SOS Relatie

25 augustus 2020

Dina (35) en Sidar (42) zijn 13 gehuwd en hebben drie kinderen. Dina voelt zich al langere tijd ongelukkig in haar huwelijk en vraagt zich af of ze niet beter kunnen scheiden. Ze twijfelt en wil via therapie uitzoeken hoe het verder moet.

Verschenen in: Libelle

Dina

Ik leerde Sidar kennen toen ik 20 was. Ik ben van Syrische afkomst, we emigreerden naar Frankrijk op mijn zevende. Ik werd heel streng opgevoed volgens de regels van mijn cultuur. Mijn vader was heel strikt voor mij en mijn zus, wij mochten nergens alleen naartoe. Hij besliste wat wij studeerden, verpleegkunde in mijn geval, terwijl ik literatuur wou gaan doen. Zolang ik het mij kan herinneren heb ik het gevoel gehad gecontroleerd te worden. Mijn enige manier om daaraan te ontvluchten was lezen. Op mijn 12 verhuisden we naar Nederland, Sidar is daar geboren, maar zijn ouders komen ook van Syrië. Ik ben nooit verliefd geweest, zag in hem een mogelijkheid om te ontsnappen. Sidar wou een zaak starten, in Vlaanderen. Verhuizen leek mij de oplossing van alles, weg van de controle van mijn ouders en familie. Sidar heeft altijd goed voor mij en de kinderen gezorgd, maar als koppel heeft het nooit geklikt. In het begin van ons huwelijk hadden we een aantal keren seks, eigenlijk tot de kinderen er waren, nadien nog zelden. Seks was ook altijd heel rudimentair. Ik voelde het niet, heb zelfs een beetje een afkeer van hem fysiek. Ik mis seks enorm, maar niet met hem. Erger dan dit vind ik ons samen zijn. Wij kunnen niet praten, hebben altijd direct ruzie. In gezelschap vind ik hem storend, ik schaam me soms voor zijn uitspraken, die ik vaak dom vind. Als ik daarover begin, is hij boos. Ik ben dan de heks, de ondankbare, de onmogelijke. De laatste tijd gaan we dit zoveel als mogelijk uit de weg. We zoeken de ruzie niet meer, ik ben het zo moe en ik denk hij ook. Ik probeer hem zoveel als mogelijk te vermijden, werk meer dan voorheen en dat doet hij ook. Als hij er is, houdt hij zich voornamelijk bezig met de kinderen, speelt hij veel met hen, ik doe dan andere zaken in het huishouden. Hij blijft ook langer op, blijft vaak op de zetel slapen en is dan in de ochtend al weg. Ik heb enorm veel moeite met zijn denkwijze. Bij hem komt alles uit het hoofd, hij heeft altijd een regel klaar. Ik ken zijn gevoelens niet, hij deelt die ook niet. Ze zijn er misschien niet. Hij is zo opgevoed, ook bij hem thuis zijn dergelijke gesprekken taboe. Het gaat altijd alleen over huizen bouwen, de kinderen, het werk. Ik heb zoveel behoefte aan iets anders. Ik heb de afgelopen jaren veel gelezen, heb al veel inzicht gekregen in mijn achtergrond en mijn opvoeding. Ik ben ondertussen ook al eens verliefd geweest op een collega. Wij konden wel veel delen, hij was ook beschikbaar, maar op een bepaalde manier joeg mij dat angst aan en ik heb die relatie beëindigd. Ik droom van een ander leven, maar ik wil ook vooral dat mijn kinderen het later goed hebben. Ik wil dat zij een andere leven leiden, andere keuzes durven en kunnen maken dan ik. Scheiden jaagt me angst aan, maar ik fantaseer er wel vaak over, zeker als ik weer eens de leegte tussen ons heb ervaren.

Sidar

Toen ik Dina leerde kennen was ik al bijna dertig, tijd om aan een gezin te beginnen. Ik werkte toen 7 op 7 en spaarde veel, om een eigen zaak te kunnen beginnen. Ik vind het als werknemer met buitenlandse roots moeilijk om je rechtmatige plaats te verwerven, als zelfstandige krijg je meer verdienste naar inzet. Dina leerde ik kennen via via. Ik vond haar een mooie vrouw, te jong en te mooi voor mij. Toen ik haar uit vroeg en ze dit zag zitten, kon ik mijn geluk niet op. We zijn snel getrouwd en al merkte ik dat Dina niet verliefd was, toch ging ik ervoor. Ik weet dat Dina uit een traditioneel gezin komt, net als ik, we daardoor een goede match waren. We hadden het de eerste jaren druk met verhuizen, de zaak, de kinderen. Dina wou opnieuw gaan studeren, talen. Ik aanvaardde dat al zag ik er het nut niet van in. Ze heeft uiteindelijk haar master gehaald. Ik ben uiteraard wel fier op haar, maar denk ook dat het onze relatie geen goed heeft gedaan. Dina leest veel, vaak rond persoonlijkheid en psychologie. Ze is er door de jaren heen alleen maar ongelukkiger van geworden. Ze wil ook altijd praten over gevoelens, vindt dat ik dat niet kan. Als je je ok voelt, wat valt daarover te zeggen? Zij analyseert alles. Of we wel gelukkig zijn, dat zij niet gelukkig is, het te maken heeft met haar opvoeding, haar ouders. We hebben het goed, de kinderen zijn gezond, ze is vrij, wat wil ze nu meer? Ik heb het vooral moeilijk wanneer ze in het bijzijn van anderen mij afvalt. Ze doet dat niet openlijk, maar ik zie het aan haar gezicht, de manier waarop ze wegkijkt, het feit dat ze me ook vaak corrigeert. Vooral als het over taal gaat. Haar kennis van het Nederlands is beter, maar moet ze dit er de hele tijd inwrijven? Ze heeft het al vaak gehad over scheiden, wij geen echt huwelijk hebben, we alleen bij elkaar zijn uit noodzaak, niet omwille van de relatie. Ze verwacht van mij dan altijd ‘antwoorden’, terwijl ik absoluut niet weet wat ik hiermee aan moet. Ik vind het vooral erg dat ze de toekomst van onze kinderen op deze manier op het spel zet. Scheiden, wie zal daar nu beter van worden? Ik wil gerust begrip opbrengen voor hoe zij het leven ervaart, dat ik niet de ideale man ben of beter de gedroomde, maar wat voor zin heeft het om de hele tijd jezelf en anderen ongelukkig te maken? Het leven is erg onvoorspelbaar, er gebeuren voor iedereen moeilijke dingen, door vast te houden aan een aantal waarden en normen, en het gezin, respect voor elkaar, zijn voor mij daarin de belangrijkste, kom je al een heel eind. De rest leidt nergens toe volgens mij. Ze is uiteraard een vrije vrouw, maar ik hoop toch dat ze tijdig inziet dat ze beter haar verwachtingen bijstelt, wat realistischer wordt en zich concentreert op wat er wel is, en dat is heel veel, denk ik.

Hoe het verder ging

Als Dina belt voor een afspraak, vraagt ze een individueel consult rond haar dilemma ‘blijven of weggaan’. Op die eerste afspraak zijn ze onaangekondigd met twee. ‘Hij zag het zitten. Zo krijg je misschien toch een beter zicht op ons.’ Tijdens dat gesprek praten Dina en Sidar naast en over elkaar, maar niet met elkaar. Zij heeft het over hun huwelijk dat ze al lang niet meer wil en misschien wel nooit echt wou. ‘We delen zo weinig, ik weet niet wat hij voelt, ik weet ook niet of hij wel wat voelt.’ ‘Wij passen niet bij elkaar en dat is altijd zo geweest.’ ‘Seksueel zijn wij helemaal geen match. Er is tussen ons geen intimiteit.’ Deze harde uitspraken aanhoort Sidar schijnbaar onbewogen. ‘Ik ben dit gewoon, ze heeft dit al zo vaak gezegd.’ Daarna begint hij aan een lang discours waarin hij het heeft over de vermoeiende, jarenlange conflicten. ‘We zijn er mee gestopt, wat voor zin heeft het. Weet je, ik mis een vrouw, seks, Dina wil dat immers niet meer, maar ik leg me daar bij neer. Het zal voor haar toch nooit goed zijn. Ik ben veel meer content met de kleine dingen.’ Terwijl hij praat, kijkt Dina weg. Als hij het heeft over tevreden zijn, draait ze zich boos om. ‘Dit slaat nergens op. Je vertelt maar wat. Ik hoor wat je vertelt, maar ik voel het nooit.’ ‘Het gaat altijd over hoe ik zou moeten zijn, de dingen zou moeten zien, nooit over jouw gevoelens of verlangens.’ Na twee sessies zie ik Dina alleen. Ze vindt het zinloos, omdat ze niets meer verlangt van hem, van dit huwelijk. Ik heb het er met haar over dat ik duidelijk ervaren heb hoe ze allebei lijden onder deze toestand. ‘Hij laat daar dan toch niet al te veel van zien!’ Waarop ik aangeef dat ik het vaak ervaar. Als mensen zich afgewezen voelen, zich niet liefdeswaardig voelen, dat een heel kwetsbare ervaring is. Ze dit uit de weg gaan door zich moraliserend op te stellen, de andere erop te wijzen wat ze horen te doen. Het een schild is, een vorm van verweer. Via die moraal hoopt men dan alsnog de relatie staande te houden. Ze wordt emotioneel als ze dit hoort. Ze heeft het over haar vader, die dat ook de hele tijd deed, maar daar nu spijt van heeft, omdat hij beseft dat hij zo iedereen weg duwde. ‘Ik weet dat Sidar het goed bedoelt. Misschien koos ik hem omdat dit veilig was, iemand die ik als ‘niet genoeg’ ervaar en daardoor op afstand kan houden. Kan ik echte verbondenheid wel aan?’ Ik zie Dina daarna nog drie keer. We hebben het over haar verlammende twijfel. ‘Ik wil kiezen maar kan het niet. De kinderen, het huis, de vrienden.’ Ik geef aan dat twijfel vaak geduid wordt als ‘niet overtuigd zijn en dus niet goed’ en blijven duidt op een gebrek aan moed. Dat je het ook kan zien als ‘er zijn nog goede elementen die je twijfel voeden’ waardoor de angst om te verliezen sterker is dan het verlangen naar een ander leven. Twijfel accepteren als deel van het leven, dat is wat ze nu in eerste instantie wil proberen.