Moet je je partner een kindje 'gunnen' als teken van liefde?

15 oktober 2022

Zij wil graag een derde kindje, eentje van hen samen; hij wil de beperkte maar fantastische tijd die ze met elkaar hebben zo houden, het lot niet tarten nu alles goed loopt. Relatiedeskundige Rika Ponnet herkadert zodat hun nieuw samengestelde puzzel weer in elkaar valt.

Column voor Het Nieuwsblad

Ze vraagt met aandrang om een afspraak. Zo snel het kan. Omdat ze niet wil dat het helemaal fout loopt. Het is de dag voor ik met vakantie vertrek. Ik stel een datum voor, drie weken later. “Zolang houden we wel vol.” Ze melden zich aan in een zichtbaar vrolijke bui. Hebben net koffiegedronken. Een trendy adresje, plekje in de zon. Het leek wel een uitstap. Ze zijn hoffelijk, naar mij en elkaar. Luisteren, bereid te horen en te leren, een lichaamstaal gericht op en verbonden met de andere. Waardoor ik voor mezelf de voorzichtige conclusie trek dat het met dat fout lopen wel goed zit.

Ze zijn wat we vandaag in de praktijk afkorten een NSG, een nieuw samengesteld gezin. Al hou ik niet van de term. Omdat etiketten zo vaak negatieve of inperkende duidingen met zich brengen. Voor mij zijn ze een koppel, een gezin, uniek op zichzelf. Het afgelopen voorjaar omschrijven ze als een winterse periode. Om veel redenen. Een puberende zoon. Zijn vader die onverwacht overleed. Dé discussie die nu al geruime tijd sluimert. Zij benadrukt hoe goed ze het samen hebben. Zijn kind, haar kind, drie paarden op de wei, twee vervullende, drukke carrières, fijne vrienden, een goed leven. En de puzzel die klopt. De harmonie tussen al die partijen. Dat zijn kind ook het hare is, haar kind het zijne en dat die elkaar ook nog eens zien als de best mogelijke broers.

Maar toch… er is haar verlangen naar een derde kind. De bekroning van hun liefde. Dat hij bij aanvang duidelijk nee zei, had ze genegeerd. Groeide zoiets niet mee met de relatie, de liefde? Maar zijn twijfels waren gebleven en dat deed haar zoveel pijn. Als hij haar echt graag zag, dan gunde hij haar dat toch? Als hij echt overtuigd was van hun samenzijn, geloofde hij toch in de mogelijkheid ervan?

Hij verdedigt zich. Dat het toch al vaak zwaar is. De tijd met elkaar, die altijd fantastisch is, maar toch best beperkt. Dat het het lot zou tarten, nu alles zo goed loopt. Ze begrijpt hem niet, vindt hem in zijn afwijzing koud, teruggetrokken. De escalatie was er gekomen na een bezoek aan de gynaecoloog. Slechte cellen, verder onderzoek, een succesvolle ingreep, maar ook de boodschap dat een zwangerschap geen goed idee was en het sowieso over een waterkans ging.

Ze was er het hart van in. Verdriet om wat niet kon zijn. Hij benadrukte vooral dat ze gezond was, dat ze blij moesten zijn. Ze dacht zijn opluchting te zien. Wat hij in ons gesprek direct toegeeft. Hoe erg hij het vond voor haar, hoe graag hij haar ziet. Waarop hij haar aankijkt met een blik waaruit al die liefde spreekt. En dat hij vooral blij was, omdat iets anders het beslist had. Omdat hij het verlangen begrijpt. Maar er tussen droom en daad te veel praktische bezwaren bij hem leven. En hij haar vaak mist, zoals ze in het begin met elkaar waren, vrij van dat verschil.

Als ik herkader, dat haar verlangen naar “een kind van ons” gaat over liefde, de ultieme erkenning – ik zie jou zo graag – stemt ze in. Als ik herkader, dat zijn neen gaat over liefde – ik wil dat er los van kinderen tijd en ruimte is voor ons, ik ben zo graag bij jou – valt er een zware last van zijn schouders. Omdat ik voor hem de woorden heb gevonden waardoor zijn neen geen afwijzing is van haar liefde, haar verlangen, maar een uiting van zijn liefde, zijn verlangen. Als dit binnensijpelt bij beiden, voel ik de puzzel als vanzelf weer in elkaar vallen.

Ik geef aan dat het tijd zal vergen, maar dat dit hen als stel nog zoveel sterker maakt. Het vermogen om ondanks een groot verschil de weg naar elkaar te vinden. Ze geeft hem bij het buitengaan spontaan een arm. De zon schijnt. We gaan nog een koffietje drinken, zeggen ze bijna in koor.