Wat als de ander je doodzwijgt? Over psychisch geweld in een relatie

26 februari 2022

Meestal zijn het dagen. Maar in de loop der jaren al eens een week. En het ergste, de drie maanden, vijf jaar geleden. Beeld zonder klank. The silent treatment. Relatie-experte Rika Ponnet deelt voorbeelden uit haar praktijk. “Het moment waarop hij weer bestaat, komt altijd als hij het niet verwacht.”

Column voor Het Nieuwsblad

Een rug. Een blik die op geen enkele manier te vangen is. Lucht zijn en als lucht behandeld worden. Of slechter nog, want lucht adem je in. Níet zijn. Niet bestaan.

Hoeveel liever maakt hij dan echt ruzie. Je wordt dan ten minste nog gezien door die andere, je bent nog de moeite waard om ruzie mee te maken.

Ik heb het met hem over conflicten. De hete waarbij je over de rooie gaat, witgloeiend wordt. De expressie van frustratie die altijd gaat over niet gezien worden, zich niet verbonden voelen, te veel opgeëist worden, nooit goed te kunnen doen. En over de koude. Het zwijgen en negeren. De pijnlijke stilte. Hoe we het eerste als agressie omschrijven. Maar het tweede dat evenzeer is: passief-agressief. En hoeveel ingrijpender die koude behandeling is. Omdat genegeerd worden je terugwerpt op jezelf.

De andere weigert je te zien, connectie te maken. Waardoor de twijfel aan jezelf en aan je zelfwaarde toeslaat. Hoe hard je ook je best doet, het negeren houdt aan. Je voelt je daardoor kwetsbaar, wanhopig machteloos. Hij beaamt. Dat het lijden is, en ook diep verdriet. Want dat verlammende gevoel kent hij goed. Zijn eerste baas, waarbij je mocht spreken als je aangesproken werd. Kijken als je aangekeken werd. Hij wou je niet zien of horen. Je deed wat je opgedragen werd. Het woordeloos gereduceerd worden tot een nietig stofje, inwisselbaar. Hij kreeg er ’s nachts zweetbuien van, het achtervolgt hem tot op vandaag. Een droom waarin hij de regel overtreedt en volledig in paniek wacht op wat volgt, en telkens wakker wordt, op het moment dat de dreiging op zijn hoogtepunt zit.

Als ik het benoem als psychisch geweld, kijkt hij daarvan op. Hij heeft het nooit zo bekeken. Hij voelt zich na zo’n “behandeling” wel altijd leeg, doodmoe, verslagen. Maar hij schreef het toe aan zijn pogingen om haar alsnog tot spreken te verleiden. Smeken, lief zijn, wenen – waarvoor hij zich schaamt. Zijn best doen op alle mogelijke manieren. Nog nooit had hij het gevoel dat het wat uithaalde. Want het moment waarop hij weer bestaat, komt altijd als hij het niet verwacht.

Hij wil haar begrijpen, want ligt daar immers niet de sleutel? Dat er tal van verklaringen mogelijk zijn. Haar onvermogen om te uiten wat op haar lever ligt. Dat ze zich diep gekwetst voelt door iets wat hij niet als kwetsend ziet. Of op zijn slechtst: iets met een persoonlijkheidsstoornis, narcisme, waardoor ze niet voelt, wat dit met hem doet. Ze gewoon controle wil en alle middelen inzetbaar zijn. Zolang ze niet spreekt, weten we het niet, moeten we het ook niet proberen te begrijpen. 

Hoe hij ermee omgaat, zal de sleutel zal zijn. Hij moet vooral niet vanuit afwijzing of emotie reageren, maar het leven, zijn leven verderzetten. Want wanneer zwijgen niet raakt, zal er weer gesproken worden. Op een moment van connectie is er de kans om het proberen te bespreken. Wat haar zo diep kwetst, waardoor ze hem zoveel pijn doet.

Weggaan, omdat de andere altijd alle middelen zal inzetten om hem te controleren, ziet hij als een stappenplan. Hij vraagt of ik hem daarin wil begeleiden. Ik voel de deur, het groen oplichtende mannetje richting exit. Maar ik weet dat ik nu eerst met hem de weg zal bewandelen. De bestemming kan ook nog iets anders zijn.