‘Wat is er nu zo interessant aan 30 zijn?’

08 oktober 2019

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zevenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: seksuologe en relatie-expert Rika Ponnet (51). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?  Tekst: Ann Jooris en Fernand Van Damme voor De Morgen

Hoe oud voelt u zich?

(lachje) “Ik ben 51 en heb daar vrede mee. Ik zou liever jonger zijn, maar bon. In de ‘Vragen van Proust’ is er zelden iemand die zich zijn leeftijd voelt, de meesten voelen zich veel jonger. Nu, ik vind dat een beetje zonde. Ik vind dat we op een vreemde manier met leeftijd omgaan. Alsof we alleen maar het potentieel van jonge mensen interessant of aantrekkelijk vinden. En niet wat we met dat potentieel gedaan hebben.

“Ik vind het vreemd dat vijftigers zich maar 30 voelen. Ik hoop dat ze in die twintig jaar toch iets geleerd hebben. Het zegt natuurlijk iets over onze maatschappij, over de wijze waarop we omgaan met verval, over ons idee van maakbaarheid.

“Ik merk dat velen vastlopen op hun leeftijd. Ze hebben niet het gevoel dat ze uit het leven hebben kunnen halen wat er uit te halen viel. Ze denken dat ze iets gemist hebben en gaan bijna op een pathetische manier op zoek naar een jongere partner of jonge vrienden om de tijd in te halen, wat natuurlijk wishful thinking is.

 

“De tijd valt niet in te halen. Je kunt niets overdoen in het leven. Je bent maar één keer dertiger, één keer veertiger en één keer vijftiger. Het is dan ook zonde dat je niet bewust het hier en nu durft te beleven, maar er dan maar een nieuw soort 30 van probeert te maken. Wat was er dan zo interessant aan 30 zijn, vraag ik mij af? We zitten heel erg in de knoop met leeftijd, dat stel ik vandaag vaak vast.

“Ik kan er nu vrij onthecht over spreken, maar vond het toch wel heel confronterend om 50 te worden. Ik dacht altijd dat ik in sereniteit ouder zou worden, dat ik alles zou accepteren zoals het komen zou. Dat blijkt toch wel wat tegen te vallen. Niet zozeer het ouder worden, maar het lelijker worden, daar heb ik het toch moeilijk mee. Het fysieke verval, terwijl ik al bij al niet mag klagen, want ik ben kerngezond. Ik denk dat we de impact van de schoonheidsindustrie op ons zelfbeeld en zelfwaardegevoel toch niet mogen onderschatten.

“Veertig worden was voor mij geen issue want ik was toen pas moeder geworden. Maar als je 50 wordt, besef je dat wat voor je ligt kleiner is dan wat achter je ligt. Wat je er automatisch toe dwingt om na te denken over wat geweest is en wat je nog wilt.

“Ik merk wel dat ik gezond probeer te leven, nog meer dan voorheen. Ik ben dankbaar dat ik nog niet in de menopauze ben. Toch allemaal tekenen dat ik vasthoud aan het vrouw-zijn. Op een bepaald moment zal er niets anders opzitten dan het verval te aanvaarden, maar ik vecht daar voorlopig toch wat tegen, ja. Die monocultuur rond de eeuwige jeugd verander je niet zomaar in je eentje.”

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Vandaag – want dat evolueert natuurlijk in de tijd – hoop ik dat dat mildheid is. Ik denk dat ik liefdevol ben. Dat ik mensen heel makkelijk graag kan zien, wat belangrijk is in mijn job. Wat niet betekent dat ik met iedereen een persoonlijke band heb, maar ik werk graag met mensen.”

Wat is uw passie?

“Mensen en hun verhaal. Vanuit een grote passie voor literatuur. Ik haal daar tot op vandaag meer uit dan uit alle vakliteratuur die ik lees. Afgelopen vakantie heb ik De heilige Rita van Tommy Wieringa gelezen. Als je een boek wilt lezen over mannen die niet in staat zijn om vaste relaties aan te gaan en hoe ze dat ervaren, dan moet je dat boek lezen. Ik kan proberen een expertenuitleg te geven, maar die verstening, dat niet-geleide leven, wat dat doet met een mens, dat beschrijft Wieringa veel beter. Of neem Kwaadschiks van A.F.Th. van der Heijden. Als je in de huid wilt kruipen van een stalker, als je wilt begrijpen waarom hij dat doet, wat het betekent om verlatingsangst te hebben, dan moet je dat boek lezen. Uit fictie heb ik ontzettend veel over de mens geleerd.”

Welk boek zou u absoluut aanraden?

“Ik raad zo vaak boeken aan mijn cliënten aan. Compassie van Stephan Enter bijvoorbeeld. Over hoe een man met een vrouw begint te daten en afknapt op de littekens op haar lichaam. Zonder het expliciet te duiden toont Enter perfect aan wat bindingsangst is, hoe mensen die daarmee worstelen mechanismen in gang zetten om de ander op een afstand te houden. Ze fixeren zich op details als een litteken, of de ene borst die wat kleiner is dan de andere, waardoor de ander in zijn of haar totaliteit totaal onaantrekkelijk wordt. Enter toont ook aan wat voor een doods gevoel, wat voor een lijden gepaard kan gaan met het onvermogen om die onvolmaakte ander lief te hebben.”

‘Ik vind het vreemd dat veel vijftigers zich maar dertig voelen. Ik hoop dat ze in die twintig jaar toch iets geleerd hebben.’ 

Is het leven voor u een cadeau?

“Absoluut. Ik heb kinderen gekregen, wat op zich al een geschenk is. Is het leven makkelijk? Maar neen. Een geschenk is niet vrijblijvend, daar horen verantwoordelijkheden bij. Maar ik ben blij dat ik leef, dat ik de kans gekregen heb om er te zijn.”

Welke geluksscore zou u zichzelf geven?

“Wat is geluk, hè? Ik denk dat geluk zich verhoudt tot het leven, zoals liefde tot relaties. In een relatie voel je liefde op momenten dat alles samengaat en goed zit, maar zelden is dat op het moment waarop je dat hoopt te creëren. Liefde voelen voor elkaar is altijd iets magisch, zeker in duurzame relaties waar mensen al wat tijd met elkaar uitzitten. Je zou zulke momenten ook als geluk kunnen omschrijven. Geluk is geen permanente staat van zijn. Ik geloof dat het leven golfbewegingen maakt. Ik heb dagen waarop alles vloeit en dagen waarop het minder vloeit en veel meer schuurt. Zo benader ik het leven. Ik ben heel weinig bezig met het najagen van geluk.”

Hoe definieert u liefde?

“Elke definitie van liefde is een reductie ervan. Ik wil en zal die ook niet geven omdat liefde voor iedereen uniek is. Jij als mens hebt een uniek traject vanuit je genenpool en al je individuele ervaringen en jij verbindt je met iemand die eveneens een heel uniek traject heeft. De liefde tussen jullie is dus iets heel unieks.

“Degene op wie je valt, is op dat moment in je leven altijd de juiste man of vrouw, zo simpel is het, omdat hij of zij degene is die je op dat moment beroert, je aanspreekt op het emotionele niveau waarop je op dat moment aanspreekbaar bent en bijgevolg ook degene is die je zal helpen om te groeien.”

Waar hebt u spijt van?

“Dat ik zo lang een negatief beeld heb gehad van het moederschap. Ik denk dat mijn zussen en ik alledrie nogal worstelden met mama zijn. We zijn allemaal op late leeftijd moeder geworden. We hebben onze eigen moeder vooral zien ploeteren. En toen ze vertelde over haar zwangerschappen en bevallingen, was dat niet bepaald in positieve bewoordingen. Alles wat vrouw-zijn was, lag nogal moeilijk.

“Vroeger dacht ik weleens dat ik liever een man had willen zijn omdat mannen meer potentieel hebben in onze maatschappij. Tot mijn zwangerschap. Dat was de opperste staat van geluk die ik ooit beleefd heb, ook omdat ik wist dat ik nooit meer zoiets zou ervaren. Sindsdien voel ik het moederschap aan als een absolute bestemming in het leven.”

Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Ik ben een dankbaar iemand. Ik zie heel snel schoonheid in kleine dingen. Dat heb ik van mijn vader geërfd. Hij kwam uit een gezin van tien, was in enorme schaarste opgegroeid en was blij met alles wat de natuur hem bood. We zijn nu net terug van vakantie op Lanzarote. Elke avond eenvoudigweg kunnen kijken naar de zonsondergang boven de oceaan vind ik al een heel privilege.”

Wat is uw zwakte?

“Ik ben zeer conflictvermijdend. Ik kom niet altijd uit voor wat ik denk en wil. Ik ben nog te veel een pleaser. Vooral in intieme relaties is dat niet goed omdat de ander de indruk kan krijgen dat er geen vuiltje aan de lucht is, terwijl er wel degelijk iets schort.”

Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik word zeer zelden kwaad, misschien één keer per jaar, maar als het mij toch overkomt ben ik er letterlijk ziek van. Nu, wij woonden in een klein bungalowtje dat eigenlijk niet geschikt was voor een gezin met vier kinderen. We zaten heel dicht op elkaars huid. Mijn moeder zei altijd: de dag dat jullie niet meer overeenkomen, wordt mijn dood. In harmonie leven werd ons dus opgelegd, waardoor we alle vier heel erg conflictvermijdend zijn.”

Hoe was de band met uw ouders?

“Ik ben heel dankbaar om de plek waar mijn wieg gestaan heeft. Ik heb twee gezonde, zorgzame ouders gehad. We hebben alle kansen gekregen om te studeren. Een groot deel van wat ik vandaag bereikt heb, heb ik te danken aan de omgeving waarin ik opgegroeid ben.

“Ik denk dat we vandaag veel te veel toeschrijven aan individuele inzet, alsof we het allemaal zelf gerealiseerd hebben. Ik heb een groot doorzettingsvermogen, daardoor heb ik uiteraard veel bereikt, maar waarom ben ik zo’n harde werker? Omdat ik zeer actieve ouders had die ons hun arbeidsethos hebben doorgegeven.

“Als kind stond ik gevoelsmatig dichter bij mijn moeder dan bij mijn vader. Mijn vader was heel streng en veeleisend. Hij zette ons heel erg onder druk. Pas later, naar het einde van zijn leven toe, ben ik veel beter het waardevolle gaan inzien dat ik van hem heb meegekregen. Ik ben ook gaan beseffen dat hij eigenlijk niet autoritair was, maar alleen maar het beste voor ons wilde. Ik ben dan ook heel blij dat hij 78 geworden is, dat ik de kans gekregen heb om mettertijd en vanaf een gepaste afstand dingen in perspectief te plaatsen.

“Mijn vader is aan kanker gestorven toen mijn kinderen zes maanden oud waren, waardoor leven en dood bij mij heel nauw verweven zijn geraakt. Ik ben heel dankbaar dat mijn vader de palliatieve doorlopen heeft. Dat hij niet snel voor euthanasie gekozen heeft. Hij zou dat trouwens nooit gedaan hebben; het leven was hem veel te kostbaar. Zo heb ik heel mooi afscheid van hem kunnen nemen. Niet in woorden, maar gevoelsmatig.

“Als mensen stervende zijn, merk je dat er bepaalde barrières wegvallen. Er kwam een soort fysieke toenadering die er voordien nooit geweest was. De dag voordat hij in een coma verzonk, was mijn vader nog heel helder. Hij pakte mij vast alsof hij wist: dit is de laatste keer dat ik haar zie. Die toenadering was zeer betekenisvol, maar heeft de nodige tijd gevergd.”

‘We spelen op de loterij om één of twee miljoen euro te winnen maar beseffen eigenlijk niet dat we dat lot al lang hebben gewonnen door hier geboren te zijn.’ 

Wat is uw grootste angst?

“Goh, ik denk dat dat een heel klassiek antwoord is: de kinderen. Als ik daaraan begin te denken, zou ik kunnen wenen.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik huil heel veel. Heel gemakkelijk, deze week nog denk ik.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik heb Connie Palmen ooit horen zeggen: ‘Als volwassene ben ik niet meer gelovig, maar dat kinderlijke geloof zit nog enorm in mij’ en bij mij is dat ook zo. Ik ben heel blij dat ik aan het leven een andere dimensie kan geven dan die die ik wetenschappelijk kan vaststellen. Ik heb al vaak het gevoel gehad deel uit te maken van een hoger plan. Meestal in de natuur. Op skivakantie helemaal alleen op een piste staan met rondom de stilte van de sneeuw en de bergen. Het onbeschrijflijke gevoel van gelukzaligheid dat zich meester van mij maakte toen ik op een snikhete julidag beviel. Alleen de literatuur kan zoiets verwoorden. Een wetenschappelijke verklaring doet alleen maar afbreuk aan het moment.”

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Als ik een foto van twintig jaar geleden vergelijk met een foto van nu, moet ik toch een grote mentale inspanning leveren om te zeggen dat ik mooi oud word. Lelijker, ja, al de rest is zever. Het verval is ontegensprekelijk en om het wat af te remmen sport ik veel en eet ik gezond, maar we kunnen niet ontkennen dat alles gaat hangen. En wie vindt dat nu mooi?”

Wat vindt u erotisch?

“Verbeelding. Suggestie. Ik vind het verlangen veel erotischer dan de invulling ervan. In het verlangen zit nog het complete potentieel, dat in werkelijkheid nooit vervuld kan raken. Nooit.”

Wat is uw goorste fantasie?

“Heb ik niet. Ik heb nog nooit gefantaseerd over moord of buitenproportionele seks. Ik denk daar niet aan en zoek dat ook niet op. Ik heb een goede vriendin, seksuologe ook, die lange tijd vertrouwensarts is geweest. De handboeken waar zij mee werkte over incest en kindermisbruik, ik kon die zelfs niet inkijken, ik wil dat niet zien. Ik zou nooit vertrouwensarts kunnen zijn, ik zou ook nooit met seksueel delinquenten kunnen werken. Als mensen worstelen met extreme seksuele fantasieën, zou ik ze meteen doorsturen naar een collega.

“Maar in alle eerlijkheid: ik vind wat er in relaties tussen mensen gebeurt soms van een veel grotere goorheid dan de hardste porno. We zien agressie nog al te vaak als een fysieke daad, terwijl er veel meer partnergeweld is op psychologisch niveau en dat is veel destructiever. Het blijft me verbazen hoe creatief de menselijke soort is. Dus ik word wel met goorheid geconfronteerd, laat dat duidelijk zijn. Ik zie de schoonste maar ook de allerlelijkste kanten van relaties.”

‘Vroeger dacht ik weleens dat ik liever een man had willen zijn omdat mannen meer potentieel hebben in onze maatschappij. Tot mijn zwangerschap. Dat was de opperste staat van geluk.’ 

U belandt in de gevangenis, wat zou de reden kunnen zijn?

Fjoew. Het klassieke antwoord denk ik: ik weet niet hoe ik zou reageren mocht iemand mijn kinderen iets aandoen. Ik volg Jef Vermassen wel: het kan ons allemaal overkomen. Iedereen heeft zijn grenzen. Iedereen kan zó uitgedaagd worden dat hij de pedalen verliest.”

Bent u een goede vriend?

“Niet altijd geweest. Ik liet vaak het initiatief aan de andere partij over, maar ik ben daarin geëvolueerd. Ik probeer het beter te doen. Soms vergeten we dat vriendschappen perfecte oefenruimtes zijn voor liefdesrelaties. Ze zijn beide aan dezelfde dynamieken onderhevig. Ze vertellen veel over hoe we omgaan met nabijheid en afstand.”

Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Als zeer ingrijpend. Ziekmakend bijna. Ik was toen 12, 13 jaar oud en helemaal uit mijn evenwicht, gebouleverseerd zoals ze in het Frans zeggen.”

Hoe zou u willen sterven?

“Net als mijn vader ga ik proberen om de rit uit te zitten. Iedereen moet dat autonoom voor zichzelf beslissen, maar ik ben bang dat we evolueren naar een situatie waarin lijden niet meer mag.

“Lijden moet een keuze blijven, vind ik. Nu wordt lijden louter als iets negatiefs gezien. Terwijl ik vind dat het onlosmakelijk met het leven verbonden is. Lijden heeft een zeer grote betekenis, die we nu aan het verliezen zijn.

“Velen willen niemand ten laste zijn. Dat is een illusie, hè. We zijn per definitie afhankelijk van elkaar, het individu bestaat niet. We zijn voortdurend op anderen aangewezen. De mens is een kwetsbaar sociaal dier dat de groep heel hard nodig heeft. Zorgen voor de ander en toelaten dat er voor jou gezorgd wordt is heel betekenisvol. Zorgen voor je zieke ouder die ooit zelf voor jou gezorgd heeft, is de natuurlijke cyclus. Hoe schoon is dat niet!

“Dit is geen pleidooi voor lijden, laat dat duidelijk zijn. Hoe meer we het lijden kunnen verzachten, hoe beter, maar het krampachtig willen vermijden, nee daar geloof ik niet in. Door ongelukkig te zijn hebben we ook de kans om gelukkig te zijn, dat is de essentie. Daar draait het leven toch om?

“Mijn laatste avondmaal? Als afsluiter de wentelteefjes uit mijn kindertijd, daar zit een hele complexiteit van emoties aan vast. Ik had een buurvrouw die kinderloos was. Zij is de oma in mijn leven geweest. Ik heb heel veel van haar geleerd, onder andere hoe ik wentelteefjes moet maken. (lacht) Ik vind dat pure troostvoeding. ’s Ochtends vraagt mijn dochter: je hebt zeker geen tijd meer voor wentelteefjes, mama? (lacht) En dan, allee hup, ik ben er zodanig bedreven in geraakt: twee sneden witbrood, soppen in een kommetje melk, kommetje ei, dan hup, de hete pan in. Korstje vanbuiten, zacht vanbinnen.”

‘Ik denk dat we vandaag veel te veel toeschrijven aan individuele inzet, alsof we het allemaal zelf gerealiseerd hebben.’ 

Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Die vraag houdt mij niet bezig. Als ik vandaag sterf, dan is dat zo, dan zal dat in dankbaarheid zijn voor alles wat er geweest is. Toen ik 29 was, is mijn buurmeisje van zestien aan kanker gestorven. Ik herinner me dat ik toen in bad lag te bedenken hoe dankbaar ik wel mocht zijn dat ik al 29 was en al had mogen meemaken wat ik had meegemaakt.

“De jaren die ik nog krijg, beschouw ik als een geschenk. Net als mijn vader leef ik in seizoenen. Elk jaar opnieuw de lente mogen beleven, daar kijk ik naar uit.”

Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Ik heb steeds meer moeite met de hardheid jegens migranten. We spelen op de loterij om één of twee miljoen euro te winnen maar beseffen eigenlijk niet dat we dat lot al lang hebben gewonnen door hier geboren te zijn.”

Is de mensheid op de goede of de slechte weg?

“Die vraag vergt een moreel oordeel. En als er iets is waar ik hoe langer hoe minder mee bezig ben, dan is het moraliteit. De mensheid doet wat ze doet. Ik geloof wel dat ze op het moment dat de noodzaak zich aandient uiteindelijk de goede beslissingen zal nemen. Ik denk wel dat ze haar overlevingskansen optimaal wil houden. Maar tegelijk: ocharme, de mensheid is niet zo oud, ooit zal ze er ook niet meer zijn. (lachje) So be it, hè. Dat is ook een manier om ernaar te kijken. De wereld zal langer bestaan dan de mensheid.”

Welke gebeurtenis uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Een Franse praatfilm, daar heb ik wel wat stof voor, denk ik.” (lacht)

Hoe zou de titel van uw biografie luiden?

“Ik ben echt niet belangrijk genoeg om een boek aan te wijden. Bespaar me dat!” (lacht)