Ontrouw kan uw relatie redden

10 oktober 2011

Hoe haalbaar is het klassieke huwelijk nog? We zitten kniediep in een relatierevolutie. De monogamie wankelt, en sociologen maken al gewag van een ‘post-huwelijk cultuur'. Her en der gaan daarom stemmen op om ook andere modellen dan het geijkte huwelijkscontract gangbaar te maken, met ‘toegelaten ontrouw' als voornaamste alternatief. Artikel van Annelies Vanbelle voor De Standaard

 

Anno 2011 is de romantiek van ‘tot de dood ons scheidt' ver te zoeken. Koppels die elkaar het ja-woord geven dromen in het beste geval nog van een lang en gelukkig leven samen, maar het gros houdt rekening met de beperkte houdbaarheidsdatum van hun alliantie. Dat wordt ook weerspiegeld in de cijfers. Volgens de studie ‘Scheiding in Vlaanderen' loopt op dit moment 40 procent van de trouwerijen in Vlaanderen op een scheiding uit. Er wordt geschat dat dit voor de koppels die vanaf nu in het huwelijksbootje stappen zal oplopen tot 50 procent. Wat betreft Brussel en Wallonië zijn de cijfers nog dramatischer: daar gaat binnenkort 60 procent van de getrouwde stellen uit elkaar. Dat dit in het zuidelijke landsgedeelte hoger ligt dan bij ons zou aan de christelijke moraal liggen, die in Vlaanderen nog steeds wat feller speelt.

Van alle getrouwde koppels die uit elkaar gaan, geeft 15 procent aan dat ontrouw de belangrijkste reden van hun scheiding was. Het percentage dat werkelijk te maken krijgt met schuinsmarcheerderij ligt allicht een pak hoger: niet iedereen gaat uit elkaar nadat er een scheve schaats is gereden, en niet elk koppel dat er mee te maken krijgt, komt in de statistieken terecht (wegens wel een vaste relatie maar niet wettelijk in de echt verbonden). De totale overspelcijfers worden doorgaans dan ook ergens geschat omtrent de 30 à 40 procent.

Leonie Linssen, relatiecoach en coauteur van het boek ‘Love Unlimited, een vrije kijk op liefdesrelaties' krijgt dagelijks mensen over de vloer die worstelen met de dwangbuis van de monogamie: "Vaak zie ik hier dat mensen die rotsvast geloofden in het sprookje van lang en gelukkig samenleven, plots enorm in conflict komen met zichzelf. Ze spreken misprijzend over iedereen die een scheve schaats rijdt, tot ze zelf verliefd worden op een ander. Hun ideaalbeeld stort ineen, en dat zorgt ervoor dat ze zichzelf hard veroordelen. Ten onrechte, want gezien de cijfers is de kans dat we gedurende ons leven gevoelens voor een ander ontwikkelen zeer groot. We kunnen dus wel volhouden dat we in de monogamie geloven, maar deze maatschappelijke overtuiging lijkt steeds minder op de realiteit geënt. De realiteit is anders dan wat we met ons allen beogen, en de maatschappij zal mee moeten evolueren."

De gelegenheid maakt de dief

Dat monogamie een illusie is, is natuurlijk geen nieuw gegeven. Al eeuwenlang trekken mannen zich voor hun buitenechtelijke verlangens achter de schermen uit de slag. In vele tijdperken werd het hebben van maîtresses en concubines oogluikend toegestaan, in sommige culturen is dat nog steeds zo. "En vandaag hebben ook veel getrouwde vrouwen een partner buiten hun huwelijk", zegt professor Paul Verhaeghe, psychoanalyticus en hoogleraar aan de UGent, "Op zich is dat niet vreemd. Monogamie is een maatschappelijke afspraak die teruggaat op de exclusieve band tussen moeder en kind: iedereen verlangt opnieuw zo'n exclusieve relatie waarin de een alles is voor de ander, en omgekeerd. Psychologisch is men dus monogaam, maar biologisch niet. Kijk maar eens om je heen, hoe lust het vaak wint van liefde, dan weet je het wel."

We kunnen dus vermoeden dat we wat betreft overspel door mannen al eeuwenlang met een status-quo te maken hebben, wat vrouwen en wat echtscheiding betreft is dit niet zo. De sleutel voor de stijging ligt grotendeels bij de vrouw. Enerzijds is zij mede door haar financiële onafhankelijkheid mondiger geworden en duldt zij het vanuit een feministische reflex niet meer dat haar partner vreemdgaat. Ergo: ze zal sneller uit een bedroevende relatie stappen. Anderzijds is ze door haar nieuw verworven onafhankelijkheid en door de komst van de pil, zelf in staat om vrijelijker op zoek te gaan naar de vervulling van haar geluk en haar lusten.
Vroeger leefden mannen en vrouwen meer gesegregeerd: de man maakte buitenshuis het mooie weer, de vrouw nam binnenshuis de taken op zich. Nu de vrouw niet meer automatisch thuisblijft, worden de ontmoetingskansen tussen mannen en vrouwen groter en dus ook de kans dat iemand gaat twijfelen over de eigen relatie. Dat dit een grote rol speelt wordt bewezen door het feit dat het echtscheidingscijfer in bijvoorbeeld de VS, Scandinavië en België hoger ligt dan in Nederland, waar nog meer moeders aan de haard blijven, zeker als er kleine kinderen zijn. Het is dus de economische situatie van de vrouw die het scheiden mogelijk maakt: de gelegenheid maakt de dief.

Hunkeren naar het Hollywoodideaal

Uiteraard spelen ook andere factoren een rol in het hoge scheidingscijfer. Er wordt tegenwoordig vaak met de vinger gewezen naar de sociale media, waar retroseksuelen en andere eenzame lustzoekers voor het grijpen liggen. De geliefde op het scherm is altijd aantrekkelijker dan de partner thuis, waarmee men het ook over het invullen van de belastingbrief moet hebben. Ook de ik-maatschappij wordt als zondebok aangeduid. Vroeger primeerde het gezinsbelang, nu is men in de eerste plaats bezig met het vervolmaken van het persoonlijke geluk. Het collectieve boet in ten voordele van het individuele. 

Hoge eisen stelt men dus aan het samenzijn met een ander, en dat is helemaal anders dan pakweg vijftig jaar geleden. Tot dan was het huwelijk voornamelijk een economische verbintenis: het verschafte stabiliteit en zekerheid aan de vrouw, het verzekerde de man van nageslacht. In het huidige tijdsgewricht voldoet deze pragmatische visie niet meer. Er heerst een obsessie met liefde en verliefdheid, men houdt krampachtig vast aan het romantische ideaal: op een dag wacht mij de prins op het witte paard waarmee de ultieme versmelting zal volgen, het verlossende antwoord op al mijn twijfels en kwalen. Geen mens die hier natuurlijk aan kan voldoen. Toch wordt die illusie er nog steeds met de paplepel ingegoten: jonge meisjes dromen weg bij Disney's prinsessenfilms en zelfs oudere meisjes laven zich graag aan deze Hollywoodmythe. Liefde op de wijze van de romcom, met obligaat happy-end tot gevolg.

Het post-romantische huwelijk

Pamela Haag, auteur van ‘Huwelijk 2.0' (oorspronkelijke titel ‘Marriage confidential'), een boek dat deze zomer in de VS flink wat stof deed opwaaien, was zelf zo'n meisje dat geïnfecteerd was door de Hollywoodmythe. Ze voelde zich gevangen in een ‘semigelukkig' huwelijk: niet goed genoeg om haar nog momenten van extase te bezorgen, niet slecht genoeg om eruit te stappen. Na uitgebreid onderzoek en gesprekken met meer dan 2000 koppels kwam ze tot de vaststelling dat haar situatie verre van uniek was. Het merendeel van de mensen waarmee ze sprak verkeerde in wat Haag ‘een post-romantisch huwelijk' noemt: geen echte onenigheid, maar ook geen spanning meer, nog voldoende affectie, maar al lang geen passie meer. Dat dit vooral aan het instituut huwelijk ligt, en niet aan henzelf of hun partner, kostte sommigen wel enige tijd om uit te vlooien. Het zijn zij die er uiteindelijk vrede mee nemen dat ergernissen en saaiheid nu eenmaal bij een huwelijk horen, en dat je daarbinnen dus niet op zoek moet naar het sublieme, maar vooral het stabiele moet koesteren. Realisme dus, als sleutel tot een lange en evenwichtige relatie.
Anderen kunnen minder overweg met de routine die een huwelijk kenmerkt. In haar boek citeert Haag een studie van de Amerikaanse socioloog Paul Amato, die stelt dat zo'n 60 procent van de scheidingen voortvloeit uit ‘low-conflict marriages', huwelijken die niet getekend zijn door misbruik, verslaving, herhaaldelijke ontrouw of andere ernstige problemen. Gewone huwelijken dus, waar de rek uit is. Waar geen van beide partners nog warm of koud van wordt. De monotonie die uiteindelijk leidt naar de echtscheidingsbrief.
Hoewel inmiddels 50 procent van de Amerikanen het format huwelijk ‘achterhaald' vindt, volhardt Pamela Haag in haar geloof in dit instituut. Ze verdedigt het vooral vanuit humanistische, niet vanuit religieuze overwegingen: "Omdat het ons diepmenselijke kwaliteiten leert ontwikkelen als empathie, flexibiliteit, improvisatievermogen en inventiviteit." Haag wil het huwelijk an sich dus niet overboord gooien, al moet er misschien aan gesleuteld worden. Meer huwelijkscontracten op maat, stelt ze voor, aangepast aan elk paar. "Je kunt bijvoorbeeld afspreken met je partner dat de huwelijksbeloften elke vijf of tien jaar herbekeken worden, of koppels kunnen afwegen of seks buiten het huwelijk, of ethisch verantwoorde non-monogamie een optie is. Voor sommigen werkt het huwelijk als open relatie immers perfect."

Pleidooi voor geïnstalleerde ontrouw

Pamela Haag leunt met deze ‘derde weg' - een uitweg voor het pijnlijke dilemma ‘scheiden of blijven' - dicht aan bij het discours van haar landgenoot Dan Savage, homoactivist en auteur van de bekende seksadviescolumn ‘Savage love'.
Savage, die al meer dan 15 jaar samen is met zijn partner (Terry Miller, waarmee hij een zoon heeft), draagt vanuit zijn vaderlijke bezorgdheid stabiliteit hoog in het vaandel: "For God's sake, keep it together for the kids!". Daarnaast houdt hij de deur open voor occasionele ontrouw: hij en zijn partner laten elkaar toe avontuurtjes te beleven buiten het echtelijke nest.
"Ik geloof in de voordelen van monogamie", zegt hij, "wat betreft veilige seks, infecties, emotionele veiligheid en de verzekering van het vaderschap. Maar monogame mensen moeten ook durven toe te geven dat hun relaties te lijden hebben onder saaiheid, momenten van uitzichtloosheid, te weinig afwisseling, het verdwijnen van seksuele verlangens en het feit dat hun partner hen als een vanzelfsprekendheid ziet." Om dat euvel in zijn eigen relatie te ondervangen bedacht Savage het concept ‘GGG'. Partners moeten voor elkaar ‘good, giving and game' zijn, wat betekent dat ze bereid moeten zijn tot zowat elke seksuele spielerei waar de ander behoefte aan heeft. Is dat niet zo, dan mag de ander elders op zoek naar zijn genot.
"Sommige mensen hebben nood aan meer dan een partner", zo schrijft hij, "net zoals sommigen behoefte hebben aan flirten, eens flink van de zweep krijgen of biseksuele contacten. We moeten ons niet schamen om onze verlangens, en we zouden er niet mogen over liegen tegen onze partner. Eerlijkheid is sowieso de beste weg."
Voor Savage is een verschil in seksuele goesting dus geen reden tot scheiden, integendeel. Laat lust niet alles verknoeien, oppert hij, als het met de liefde goed zit. Bouw ontrouw in, als stabiliserende factor in een relatie. En wat zijn eigen relatie betreft heeft dat naar verluidt vooral consoliderend in plaats van ontwrichtend gewerkt.
Het gedachtegoed van Dan Savage leunt dicht aan bij dat van de polyamorie, al ligt bij hem - misschien geïnspireerd door zijn geaardheid - het accent vooral op het seksuele. Polyamorie daarentegen is ruimer: hier gaat het om het onderhouden van meerdere liefdesrelaties tegelijk, in alle openheid. Ook hier speelt eerlijkheid een grote rol.
Leonie Linssen, die in haar boek het model voorstelt van de polyamorie: "Mensen die deze relatievorm willen uitproberen, moeten zich kwetsbaar durven op te stellen en eerlijk naar zichzelf en de ander durven te kijken. Soms komt men zichzelf heel hard tegen, men moet dus bereid zijn tot zelfreflectie en zelfonderzoek. Het is een lang proces dat veel tijd en veel praten vergt, het gaat met veel uitproberen, vallen en opstaan. Polyamorie is dus niet iets waarmee je zomaar begint na het lezen van een leuk artikeltje in een tijdschrift. Toch zie ik vaak hoe bevrijdend het kan zijn om polyamoreus te leven, als het uiteindelijk lukt. Voor vele polykoppels voelt het aan als een opluchting: eindelijk moeten ze niet meer voldoen aan het ideale plaatje, en dat hun partner ook elders plezier kan beleven betekent geen bedreiging maar juist een verrijking."

Nood aan stichtende modellen

Paul Verhaeghe wil daar toch een ernstige kanttekening bij plaatsen: "Sommige mensen kunnen misschien verdragen dat hun partner bij een ander erotiek zoekt, maar niemand kan verdragen dat hij niet meer nummer één is. De gradatie daarvan hangt meestal af van het zelfvertrouwen dat iemand heeft: iemand met weinig zelfvertrouwen, zal het al moeilijk hebben als zijn partner gewoon naar een ander kijkt. Nu, als je met een open huwelijk je behoefte aan liefde en lust in balans kunt krijgen, waarom niet. Het lijkt me in elk geval beter dan vier of vijf keer te trouwen, zoals je tegenwoordig in Amerika ziet."

Rika Ponnet van het relatiebemiddeling Duet plaatst ook haar bedenkingen bij het model van de polyamorie: "Ik wil best geloven dat we naar alternatieven moeten zoeken, maar dan hebben we behoefte aan stichtende modellen. Wat polyamorie betreft heb ik die vooralsnog niet: alle koppels die ik kende die dit model hebben uitgeprobeerd, heb ik zien falen, vaak met grote emotionele schade tot gevolg. Polyamorie kan best werken voor een beperkt aantal mensen, maar zij moeten opletten dat ze dit model niet opleggen aan anderen. Iedereen is op verschillende wijze geprogrammeerd, iedereen heeft zijn eigen hechtingsstijl. Daarom is de relatievorm die voor jou werkt, niet toepasbaar op een ander.
"Ik wil dus pleiten voor een grotere diversiteit aan relatiemodellen, maar ook voor tolerantie tussen die verschillende modellen. Er zijn op de wereld nu eenmaal mensen die veel belang hechten aan zaken als zekerheid, vertrouwen en stabiliteit en anderen die meer behoefte hebben aan passie, aan het loslaten van de teugels. Ze hebben allemaal hun bestaansrecht. Die passionele mensen verrijken onze maatschappij met het schrijven van boeken of het maken van kunst, en die stabiele factors zijn heel blij als ze daar op zondag in een museum kunnen van gaan genieten.
"Weet je, uiteindelijk komt het allemaal neer op die ene filosofische vraag: wat maakt jou gelukkig? Is dat: al je verlangens trachten te realiseren, of je verlangens onder controle trachten te houden en trouw blijven? Jouw antwoord op deze vraag zal verschillen van het mijne, en dat is maar goed ook."
 
 
• ‘Love Unlimited: een vrije kijk op liefdesrelaties', Leonie Linssen & Stephan Wik, Uitgeverij Archipel, 2010, www.liefdedelen.nl
• ‘Liefde in tijden van eenzaamheid', Paul Verhaeghe, achtste herziene editie, De Bezige Bij, 2010
• Pamela Haag, ‘Huwelijk 2.0: de postromantische tijd van werkende vrouwen, veeleisende kinderen, relaties zonder seks, en rebelse paren die de regels herschrijven', Amstel Uitgevers, 2011, www.pamelahaag.com
• Dan Savage: www.thestranger.com/savage
• Rika Ponnet, relatiebemiddeling Duet: www.duetrelatiebemiddeling.be


 
Het boek waarin je alles kunt lezen over de studie ‘Scheiding in Vlaanderen' wordt uitgegeven door Acco en ligt half oktober in de winkels. Meer info: www.scheidinginvlaanderen.be