Ware liefde wint? 5 relatiemythes: feit of fabel?

28 oktober 2015

Samenblijven met je eerste lief? Vroeg of laat loopt het fout. Een andere religie? Gedoemd om te mislukken! Relatiemythes, kloppen die nu eigenlijk? Of overwint echte liefde tóch alles? Artikel van Elien Geboers voor Flair met Rika Ponnet als deskundige.

 

Mythe 1: andere status, andere liefde
Zo luidt de mythe: Wie wil slagen in de liefde, heeft maar beter eenzelfde opleidingsniveau of achtergrond. Koppels uit verschillende milieus lopen vroeg of laat verloren in elkaars wereld.Bram en Jasmijn zeggen nee tegen dit cliché
Jasmijn (28): ‘Bram en ik zijn al zes jaar dolgelukkig samen. We hebben een huis gebouwd, staan op trouwen en denken stilaan aan een eerste kleine spruit. We hebben alles om het perfecte koppel te zijn. Behalve dan onze achtergronden. Ik ben dokter en heb zeven jaar gestudeerd. Mijn vader is manager en komt uit een familie van dokters, architecten en economen. Bram daarentegen is een selfmade man. Hij heeft alleen zijn middelbaar afgemaakt en is daarna beginnen te werken op de boerderij van zijn ouders. Van daaruit stampte hij een carrière als vertegenwoordiger uit de grond. Heel wat mensen begrijpen niet hoe wij elkaar gevonden hebben, maar voor ons is het kraakhelder: hij is die ongelooflijk attente,
humoristische doorzetter die ik wilde als partner. Ik ben die zorgzame, ondernemende durver met een mening die hij zocht. Bovendien hebben we allebei een warm nest gevonden bij elkaars familie. Er is dus
geen enkele reden waarom onze liefde niet zou overwinnen. We delen interesses en onze levensvisies zijn prima op elkaar afgestemd. Waar we vandaan komen of hoeveel boeken we ooit hebben gelezen, verandert daar geen moer aan.'

Feit of fabel?
Relatiebemiddelaar Rika Ponnet: 'We weten uit diverse onderzoeksbronnen dat er in veel duurzame relaties sprake is van een hoge mate van homogamie: op tal van terreinen, vooral van sociologische aard, gelijken partners op elkaar: ze komen doorgaans uit dezelfde generatie (zijn dus ongeveer van dezelfde leeftijd), delen een waarden- en normenkader (wat we vroeger als religie of de afwezigheid ervan zouden aangeduid hebben), hebben een gelijkaardig economisch potentieel, zijn van ongeveer hetzelfde opleidingsniveau, zijn ongeveer even aantrekkelijk...Het feit dat die elementen ingevuld zijn binnen een contact, betekent uiteraard niet dat twee mensen voor elkaar vallen of in staat zijn om een goede/duurzame relatie uit te bouwen. Het betekent wel dat als twee mensen verliefd worden op elkaar en die elementen zijn deels of volledig ingevuld, dit het samen leven op langere tijd vaak aanzienlijk makkelijker maakt. Er moeten minder compromissen gesloten worden, men deelt een mentaliteit en geschiedenis...Bovendien spelen deze overeenkomsten ook in de aantrekking tot elkaar een rol: we herkennen onszelf op een aantal manieren in de ander, we ervaren dat onze denk- en zijnswijze gespiegeld wordt door die andere en dat werkt bevestigend en dus versterkend in het contact. UIteraard zijn het merendeel van de relaties niet helemaal 'homogaam'. Zo kunnen twee mensen op tal van terreinen veel gelijkenissen vertonen, maar bijvoorbeeld veel verschillen in leeftijd of in aantrekkelijkheid of in economisch potentieel. Wat je wel ziet is dat er dan meestal sprake is van een ander soort van evenwicht: hij is dan wat ouder en rijker, zij jong een aantrekkelijk of zij is heel aantrekkelijk, hij heel succesvol....De essentie is dat we allemaal op onze waarde in een relatie willen stappen en ons daar op langere termijn het beste bij voelen.'


Mythe 2: groot leeftijdsverschil, kleine slaagkans
Zo luidt de mythe: Een relatie tussen twee mensen met een groot leeftijdsverschil loopt vroeg of laat op de klippen. Het is geen echte liefde, de ene zoekt een jonger exemplaar of de kloof wordt te groot.Kelly (23) en Wim (40) zeggen nee tegen dit cliché
Kelly: ‘Mijn vriend Wim is zeventien jaar ouder dan ik. Sterker nog, ooit was hij mijn klastitularis. Ik had toen nooit kunnen denken dat wij ooit een koppel zouden worden. Het lot besliste daar anders over. Of beter, onze hartjes. Rond mijn twintigste deed ik vakantiewerk bij mijn moeder. Ik liep de trap op naar de koffieruimte en wie zat daar? Mijn voormalige leerkracht Engels. Hmm, eigenlijk was hij wel een knappe man, en met een super karakter. Van het een kwam het ander, maar een echte relatie? Dat kon toch niet. Ik kleurde altijd binnen de lijntjes. Verliefd worden op een oudere man zat echt niet in mijn planning. Wat zouden de mensen denken? Een jaar lang hielden we onze romance verborgen, tot we allebei beseften dat dit niet zomaar een flirtje was. We kregen meteen de wind van voren: "Hij wil haar alleen voor de seks en zij hem voor het geld" of "Het is nog een kind, wat weet zij nu van de liefde." Gek hé, dat mensen het zo moeilijk vinden om gelukkig te zijn voor ons. Daarom zijn we dat dan maar zelf. Al drie jaar lang hebben we het perfect naar onze zin met elkaar. We hebben een stabiele, mooie en volwassen relatie. We kunnen goed met elkaar praten, delen elkaars interesses en weten - misschien wel beter dan andere koppels - wat we aan elkaar hebben. En daar heeft ons leeftijdsverschil net alles mee te maken.'

Feit of fabel?
Relatiebemiddelaar Rika Ponnet: 'Zoals hierboven toegelicht hoeft dat helemaal niet het geval te zijn. Op het moment dat we voor iemand vallen die een stuk ouder/jonger is dan onszelf, zijn er sowieso elementen die daarvoor compenseren: maturiteit en evenwicht bijvoorbeeld, stabiliteit, iets bereikt hebben in het leven...Uiteraard is het wel zo dat op langere termijn dat evenwicht zoek kan zijn: zij ervaart haar veel oudere partner dan niet langer als rijper en wijzer, maar als oud en traag of hij vindt zijn veel jongere vrouw vooral vermoeiend. De mate waarin mensen erin slagen zich aan te passen aan de veranderingen die leeftijd met zich meebrengen, zal bepalen of zo een relatie duurzaam is. En dan kopen we opnieuw uit bij hetzelfde: als mensen elkaar graag zien, een warme en veilige band ervaren in hun relatie, dan is er vaak een vermogen om met deze verschillen, ook die in leeftijd, om te gaan. Is die band er niet of niet meer, dan wordt zo een verschil sneller als een probleem ervaren.'


Mythe 3: religie en liefde mixen niet
Zo luidt de mythe: In een relatie tussen twee mensen met verschillende religies moet een van de twee zich vroeg of laat bekeren. If not, dan zullen de visies botsen en kan je er meteen een streep onder trekken.Melissa en Kovar zeggen nee tegen dit cliché
Melissa (22): ‘Respect, openheid en communicatie, dat zijn de sleutels in onze relatie. Een relatie die niet zo vanzelfsprekend is. Naast een leeftijdsverschil van tien jaar, zorgt vooral het cultuurverschil tussen ons wel eens voor wat tegenwind. Ik ben katholiek opgevoed, op een heel moderne en hedendaagse manier.
Mijn man is Koerd en dus moslim. Hij is traditioneler opgegroeid. Gek genoeg vond vooral mijn familie het moeilijk om onze relatie te aanvaarden. Gelukkig hebben ze geen enkele reden om zich zorgen te maken. Mijn man en ik respecteren elkaar en elkaars cultuur. Als ik een kort jurkje wil dragen, doet hij daar niet moeilijk over. En uit respect voor hem stop ik dat korte jurkje weer weg als we zijn familie bezoeken.
Bovendien is het extra vaak feest bij ons: ik vier de feestdagen uit de islam mee en hij viert met mij die van het christendom. Trouwens, die twee culturen hebben meer gemeen dan je denkt. Ze gaan allebei over naastenliefde, over respect voor anderen en vergevingsgezindheid. En de dingen waarin we verschillen, daar kunnen we nog wat uit leren. Hij leerde me bijvoorbeeld het belang van familie en ik leg hem uit hoe westerlingen kijken naar pakweg de situatie met de vluchtelingen. Zo krijgen we allebei een heel open visie op de wereld, op het leven én op onze relatie. En dat werkt alleen maar in ons voordeel.'

Feit of fabel?
Relatiebemiddelaar Rika Ponnet: 'Een relatie tussen twee mensen met een andere religie is onrealistisch.
Dit is mogelijks de moeilijkste en dat omwille van het feit dat bij ons in het Westen religie een heel persoonlijk iets is geworden en bovendien een thema dat in het leven van de meesten totaal geen rol van betekenis meer heeft. Dat staat toch bijzonder sterk tegenover een aantal culturen waar religie in heel grote mate je identiteit bepaalt, je aanstuurt als een onderdeel van een gemeenschap. Ben je samen met iemand bij wie religie nog zo sterk de identiteit bepaalt, dan is er vaak maar 1 weg: deel gaan uitmaken van die gemeenschap, je integreren in die andere (familie)cultuur. Vooral op het moment dat een koppel kinderen krijgt, kan een verschil in religie heel sterk gaan opspelen en voor conflicten zorgen. Op voorhand heel veel zaken doorgepraat hebben, lijkt me dan ook bijzonder belangrijk.'


Mythe 4: schoondochter vs. schoonmoeder: 0-1
Zo luidt de mythe: Als je niet door één deur kan met je schoonouders, is je relatie gedoemd om te mislukken. Uiteindelijk kiest je lief altijd de kant van zijn ouders, dat zit nu eenmaal in ons bloed.Hannelore en Roel zeggen nee tegen dit cliché
Hannelore (27): ‘Roel en ik gaan volgende zomer trouwen. Naar die dag kijk ik nu al uit. Het enige minpunt? Zijn ouders zullen er ook bij zijn. Ja, dat klinkt verschrikkelijk, maar ik kan het echt niet met hen vinden. De vader van Roel heeft volgens mij nog nooit van het woord "liefde" gehoord en zijn moeder compenseert dat
door extra luid en ongemanierd te zijn. Rottig, maar het blijven wel zijn ouders. Daarom doe ik mijn best om met hen door één deur te raken. Ons compromis: ik moet alleen mee op familiebezoek op de belangrijke dagen en in ruil praat ik wat over koetjes en kalfjes en hou ik mijn rollende ogen en diepe zuchten onder controle. Zolang ik dat spelletje volhoud, hebben we bijna de perfecte relatie. We maken verder zelden ruzie, liggen nonstop in een deuk van het lachen en hebben een veilig en warm nest gebouwd. Dat ene obstakel zal onze liefde niet klein krijgen. Bestaat niet elke relatie uit een soort compromis?'

Feit of fabel?
Relatiebemiddelaar Rika Ponnet: 'Ideale families zien er uit als een Italiaanse feesttafel bij ondergaande zon in een grote boomgaard: de familie in de meest ruime zin van het woord zit mee aan tafel, geniet van het gezelschap en het eten... Allemaal dromen we van dit ideaalbeeld. Je verbonden voelen met anderen, deel uitmaken van je eigen familie en van die van je partner, het is een rijkdom. De realiteit ziet er echter in nogal wat gevallen anders uit: in nogal wat gevallen tolereren mensen elkaar en kunnen ze het opbrengen jaarlijks een paar feesten samen te vieren. In minstens zo veel gevallen verlopen de contacten, zijn ze onbestaande of slechter, vijandig. Dat laatste is uiteraard een moeilijke. Dat jij als schoondochter een slecht contact hebt met zijn ouders is 1 ding, dat zijn contact met zijn ouders daardoor ook onder druk komt te staan, heeft vaak een veel grotere impact. Elk kind zoekt immers, ook als volwassene, nog vaak erkenning en bevestiging van zijn ouders. Samen zijn met iemand en daarvoor geen goedkeuring krijgen, brengt veel verdriet met zich mee. Ook hier worden die problemen vaak groter op het moment dat men zelf kinderen krijgt: mogen de schoonouders de kleinkinderen (regelmatig) zien, kan dat in een sfeer van harmonie of lukt dat helemaal niet. Blijvende discussie hierover ondermijnen veel in een relatie: het heeft het gevoel partij te moeten kiezen tussen mensen waar je dat niet wil bij doen. Het wordt in menige relatie ook een splijtzwam. Niemand moet met zijn schoonfamilie wekelijks aan tafel, maar een verstandhouding waarin op zijn best aanvaarding centraal staat, zorgt meestal ook in de eigen relatie voor het meeste harmonie.'


Mythe 5: kalverliefde slijt altijd
Zo luidt de mythe: Je eerste liefje is niet de man van je leven. Pubers veranderen, wegen scheiden en kapers komen op de kust.
Sylvie en Miguel zeggen nee tegen dit cliché
Sylvie (34): ‘ Een grappige stud met een gouden hart en een timemanagementprobleem. Dat is de kerel voor wie ik als vijftienjarige puber viel en de man op wie ik negentien jaar, een huwelijk en twee kinderen later nog altijd smoor ben. Niet evident, want tussen je vijftiende en vierendertigste verandert er wel eens wat. Vooral Miguels eerste jaar op kot was een flinke beproeving. Ik zat nog op de middelbare school en van gsm's was nog geen sprake. Ik zie me nog zitten naast de telefoon van mijn ouders. En maar hopen dat-ie op hetzelfde moment ginder de hoorn van de haak zou pakken. Soit, we hebben het overleefd en hebben het daarna ruimschoots goedgemaakt door andere mijlpalen te delen: ons rijbewijs halen, onze eerste sollicitaties... Dat is, geloof ik, wat onze relatie zo sterk maakt: hoewel we allebei onze eigen hobby's, interesses en vrienden hebben, delen we tegelijk een verleden. Eentje waar we met veel gegiechel op kunnen terugblikken. Natuurlijk vragen we ons wel eens af hoe het op een ander zou zijn. Het antwoord is simpel: gewoonweg niet hetzelfde. Plus, als je negentien jaar samen bent en alles met elkaar hebt gedeeld, moet die kaper op de kust wel héél hard blinken om daar een stokje tussen te steken.'

Feit of fabel?
Relatiebemiddelaar Rika Ponnet: 'Er zijn genoeg mensen die na jaren nog altijd heel gelukkig samen zijn met hun jeugdliefde. Het bestaat dus zeker. Of een jeugdliefde duurzaam is hangt nauw samen met de manier waarop jonge mensen in hun relatie staan. Geven ze elkaar voldoende ruimte om zichzelf te ontplooien, een 'jong' leven te leiden, met vrienden op stap te gaan...al de dingen die mensen zonder lief ook doen in die periode of hebben ze al heel vroeg de neiging op een eigen eiland te gaan zitten, zich af te zonderen van anderen, al heel vroeg een 'volwassen' relationeel leven te leiden. In dat laatste geval hebben mensen als ze wat ouder worden (ze zijn dan vaak jonge dertigers) het gevoel een deel van het leven gemist te hebben, niet gepuberd te hebben, niet echt te weten wat ze willen en halen ze alsnog die faze in, vaak ten koste van de jeugdliefde. Hebben mensen elkaar wel die ontplooiingsruimte gegund, dan is de kans dat ze vanuit die autonomie en zich opbouwende gemeenschappelijke geschiedenis een heel sterk fundament leggen onder hun relatie. Zij geven dan op latere leeftijd aan 'samen opgegroeid' te zijn, heel veel te delen, elkaar als een deel van zichzelf te zien. Maar ook een derde scenario is mogelijk: dat mensen effectief door de jaren heen een heel andere weg kiezen en elkaar verliezen. Soms kunnen we alleen maar aanvaarden dat wie een goede partner voor ons was toen we 20 waren, dat niet meer is op ons 40tigste.'