Spijt van de scheiding

15 november 2012

Jullie zijn al een tijdje uit elkaar, en dan slaat de twijfel ineens toe: was de breuk echt nodig, of had het misschien ook anders gekund? Niets zo moeilijk als toegeven dat je spijt hebt van de scheiding. Carine Stevens van Libelle vond 4 mensen die er wel over spreken en vraagt ook de mening van relatietherapeut Rika Ponnet.

 

Linda (52) mist haar ex en betreurt dat ze zo hard van stapel is gelopen.
"Als mensen ernaar vragen, antwoord ik meestal dat ik opgelucht ben dat Walter en ik uit elkaar zijn. Dat mijn leven nu, een jaar later, veel rustiger en overzichtelijker is. Dat Walter me toch wel veel claimde, en dat ik nu zo vrij ben als een vogel. Dat ik meer tijd heb voor mijn kinderen en kleinkinderen. De waarheid is dat ik af en toe behoorlijk eenzaam ben in dit veel te stille huis en met weemoed terugdenk aan de tijd dat Walter en ik nog samen waren. Onze breuk heeft me niet echt gebracht wat ik ervan verwacht had. Ik dacht dat ik zou genieten van mijn vrijheid, regelmatig een stapje in de wereld zou zetten of een reisje zou maken met vriendinnen. Ik zag mezelf altijd als iemand die goed alleen kon zijn, met mijn boeken, mijn krant, mijn muziek. En effectief, ook al waren de eerste maanden nadat Walter weg was verre van makkelijk, ik vond het best fijn om met niemand rekening te moeten houden en van 's morgens tot 's avonds mijn ding te kunnen doen. Maar intussen vind ik er niks meer aan, in mijn eentje. Ik zie mijn kinderen regelmatig, maar als het erop aankomt, hebben ze allebei hun eigen leven, hun eigen gezin. Ik lees veel en ga af en toe een weekendje of week weg, maar het geeft me niet de voldoening waarop ik gehoopt had. Ik spreek soms af met vriendinnen om samen naar een concert of tentoonstelling te gaan, maar heb er een hekel aan om daarna thuis te komen in een donker huis en alleen naar bed te gaan. Niemand die me vraagt waar ik geweest ben, en of het leuk was. Niemand die rommel of lawaai maakt in huis, niemand die moppert als het eten te laat op tafel staat. Nooit gedacht dat ik dat zou missen. Dat ik Walter zo zou missen.
We zijn zes jaar een koppel geweest. Toen ik hem leerde kennen, via gezamenlijke vrienden, stonden mijn twee kinderen op het punt om uit huis te gaan. Ik was al sinds mijn scheiding alleen, maar met Walter voelde het zo goed dat ik al snel gevraagd heb of hij bij me wilde komen wonen. We hebben mooie jaren gehad samen, hadden dezelfde interesses, dezelfde achtergrond. Waar het op is fout gelopen? Vooral op communicatieproblemen. Walter was geen prater. Ik wel, maar ik werd het op een gegeven moment zo beu om aan hem te trekken dat ik het maar zo liet. Bovendien waren we allebei nogal conflictvermijdend. Met het gevolg dat kleine ergernissen en frustraties vaak niet werden uitgesproken, of te laat. Door mij in ieder geval, want Walter maakte zich in het algemeen niet zo snel druk over iets. Ik wel, ook omdat ik door een vergrootglas naar hem en onze relatie begon te kijken. Ik had jarenlang vastgezeten in een huwelijk waarin we steeds meer naast elkaar doorleefden; die fout wilde ik niet nog eens maken. Walter schrok toen ik tegen hem zei dat we volgens hem niet goed bezig waren. Dus ging ik mijn best doen om hem op de ernst van de situatie te wijzen, waardoor ik er nog meer van overtuigd raakte dat de liefde zo goed als op was. We kwamen in een bizar soort evenwichtsoefening terecht: hoe meer hij aan me trok, in een poging om te redden wat er te redden viel, hoe meer ik hem wegduwde. Met het gevolg dat ik achteraf, toen we de handdoek uiteindelijk in de ring moesten gooien, kon zeggen: zie je nu wel dat ik gelijk had?
Walter had na een maand of drie al een nieuwe vriendin. Als het met ons dan toch finaal gedaan was, ging hij door met zijn leven. Dat was uitgerekend in de periode dat het tot mij begon door te dringen dat ik misschien toch wat te heftig en overhaast had gereageerd. Maar gedane zaken nemen geen keer, en ik kan niemand anders dan mezelf iets verwijten. Ik ga door met mijn leven, en het is echt niet zo dat ik doodongelukkig ben en me de hele dag wentel in zelfbeklag. Daar heb ik toch ook mijn trots voor. Ik weet ook niet of Walter en ik bij elkaar zouden zijn gebleven als dit niet gebeurd was. Maar we pasten wel goed bij elkaar. Dat besef ik des te beter sinds ik me onlangs heb ingeschreven op een datingsite en een paar mannen heb ontmoet. Wat een teleurstelling, en wat een miskleunen in vergelijking met Walter. In mijn hoofd zit een stemmetje dat me voorhoudt: eigen schuld, je hebt hem zelf weggejaagd, recht in de armen van die ander." 

Ellen (35) verliet haar man voor een ander, en heeft daar nu spijt van.
"Bijna anderhalf jaar geleden ben ik bij mijn man weggegaan omdat ik verliefd was geworden op iemand anders: de man met wie ik nu samenwoon. Intussen is die verliefdheid over en begrijp ik niet meer zo goed wat ik in hem heb gezien. We hebben het op zich wel goed samen en het is best een leuke en lieve man, maar dat was mijn ex ook. En met hém had ik een gezamenlijke geschiedenis van meer dan tien jaar, én een kind dat nu in co-ouderschap tussen twee huizen pendelt. Ik vraag me steeds vaker af: wat heb ik in hemelsnaam gedaan? Moest ik daarvoor mijn huwelijk opbreken en zoveel mensen verdriet doen? Was ik dan zo ongelukkig? Nee, zeker niet. Ik zie nu pas wat ik had: een fijn leven, een goede man, een mooi huis, een leuk sociaal leven met veel familie en vrienden. In de periode na de scheiding zijn toch heel wat mensen uit die entourage weggevallen, omdat ze mij de schuld gaven en aan de kant van mijn man gingen staan. Dat was moeilijk en verdrietig voor me, en ik vind het nog altijd vreselijk dat sommige zogenaamde vrienden me als een baksteen hebben laten vallen. Maar dat het stom van me was en dat ik er een zootje van gemaakt heb, zie ik nu ook wel in. Mijn ex heeft er indertijd nog alles aan gedaan om me op andere gedachten te brengen. Nadat hij ontdekt had dat ik een ander had, wilde hij dat zelfs nog door de vingers zien en met een schone lei opnieuw beginnen. Maar ik was te verliefd, kon en wilde mijn vriend niet opgeven. En ik wilde liever niet meer achterom kijken. Daarom wilde ik ook niet meer in relatietherapie, zoals mijn ex nog heeft voorgesteld. De knop was al om. Op een dag ben ik vertrokken, en min of meer meteen ingetrokken bij mijn vriend. We wonen nu in zijn appartement en moeten met weinig geld rondkomen, omdat hij schulden heeft. Van mijn vroegere luxeleventje blijft niet zoveel over.
Ik zie mijn ex nog wekelijks, bij het brengen en ophalen van ons dochtertje. In het begin verliep dat contact nogal stroef en liet hij duidelijk merken dat hij boos en ontgoocheld was. Maar intussen zijn de scherpe kantjes eraf en kunnen we weer gewoon praten met elkaar. We hebben afgesproken om zoveel mogelijk on speaking terms te blijven, voor ons kind. We zijn dus vriendelijk tegen elkaar, maken altijd even tijd voor een babbeltje. Het zijn momenten waar ik steeds meer naar uitkijk, hoogtepunten in mijn week. Ik kan dan echt naar hem kijken en denken: wat een mooie, lieve, leuke man. Logisch dat hij niet lang alleen is gebleven en intussen een nieuwe vriendin heeft. Ik vraag er soms wel eens achter, langs mijn neus weg. Of het goed gaat tussen hen, en of ze samenwoonplannen hebben. Maar hij houdt zich daarover altijd wat op de vlakte. Ik leid momenteel een soort dubbelleven: aan de ene kant woon ik samen met mijn vriend en lijkt het alsof ik gelukkig ben en mijn leven weer helemaal op de rails heb. Aan de andere kant denk ik steeds vaker: ik wil niets liever dan terug naar wat ik had. Ik ben van plan om binnenkort een mail te schrijven naar mijn ex, waarin ik mijn spijt betuig. Kaarten op tafel, voor alle duidelijkheid. Als hij me niet meer terug wil, dan leg ik me daarbij neer. Maar als hij ook maar enigszins laat doorschemeren dat hij me mist en nog altijd graag ziet, dan weet ik het wel. Dan sta ik morgen aan zijn deur."
 
Daniel (33) heeft de gevolgen van zijn scheiding zwaar onderschat.
"Toen mijn huwelijk op de klippen liep, was onze zoon Lennert twee jaar oud. De belangrijkste reden waarom ik ben weggegaan: ik had een vriendin. Die vrouw was ook getrouwd, maar heeft er uiteindelijk voor gekozen om bij haar man te blijven. Ik voelde me in de steek gelaten, heb daar veel verdriet om gehad. Maar het was nu eenmaal zo. Achteraf bekeken had ik die aanleiding wellicht nodig om de stap te durven zetten en mijn huwelijk op te breken. Mijn ex en ik kwamen uit hetzelfde dorp en zijn veel te jong getrouwd, toen we vooraan de twintig waren, en daarna in verschillende richtingen geëvolueerd. Zij werkte dichtbij huis en wilde graag in het dorp blijven wonen, in de buurt van familie en vrienden en vooral in de buurt van haar moeder, met wie ze zo goed als dagelijks contact had. Voor mij mocht de wereld wat groter zijn. Ik kreeg op een gegeven moment een aantrekkelijke job aangeboden op anderhalf uur rijden van onze woonplaats. Voor mijn ex was het ondenkbaar om te verhuizen. Ik ben dus beginnen te pendelen, was van huis van zes uur 's morgens tot acht uur ‘s avonds. Lennert lag dan al in bed, ook al vroeg ik om hem wakker te houden tot ik thuis was. Het was het begin van het einde, achteraf bekeken. In die periode zijn we vervreemd van elkaar en ben ik dus ook een relatie begonnen met die andere vrouw.
Na de scheiding ben ik verhuisd en in de buurt van mijn werk gaan wonen. De afspraak was dat ik Lennert elk weekend een dag zou zien, en de helft van de schoolvakanties, maar daar is in de praktijk weinig van in huis gekomen. Mijn ex wist altijd wel een argument te vinden om mijn zoon niet mee te geven, met de nodige hulp en steun van haar moeder, trouwens. Ik ben uiteindelijk naar de rechtbank gestapt om een omgangsregeling af te dwingen, en kreeg daar op alle fronten gelijk. Maar in de praktijk veranderde er niets: ze bleef alles uit de kast halen om me te raken, via onze zoon. Dus heb ik de moeilijkste beslissing genomen die een ouder kan nemen: ik heb me teruggetrokken als vader. Doorslaggevend daarbij was het advies van een kinderpsychologe, die vond dat onze zoon te veel leed onder de vechtscheiding en tot rust moest komen. Ik was murw en verbitterd, want als vader heb je geen rechten en trek je altijd aan het kortste eind. Ik heb Lennert nu al twee jaar niet meer gezien. De helft van zijn leven. Ik probeer mezelf voor te houden dat het voor zijn bestwil is dat ik voor hem uit beeld ben, maar mijn hart krimpt ineen als ik aan hem denk. Het is wraakroepend dat ik elke maand alimentatie moet betalen voor een kind met wie ik geen band mag hebben. Dat ik gescheiden ben, tot daaraan toe. Ik denk dat mijn ex en ik er toch niet in geslaagd zouden zijn om onze relatie in stand te houden of weer op de rails te krijgen. Maar dat ik daar zo'n hoge prijs voor zou moeten betalen, dat had ik niet verwacht. Mocht ik dit vooraf geweten hebben, dan zou ik misschien toch anders te werk zijn gegaan. Wat doordachter en voorzichtiger vooral. Soms denk ik zelfs: ik had beter gekozen voor een soort dubbelleven. Dan wist mijn zoon tenminste wie zijn vader was, want nu is de kans groot dat hij zich niets meer van mij herinnert. En dat doet meer pijn dan je je kunt voorstellen."
 
Anja (43) vindt het jammer dat ze niet harder heeft gevochten voor haar relatie.
"Ik heb nog regelmatig contact met Bert, mijn ex-vriend. Dat is voor mij altijd heel dubbel. Het is telkens weer fijn om hem terug te zien en met hem te praten, maar het doet ook pijn. Omdat ik dan onvermijdelijk denk aan wat we ooit gehad hebben en helaas zijn kwijtgeraakt. En hoe anders mijn leven eruit zou zien als we waren samen gebleven.
We zijn intussen al langer uit elkaar dan we ooit een koppel zijn geweest: vijf jaar geleden hebben we beslist om een punt te zetten achter onze relatie, die zowat drie jaar heeft geduurd. We kenden elkaar al een tijdje toen de vonk oversloeg, en het voelde vanaf het begin zo goed en vertrouwd tussen ons dat we in een soort stroomversnelling zijn geraakt. We gingen snel samenwonen. In mijn huis, terwijl we zijn huis verbouwden tot gezinswoning. We startten een adoptieprocedure, zodat hij mijn dochter en ik zijn zoon zou kunnen adopteren. We waren gelukkig en dachten dat dit altijd zo zou blijven.
En toen werd ik ziek, en alles veranderde. Ik was constant moe, kreeg overal pijn en ook problemen met mijn zicht. Ik werd in het ziekenhuis binnenstebuiten gekeerd, maar de dokters vonden niets. Het was een slopende tijd, ook omdat ik nog volop in een rouwproces zat: mijn moeder was nog niet zo lang dood. Alle perikelen rond de verbouwing kwamen steeds meer op Berts schouders terecht, omdat ik me zo ellendig voelde. Voor hem was dat enorm zwaar, ook omdat hij pas een nieuwe job had, met een hoge werkdruk en veel stress. Te veel problemen op een hoop, te veel zorgen. Bert begon steeds vaker het huis te ontvluchten, en ik had al mijn energie nodig om overeind te blijven. We reageerden ons op elkaar af, met de nodige spanningen en ruzies tot gevolg. Toen ik op een dag opperde dat het misschien beter was om uit elkaar te gaan, ging hij meteen akkoord. We wisten allebei dat het zo niet verder kon.
In het begin overheerste bij mij een gevoel van opluchting. Niet lang daarna kregen mijn gezondheidsklachten een naam: ik had de ziekte van Wegener, een auto-immuunziekte. Vanaf dat moment kon ik gericht behandeld worden en ging het beter met me. Mijn leven kwam in een rustiger vaarwater terecht, waardoor ik met andere ogen ging kijken naar wat er allemaal gebeurd was. Ik ging twijfelen. Hadden Bert en ik wel de juiste beslissing genomen, hadden we een breuk niet kunnen voorkomen? Waarom hebben we geen hulp gezocht, in de vorm van relatietherapie bijvoorbeeld? Ik ben er vrijwel zeker van dat onze relatie nog levensvatbaar was geweest, als we meer ons best hadden gedaan. Bert en ik hebben het ook ooit tegen elkaar uitgesproken: dat we het allebei jammer vinden dat het zo gelopen is, dat we door allerlei ongelukkige omstandigheden een stuk van elkaar zijn weggedreven. Dat we meer begrip voor elkaar hadden moeten opbrengen, meer hadden moeten praten over wat ons dwarszat. Het deed deugd om te voelen dat we met hetzelfde gevoel terugkijken op die periode. Maar geen van beiden heeft ooit de vraag durven stellen: zullen we het nog eens proberen? Ik ben als de dood voor een afwijzing van zijn kant, zal het pas vragen als ik klaar ben voor het antwoord, en dan ben ik nog niet. Maar ik mis hem, nog altijd. En zo lang dat gemis er is, zal er geen plaats zijn voor iemand anders. Hij is de man van mijn leven, mijn grote liefde."

Rika Ponnet over ‘spijt van de scheiding'

Toegeven dat je spijt hebt van de scheiding is een groot taboe. Je hebt je leven overhoop gehaald, samen met dat van je ex en kinderen, en dat leven is niet per se zoveel beter geworden sinds jullie uit elkaar zijn. Dus verklaar je dapper dat het voor iedereen beter is zo. Of is dat wat kort door de bocht?
Rika Ponnet:
"Toch wel, ja. De werkelijkheid is een stuk genuanceerder. De meeste mensen doen nog altijd heel erg hun best doen om hun relatie goed te houden en gaan niet over één nacht ijs als ze een scheiding overwegen. Spijt is dus zeker geen regel. Maar het komt voor, zo blijkt ook uit het onderzoek ‘Scheiding in Vlaanderen' (Dimitri Mortelmans e.a., uitg. Acco, 2011), waaraan meer dan twaalfduizend mensen meededen. Mannen hebben doorgaans meer spijt dan vrouwen, was een van de vaststellingen. Niet onlogisch, want mannen verliezen nog altijd meer bij een scheiding, vooral inzake emotionele en praktische zorg. Hoeveel spijtoptanten er precies rondlopen, valt moeilijk te zeggen. Spijt is immers een gevoel, en als je mensen bevraagt naar hun emoties, zijn ze geneigd om sociaal wenselijke antwoorden te geven. Zeker in dit geval."

Hoe bedoel je?
"We denken misschien dat scheiden tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld is, maar dat klopt niet: scheiden wordt nog altijd beschouwd als falen, en als je huwelijk op de klippen loopt, voelt dat aan als een mislukking. Vandaar ook dat je zo sterk de behoefte voelt om te analyseren waar het is fout gelopen en de schuld bij iets of iemand te kunnen leggen, bij voorkeur buiten jezelf. Gewoon accepteren dat je er niet in geslaagd bent om de relatie te doen werken, dat is verdomd moeilijk in een maatschappij die weinig ruimte laat voor gevoelens van falen en mislukken. Laat staan dat je oprecht verklaart dat je misschien wat ondoordacht en overhaast bent opgestapt. Dus worden gevoelens van spijt onderdrukt en onder het tapijt geveegd, en verkondig je aan je omgeving dat je de juiste beslissing hebt genomen, dat het op was tussen jullie, dat jullie elkaar niet meer gelukkig maakten. Dat is een menselijke reactie. Constructief ook, want op die manier richt je je blik op de toekomst en loop je niet het risico om te blijven vasthangen in gevoelens van spijt en wroeging."

Is spijt per definitie negatief?
"Zeker niet. Je hebt ooit voor die partner gekozen, dus er zijn redenen geweest waarom je je aangetrokken voelde tot hem of haar. En de relatie heeft vast ook veel mooie momenten en dierbare herinneringen opgeleverd. Dingen die goed waren, en die je nu mist of alleszins nog niet bent vergeten. Als je dat onder ogen durft te zien, heb je een eerlijke en genuanceerde kijk op de keuzes die je in het verleden hebt gemaakt. Anders is het als je je blijft wentelen in dat verleden, altijd opnieuw de film van toen afspeelt in je hoofd en inzoomt op wat je bent kwijtgeraakt. Dan heb je de scheiding nog niet verwerkt en is spijt een emotie die je belet om in het hier en nu te leven."

Sommige geïnterviewden benadrukten dat ze geen spijt hadden van de scheiding op zich, wel van de manier waarop, of van de gevolgen voor hen of de kinderen.
"Daar kan ik me iets bij voorstellen. Een scheiding is sowieso een verlieservaring, en bij elk verlies hoort spijt. Spijt om wat er ooit was en nooit meer terugkomt. Ook al was je huwelijk niet goed en had je alle redenen van de wereld om weg te gaan, dan nog kun je spijt hebben. Van je meisjesdroom die nu aan flarden ligt, bijvoorbeeld: de droom om samen lang en gelukkig te leven, om een warm en stabiel nest te geven aan jullie kinderen. Je moet afscheid nemen van een ideaalbeeld, van verwachtingen en illusies die je voor jezelf en je gezin niet hebt kunnen waarmaken."

Wat ook opviel in de getuigenissen: spijt komt soms pas maanden of jaren later.
"Als je nog samen bent of nog maar pas uit elkaar, ben je toch vooral gefocust op de fouten van de ander: hij of zij is in je ogen de hoofdverantwoordelijke voor het stuklopen van jullie relatie, jij hebt je best gedaan, maar nu is de maat vol. Pas als je uit de relatie bent gestapt en er wat tijd overheen is gegaan, krijg je een genuanceerder beeld, soms inclusief gevoelens van schuld en spijt. Vanop een afstandje zie je nu eenmaal makkelijker in dat je zelf ook een aandeel had in de dynamiek die tot de scheiding heeft geleid. Al was het door je ogen te sluiten en niet vroeger in te grijpen of hulp te zoeken, op een moment dat de scheve situatie misschien nog rechtgezet had kunnen worden."

En willen die mensen dan massaal terug naar hun ex?
"Het zijn volgens mij enkelingen die effectief roepen van ‘ik wil hem of haar terug'. Meestal zijn dat mensen die passioneel verliefd zijn geworden op een ander en vanuit die allesoverweldigende verliefdheidsgevoelens heel impulsief hun relatie hebben opgeblazen. Om na verloop van tijd vast te stellen dat het op dat nieuwe adres toch ook niet alles is, en dat datgene wat ze hebben achtergelaten nog zo slecht niet was. Soms lukt het effectief om terug te gaan en de draad weer op te nemen, maar heel vaak is dat niet meer mogelijk. Ik denk dat het dan goed is om onder ogen te zien dat je niet zomaar passioneel verliefd bent geworden. Als je die verliefdheid toelaat bij jezelf, betekent dit toch dat je relatie niet zo optimaal was en er al een zekere verwijdering is. En als je graag terug wilt, maar je ex geeft je geen kans meer, wil dat misschien ook zeggen dat hij of zij al bezig was met afscheid nemen en het wel handig vond dat jij de knoop doorhakte. Spijt leidt in dit geval tot niets. Blijf er niet in vastzitten, maar probeer het verleden een plaats te geven - eventueel met professionele hulp - en ga door met je leven."