Is liefde een werkwoord?

17 januari 2023

Hij fulmineert. Over clichés, achterhaalde uitspraken, “pastoorpraat”. Want aan de feesttafel deed zijn moeder nota bene, de ene persoon waar hij op vertrouwt, na een paar glazen uitspraken die voelden als messteken. Liefde een werkwoord? Nee, zegt relatiedeskundige Rika Ponnet.

Column voor Het Nieuwsblad

Hij is kwaad, heeft het ermee gehad, al die therapeuten en goeroes die telkens weer op zo veel manieren dat ene mantra herhalen. Dat liefde een werkwoord is. Het in elke relatie wel iets is. Je altijd aangelengde wijn of gekleurd water drinkt. Je tevreden moet zijn met een halfvol glas. Hij ervaart het als “pastoorpraat”. De dwingende, aloude moraal. Het uitzitten van dingen. De schuldinductie ook. Dat je je best moet doen, dat falen geen optie is. Moeten, dat moeten altijd. Voor de kinderen. Omdat onderzoek het aantoont. Omdat een ander het beter weet.

Als ik peil naar het waarom van zijn opborrelende frustraties, komen de voorbije feesten aan bod. De tafels gevuld met familie waarvan je jaarlijks begrijpt waarom je ze alleen dan, een keer per jaar, tolereert. De hypocrisie. De schijnbare perfectie achter elke voordeur, terwijl je in een aantal gevallen beter weet en bij nog meer gevallen vermoedt dat wat getoond wordt ver afstaat van wat er leeft en beleefd wordt. De seks- en levenloze relaties die verdergezet worden uit angst. Voor verlies van centen of aanzien. Het alleen-zijn.

En hoe blij hij is dat hij in 2022 wel de stap zette. Weg uit dat soort verhaal waarin hij zich al jaren vooral eenzaam en alleen voelde zonder het te zijn. Hij haalt die relaties er zo uit bij anderen. De afwezigheid van nabijheid, intimiteit, gevoel, liefde. Huwelijken als leegstaande, kille villa's. Ik glimlach bij zijn spervuur. En vertel dat het mijn eerste werkdag van het nieuwe jaar is. Dat ik graag de hoop nog wat in leven houd. Hij lacht, ontspant. En valt wat stil, om te komen tot wat aan de basis ligt van de tirade. De pijnlijke uitspraken van de persoon van wie hij het nooit had verwacht. Zij die van iedereen op aarde hem het best zou moeten begrijpen. De spijt die ma had uitgedrukt om wat voorbij was, begreep hij. Omdat die generatie opgroeide met de overtuiging dat relaties blijven duren. Maar de opmerkingen uit haar beschonken mond, later op de avond, hadden hem geraakt als een vlijmscherp wapen. Dat mensen vandaag toch voor niets uit elkaar gingen. Dat ze niet genoeg hun best deden. Dat liefde een werkwoord is, relaties opofferingen vragen. En dat je blijft, hoe dan ook. Ze had haar woorden niet aan hem gericht, maar het had hem getoond hoe ze werkelijk dacht. Hoe afgewezen hij zich voelde in wat jaren lijden was geweest. Een keuze die er geen was, omdat leger dan leeg niets is en je zo niet kunt leven. Ik geef aan dat wat ons mateloos ergert, kwetst of irriteert, ons kan leren wat onze diepste waarden zijn. Waarden als parels, een richtsnoer voor een gelukkig leven. Dat dat bij haar overduidelijk is: trouwen is houden, ongeacht de kostprijs. Dat liefde dan echt een werkwoord is, omdat andere opties uitgesloten zijn. Hij pikt in. Dat hij lang daarvoor ging, maar er nu van overtuigd is dat het geen parel in zijn richtsnoer is. En het wel eigen zal zijn aan zijn generatie: de nadruk op zelfontplooiing en authenticiteit. Maar dat hij het, ondanks de mogelijk- heden vandaag, toch zo vaak niet ziet. Die keuze voor een leven waarbij je wijn of water drinkt. De liefde die vanzelf stroomt. Dat hij meer dan bereid is om zich voor die zoektocht te engageren en naar dat doel toe te werken. Waarop ik mijn mantra herhaal. Dat ook daten nooit werken is. Maar dat een goed voornemen nooit kwaad kan.