Is echtgenoten de verleden tijd van echt genieten?

29 januari 2013

U gaat vaker vreemd dan uw gemiddelde medemens? U krijgt angstzweet als u denkt aan een trouwring? U streeft naar die ene onbereikbare ware? U verdwijnt nog voor het ochtendgloren uit het onbekende bed waarin u bent beland? Of u stort zich op uw carrière omdat de liefde wel kan wachten? Bindingsangst, luidt het verdict. Ann-Sofie Dekeyser van De Standaard stak haar licht op bij Patricia Van Lingen, Lieven Jonckhere en Rika Ponnet.

 

Het is de vaakst ingetikte zoekterm op de site van Patricia van Lingens School voor Relaties: bindingsangst. In de zeventien jaar dat ze als relatiecoach werkt, heeft ze het aantal jonge vrouwen dat zegt niet meer te weten hoe ze een relatie moeten aangaan, exponentieel zien toenemen. 'Ze willen zich wel binden', vertelt van Lingen, 'maar het lukt hen niet. Zolang ze in de losse datingfase zitten, zijn ze in de wolken over de ideale man die voor hen zit. Eens een vaste verbinding dichterbij komt, krijgen ze koudwatervrees. Is zijn neus niet te lang? Is zijn baan wel goed genoeg? Heeft hij wel de juiste vrienden?' Van Lingen wijdt in haar boek 'Relateren kun je leren' een volledig hoofdstuk aan bindingsangst en zijn tweelingzus verlatingsangst. Ongelukkig genoeg komen beide fobieën vaak samen voor: mensen met bindingsangst kiezen vaak voor een partner met verlatingsangst en omgekeerd. Waardoor uiteindelijk geen van beiden zich nog veilig voelt in de relatie.
De klanten van van Lingen, en bij uitbreiding volgens haar ook de hele doorsnee bevolking, hebben hun geloof in liefdesrelaties verloren. Ze zagen hun ouders scheiden en kennen niemand meer in hun directe omgeving die nog gelukkig is met zijn vaste partner. Waarom zouden ze dan zelf nog door die 'hel' gaan?' Het vertrouwen in het klassieke huwelijk is verdwenen.


Een kwalijke vorm van zelfbescherming, volgens seksuologe Rika Ponnet. Ook zij ziet in haar praktijk meer en meer single dertigers met vermijdingsgedrag op vlak van intimiteit en binding. Al zijn haar klanten zich daar meestal niet van bewust. Toch niet in eerste instantie. 'Ze komen aanzetten met een verhaal over hun veeleisende carrière, de wereldreis die ze eerst nog wilden maken en dat ze de ware gewoon nog niet zijn tegengekomen, aangezien ze zo veeleisend zijn. Die veeleisendheid is een excuus voor hun eigen onvermogen om zich te binden. Die mensen gaan op zoek naar een ideaal dat per definitie onvindbaar is. Zodat ze zich niet kwetsbaar hoeven op te stellen.'
De volksmond heeft het over mensen die altijd op de verkeerde 'vallen', Ponnet spreekt over mensen die voor de verkeerde 'kiezen'. 'Mensen met bindingsangst hebben de neiging om relaties aan te gaan met niet vrije partners of bijvoorbeeld met een man of vrouw aan de andere kant van de wereld. Zo raakt hun tijdelijke behoefte wel vervuld én hoeven ze niet te vrezen hun vrijheid te verliezen. Overigens gaan bindingsangstige partners vaker vreemd; door het overspel zien ze de macht van hun partner over hen verkleinen.'


Wie met bindingsangst kampt, is bang zichzelf te verliezen in een relatie. Psycholoog Willy Pasini onderscheidt in zijn boek 'Intimiteit' drie vormen van bindingsangst. Ten eerste is er de angst voor versmelting. Volgens Pasini veroorzaakt intimiteit een tijdelijke, relatieve verzwakking van je eigen grenzen. Daardoor loop je het risico met de ander te versmelten, ook al is dat maar tijdelijk. Die gedachte kan heel beklemmend aanvoelen. Een tweede vorm is de angst om zichzelf bloot te geven. Die mensen durven zich niet kwetsbaar opstellen en vermijden dus intimiteit. Ten slotte is er de angst de eigen vrijheid te verliezen. Wie hieraan lijdt, ziet een relatie als een gevangenis.
Die fenomenen kunnen worden gelinkt aan negatieve ervaringen met vaste relaties - zowel eigen ervaringen als die van ouders of vrienden. Wat meteen betekent dat wie meer slechte ervaringen kent, banger wordt. Hoe ouder een alleenstaande, hoe groter het risico op bindingsangst.
Wetenschappers zijn het er intussen over eens dat bindingsangst (in tegenstelling tot verlatingsangst) helemaal niet genetisch bepaald is; het is zuiver adaptatiegedrag, men past zich aan aan de situatie waarin men opgroeit.

Psychoanalytici verklaren de oorzaak ervan met de hechtingstheorie van de Amerikaanse psychiater John Bowlby. Die is gebaseerd op de verhouding tussen het kind en zijn ouders, wat het verdere vertrouwen van het kind voor 'de andere' zal bepalen. De eerste ervaringen (met name meestal de relatie tot de moeder) is doorslaggevend voor verdere relaties. Zijn we veilig gehecht of eerder angstig gehecht, angstig-vermijdend of afwijzend-vermijdend? 'Mensen van het laatste type worstelen met bindingsangst', schrijft Ponnet in haar laatste boek 'Blijf bij mij'.  'Vermijders hebben moeite met intimiteit. De constante nabijheid van een partner maakt hen onrustig. Ze staan sterk op hun autonomie, voornamelijk vanuit de overtuiging dat de ander er toch niet zal zijn voor hen. In hun kindertijd was hun vader of moeder erg afwijzend of niet emotioneel beschikbaar.'
Het groeiende aantal alleenstaande moeders, de stijgende scheidingscijfers, de populariteit van latrelaties (en andere niet-klassieke relatievormen), de cijfers van de FOD Economie die aantonen dat één op de twintig Belgen tussen 40 en 70 nog nooit een vaste relatie heeft gehad.... het lijken tekenen aan de wand dat vandaag haast iedereen met bindingsangst kampt. Het cliché dat het vooral mannen overvalt, is onzin. Het gaat ook niet om een generationele kwestie, maar om een tijdsgebonden fenomeen, gelinkt aan het individualisme dat onze maatschappij kenmerkt.


Psychoanalyticus Lieven Jonckheere spreekt over een 'doorkliksysteem', ons gedrag in het dagelijkse leven is vergelijkbaar met ons gedrag op internet. 'We blijven niet meer hangen bij vaste waardes, maar gaan meteen door naar het volgende. Het is een realiteit die we ook in de economie terugvinden. Vroeger bleven mensen heel hun leven bij dezelfde werkgever, nu ben je een idioot als je de rest van je dagen loyaal blijft aan een firma. De maatschappij draagt je op alles uit jezelf te halen. Zelfontplooiing is het ultieme doel.'


Maar wordt die onoverkomelijke vrijheidsdrang wel veroorzaakt door angst? In tegenstelling tot (toeval of niet?) de vrouwen die we spraken, ziet Jonckheere die individualisering en het bijbehorende vermijdingsgedrag voor alles wat 'voor altijd' is, niet noodzakelijk als negatief. 'Ja, relaties zijn vlottender geworden', maar hij wil niet spreken over bindingsangst; 'dat is slechts een interpretatie van het fenomeen dat mensen geen langdurige banden meer aangaan. Je kan het evengoed ook positief zien: we zijn constant gericht op verbetering, op het maximaliseren van ons eigen genot. En dat betekent niet dat we er slechter aan toe zijn dan vroeger. Niets is zo cultureel bepaald als liefdesrelaties. En als de tijden veranderen, veranderen de relaties. We latende de klassieke samenlevingsvormen achter ons. En er is geen weg terug.