Living Together Apart, de mogelijke derde weg

07 augustus 2013

Co-ouderschap leek zoveel jaar geleden het ei van Columbus na een scheiding. De ene week bij mama, de andere week bij papa. Niemand los te hoeven laten, en op twee fronten thuis. Maar na jaren praktijk blijkt dit niet zo’n zaligmakende formule. Ouders voelen soms sterk gemis in de week dat ze hun kinderen niet zien, en die kinderen zelf worden er vaak een beetje schizofreen van. Daarom kiezen sommigen nu voor de derde weg: Living Together Apart, of scheiden als partner/samenleven als ouder, mét focus op de zorg voor de kinderen. Annelies Van Belle (Feeling) sprak erover met Jos Willems, die er een boek over schreef, en met Rika Ponnet.

 

Het huwelijk anno 2013. Geen positieve balans. Op dit moment zitten de echtscheidingscijfers al boven de 35%. De hoeveelheid samenwoners die uit elkaar gaan, is hier nog niet eens bij opgeteld. Hoewel er bij twintigers en dertigers een trend zou zijn naar weer met overtuiging in het huwelijksbootje stappen - ze willen het immers beter doen dan hun ouders -, is er bij de huidige generatie gehuwden nogal wat kommer en kwel. Het boterbriefje wordt - soms na lang aarzelen - verbrand, en wat van de liefde overblijft is pijn, frustratie, woede en verdriet.
De grootste slachtoffers van zo'n falende romance zijn uiteraard de kinderen. Voor hen is de tol hoog. Co-ouderschap leek zoveel jaar geleden het ei van Columbus na een scheiding. De ene week bij mama, de andere week bij papa. Niemand los te hoeven laten, en op twee fronten thuis. Maar na jaren praktijk blijkt dit niet zo'n zaligmakende formule. Ouders voelen sterk gemis in de week dat ze hun kinderen niet zien, en die kinderen zelf worden er vooral een beetje schizofreen van - hoe zou het voor jou voelen als je telkens moet switchen tussen twee huizen, twee werelden, twee regimes?
Het alternatief waar soms wordt voor gekozen is beperkt bezoekrecht. Het zijn veelal de vaders die genoegen nemen met sporadisch ouderschap en die hun kinderen eenmaal om de twee weken zien. Soms ook een tijd in de vakanties. Vader zijn is dan iets wat grotendeels aan de zijlijn gebeurt. Vader noch kind zijn daar onverdeeld gelukkig mee.

Een emotionele krachttoer

Maar wat moet je dan, als je om god weet welke reden niet meer bij elkaar kunt of wilt blijven, maar de schade voor je kinderen wil beperken? Als je je kinderen én je ex-partner de band met elkaar niet wilt ontnemen? Bestaat er een gulden middenweg tussen scheiden volgens het oude recept en blijven omdat het moet? "Ja", zegt Jos Willems, "Je kunt een punt zetten achter je relatie, maar daarom hoef je niet uiteen te gaan als ouders." Willems is de auteur van ‘Living Together Apart: scheiden als partner, samenleven als ouder', een nieuw boek waarin hij samen met co-auteurs Brigitte Appeldoorn en Maaike Goyens mogelijke alternatieven voorstelt voor een klassieke scheiding. Het is mogelijk, zegt hij, met liefde en respect met elkaar omgaan, na een breuk: ‘Het kan onmenselijk moeilijk zijn om in de wirwar van emoties waarin je bij een scheiding verstrikt raakt, voorrang te geven aan je verstand, maar het loont de moeite.' Een emotionele krachttoer dus, ten voordele van je kroost. Zet jouw bitterheid en boosheid opzij voor hun welzijn. Je kunt ontgoocheld zijn in je ex als partner, maar misschien is hij of zijn wel een excellente moeder of vader. De kunst is om die twee zaken los te koppelen.

Journaliste Hilde Sabbe: "Ik woon nu zo'n tien jaar samen met mijn ex. Bij ons is die overgang behoorlijk vloeiend gegaan. Er waren wel discussiepunten, maar zeker geen slaande deuren. Mijn ex-partner is mijn beste vriend, een hele fijne mens om mee samen te leven, maar het voelde steeds meer als broer en zus. We besloten uit elkaar te gaan, maar vonden vrij snel een nieuwe routine als huisgenoten. We hebben aparte slaapkamers en badkamers, maar eten vaak samen. In de week woon ik bij hem, in het weekend ga ik naar mijn lief. En iedereen is tevreden met de situatie: ikzelf, mijn ex-man, mijn lief én mijn zoon. Het is alleen de buitenwereld die soms durft te fronsen of smalende opmerkingen maakt.
Voor mijn zoon - die ondertussen 23 is en eigen gezin heeft - heb ik het uiteindelijk allemaal gedaan. In de tijd dat we gingen scheiden interviewde ik toevallig een aantal kinderen over hun gevoelens bij co-ouderschap. Die bleken niet zo positief. Ze vonden het erg om hun oude leven achter te moeten laten, te verhuizen, te veranderen van school. Van het heen en weer reizen tussen moeder en vader, en het steeds vergeten van spullen, werden ze heel onrustig. Voor mijn kind wou ik het anders. En het blijkt een goeie keuze te zijn geweest: mijn zoon vertelde onlangs dat er voor hem niet zo gek veel veranderde. "Ik heb eigenlijk nooit echt gemerkt dat jullie gescheiden waren," zei hij, "jij was er gewoon wat minder, dat was alles." Voor ons heeft die keuze dus alleen maar voordelen gehad.'

Creatief voor het gebroed

Onder de term ‘Living Apart Together' huizen heel wat scenario's. Het samen onder één dak wonen is er daar dus één van. Het is een variant waar soms ook wordt voor gekozen uit financiële overwegingen. In deze tijden van crisis zijn het vaak de alleenstaande moeders (en vaders) die moeten worstelen om rond te komen. Als je dan de huishuur of afbetaling kunt delen, scheelt dat een hele hoop. Jos Willems zou dit scenario echter nooit aanraden alleen om het geld: "Als je daarom onder één dak blijft wonen, zal het niet lukken. Want emotioneel is dit een erg complexe situatie. Je zit elkaar erg dicht op de huid."
Mich (66) weet dat zo'n keuze niet altijd evident is. Ze bleef 25 jaar geleden samenwonen met haar ex-echtgenoot omwille van de kinderen, én omwille van het geld: "Ik werkte in de zorgsector, dus ik verdiende niet zo gek veel. Toen mijn man en ik waren gescheiden, hielden we het rijhuis dat we huurden. De notaris die de echtscheiding regelde, was daarover stomverbaasd. Hij had dat nog nooit meegemaakt. De kosten die we maakten voor de kinderen en het huishouden noteerden we, en deelden we op het einde van de maand. We hadden ook allebei een andere relatie. Voor de kinderen was dat doodnormaal, zij wisten niet beter of elk gezin bestond uit een moeder en een vader, die daarbuiten elk nog een andere partner hadden. Een vechtscheiding is het dus nooit geweest, al heb ik daar veel toegevingen moeten voor doen. Na een tijd kregen we echter steeds meer ruzie, voornamelijk over geld. De sfeer werd almaar slechter. Daarop besloot ik dat het beter was om met mijn kinderen apart te gaan wonen. Mijn ex-man vond dat ok. En mijn kinderen mochten zo vaak naar hun vader als ze wilden."
Wie het samenwonen in één huis te moeilijk vindt, kan kiezen voor twee aparte huizen die dicht in elkaars buurt liggen. Dat kan een twee-onder-één-kapwoning zijn, of een huis in dezelfde straat, wijk of dorp. De kinderen wonen bijvoorbeeld permanent bij de ene ouder, maar mogen vrij in en uit lopen bij de andere ouder. Mark en zijn ex-vrouw vonden de ideale oplossing in twee aanpalende woonhuizen: ‘Het stelt ons in staat om voor de kinderen een eenheid te vormen. Ze kunnen via de eerste verdieping naar beide huizen, en hoeven zich niet te verplaatsen, bij welke ouder ze ook zijn. Spullen vergeten? Dat probleem kennen zij niet.'

Bakje koffie met de ex

Kristin (37) heeft verschillende formules uitgeprobeerd: ‘Mijn ex-vriend woonde de eerste twee levensjaren van mijn zoon in het appartement boven het mijne. De slaapkamer van mijn zoon was de ‘bufferzone'. Om onze emotionele band definitief door te knippen, is mijn ex-partner uiteindelijk toch verhuisd. Hij woont nu gewoon om de hoek. Na een dik jaar apart wonen, denken we er nu opnieuw over na om samen iets te kopen, een kangoeroewoning of zo. De laatste wonden van de scheiding zijn verwerkt, en we voelen ons nu sterk als ‘partners in het opvoeden'.'
Dit ‘mentaal' het ouderschap delen zie je zowel bij koppels die dicht in elkaars buurt of verder uit elkaar wonen. Ze kiezen voor een gezamenlijk eetmoment elke week, ze vieren samen de verjaardagen en andere feestdagen, ze gaan samen naar het oudercontact, of gaan samen op reis. Vaak zijn dit momenten waarop de kinderen keihard genieten. Simpelweg komt het erop neer dat het gebroed niet koudweg bij de andere ouder wordt afgezet op vrijdagavond, maar dat er werkelijke overlegmomenten zijn, en dat er een echt engagement bestaat om er samen nog wat van te maken. Gescheiden en apart als partners dus, maar als ouders nog samen.
Noor verwoordt het zo: ‘De kinderen voelen heel goed aan dat wij een eenheid vormen. Bij de wisseling is het niet een kwestie van spullen binnen zetten. Als het kan, wordt er even een bak koffie gedronken en wordt er met elkaar gekletst.' Ook Chantal en haar partner proberen het ouderschap zoveel mogelijk te delen: ‘Elke woensdag eten we 's avonds samen. Afwisselend bij Jan en bij mij. Telkens wordt er even gekletst over de afgelopen week. Vooral wat er zoal op school gebeurt, staat op de agenda. Daarna komen ook gemakkelijk andere dingen naar boven. Meestal wordt het een gezellige boel. Soms merk ik meer sfeer aan tafel dan vroeger, wellicht omdat het nu veel meer iets aparts is, een "gebeurtenis".'

Nestblijvers en nestvlieders

Een ander mogelijk alternatief van Living Apart Together is ‘birdnesting'. Dat betekent: de kinderen blijven in hetzelfde huis, de ouders wisselen om de week. Dat blijkt voor de kinderen vaak een zegen: hun vertrouwde omgeving blijft hetzelfde, en zo kunnen ze ook hun school en hun vriendjes behouden. Toch zie je meestal dat na verloop van tijd deze formule wordt omgezet naar een andere. Jos Willems: ‘Birdnesting heeft meestal een beperkte houdbaarheid: het wisselen breekt de volwassene op, of het brengt te veel kosten mee, of er komt een nieuwe relatie die de formule moeilijk maakt.'
Yasmina, die na een vechtscheiding voor co-ouderschap koos, zou voor birdnesting opteren, mocht ze alles over kunnen doen: "Mijn dochter was een week bij mij, een week bij mijn partner. Het lijkt me echter beter dat het kind een vaste thuisbasis heeft. Voor mijn dochter was het heel moeilijk, dat voortdurend schipperen tussen twee huizen. Op haar twaalfde koos ze daarom om op internaat te gaan. Eindelijk één plek die dezelfde bleef, het was voor haar een soort surrogaat-thuis. Iets wat wij haar nooit hadden kunnen geven.
‘Toen ze een liefje kreeg dat uit een hecht, klassiek gezin kwam, bleef ze daar vaak in het weekend. Ze had er enorme nood aan, te beleven hoe het er in een normaal gezin aan toe gaat. Ze heeft veel moeten missen. Al denk ik soms dat het ook voordelen heeft gehad. Mijn dochter is flexibel, past zich aan alle situaties aan, is niet bang van nieuwe mensen. Ze redt zich goed, is zeer zelfstandig. Misschien komt dat doordat ze zoveel heeft meegemaakt als kind.
‘Doordat haar verlangen naar een echt gezin zo groot was, kwamen mijn partner en ik na verloop van tijd weer dichter bij elkaar. We zochten steeds meer toenadering, en nu - mijn dochter is ondertussen twintig - zijn we de beste vrienden. We vieren de verjaardagen samen, ook kerstmis en andere feestdagen, en we gaan vaak samen op reis. We zijn alle drie nogal reizigers, maar we maken zoveel tijd voor elkaar als nodig is. We hebben met ons drieën nu echt een hechte band.'

Zorg dragen in zotte tijden

Het kan dus, samen een nieuw elan vinden, na een moeilijke scheiding. De grootste uitdaging daarbij is om tegelijk afstand te nemen én een nieuw soort 'samenleven' op te bouwen. Vaak lukt dat bij de ene partner gemakkelijker of sneller dan bij de ander. Iemand kan nog te verdrietig of te boos zijn om positief vooruit te kijken. Als je samen de derde weg wil opgaan, betekent dat vaak dat de één een tijd moet stilstaan, en wachten tot de ander alles ietwat verwerkt heeft.
‘Maar', zegt Jos Willems, ‘Als je blijft staren naar waar de zon onderging, zul je hem nooit meer zien opkomen. Discussies over het verleden zijn zinloos. Het komt er op aan zo vlug mogelijk de knop om te zetten. Het beste medicijn hiervoor is te kiezen voor een gemeenschappelijk project: de zorg voor de kinderen. Dat geeft jullie samen een nieuwe toekomst.'
Om dit alles te laten slagen, is praten en echt naar elkaar luisteren van essentieel belang, mínstens even belangrijk als tijdens een relatie. Jos Willems: ‘Zonder echte communicatie kom je geen meter vooruit. Haal dus niet steeds oude koeien uit de gracht, maar probeer constructief te denken. Als dat allemaal lukt, kom je in een verhouding terecht zoals die van Yasmina en haar ex-partner. Je zou het kunnen benoemen als ‘gelouterde vriendschap', of ‘vriendschappelijke verbondenheid'.
Yasmina: ‘Dit is een dolgedraaide tijd. Héél individualistisch, niemand heeft nog tijd voor elkaar. Ik vind het daarom heel belangrijk dat mensen ook na een scheiding voor elkaar blijven zorgen. We zijn niet meer omringd door een gemeenschap, zoals vroeger. Als er iets gebeurt, en je komt alleen te staan, dan ben je ook echt alleen. Ik had het financieel en praktisch soms erg moeilijk. Daarom is het klassieke gezin, met alleen een moeder en een vader, voor mij geen goed systeem. Er zouden meer opties moeten zijn, die ook algemeen aanvaard zijn.'
‘Dat is exact wat ik wil bereiken met dit boek', besluit Jos Willems. ‘Mensen die geen klassiek kerngezin vormen, mogen zich geen uitzonderingen voelen. Tegenwoordig is er zoveel variatie in de relatievormen: samengestelde gezinnen, eenoudergezinnen, homokoppels, noem maar op. Wat de relatievorm ook is: ze zijn allemaal evenwaardig. Het klassieke kerngezin is waardevol, maar zeker niet de enige samenlevingswijze die zaligmakend is.'

Voorkom verwarring

Wat de LTA-formule ook moge zijn: kinderen moeten van meet af aan de heldere boodschap krijgen dat hun ouders écht uit elkaar zijn. Ze mogen geen hoop koesteren dat het weer goed komt, want dat schept alleen maar verwarring. Die verwarring is het grootst als ouders in het zelfde huis blijven wonen. Ouders mogen dan afstand gedaan hebben van het romantische ideaal, voor kinderen blijven hun ouders vaak de prins en de prinses op het witte paard. Niets liever zouden ze hebben dat het sprookje weer klopt, dat de puzzel weer past.
Heel belangrijk is het dus om die kinderlijke wensdromen meteen duidelijk in de kiem te smoren. Rika Ponnet, Duet Relatiebemiddeling: "Vaak zie je dat de verwarring ontstaat als de ouders er zelf nog niet helemaal uit zijn. Als de verbondenheid tussen hen nog erg groot is. Zeggen dat je niet meer verliefd bent op elkaar, is dan meestal niet genoeg. Kinderen voelen doorgaans feilloos aan hoe de vork werkelijk in de steel zit. Soms zie je dan dat ouders ophouden met zaken als birdnesting of geregeld samen eten, omdat ze merken dat ze daarmee bij hun kinderen te veel het verlangen voeden dat alles weer goed komt."

De derde weg, te utopisch?

Rika Ponnet: ‘Tja, ik geloof in de waarde van conflicten. Als mensen uit elkaar willen gaan, heeft dat meestal toch een grondige reden. Daarom is het goed om een tijd echt afstand te nemen, zodat je je eigen leven kunt opbouwen, de emotionele banden kunt doorknippen. Je moet aanvaarden dat dit een erg moeilijke periode wordt, dat er tijd nodig is om de bui uit te zitten. En dat er in sommige gevallen ook helemaal geen LTA-relatie mogelijk is: sommige mensen hebben zo'n ernstige psychiatrische problemen, dat samenleven met hen niet meer kan. Anderzijds: ik ben heel erg pro deze derde weg. Als het verwerkingsproces achter de rug is, en je vindt samen een modus vivendi die de kinderen ten goede komt, dan is dat een prachtig alternatief.'

‘Living together apart: scheiden als partner, samenleven als ouder', Jos Willems, Brigitte Appeldoorn, Maaike Goyens, Uitgeverij Lannoo, 2013.
Meer info: www.eennieuwgezin.be