“Dit voelt als de fase net vóór een gezinsdrama”

14 september 2021

Nele (35) zat jarenlang vast in een relatie die haar stilletjes kapotmaakte. Op papier zag het er goed uit: getrouwd met haar jeugdlief, twee prachtige kinderen. “Ik zie ze doodgraag, maar eigenlijk was het niet slim om kinderen met hem te krijgen”, zegt ze. “Ik dacht dat het geweld zou stoppen door bij hem weg te gaan. Niet dus.”

Verschenen op nieuwsblad.be - Tekst: Kim Clemens

“Ik ga niet huilen. Echt niet.” Ergens halverwege het gesprek klinkt een knik in Neles stem. Het doet wat, nog eens overlopen waar haar leven juist zo’n scheve bocht heeft gemaakt. En hoe het komt dat de ogenschijnlijk zo vrolijke vrouw eigenlijk al twintig jaar met één voet in de miserie staat. “Er zijn hulpverleners die zeggen dat ik moet stoppen met vasthangen in het verleden. Ze vinden dat ik niet meer mag denken aan wat hij vroeger allemaal heeft gedaan, maar moet focussen op hoe het nu gaat, na de scheiding. Maar die dingen staan niet los van elkaar. Het was niet alleen een vechtscheiding. Het was een vechthuwelijk. En dat blijft tot op vandaag doorwerken.” 

Hij, dat is Bruno. Enkele jaren ouder toen Nele als lichtjes aangeschoten 16-jarige op een fuif met een vriendin stond te babbelen. “Mijn vriendin had touche. Toen mijn vriendin nummers uitwisselde met haar nieuwe vlam, vroeg zijn vriend Bruno mijn nummer. Ik zei eerst neen. Maar mijn vriendin was maar enthousiast aan het vertellen hoe leuk dat zou zijn, samen naar de cinema, samen uitgaan. Het had mij veel ellende bespaard als ik gewoon mijn buikgevoel had gevolgd.”

“Eigenlijk was het al van bij de start foute boel. Hij noemde mij diezelfde avond in een sms al zijn poppemieke, zei dat hij me graag zag. Ik had nog zo weinig ervaring, en ik zat op een kwetsbaar moment dat ik me al eens eenzaam voelde. Ik wilde graag geloven dat het echte liefde was. Eindelijk iemand die mij graag zag. Een oudere jongen dan nog, die mij mee uiteten nam en een kettinkje cadeau deed. Maar stilletjes ondergroef hij ook mijn eigenwaarde en had hij commentaar op mijn uiterlijk. Ik weet nog dat ik eens bleef eten bij zijn ouders. Plots zei hij dat ik thuis geen eten kreeg. Dat ik daar voor niks terechtkon en dat ik blij mocht zijn dat zij mij in hun gezin wilden verwelkomen. Daarna moest ik van hem stoppen met de jeugdbeweging, ik mocht niet meer met vrienden afspreken, want de ene was belachelijk en de andere had een slechte invloed. Maar omdat hij ook zoveel complimentjes gaf en cadeautjes kocht, geraakte ik verward. En wilde ik geloven dat het wel goed zat. Zelfs toen hij fysiek geweld gebruikte, legde hij de schuld bij mij. Dat gebeurde toen ik ontdekt had dat hij me had bedrogen. Hij verweet me dat ik maar niet zo nieuwsgierig had moeten zijn.”

“Als ik er nu aan terugdenk, vind ik het zo stom van mezelf dat ik daarin ben meegegaan. Zeker toen we in de zomer op vakantie waren. Ik had al langer aangegeven dat ik duidelijke seksuele grenzen had. Op een avond gaf hij me cocktail na cocktail, tot ik niks meer wist. De dag erna werd ik wakker met felle pijn, daar waar mijn harde grens was geweest. Mijn lievelingsonderbroek had hij kapotgescheurd. Hij zat een beetje onnozel te giechelen. Hij lachte me nog een beetje uit toen hij zag dat ik ervan aangedaan was. En ik, ik nam de schuld op mij.” 

“Net voor mijn 25ste verjaardag is ons eerste kind geboren. We waren een jaar voordien een paar maanden uit elkaar geweest. Ik had nadien iemand anders leren kennen, maar Bruno bleef twijfel zaaien en zeggen dat niemand me ooit zo graag zou zien als hij. Ik was de vrouw van zijn leven, zei hij. De vrouw met wie hij een kindje wilde. Ik was toen al veel vrienden verloren, die het niet meer aan konden zien dat ik me zo als een speelbal liet gebruiken. En mijn ouders, die lieten me mijn eigen pad volgen. Dus ging ik terug naar Bruno. Ik was vier maanden zwanger toen we gingen samenwonen.”

“Ik schaam me soms voor mijn herinneringen. Tijdens de bevalling van Charlotte stond hij een verpleegster te versieren. Ik weet nog dat ik plots persweeën kreeg, en dat ik me schuldig voelde dat ik hen ging storen. ’s Avonds wilde hij thuis gaan slapen omdat hij moe was. Maar toen ik hem belde hoorde ik muziek en mensen op de achtergrond. Ook daarna moest ik het vooral alleen zien te rooien. Ik onderging het. Het was een grote teleurstelling dat ik zowel in onze relatie als in het ouderschap alleen stond. Ik probeerde wel te praten met mijn moeder, maar ik was bang dat hij niet meer bij mijn ouders zou binnen mogen als ik alles zou vertellen.”

“Een paar jaar later is onze zoon geboren. Achteraf gezien was dat niet slim. Het is moeilijk om dat te zeggen, want Bas is een prachtig kind. Ik kan me geen leven zonder hem voorstellen. En toch. Had ik toen geweten hoe zwaar de gevolgen van zo’n destructieve relatie op een kind zijn, dan was ik er misschien niet meer aan begonnen. Maar op dat moment wilde ik nog altijd vechten voor mijn gezin. Ik wilde niet toegeven dat het scheef zat, want dan waren al die jaren voordien ook voor niks geweest. Bas was een huilbaby. Een pittig karakter, maar zijn god. Charlotte was gevoeliger, en kreeg minder aandacht van haar papa. Het leven liep, maar echt gelukkig was ik niet. Ik maakte soms plannen in mijn hoofd om te vertrekken. Kinderen die groot worden in geroep en getier, dat is het niet. Hij weigerde relatietherapie. En heel plots vroeg hij me na al die jaren ten huwelijk. Hij deed het met de kinderen erbij, en ik zei ja. Ik voelde het niet, maar ik was ook niet klaar om de relatie te verbreken.Tot Bas één jaar was en ernstig ziek werd. Op dat moment is Bruno voor mij finaal door de mand is gevallen. Hij gebruikte de ziekte van Bas om aandacht te krijgen van andere mensen. Om compassie op te wekken. Maar hij deed er niets voor. Zelfs wanneer het weer beter ging met Bas, bleef hij tegen andere mensen zeggen dat het slecht ging. Ik kon daar niet bij.”

“De maat was vol toen Bas anderhalf jaar was. We moesten zijn medicatie nauwgezet toedienen. Ik had een late afspraak voor het werk, en toen ik thuiskwam bleek dat Bruno Bas niet had verzorgd. Hij loog er zelfs over. Toen heb ik voor het eerst geroepen dat ik wilde scheiden. Dat hij tegen mij loog, tot daar aan toe. Maar leugens over belangrijke medische zorgen over ons kind dat kon ik niet verdragen. Het was alsof ik eindelijk over een muur was gegaan. Hij had altijd gedreigd dat hij me zou verlaten, maar deze keer was ik het die het uitsprak. En ik meende het.”

“Weken gingen voorbij, en er gebeurde weinig. Ik durfde er niet opnieuw over te beginnen. Ik wist dat hij gewelddadig en agressief kon zijn en dat er wapens in huis lagen. Hij zei dat hij dan toch relatietherapie wilde. Ik ben daarin meegegaan zodat het hem kon helpen om de breuk te verwerken, maar hij dacht dat we het nog konden lijmen. Maar het was te laat. Ik was krachtiger geworden. Het enige wat ik wilde, was dat we nog samen voor de kinderen onze verantwoordelijkheid konden nemen. Ik wilde hen hun papa niet afnemen, maar gewoon een goede regeling van co-ouderschap uitwerken. Ik hield me gedeisd om het zo vlot mogelijk te laten verlopen. Maar het heeft niet geholpen.” 

“De scheiding was hels. Hij weigerde aan tafel te zitten met de bemiddelaar, dreigde met geweld, maakte me zwart in onze omgeving. Hij was een nieuwe relatie begonnen en verspreidde daar de lelijkste geruchten. Ondertussen zijn we acht jaar verder, en is de rust nog altijd niet weergekeerd. Ik heb een nieuwe relatie. Ik kreeg ook met hem een kindje. Maar waar ik dacht dat ik met de scheiding rust en veiligheid zou kunnen installeren, bleek het omgekeerde waar. Het werd erger, moeilijker voor de kinderen en meer verwarrend, voor iedereen.” 

“Ik heb onderzoeken gelezen over gezinsdrama’s. Dit voelt als de fase vóór het helemaal misloopt. Ik blijf op zoek gaan naar hulp. Het probleem is dat men er maar blijft van uitgaan dat het geweld pas begint bij de scheiding, of iets van tijdelijke aard is. En dat als er twee vechten, er sowieso twee schuld hebben. De voorgeschiedenis telt niet. De kinderen zijn op. Ze zijn leeg. Ik ook. We worden tegen elkaar opgezet en vervreemden van mekaar. Dat gaat niet stoppen, dat weet ik nu al. Ook niet wanneer ze 18 zijn. Ik lig daar wakker van, dat ik hen dat heb aangedaan door in deze relatie te stappen, met een man die zoveel tekenen van een narcist vertoont. Maar tegelijkertijd ben ik zo dankbaar dat mijn kinderen er zijn. Ik hoop dat ik andere ouders in mijn situatie misschien kan inspireren om hulp te zoeken. Dat is zo belangrijk, want je ouderschap staat niet los van de destructieve relatie. Integendeel.”

Rika Ponnet: "Mensen scheiden zoals ze getrouwd waren"

“De manier waarop mensen scheiden is altijd de manier waarop ze met elkaar verbonden zijn geweest. Als het koppel volledig uit elkaar gegroeid was, dan gaat scheiden gemakkelijk. Maar als het huwelijksleven al getekend was door elkaar kwetsen, pijn, door oorlog voeren en destructie, dan blijft dat nadien ook duren. Dat is de reden waarom heel wat mensen toch de rit uitzitten tot de kinderen 18 zijn.”

“Op het einde valt het hoge woord: narcisme. Ik spreek me niet uit over die diagnose – dat is een stoornis die een arts moet vaststellen – maar ik herken wel narcistische kenmerken in het relatiepatroon. Het isoleren van de partner, het kleineren van diens omgeving en daarna ook het kleineren van de partner zelf, tot die zich zodanig slecht voelt dat ze alles aanvaardt. Het verhaal van de bevalling toont al helemaal hoe destructief zo’n relatie is, hoe je platgeslagen wordt. Pas op, vaak is het wel een soort van wisselwerking. Zo’n relatie start vaak omdat de ene zich onzeker voelt. Ze zijn heel vatbaar voor de bewondering die een narcist in het begin geeft en hebben een enorme behoefte om graag gezien te worden. Ook een narcist zelf heeft een heel laag zelfbeeld. Op een trieste manier houden ze mekaar zo in evenwicht. Het breekpunt heeft vaak met de kinderen te maken. Voor zichzelf uit een destructieve relatie stappen, is zwaar. Maar voor de kinderen vinden ze wel de moed. Voor een kind is het trouwens een enorme bagage om in zo’n omgeving op te groeien.”