'Trouwen mag weer'

14 juni 2013

Het totale aantal huwelijken in België deemstert verder weg, maar toch lijkt trouwen weer hip. Zoekende twintigers en vooral gesettelde dertigers kiezen massaal voor een boterbriefje. ‘De generatie met gescheiden ouders wil bewijzen dat zij beter kunnen doen.' Kim Herbots van De Morgen vraagt o.a. de mening van Rika Ponnet.

 

Vorig jaar werden er in ons land 45.788 trouwpartijen gevierd. Dat is een absoluut dieptepunt, maar de werkelijkheid geeft een iets genuanceerder beeld. Wie achter de cijfers kijkt, ziet dat het totaal aantal huwelijken sinds 2000 in vrije val zit, maar dat onder meer bij dertigers de goesting om te trouwen toeneemt. Van zowat 9.300 eerste huwelijken bij dertigers in 2000 gaat het naar ruim 11.800 in 2011.
"Er is geen klassieke volgorde meer", zegt sociologe Inge Pasteels van het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek (CELLO) van de Universiteit Antwerpen. "De helft van de pasgeborenen heeft ouders die niet getrouwd zijn. Samenwonen is een evenwaardige relatievorm geworden. De keuze om al dan niet te trouwen is aan het koppel zelf en veel koppels kiezen pas op latere leeftijd, soms als de kinderen al tieners zijn, voor een huwelijk. Andere koppels hertrouwen voor een tweede of zelfs derde keer."
Dat de trouwers iets ouder worden, merken ze ook in de feestzalen. Daar is het, ondanks de algehele terugval, vaak nog steeds puzzelen om een vrij weekend te vinden. Van een trouwseizoen in mei en juni is geen sprake meer: september, december of februari...alle maanden zijn tegenwoordig druk als het op trouwen aankomt.
"We zien inderdaad meer en meer dertigers", zegt Anneke Van Canneyt-Bongers van het Fabriekspand in Roeselare. "Ze hebben kinderen en een huis, maar willen zich aan de buitenwereld tonen als koppel. Dat doen ze op eigen benen, zonder financiële hulp van de ouders. Je merkt het aan de feesten: meer aandacht voor het feestgedeelte, minder voor de catering."

Zin voor romantiek
Hoewel de statistieken nog niet helemaal volgen, zou er ook bij de twintigers een kentering merkbaar zijn. Zeker bij hoogopgeleiden. "Twintig jaar geleden gingen koppels samenwonen en werd dat als iets definitiefs gezien", legt seksuologe en relatietherapeute Rika Ponnet uit. "Zeker bij het progressieve deel van de bevolking. Trouwen werd gezien als iets van vroeger. Het moest omwille van maatschappelijke druk en een bepaalde moraal die vooral kerkelijk was. Echte liefde had dat burgerlijk kader niet nodig, integendeel."
Dat idee lijkt verdwenen te zijn bij de huidige generatie twintigers. "Nu het huwelijk niet meer moet, wordt het weer aantrekkelijk", meent Ponnet. "Het is een heel bewuste keuze geworden. Niet vanuit praktische overwegingen, maar om uiting te geven aan onze zin voor romantiek."
"Dat het totale aantal huwelijken afneemt, is ook een demografisch gegeven", vervolgt Ponnet. "De huwbare generaties zijn kleiner geworden. Maar de zin om te trouwen bij jonge mensen neemt niet af. Integendeel. Dat zie ik hier dagelijks in mijn praktijk."
 
Conservatief
Een Leuvens onderzoek uit 2011 geeft Ponnet gelijk: in die studie gaf maar liefst 85 procent van de tieners aan ooit in het huwelijksbootje te willen stappen. "Een huwelijk, een huis, kinderen en een hond, dát is wat de overgrote meerderheid van de twintigers wil. In zekere zin zijn ze conservatiever dan de generatie voor hen", stelt Ponnet vast. "Maar de maatschappij is dan ook in crisis: economisch, maar ook op andere vlakken. Ze zijn aan het zoeken, ze willen een houvast."
Het lijkt vreemd dat net twintigers standvastigheid zoeken in een huwelijk, terwijl ze dat van hun ouders niet zelden op de klippen hebben zien lopen. "Zij willen het beter doen", zegt Ponnet. "Ze hebben als kind aan den lijve ondervonden hoe het verkeerd kan gaan en willen bewijzen dat zij wél een stabiele relatie kunnen aangaan en behouden. Dat is niet per se idealistisch. Op dit moment liggen de echtscheidingscijfers net onder de 40 procent. De kans dat het hen lukt, is dus nog altijd groter dan dat het fout afloopt."