Troostboom

11 mei 2020

Opgroeien in een omgeving die emotioneel oorlogsgebied is. Hilde Van Mieghem maakte er met 'Als je eens wist' een beklijvende reeks over. En net zoals in dit verhaal, uit mijn praktijk, lag het accent, naast de pijn en gruwel, vooral op de oneindige veerkracht van de mens. Een appel aan ons allen. 

Column voor Psychologies 

Hij is al meer dan 20 jaar boomverzorger en hoe uitdagender de zorgopdracht, hoe groter het plezier. Hij is fan van Peter Wohlleben, de Duitse boswachter die in zijn internationale bestseller ‘Het Verborgen leven van bomen’ uitlegt wat hij al altijd geweten heeft. Dat bomen communiceren. Leven geven. Koesteren. Zijn inzet en betrokkenheid hebben hem als zelfstandige geen windeieren gelegd. Zijn beroepsleven is al jaren een oefening in ‘neen’ zeggen. Het was de reden die zijn vriendin opgaf toen ze achter hun relatie een punt zette. Hij mist vandaag vooral de kinderen, niet zijn gevoel van vijfde wiel aan de gezinswagen. We hebben het over zijn oneindige geduld, zijn buigzaamheid, zijn angst om te uiten wat hij denkt, voelt of wil. Ik heb het over pleasers, conflictvermijders, mensen die vanuit hun angst voor afwijzing, meegaan in de echte en denkbeeldige verwachtingen van anderen. Hij heeft het over zijn angst voor de kwade hond die in hem leeft maar die hij sinds altijd onder controle heeft. Omdat hij dat wil. Hij drinkt om die reden niet, nooit. En vertelt dan zonder overgang over zijn vader. Hoe hij opgevoed werd met de rechtervuist. Hoe die meestal zonder reden, in een al dan niet dronken bui, uit het niets opdook, de zoveelste mokerslag. Aan tafel, waar zijn plaats zonder pardon die naast en dicht bij zijn vader was. Dicht in de betekenis van binnen vuistbereik. Met regelmaat werd hij naakt over de knie gelegd en afgeranseld tot hij zweeg. Hij kreeg ook vaak te horen dat hij bezit was, eigendom. Hij kon zich niet herinneren ooit ergens heen te mogen. Soms zag hij de bui hangen, de zwarte redeloosheid in de ogen van zijn vader. Dan rende hij de tuin in, richting de boomgaard. De bomen brachten altijd rust. Hij kende ze door en door, hun grillige vormen, hun schors, hoe ze de seizoenen doormaakten, alle geluiden. Het werd ook in zijn hoofd een ‘safe haven’. De plaats waar hij naartoe ging als hij langdurig geslagen werd of de spanning in huis te snijden was en hij nergens heen kon. Studeren ging erg moeilijk, de keuze voor een opleiding tot tuinder werd zijn redding. We hebben het over de reeks van Hilde van Mieghem, ‘Als je eens wist’. De verpletterende, maar ook troostende herkenbaarheid. Hij wil nu gaan voor iets positiefs, deel uitmaken van een gezin, echte connectie en veiligheid ervaren. Toch jaagt het hem ook angst aan. Het terecht wijzen van zijn kinderen zou hij altijd overlaten aan de moeder. Hij vertrouwt zijn inschattingsvermogen niet. ‘Hoe weet je wat normaal is, als abnormaal de standaard was?’ Ik ga die dag lopen en stop even bij die ene boom op mijn parcours, groot en slank, groener dan de rest, anders dan de rest. Zoals vaker leun ik even tegen hem aan. Ik begrijp meer dan ooit de troost die hij biedt, de rust die hij brengt als ik hem stiekem even omarm. Verwondering en dankbaarheid is wat blijft hangen. Voor de kracht en de veerkracht van mensen. Voor hun creatief vermogen om voorbij alle destructie altijd weer voor leven te gaan.