Wat als hij alleen maar over zichzelf praat?

23 oktober 2021

Hij praatte de hele tijd over zichzelf, zij kwam er niet aan te pas. Zij vond hem vermoeiend, hij vond zichzelf enthousiast. Dat er geen date volgde, is duidelijk, maar waar komt dat toch vandaan, zo’n plotse monoloog? En hoe ga je er het best mee om? Relatie-experte Rika Ponnet deelt antwoorden uit haar praktijk.

Column voor Het Nieuwsblad

Ze liet weten dat ze niet verder wil met hem, het zelfs niet tot een date was gekomen. Daar had het telefoongesprek met slechts één thema – hij – voor gezorgd. Een vraag van hem was er niet gekomen, waarop haar deur dicht was gegaan. Ook hij brengt verslag uit van het mislukte contact, ontdaan. Want had hij niet veel over zichzelf gedeeld? Had ze geen geïnteresseerde vragen gesteld? En dan die frontale afwijzing, zonder hem zelfs maar gezien te hebben. Hij vond het zo wreed, castrerend bijna. In zijn onschuld en enthousiasme was hij gewoon ingegaan op haar vragen. Ook aan mij vertelt hij in detail waarover hij het gehad had. Ik onderbreek hem, bevestig hem in zijn enthousiasme. Maar ook: hoe overweldigend het aanvoelt, vermoeiend voor wie luistert. Dat zoals we nu bezig zijn, er veel gepraat wordt, door hem, maar dit geen communicatie is. Dat lijkt hij niet te horen, want hij gaat gewoon verder. Over zijn jeugd, dat hij altijd zo was, heftig en aanwezig. Hij daardoor ook veel bereikte, dat graag deelt en het erg is als anderen dat niet capteren. Ik probeer het opnieuw en zeg dat het bij echte communicatie gaat over afstemmen. De 50/50-regel verheldert: de helft van de tijd actief luisteren, de andere helft aan het woord zijn. Opnieuw reageert hij niet. Hij heeft het over het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke communicatie. Daarin ga ik even mee, verwijzend naar een studie die aanwees dat als mannen met elkaar praten, ze het 25 % van de tijd over zichzelf hebben, maar zitten er vrouwen in het gezelschap, loopt dat op tot 42 %. Hij begint op zijn beurt over evolutiepsychologie. Dat mannen in de oertijd ook uitvoerig praatten over hun jachtsuccessen, de grootte van de gevangen mammoet, en dat dat hielp bij het versieren van vrouwen. Ik schiet in de lach, wat hem even doet zwijgen. Ik spreek hem aan met zijn voornaam, zeg dat ik hem echt niet aanval, hij zich niet terechtgewezen hoeft te voelen. Dat ik het goed begrijp, de onzekere context van zo’n eerste contact, en praten een manier is om de stress op dat moment niet te voelen. Maar ook dat zo een schijnbaar egodialoog bij de andere verveling oproept, en vooral: een gevoel niet gezien te worden, geen ruimte te krijgen. Wat je dan doet als er stiltes vallen, vraagt hij zich af, een eerste rechtstreekse reactie op wat ik zeg. Dat stiltes geen probleem zijn, antwoord ik. Je kunt ze gewoon benoemen. Maar ook: dat als je echt luistert naar de andere, meegaat in het verhaal, het wat voelt als pingpong spelen, en het net die hoge wisselwerking is die verbindend werkt. Of ik hem die onderzoeken eens wil doorsturen, vraagt hij. Hij kan er misschien iets uit leren. Ook haar hoor ik opnieuw. Ze wil een andere date, een minder zelfingenomen man. We hebben het opnieuw over die egomonoloog. Hoe ik er zeker van ben dat het niet gaat over iemand de zichzelf geweldig vindt, maar eerder over onzekerheid. En als je dat weet, de ergernis smelt als sneeuw voor de zon. Je dan ook de mogelijkheid hebt om met humor de woordenmuur te doorbreken en tot een echt gesprek te komen. Dat monoloog altijd de basis kan zijn voor dialoog, als we er maar in slagen een brug te slaan.