Liefde in tijden van corona

24 juni 2020

Voor sommigen betekent corona een bevestiging van wat ze al wisten: onze relatie kan alles aan. Voor anderen betekent het de doodsteek. Dit is ‘houden van’ in uitzonderlijke omstandigheden.

Verschenen in Libelle - Tekst: Karolien Joniaux en Els De Ridder

Karin en Björn zijn drie jaar samen. Zij woont in Antwerpen, hij in Bonn. En toen gingen de grenzen dicht...

“Zou ik zeggen dat ik zwanger was? Misschien mocht hij dan wél de grens over”

Karin (43): “Die week dat België in light lockdown ging, was Björn net bij me in Antwerpen. Ik zie ons nog zitten op de bank in mijn appartement, terwijl we naar het nieuws keken en Pieter De Crem hoorden zeggen dat de grenzen met de buurlanden dichtgingen. En wel onmiddellijk. Dus Björn zou dan best diezelfde dag nog vertrekken richting Duitsland? Hij heeft er twee kinderen die hij één zaterdag om de twee weken ziet. Er was geen twijfel mogelijk, hij móést terug. Hij vertrok zonder dat we wisten wanneer we elkaar zouden terugzien, en dat was lastig. We waren in de war, ik zelfs een beetje in paniek. We beseften dat dit afscheid weleens het begin van een lange, eenzame periode zou kunnen zijn. We hebben die avond nog samen gegeten en toen is Björn vertrokken. Natuurlijk zijn er toen tranen gevloeid. 

Van dan af zagen we elkaar enkel via videochat. We kookten samen dezelfde gerechten, aten samen, ik vanuit Antwerpen, hij vanuit zijn Duitse flat. Ik heb weleens kaarsjes aangestoken voor wat extra romantiek, maar dat voelde wat belachelijk. Iedere keer besefte ik hoe intens ik hem miste, en dat ik dieper in deze relatie zit dan ik had gedacht. Los van dat besef, groeide bij mij ook snel het vertrouwen dat we elkaar op een dag zouden terugzien. Echt happy werden we niet van die fysieke verwijdering, wel inventief. (lacht). Björn wilde zelfs voor een vrachtwagenrijbewijs gaan, want trucks mochten wel de grens over. En misschien kon ik zeggen dat ik zwanger was en het zo proberen? Dat zouden we natuurlijk niet echt doen, maar het kon toch niet dat koppels die niet onder hetzelfde dak wonen, elkaar maandenlang niet zouden mogen zien? Ik besloot de officiële website met alle corona-info nog eens uit te spitten, en daar las ik ineens dat koppels als wij elkaar ineens wél mochten zien. Mits Björn aan de grens de nodige documenten kon laten zien - mijn paspoort, foto's van ons als koppel, een kopie van de corona-richtlijn... - mocht hij naar België komen. De maatregel bleek recent aangepast te zijn en ook terugkeren bleek geen probleem meer: in Nordrhein-Westfalen hoef je niet in quarantaine als je terugkeert uit het land waar je partner woont. En ja, de dag erna stond Björn effectief aan mijn deur. Mijn lief weer kunnen vastpakken en knuffelen, voelde heerlijk. Het was voor ons ook een stapje richting het normale leven - samen koken, werken, gaan slapen. Het leven in coronatijden werd ineens een stuk eenvoudiger, zachter. Ik beleefde ook alles bewuster en intenser. We wisten dat we moesten genieten van elk moment dat we konden samen zijn. Want de onzekerheid blijft: maatregelen kunnen opnieuw strenger worden. Björn is ondertussen weer in Duitsland voor de kinderen, maar ik kijk nu al uit naar het moment dat hij weer bij me is. Want deze tijden dicht bij je geliefde kunnen beleven, maakt alles toch een stuk draaglijker.” 

Bieke en Maarten zijn negen jaar samen. Ze blijven alleen samen voor de kinderen, maar corona maakt dat nog lastiger.

“Toen ik modderkoekjes maakte met de kinderen in de tuin, kruiste ik zijn blik. Pure walging, las ik in zijn ogen”

Bieke (32): ”Maarten en ik blijven samen voor onze kinderen: Jeff is zeven en Oskar is vijf. Dat hebben we vorige zomer zo beslist. Een situatie die niet gemakkelijk is, maar wel leefbaar. Of dat was het toch vóór corona opdook en we ineens vierentwintig uur op vierentwintig op elkaars lip moesten leven...

Dat het niet goed ging tussen Maarten en mij, was al enkele jaren voelbaar. Na de geboorte van onze jongste zoon Oskar, werd pijnlijk duidelijk hoe anders we in het leven staan. Oskar is een zorgenkindje en kreeg de diagnose ASS (autismespectrumstoornis). ‘Onzin’, vond Maarten en zo dacht hij ook over de thuisbegeleiding en extra zorg die werd opgestart. Naarmate de focus in ons gezin meer op ‘zorg’ kwam te liggen, vielen de leuke dingen die we vroeger samen deelden weg. Wat overbleef, was een verzuurde relatie vol frustraties en ruzies. Een koude oorlog waar niet eens meer met elkaar werd gesproken. Als ik spullen in huis had laten rondslingeren – ik ben nogal een sloddervos en Maarten helemaal niet – zou hij me daar vroeger op hebben aangesproken. Nu pakte hij gewoon mijn spullen bij elkaar en gooide ze in de tuin. Onze overlevingsstrategie was elkaar vermijden. Nooit meer waren we met ons vieren samen thuis.

In de zomer van 2019 hield ik het niet meer. Op een dag heb ik de kinderen naar hun opa gebracht en ben ik met Maarten in de zetel gaan zitten. Dit was niet de sfeer waarin ik mijn kinderen wilde grootbrengen. Er moest iets veranderen. Ik weet nog hoe Maarten begon te huilen toen ik erover begon. ‘Je bent de hele tijd weg. Je hebt iemand anders, hé.’ Pas toen ik hem uitlegde dat ik niet naar iemand toe vluchtte, maar gewoon weg van hem, zag ik een blik van herkenning. Ironisch genoeg was dát – die opgekropte frustraties – het enige gevoel dat we nog deelden. Als we geen kinderen hadden gehad, was hij allang vertrokken, zei hij. Maar dat was het net… die kinderen zíjn er. En noch Maarten, noch ik konden ons inbeelden dat we hen de helft van de tijd zouden moeten missen. En zo kwamen we tot ons gezamenlijke besluit: naast elkaar leven onder hetzelfde dak.

Mijn vriendinnen verklaarden me voor zot. ‘Alleen samenblijven voor de kinderen, dat is toch onhoudbaar?’ Maar voor ons werkte het. Dat we elkaar niet meer graag móésten zien, maakte het zo veel makkelijker. De verwachtingen lagen gewoon lager en dat haalde de scherpe kantjes ervanaf. We kozen bewust voor een aantal gezinsmomenten, gaan fietsen of een pretparkbezoek, en daar maakten we ook echt iets moois van en daarbuiten gingen we elk onze eigen weg.

Maar sinds corona is dat dus niet meer mogelijk. Nu we allemaal zijn veroordeeld tot ons eigen kot, blijven er geen hobby’s of vrienden meer over als uitlaatklep. Onze werkdagen hebben we zo ingericht dat de ene begint als de andere stopt. En in het weekend maken we veel fietstochtjes en klussen we erop los, in de hoop dat er geen vrije momenten overblijven met z’n tweeën. Maar onder één dak kun je elkaar gewoon niet ontwijken. Heel de dag door zie ik de ergernis en de minachting in zijn ogen. De eerste dagen van de lockdown begon hij bijvoorbeeld om tien uur ’s avonds, nog na zijn werk, ostentatief het huis te poetsen. Supergefrustreerd omdat mijn manier van opruimen niet strookt met die van hem. En toen ik vorige week met de kinderen modderkoekjes zat te maken in de tuin, kruiste mijn blik heel even die van hem vanuit zijn bureau. Wat ik zag, was pure walging. Ik voelde me nog een centimeter groot. Als we niet aan huis gebonden waren, zou ik op zo’n moment een toertje gaan rijden. Muziek luid en verstand op nul. Of ik zou langsgaan bij vrienden om stoom af te laten, maar dat zit er nu niet in. Het voelt alsof ik geen enkel plekje meer heb om mezelf te zijn. Om even te kunnen uithuilen en daarna weer door te gaan.

Hoewel we als gezin nog nooit zoveel tijd samen hebben doorgebracht, heb ik mij nog nooit zo eenzaam gevoeld als nu. En het contrast met de koppels om me heen is groot. Overal hoor ik over opnieuw aangewakkerde liefdes. Voor ons raam wandelen stelletjes hand in hand voorbij en op Facebook passeren foto’s van romantische ‘etentjes@home’. Dat maakt mijn behoefte aan een stevige knuffel alleen maar groter, al was het er maar een van een vriend of een vriendin.

Wat mij troost, is dat de kinderen er niet al te veel van merken. Ze weten dat hun papa en ik weleens woorden hebben, maar met hun eigen vriendjes botst het soms ook. Gisteren nog vertelden ze me wat een leuke tijd ze hebben. Voor hen loopt het leven gewoon door. En als ik met hen in de tuin lig te dollen, probeer ik het ook zo te zien. Hoe moeilijk het nu ook is, als ik deze momenten met hen zou moeten missen, zou het nog tien keer moeilijker zijn. Elke dag is een kans om samen herinneringen te maken. En daar heb ik alles voor over.

De komende weken probeer ik mijn verstand dus zo veel mogelijk op nul te zetten en te wachten tot er versoepelingen in de maatregelen komen. Ik ben ervan overtuigd dat als Maarten en ik straks weer onze eigen weg kunnen gaan, we snel weer in ons oude patroon kunnen stappen. Een patroon dat we kennen en dat we kunnen volhouden. Nog even geduld.”

Mie beseft in deze coronaperiode meer dan ooit dat haar vriend Roel onmisbaar is in haar leven“Zalig, na een dag online-meetings met ons tweeën bij de terrashaard zitten en samen in de vlammen staren”

Mie (44): “Mijn vriend Roel en ik hebben elkaar leren kennen toen we allebei al wat ouder waren. Omdat we aparte vriendenkringen hadden, hebben wij dat eerste jaar van onze relatie eigenlijk op een soort eiland geleefd. Wij waren perfect gelukkig in onze bubbel, we geraakten nooit uitgepraat. Voor mij kon het contrast met de relatie die ik ervoor had niet groter zijn. Die werkte het beste als wij in gezelschap waren. Op reis met familie, uit eten met vrienden, elk weekend een barbecue of feestje in onze tuin... wij waren altijd omringd. Het leek alsof wij nooit genoeg hadden aan elkaar, alsof we het goeie, het grappige, het mooie in elkaar alleen maar zagen als we er met de bril van een buitenstaander naar keken. Of misschien verveelden we ons gewoon bij elkaar, dat kan ook.

Vervelen, dat is er bij Roel en mij niet bij. Dat alleen maar bij elkaar willen zijn, vervaagde natuurlijk wel met de jaren, maar het gevoel dat Roel en ik op ons allerbest zijn als we met ons tweeën zijn, is altijd gebleven. En daar ben ik tijdens deze crisis zo blij mee. Het lijkt alsof wij héél goed weten hoe dat moet, boeiend blijven voor elkaar. Ik ga die maanden in quarantaine, zeker met een kleuter erbij, niet romantiseren. Wij hebben al veel ruzie gemaakt, ik erger mij blauw aan zijn opruimdwang, hij stoort zich eraan dat ik te luid praat aan de telefoon. En toch denk ik minstens drie keer per dag: stel je voor dat ik dít met mijn ex had moeten doen… ik zou verwelkt zijn geweest. Met Roel kan ik me op een vermoeiende dag vol onlinevergaderingen en kindgejoel optrekken aan de gedachte: straks steken we de terrashaard aan, nemen we een glas wijn en gaan de hele avond rummikubben. Of praten, of gewoon wat in de vlammen staren. Dat uitkijken naar een moment met ons tweeën, dat is echt een goed teken na acht jaar samen, vind ik.”

Lydie en Paul krijgen dankzij de quarantaine een hoopvol voorproefje van hun pensioen“De cocon waarin we nu leven, bevestigt dat Paul en ik voor een groot stuk genoeg hebben aan elkaar”

Lydie (61): “In niet-coronatijden hebben Paul (58) en ik een heel druk leven. Paul is als consultant vaak op de baan en ikzelf geef drie avonden in de week avondles. Eén week op de twee woont zijn tweeling van zeventien bij ons thuis. Dan komen er dus nog twee tieneragenda’s bovenop. Op zich lukt het ons allemaal wel, met weekplanningen en duidelijke afspraken over wie wanneer voor het eten zorgt. Maar het is wel een feit dat Paul en ik elkaar maar heel sporadisch zien. Soms alleen nog kort even in bed.

Vandaag leiden we een heel ander leven. We werken allebei van thuis uit, maar omdat het rondrennen is weggevallen, voelt alles minder opgejaagd. ’s Ochtends ontbijten we uitgebreid met vers fruit en yoghurt en dan stemmen we onze agenda’s af. Wanneer nemen we een koffiepauze? En zullen we straks nog even een wandelingetje maken? Als het mooi weer is, werken we in de voormiddag en ’s avonds en trekken we er de hele namiddag met de fiets op uit. Alleen al het idee dat we drie maaltijden per dag samen aan tafel kunnen zitten, voelt als zo’n luxe en nu mijn avondlessen zijn omgezet in thuisonderwijs strekt ook de avond zich als een zee van tijd voor ons uit. We hebben al zo veel series gebingewatcht, kijken soms twee films na elkaar, gewoon omdat het kan. Ondanks het feit dat we netjes onze uren kloppen, voelt het bijna alsof het vakantie is.

Met ons pensioen dat steeds meer in zicht komt, stelt deze periode me vooral gerust. Ik had me al weleens afgevraagd hoe ons leven er zal uitzien als de drukte van elke dag wegvalt. Wel, ik denk dat we ons antwoord hebben. De cocon waarin we nu leven, bevestigt dat Paul en ik voor een groot stuk genoeg hebben aan elkaar en dat het ons als koppel vooral veel rust brengt. Onze grootste valkuil zal zijn: niet te laat te gaan slapen (lacht), maar ik denk dat het voor de rest wel goed zal komen.”

Emma en Karel zijn tien jaar samen en hebben twee jonge kinderen. Ze waren in relatietherapie toen corona uitbrak

“Ineens zie ik mijn man kampen bouwen met onze dochter en racen met onze zoon”

Emma (35): “De ‘tropenjaren’ noemen ze de periode waar je door moet als jong gezin met kleuters. Je gezin, het huishouden en je job vergen snel het laatste restje energie van je. Wij kregen Otis en Leni kort na elkaar - dat was pittig - en zowel Karel als ik zijn ambitieus in onze jobs. Vóór corona vertrokken we ‘s morgens vroeg naar ons werk en kwamen pas ‘s avonds ten vroegste om zeven uur thuis. Ik ontfermde me over de kinderen, die tegen die tijd ook moe waren, Karel kwam tegen achten thuis en zag zijn kroost op die manier amper. Elke dag was een race tegen de tijd, en los van een gevoel van burn-out, leefden Karel en ik echt naast elkaar. Onze relatie had door al dat geploeter dringend nood aan reanimatie. 

Ik droomde van een gezin met een aanwezige vader, maar Karel zag daar het belang minder van in. Omdat hij zo hard moest - of wilde? - werken, bleef er niets meer over voor zijn gezin. Wij moesten het stellen met de restjes. Ik piekerde: is dit het dan? Wil ik zo verder? Wat stellen we nog voor als gezin, als koppel? Maar ook: een scheiding, dat is zo drastisch. Karel en ik gaven nog om elkaar, en dus besloten we in relatietherapie te gaan. Om te ontdekken of onze relatie nog te redden viel. Midden in die sessies moesten we in lockdown. Als oververmoeid gezin en met een relatie onder spanning een paar weken in quarantaine: het was niet meteen iets waar ik naar uitkeek. Maar ons verhaal nam een onverwachte wending. Eigenlijk kwam corona voor ons, als gezin en als koppel, net op het juiste moment. Het is nog altijd pittig, maar deze lockdown bracht ons ook al rust, inzichten en - wat het meest nodig was - verbinding. 

Omdat Karel en ik geen uren per dag meer hoefden te pendelen, en ook alle sociale verplichtingen wegvielen, voelden we ons iets minder uitgeput. Opeens namen we allebei onze rol op om voor de kinderen te zorgen. Iedereen kalmeerde. De toenadering tussen ons zit momenteel prachtig verpakt in kleine gebaren: ik maak koffie voor Karel, hij zorgt voor de kinderen terwijl ik boven een videomeeting heb, we koken en aperitieven samen... De weekends zijn opnieuw écht weekends. Tot mijn grote geluk zie ik mijn man, de vader van mijn kinderen, kampen bouwen met zijn dochter en racen met zijn zoon. Ik merk ineens dat die vader altijd al in Karel zat, maar dat het hem ontbrak aan tijd en energie om die rol daadwerkelijk op te nemen. Karel en ik knuffelen meer, we herwaarderen elkaar, we zorgen voor elkaar. Ik heb me nooit meer verbonden gevoeld met Karel als nu. en dat straalt uit naar ons hele gezin: de kinderen zijn chill en gelukkig, en wij ook. Hoe groter je draagkracht als gezin en als koppel, hoe meer je ook aankunt in het algemeen. Ons leven is nog altijd erg druk, maar het lukt ons steeds beter om alle ballen in de lucht te houden. 

Afgelopen weekend zaten Karel, de kinderen en ik bij mooi weer in de tuin: te niksen en stil te genieten. We keken naar elkaar en spraken het uit: stonden wij écht op het puntje om uit elkaar te gaan? Die verdrietige fase leek ineens zo ver weg. Op die momenten bekruipt me weleens de angst: wat na corona? Storten we ons dan weer in de ratrace, moeten we dan opnieuw minstens tien vrienden uitnodigen in de tuin omdat het zo hoort, gaan we dan weer bijna kopje onder? Ik hoop heel erg te kunnen vasthouden wat we nu mogen ervaren. Dat we ons niet meer verliezen in te veel drukte en jolijt. Het evenwicht dat ik nu heb bereikt, samen met Karel en de kinderen, bracht ons dichter bij elkaar dan ooit. Een heerlijk gevoel. Dat zet ik liever niet meer op het spel.” 

Relatiedeskundige Rika Ponnet over liefde in tijden van corona

“Wees je bewust dat deze periode voorbijgaat. Neem geen overhaaste beslissingen, maar neem later wel de tijd om je relatie inhoudelijk te evalueren”

“In coronatijden zien we onze relaties opnieuw helderder, omdat alle afleiding wegvalt. We kunnen niet meer vluchten in hobby's, werk en reizen, kunnen ons niet meer vergelijken met anderen, en worden zo verplicht om terug te vallen op het pure thuisverhaal. Dat brengt de binnenkant, de essentie van een relatie haarscherp in beeld: wat gaat goed tussen jullie als koppel, wat voelt veilig, wat werkt er nog, en wat niet? Waar erger je je aan bij de andere, wat herwaardeer je aan je partner? Je leert elkaar beter kennen in deze uitzonderlijke omstandigheden. Veel koppels herontdekken die veilige, fundamentele basislaag, door voor elkaar te zorgen en de taken en stress te verdelen, door elkaar ruimte te geven. Koppels bij wie het goed zit, vinden die houvast - ondanks de spanningen en de stress in deze coronatijd - terug bij elkaar.

Wat met koppels die moeilijk terecht kunnen bij elkaar? 

“Deze periode toont hen duidelijker de beperkingen van hun relatie. De omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat je je eenzamer voelt in je relatie - je trekt je terug, praat alleen nog over het weer... Of het kan conflicten aanscherpen: de kleinste banaliteit kan een ruzie uitlokken. Deze situatie kan erg duidelijk aantonen dat alleen je thuisbasis om op terug te vallen onvoldoende is. Leef je bovendien op een kleine ruimte samen, dan wordt het nog uitdagender. Het is hoe dan ook een confronterende tijd. Sommige koppels stellen in deze omstandigheden vast dat hun gesprekken nergens over gaan, ze ervaren een permanente vorm van ongemak, of hebben het gevoel constant op eieren te moeten lopen. Ontluisterend om vast te stellen dat je relatie weinig verbondenheid inhoudt. Besef altijd dat deze spanningen het gevolg zijn van de uitzonderlijke omstandigheden waarin we nu zitten. Wees je bewust dat deze periode voorbijgaat. Neem geen overhaaste beslissingen, maar neem later wel de tijd om je relatie inhoudelijk te evalueren.” 

Hoe ervaren koppels die in een langeafstandsrelatie zitten deze periode, en singles? 

“Nabijheid is voor deze koppels belangrijk om te overleven, om hun relatie structureel te onderhouden. Smachtend verlangen - van op afstand - werkt in de verliefdheidsfase, maar niet bij koppels die al tien jaar samen zijn. Zij hebben echt momenten samen nodig om hun relatie levendig te houden. Goed dat ze elkaar nu wel kunnen zien.”