze opnieuw een afspraak. In de tussentijd is er deeltijds een kok aangeworven. ‘Ik heb daarmee mijn pa gekwetst, maar dacht, het is voor de goede zaak. Niets is minder waar. Dezelfde problemen herhalen zich en als mijn pa er is, is de strijd nog heftiger. Bovendien voelt hij zich nu ook miskend.’ Volgens Katrin klopt dat niet. ‘Ik heb met de nieuwe kok geen probleem. De situatie is nu veel duidelijker. Ik en Wesley zetten als zaakvoerder de lijnen uit. Alleen, het voelt nooit aan als wij. Hij beslist eigengereid dingen, zonder mij te consulteren en als ik vraag om te overleggen, is het antwoord, ‘beslis maar, ik heb geen tijd.’ We gaan hierop door en ontdekken zo dat Katrin zich goed voelt als ze samen met Wesley dingen doet, terwijl het bij Wesley gaat over het resultaat en het gevoel van competentie dat hij daarbij heeft. ‘Overleggen, samen in de zaal staan, samen een menu kiezen, servies gaan kopen….die verbondenheid vind ik zo fijn.’ ‘Een feest geslaagd feest, alles georganiseerd krijgen, kunnen doorwerken, daar kan ik zo intens van genieten. Mij kost het energie om de hele tijd in overleg moet gaan. Of de servetten blauw of wit zijn, dat kan me nu werkelijk eens niets schelen. In de tussentijd heb ik de borden al ingezet.’ Door de ruzie over de servetten uit te diepen, begrijpt Wesley dat als hij zoiets zegt, Katrin dit als een afwijzing ervaart, als een devaluatie van haar aandeel in het verhaal, dat ze via die servetten verbinding zoekt, een vorm van bevestiging. Katrin voelt dan weer beter aan dat Wesley dit vermoeiend vindt, zijn plezier haalt uit het einddoel en dat voor hem op zijn manier ook een wij-verhaal is. Beiden willen proberen om daar met een groter bewustzijn mee om te gaan. Nog een paar maanden later laat Wesley me weten dat Katrin een relatie is begonnen met de drankenleverancier van de zaak en van de ene op de andere dag is vertrokken.