Ik zie je graag (wat minder vaak)

14 april 2020

Samen onder één dak, gezellig. En dan de geactualiseerde versie: samen wekenlang onder één dak, zonder afleiding, zonder vrienden die op bezoek komen, zonder uitjes. Het valt niet te voorspellen wat quarantaine met een koppel doet. Of toch wel?

Verschenen in De Standaard - Tekst: Sofie Peeters

Blijf in uw kot (en laat u soms eens uit uw tent lokken). 

We zagen het zitten, hij en ik. Chaotisch zou het worden. Druk. Beklemmend misschien. Maar enkele weken samen thuis zouden toch ook liefdevol, ja, zelfs hartverwarmend kunnen zijn?

De quarantaine is amper begonnen of ons jeugdige optimisme krijgt al klappen. Telewerken, thuisonderwijzen, een huishouden runnen: het blijkt niet zo evident. Niet uit mijn vel springen wanneer onze kleuter haar beker appelsap omstoot over mijn laptop. Ik wil veranderen in een octopus met tentakels om een peuter te sussen, in de soep te roeren, een wijntje te drinken, mails te typen en dat appelsap op te vegen. Hij wil liever gaan joggen om stoom af te blazen. We grommen, hij en ik.

In week twee en drie schakelen we gevaarlijk veel over op Engels, een taal die onze kinderen niet begrijpen en ons zo geheime woorden geeft om onze wederzijdse irritatie uit te drukken. Maar ruzie klinkt in elke taal hetzelfde. ‘Fokkin hel, fokkin hel’, papegaait onze kleuter. We zwijgen, hij en ik. En kijken elkaar vertwijfeld aan. Het coronavirus zal ons niet vellen. We houden ons strikt aan de voorschriften. Maar weken samen ‘in ons kot’, hoe overleven we dat als koppel?

Zuurstof

Het is de vraag die veel geliefden zich nu stellen. En terecht. Want deze uitzonderlijke situatie staat haaks op het voorschrift voor een gezonde relatie dat psychotherapeute Esther Perel verkondigt: ‘Vuur heeft zuurstof nodig’. In haar miljoenen keren bekeken TED-Talk 'Het geheim voor verlangen in een lange relatie' legt Perel uit dat we paradoxale noden hebben in een relatie. Aan de ene kant willen we veiligheid, betrouwbaarheid en stabiliteit, maar aan de andere kant ook avontuur, verandering en vrijheid. Je zou het kunnen samenvatten als de nood aan ‘verbinding’ en ‘autonomie’. Als we helemaal met elkaar versmelten, zoals we tegen wil en dank tijdens deze lockdown moeten doen, dan is er veel verbinding, maar te weinig autonomie. Ook zonder coronacrisis kan dat gebeuren. Dan beland je elke avond naast elkaar in de zetel, zonder je nog wezenlijk in elkaar te interesseren. Het advies voor deze koppels: geef elkaar ruimte.

Laat dat net zijn wat samenwonende koppels nu niet kunnen doen. Zijn al die relaties dan ten dode opgeschreven? Nee. We kunnen leren uit het verleden. Elk koppel gaat door periodes van extreme nabijheid. Bijvoorbeeld wanneer je samen een grote reis maakt, samen verbouwt of samen voor een pasgeboren baby zorgt. Het zijn intense, mooie periodes van constante verbinding. Maar net dan ontstaan ook vaak conflicten, omdat de nodige zuurstof ontbreekt.

Neem nu een kraamperiode. Dag in, dag uit. Luier aan, luier uit. Spontaniteit en vrijheid zijn ver te zoeken wanneer je leeft op het eentonige ritme van een pasgeboren baby. Maar je ontdekt manieren om elkaar toch ruimte te geven. De kersverse moeder mag even dutten, terwijl vader opruimt met de baby in de draagzak. Hij gaat later even fietsen, terwijl zij de baby voedt. De goodwill om dat nieuwe evenwicht te zoeken is er. Je hebt immers samen gekozen voor deze situatie.

Maximalisten

Dat geldt niet tijdens een lockdown. Het intense samenleven wordt ons opgelegd. Dat kan voor sommige koppels de genadeslag zijn.

‘Koppels van wie de relatie al een tijd mank liep, kunnen nu niet meer weglopen van elkaar’, bevestigt relatiebemiddelaar Rika Ponnet. ‘Hun relatie staat onder druk. Ze kunnen niet anders dan toegeven dat de verbinding er niet meer is. Maar het omgekeerde geldt volgens mij ook: goede koppels kunnen net sterker uit deze periode komen. Zij behouden de connectie, steunen elkaar en leren samen om te gaan met deze stresserende situatie. Nadien weten zij des te meer wat ze aan elkaar hebben. Dat kan de liefde net doen oplaaien.’

Veel draait daarin om zelfkennis, volgens Ponnet. We zitten met z’n allen in een stresserende situatie. Het is belangrijk om te weten hoe jij en je partner met die stress omgaan. ‘Er bestaan twee types mensen: zij die een stressfactor maximaliseren en zij die hem minimaliseren. De ene maakt zich nu zorgen, volgt het nieuws op de voet en wil allerlei rampscenario’s bespreken met zijn partner. De andere relativeert de situatie, geniet van de lege agenda en gaat het probleem uit de weg. Vaak bestaan koppels uit een maximalist en een minimalist die elkaar in balans houden. Maar tijdens een crisis bestaat het risico dat koppels in extremen belanden. De ene verdrinkt in de zorgen, de andere loopt ervan weg.’

Overleven

Koppels die dat patroon herkennen, moeten zich volgens Ponnet vooral bewust zijn van zichzelf en hun partner. Ons gedrag heeft niets te maken met liefde of een gebrek eraan. Het is een diepgewortelde, persoonlijke overlevingsstrategie. Je doet er dus goed aan om je partner te helpen op de manier die hij of zij nodig heeft. Is je partner een maximalist? Verwijt hem of haar dan niet te overdrijven, relativeer de situatie niet weg, maar luister naar de zorgen van je partner. Zit je tussen vier muren met een minimalist? Dan zal die vrijheid en ontspanning nodig hebben. Eis zelf niet alle aandacht op en laat je partner vrolijk skypen met vrienden.

Daarnaast kunnen mensen ook werken aan hun zelftroostende vermogen. Zoek manieren om te ontspannen waarbij je je partner niet nodig hebt. Van mediteren tot gamen, alles is goed. Ontspan en er gaat vanzelf wat druk van de ketel. ‘Werk als koppel aan de verbinding, maar bespaar de ander ook een beetje jezelf’, concludeert Rika Ponnet. ‘Je zit wekenlang met elkaar tussen vier muren. Dat is een grote uitdaging. Probeer rekening te houden met de mensen rond je en gebruik je creativiteit om samen om te gaan met de situatie.’

Zonnige groetjes

Als ik rond me kijk, zie ik koppels die daar met verve in slagen. Van mijn schoonmoeder Rosa (70) en haar partner Hugo (65) krijg ik zonnige fotootjes toegestuurd vanop het balkon van haar appartement. ‘Groetjes vanop Costa ­Corona!’, schrijft ze er schalks bij. Glaasje cava in de hand, zonnebril op de neus.

‘Ik voel me wel wat in vakantiestemming’, vertelt ze. ‘Hugo en ik wonen niet samen. Enkel wanneer we in de zomer met de mobilhome op rondreis gaan, zijn we constant bij elkaar. Natuurlijk kunnen we nu niet reizen. En we maken ons ook zorgen over wat er in de wereld gebeurt. Maar we bekijken de situatie van de positieve kant. We hebben besloten de lockdown samen door te brengen in mijn appartement en kunnen nu lang uitslapen, uitgebreid brunchen, goede films kijken … Af en toe doen we ook iets apart: de ene leest de krant terwijl de andere op de computer zit. Maar verder heeft geen van beiden de nood om alleen te zijn.’

Wel is er sprake van een maximalist en een minimalist in de relatie, al zijn die rollen niet zo uitgesproken en reageren ze goed op elkaars noden. ‘Hugo gaat naar de winkel en dan ben ik bang dat hij besmet raakt. Ook over de gezondheid van mijn familie en vrienden maak ik me zorgen. En gaat alles goed met mijn kleinkindjes, die ik nu moet missen? Maar Hugo stelt me dan gerust en we verzetten samen onze gedachten: we maken een wandeling of aperitieven op ons balkon. We waren al zes jaar een gelukkig koppel, maar door de coronacrisis is onze relatie nog hechter geworden.’