Het favoriete beeld van Rika Ponnet

05 januari 2023

Elke zaterdag toont iemand ons zijn favoriete beeld: het werk dat altijd opnieuw beroert, troost of inspireert. Vandaag: Rika Ponnet.

De Standaard - Tekst: Joke Van Caesbroeck

 

‘Ik groeide op in Zottegem, in een katholiek nest. Zorgzaam en ­stabiel, maar ook gesloten. Bovendien weet in een kleine gemeente iedereen altijd alles over iedereen. Op mijn zeventiende voelde ik dat die wereld te klein voor me was ­geworden. Ik trok naar Gent om te studeren en ben daar niet meer vertrokken. Zoals voor veel studenten die opgroeiden in Vlaamse dorpen, was Gent voor mij een openbaring, mijn wereld ging er open. Tot op de dag van vandaag vervult dat gevoel me als ik voor de Boekentoren sta en omhoog kijk.’

‘Mijn eerste grote liefde was taal. Als kind en tiener al was ik verslaafd aan lezen, aan boeken. Ze voelden als mensen voor me, ik voelde me ermee verbonden. Een beetje vreemd misschien, gezien mijn beroep als relatietherapeut, maar nog steeds vertoef ik eigenlijk liever in het gezelschap van boeken dan in dat van mensen. Niet zo gek dus dat ik eerst Germaanse ging studeren. De Boekentoren was toen de universiteitsbibliotheek, ik zat daar heel graag. Uren heb ik er ­gesleten, om te werken of studeren. Of gewoon, om er te zijn.’

‘Sommige gebouwen, vooral ­kerken en kapellen, trekken me ­letterlijk naar binnen. De Boeken­toren straalt voor mij ook dat sacrale uit, als een soort profane kerk, een plek die compleet ontdaan is van de drukte en overprikkeling die zo eigen is aan een stad. Het is een soort stilteruimte. En niet alleen letterlijk: je wordt er ook verplicht om stil te staan bij ­jezelf. Je hoeft er niet te presteren, noch te consumeren. Er heerst een kernachtige rust.’


Flaneren met paars haar

‘Ook esthetisch vind ik het een prachtig gebouw, zeker nu het in zijn glorie is hersteld. Henry Van de Velde koos radicaal voor eenvoud, voor het uitgepuurde. Maar de ­toren is ook heel statig. Hij staat voor wat zo kenmerkend is aan Gent, een stad waar, hoewel ze sinds mijn studententijd properder en vooral toeristischer is geworden, nog altijd die vrijheid van geest heerst. Waar je kunt zijn wie je wil. Waar je met een paars geverfde haardos door de straten kunt lopen zonder dat iemand opkijkt.’

‘Ik kom niet vaak in de studentenbuurt, ik woon aan de Dampoort, maar als ik er toch eens ­passeer, hou ik altijd even halt, kijk ik naar boven, en laat me vervullen door de liefde die ik voel voor deze stad die mijn wereld vergrootte, maar ook door de aloude liefde die ik voel voor boeken, waar ik minstens evenveel uit leerde over het menselijke functioneren als uit mijn studies seksuologie. Er huist zoveel rijkdom in die toren, zoveel kennis, zoveel geschiedenis. Ik kijk omhoog en ik kom thuis.’