'Porno verklaart gedrag in bed niet'

19 juni 2013

De Volkskrant bracht onlangs verslag uit van een Deens-Nederlandse studie over jongeren en pornografie in het vakblad Journal of Sexual Medicine. ‘Porno kijken maakt jongeren veel minder seksueel losbandig dan vaak wordt gedacht', schrijft de krant. Klopt dat? Voor hun rubriek 'Factchecker' vroeg Knack de mening van 3 Vlaamse seksuologen: Paul Enzlin, Alexander Witpas en Rika Ponnet.

 

Coauteur van de studie waarnaar de Volkskrant verwijst, een online bevraging van 4600 Nederlandse jongeren tussen de 15 en 25 jaar oud, is Lisette Kuyper van het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planburreau. ‘Volgens ons onderzoek verklaart porno kijken slechts 0,5 tot 4 procent van gedrag als seks tegen betaling of deelnemen aan groepsseks. Voor het aantal bedpartners, de bereidheid tot onenightstands en de leeftijd waarop jongeren voor het eerst met iemand naar bed gaan, is er geen enkel verband. Dat porno kijken geen invloed heeft, is dus overdreven. Het verklaart weldegelijk een stukje. Maar minder dan algemeen wordt aangenomen.'
 
Dat veel of weinig porno kijken minder dan 5 procent verklaart van de seksopvattingen en het gedrag van jongeren tussen de lakens, betekent dat die handel en wandel voor 95 procent afhangt van heel andere dingen. Die bevinding staat inderdaad haaks op het heersende beeld van ‘morele paniek' bij het brede publiek en in de media, bevestigen drie Vlaamse seksuologen geprikkeld. ‘Maar ze ligt in lijn de lijn van eerder onderzoek.'
 
Daaruit blijkt dat jongeren hun seksgedrag en de manier waarop porno dat beïnvloedt afhangt van drie dingen, weet Rika Ponnet. ‘Ten eerste, persoonlijkheid. Sensatiezoekers gedragen zich anders dan wie terughoudender is van aard. Hier speelt een cumulatief effect: als je avontuurlijk bent en je hebt er makkelijk toegang toe, versterkt porno je drang naar spanning en nieuwigheden.' Naast persoonlijkheid zijn ook opvoeding en opleidingsniveau cruciaal. ‘Hoe lager opgeleid, hoe minder kritisch. In vergelijking met hoger opgeleide jongeren hebben lager opgeleiden sterker de neiging om wat ze op tv of internet zien te beschouwen als standaard gedrag. Dat vrouwen onderdanig zijn of dat anale seks de norm is, bijvoorbeeld. Maar dat is slechts bij een heel kleine minderheid zo.'
 
Hoewel Nederland ‘wellicht iets permissiever' is dan Vlaanderen, geldt de bevinding dat de invloed van porno ‘klein maar niet verwaarloosbaar is' volgens drie geraadpleegde seksuologen ook voor Vlaanderen. En bij uitbreiding voor volwassenen, al kijken die minder dan jongeren.
 
Paul Enzlin, professor seksuologie aan de KU Leuven, noemt de studie uniek en vernieuwend omdat ze het effect van porno in brede zin onderzoekt, en niet alleen focust op negatieve effecten zoals het verband met soa's, seksueel geweld of risicogedrag. ‘Porno is toegankelijker dan vroeger. Maar het vermeend negatieve effect wordt teniet gedaan door de discussies en gesprekken die jongeren erover hebben. Ze weten van elkaar dat ze ernaar kijken, lachen ermee, en stellen er zich vragen over.'
 
Conclusie
Dat porno kijken volstrekt geen invloed heeft, is onjuist. Die invloed is er wel degelijk, maar hij kan zowel positief (inspiratie, opwinding,...) als negatief (fictie voor waarheid) zijn. Omdat de impact volgens wetenschappelijk onderzoek heel klein is, beoordeelt Knack de stelling als grotendeels waar.
‘Dat de jeugd losbandiger is dan vroeger, is een hardnekkig en onjuist cliché', benadrukt seksuoloog Alexander Witpas. ‘Dat porno kijken daarvan de oorzaak zou zijn, klopt al helemaal niet. Pornografie maakt intussen deel uit van onze cultuur. Grijp dat aan om seks bespreekbaar te maken.'