Dieet

06 oktober 2020

Uit zijn lichaamstaal spreekt schroomvalligheid. Hij is groot, beweegt alsof hij zich niet thuis voelt in zijn lijf. Het blijkt het verhaal van zijn leven te zijn. Hoe alles tot dan over kilo’s ging, de weegschaal vandaag net geen 100 aanwijst. Hij nu pas, na twee jaar, went aan het verlies van 100kg lichaam. De gevangene die zijn tralies verwenst, maar ze mist bij vrijlating.

Hij is single sinds altijd. ‘Ik heb mezelf jaren getraind in het niet nodig hebben van anderen,’ verklaart hij kurkdroog. ‘Ik had mijn werk.’ Hij heeft het over zijn kindertijd, hoe hij opgroeide bij oma waar liefde eten was. Suiker als troost, als verzoeter van een gemis. Hij was vroeg groot en daardoor een buitenbeentje. Er werd niet openlijk gepest, wel genegeerd. Het gevoel niet te bestaan, niet gezien te worden, ondanks de ruimte die hij toen al innam. Zijn lichaam wordt een schild om te schuilen. Een muur van vet noemt hij het, 200kg munitie voor anderen ook. Opdat afwijzing voorspelbaar zou zijn. De laag dekte elk gevoel dicht.

Zijn huisarts waarschuwde voor zijn gezondheid. Er passeerde een stoet van diëtisten. ‘Meisjes van ergens in de 20 met een maat 36’ die hem aanmoedigden op een kwetsende manier. Applaus voor 300gr gewichtsverlies terwijl hij zich een week had volgestouwd. Diep vanbinnen wist hij dat het zoveelste verhaal over voedseldriehoeken en piramides hem geen stap vooruit hielp. Ontstellend vindt hij het, overeten als een gedragsprobleem benaderen. Ik heb het met hem over een studie naar het zelfcontroleconflict bij diëten. Hoe sterker het keuzeconflict, gaan voor het slaatje gezond of voor de ‘foute’ Berlinerbol, hoe groter de respectievelijke rouw- of schuldgevoelens na die keuze. Rouw omdat het slaatje geen Berlinerbol is. Schuld omdat de Berlinerbol je nog maar eens confronteert met je onvermogende, zwakke ik. Hij herkent het gevoel dat je hoe dan ook uiteindelijk opnieuw richting overeten duwt. Zelfhaat die gevoed werd tot de put waarin hij zat uitgebodemd was.

Wanhoop deed hem kiezen voor de klim omhoog, voor een afspraak met een lukraak gekozen fitnesscoach. Die veranderde zijn leven. Er werd niet over diëten gesproken, niet op weegschalen gestaan. Hij stelde een korte wandeling voor naar een heuvel, nam zijn hand en legde hem uit dat de berg waar hij voorstond een Mount Everest leek, maar ze het samen tot die heuvel konden herleiden.

Zoals hij het nu zegt, vindt hij het banaal klinken. Ik vertel hem over perceptieonderzoek. Dat een berg waar je alleen voorstaat altijd hoger lijkt, dan met twee. Dat de aanwezigheid, de hulp van anderen de krachtigste bron is voor het reguleren van alle vormen van stress op ons levenspad. De coach bleef, de vertrouwensband die er was, werkte helend. Zijn zelfvertrouwen herstelde, kilo’s verdwenen en daardoor ook zijn schild naar anderen.

Er kwam een doorleefd inzicht. Dat overeten een relationeel probleem is, je relatie met voeding als spiegel voor de relatie met anderen en ultiem ook met jezelf. Het is zijn leidraad geworden. Nu hij al sinds twee jaar zijn nieuwe lichaam en de reacties van anderen, ‘vrouwen zien mij ineens staan’, gewoon is, laat hij ook het grote verlangen naar een vriendin, een levenspartner toe. Hij heeft het over ‘geen ervaring’, relationeel en seksueel, hoe verlammend dat soms is. Ik laat hem praten en besluit dat ik niets kan beloven, maar ik zoals zijn fitnesscoach zal proberen samen de berg tot een heuvel te herleiden.