Nieuwe liefde, nieuw leven

28 oktober 2020

Dat de liefde veel kan losmaken, weten we allemaal. Voor deze drie mensen bracht een nieuwe vlam niet alleen fladderende vlinders, maar ook een heel nieuw leven met zich mee.

Tekst: Lies Van Kelst - Verschenen in Libelle

Katrien was een workaholic tot ze verliefd werd op haar vriend

Katrien (36): “Ik was op zijn zachtst gezegd een workaholic. Mijn job was heel erg belangrijk voor mij en er ging geen dag voorbij dat ik niet met mijn werk bezig was. Weekends, avonden: het maakte allemaal niet uit. Ik leefde enorm gejaagd, en ik hield ook van die kick. Om af en toe wat stoom af te laten, ging ik elke maand op reis. Korte trips naar Berlijn of Spanje, maar ook verre reizen. Zo trok ik twee jaar geleden in enkele maanden tijd naar Zuid-Afrika, Indië én Senegal. Het werden mijn laatste verre reizen tot nu toe. Want niet lang voor die laatste reis was ik verliefd geworden. En sindsdien is alles anders. Ik zag hem eerst niet als potentieel lief: hij is veertien jaar ouder dan ik, heeft twee dochters en een totaal ander leven dan ik. Op een intercontinentale vlucht stapte hij niet. ‘In Europa is genoeg te zien’, vindt hij. Op een festival zag je hem niet, op de dansvloer evenmin. Een avond op de zetel met een goed boek was voor hem genieten, voor mij een nachtmerrie. Toen toch.

Dit kan niets worden, dacht ik, zo’n regelmatig leven past echt niet bij mij. Bovendien was ik net van plan om weer naar Brussel te verhuizen, want mijn overstap naar Antwerpen bleek toch niet zo’n succes.
Te klein voor mij. Maar beetje bij beetje werd ik toch verliefd en bleken hij en ik een betere match dan ik ooit had gedacht. In het begin deden we het heel rustig aan. Waren zijn kinderen bij hem, dan sprong ik af en toe binnen en at ik mee. Meer hoefde dat niet te zijn voor mij, want ik hield enorm van mijn vrijheid. Mijn werkdag begon op de meest onregelmatige uren, ik ging meerdere keren per week op restaurant of haalde eten, en ik hoefde eigenlijk met niets of niemand rekening te houden. Maar al snel bleek dat het toch beter was als ik wat meer tijd met mijn stiefdochters doorbracht, want alleen zo konden zij wennen aan mij en ik aan hen. Het paste niet als ik op een weekdag langer bleef liggen dan de rest, volwassenen moeten het goeie voorbeeld geven, toch? Of als ik pas tegen middernacht kwam binnenwaaien, zoals ik deed als ik alleen was, en elke gezamenlijke maaltijd miste. Als je deel wilt uitmaken van een gezin, moet je er wel fysiek zijn, besefte ik. Maar ook voor de dochters van mijn vriend betekende die nieuwe vrouw een grote aanpassing. Het heeft dus nog even geduurd voor ik definitief bij hen introk. En als je het hen zou vragen, was dat – zélfs na anderhalf jaar – eigenlijk al heel erg snel!

Samenwonen én zwanger

Intussen begon ik zelf meer na te denken over kinderen. Ik was er nooit helemaal zeker van dat het moederschap bij me paste. Ik heb PCOS waardoor er cysten op mijn eierstokken groeien en zwanger worden sowieso moeilijk is. Daarom had ik mezelf nooit toegelaten om over kinderen te fantaseren. En ik had al drie metekinderen en zes neefjes en nichtjes, dat was genoeg. Als mijn vriend en ik toch kinderen zouden willen, zou het volgens mijn gynaecoloog een traject van meerdere jaren worden voor ons.

De dokter adviseerde me alvast een jaar te ‘ontpillen’ en in die tussentijd konden mijn lief en ik dan nadenken of we samen nog een kind wilden. Maar twee dagen voor we officieel gingen samenwonen, en echt niet lang nadat ik was gestopt met de pil, ontdekte ik dat ik zwanger was. De verrassing was groot, voor ons alle vier. Mijn vriend en ik hadden er al wel over gesproken, maar zijn dochters zagen dit totaal niet aankomen. Gelukkig hadden we negen maanden om  eraan te wennen en erover te praten. Dat was wel echt nodig. Twee weken geleden beviel ik van een dochter en sindsdien bestaat mijn leven grotendeels uit zorgen voor haar. Mijn nieuwe leven ziet er totaal anders uit dan ik ooit had kunnen denken. Ik leef niet meer voor mijn job, woon in een stad waarvan ik nooit had gedacht dat ik er zou blijven en
ben mama én plusmama. Ik ben ook zelf veranderd: rustiger, stabieler. Anders is niet slechter of beter, merk ik. Het is gewoon anders. Toch ben ik er zeker van dat ik opnieuw verre reizen zal maken, en ja, die high-flying job zie ik me op termijn ook opnieuw doen. Maar nu is het goed zo. Ik ben gelukkig. Misschien maar goed dat mijn geluk in deze coronatijden niet afhangt van verre reizen.” (lacht)

Dankzij haar nieuwe vriend Jef overwon Ingrid haar minderwaardigheidscomplex

Ingrid (62): “Ik heb nooit gedacht dat liefde zoals ik die nu ken, echt bestond. Dat was iets voor in films, toch niet voor mij? En hoe zou ik erin hebben kunnen geloven? Mijn hele leven heb ik niet anders gehoord dan dat ik mijn ongelukkig bestaan aan mezelf te danken had....

Tot mijn achttiende dacht ik dat mijn moeder dood was. Dat had mijn vader altijd verteld aan mijn broer en mij. Tot bleek dat ze ons gewoon in de steek had gelaten toen we vier en twee waren. Ze had een nieuw gezin gesticht en nooit meer achteromgekeken. De eerste jaren na haar vertrek woonde ik bij mijn vader, maar later, toen hij over de grens ging werken, verhuisde ik naar mijn grootmoeder. Toen is de miserie begonnen. Er is zoveel gebeurd. Mijn grootmoeder vernederde me, sloeg me, schold me uit. Lustte ik het eten niet, dan kieperde ze het over mijn hoofd. Wilde ik met vriendinnen afspreken, dan moest ik plots poetsen. En toen ik mijn maandstonden kreeg, en ik geen flauw benul had wat er aan de hand was, zei ze dat ik ging sterven. Mijn verdiende loon: ik had geen recht op een fijn leven.

Jarenlange terreur

Op mijn zestiende werd ik verliefd op een acht jaar oudere man. Onze relatie was niet goed, hij bedroog me en was agressief, maar ik wist niet beter. Ik dacht ook dat ik hem kon veranderen. En ik was ervan overtuigd dat het mijn fout was. Dat zei hij ook altijd: ‘Je bent niets waard.’ Hij terroriseerde mij en onze drie kinderen, kende geen grenzen. Noemde hij me sjoeke, dan wist ik dat ik vijf minuten later slaag zou krijgen. Maar ik bleef, omdat ik niet het gevoel had dat ik een andere optie had. Vluchthuizen kende ik niet, en ik was ook wel bang voor waartoe hij in staat was. En ja, ergens zag ik hem graag, hoe ongelooflijk dat ook klinkt. Het was ook niet altijd alleen maar kommer en kwel. Dronk hij niet, dan was hij echt een lieve man. Maar in ons 21-jarig huwelijk is hij maar een half jaar nuchter geweest. Het waren de gelukkigste maanden van onze relatie.

Tot hij op een dag besloot bij me weg te gaan. Het was het beste wat me kon overkomen, want anders was ik nooit aan hem kunnen ontsnappen. De jaren nadien klom ik beetje bij beetje uit het dal. Ik vond al snel werk in een fabriek, begon op stap te gaan en toen ik het financieel wat breder kreeg, kon ik me eindelijk af en toe eens verwennen met een bezoek aan de kapper of het nagelsalon. Een relatie hoefde absoluut niet voor mij. Ik had het goed alleen. Maar fijn gezelschap, dat leek me wel wat. Op een avond voor singles kwam ik in contact met Jef. Het klikte, maar wat mij betrof, stopte het daar. Ik was niet op zoek en hij was duidelijk een man van een ander kaliber. Véél te hoog gegrepen. Nette kleren, mooie wagen. Toch overtuigde mijn vriendin me om hem enkele dagen later een bericht te sturen. Het bleek de beste beslissing van mijn leven.

Man met standing

Jef en ik, dat klikte beter dan ik had kunnen dromen. Onze tijd samen vloog voorbij en ik genoot van zijn gezelschap. Toch namen we ons voor het rustig aan te doen. Doorheen de week belden we, in het weekend spraken we af. ‘Wat zie je toch in mij?’ vroeg ik dan. Maar mijn verleden, mijn sociale woning of mijn job als arbeidster in een fabriek deerden hem niet. Zelf zag ik dat anders. Ik verdiende hem niet. Hoe kon iemand als Jef, met zoveel standing, iemand die jarenlang een eigen zaak had gehad, een appartement heeft aan zee, en opgroeide in een warm nest, iets zien in mij? Ik, die steevast met mijn hoofd gebogen liep. Ik was hem niet waard, vond ik. Ik was zo onzeker, had zo’n laag zelfbeeld. Ik zag mezelf niet graag. Ik had mijn hele leven niets anders gehoord dan dat ik er beter niet was geweest, dat ik niets waard was, en dat was ik gaan geloven. 

En toch bleef Jef, hoe hard ik hem ook duidelijk maakte dat ik hem niet verdiende. Meer zelfs: hij zette me steevast op een voetstuk. Liep ik naast hem met mijn hoofd naar de grond gericht, dan tilde hij mijn gezicht op. Dat doet hij nog steeds, al doe ik het veel minder vaak dan vroeger. Jef geeft me zoveel liefde, oordeelt nooit over mij of mijn verleden. Hoe hard ik hem ook heb weggeduwd, hij is altijd gebleven. Intussen wonen we samen in een mooi huis, en genieten we van het leven.

Jefs kinderen aanvaarden me, en vinden het zelfs jammer dat ik hun papa niet twintig jaar eerder ben tegengekomen. Ik ken rust, en liefde. Iets wat ik nooit had gedacht te kennen in mijn leven. Ik voel me gewaardeerd, begin mezelf graag te zien. Jef draagt me op handen, hij zorgt voor mij. Eindelijk zijn er geen ruzies meer in mijn leven, geen stress of angst. Ik ben zachter geworden, dat bevestigen ook mijn kinderen. Het leven blijkt eindelijk écht mooi te zijn. En daar geniet ik ten volle van.”

Raf vond zichzelf én de liefde terug op Aruba. Hij is getrouwd en heeft een zoontje

Raf (39): “Zeven jaar geleden zat ik op een absoluut dieptepunt in mijn leven. Twee weken nadat we ontdekten dat mijn toenmalige vrouw zwanger was, kondigde ze onverwacht niet alleen de scheiding aan, maar vertelde ze ook dat ze de zwangerschap zou afbreken. Ik kon dat niet plaatsen en raakte depressief. Ik vluchtte in de alcohol en zag geen toekomst meer. Ik moet hier weg, dacht ik, weg uit Europa en ergens anders een nieuw leven beginnen. Aruba leek me de ideale plek: niet te groot, warm en er was geen taalbarrière. Een kennis die in Bonaire woont, had het me ook aangeraden als een fijne plek om je als buitenlander te settelen en werk te vinden. Na een week op verkenning, hakte ik de knoop door. Ik verkocht mijn hele hebben en houden en met een valies onder de arm en papieren om een verblijfsvergunning aan te vragen, was ik weg.

Vrijwel meteen vond ik werk in de horeca. Eerst in een restaurant, daarna in het café waar ik zelf ook graag kwam.
Maar ook al was ik van omgeving veranderd, en zat ik in een nieuw land ver weg van mijn verleden, ik was nog lang niet op mijn plooi en dronk nog steeds meer dan goed voor me was. Ik kwam ook behoorlijk wat kilo’s aan. Ook al zit je aan de andere kant van de wereld, het moet goed zitten tussen je oren, en dat was bij mij zeker niet het geval. Ik deed maar wat, modderde wat aan. Ik at, werkte, sliep en ging op stap. Meer stelde mijn leven niet voor. Echt verdrietig voelde ik me niet meer, maar of ik alles al verwerkt had? Dat ook weer niet. Het maakte me allemaal eigenlijk niet uit, en ik was ervan overtuigd dat geluk niet voor mij weggelegd was. Daar had ik me zelfs bij neergelegd. Tot ik zo’n vierenhalf jaar geleden Evelina ontmoette, een knappe Arubaanse. Ik was op slag verliefd. En dat bleek wederzijds.

Eindelijk rust

Het was meteen duidelijk dat we op dezelfde golflengte zaten. Evelina begreep me als geen ander, ze luisterde. We maakten zoveel plezier samen, hielden van dezelfde muziek én ze gaf me rust in mijn hart en mijn hoofd. Maar nog geen vier maanden na onze eerste date vertrok Evelina voor zeven maanden naar Trinidad en Tobago, voor een opleiding.

In die periode maakte ik een definitieve klik in mijn hoofd: ik stopte met alcohol en viel 25 kilo af. Ze maakte iets in me los, gaf me hoop en een toekomst. Ik ging opnieuw geloven in geluk. Elke dag skypeten we, en ik bezocht haar een paar keer voor een weekend. Daar, tijdens een van die bezoekjes, vroeg ik haar ten huwelijk. Op aandringen van haar mama zelfs! Ik moest elk jaar mijn verblijfsvergunning vernieuwen, en die kost zo’n negenhonderd euro.
Ze zei: ‘Waarom trouwen jullie niet, jullie zien elkaar toch graag?’ Dat we eigenlijk nog maar tien maanden samen waren, maakte inderdaad niet uit. Evelina was de vrouw van mijn leven, dus waarom niet? Intussen zijn mijn leven én mijn hoofd een pak rustiger dan toen ik hier de eerste maanden woonde. Ik werk niet langer in het café, we kochten een huis en zijn de trotse ouders van een jongetje: Jules.

Af en toe drink ik nog een pintje, maar een café heb ik al in lange tijd niet meer gezien. Zware feestjes of zatte avonden, dat hoeft niet meer voor mij. Ik heb rust gevonden. Mijn geluk? Dat zijn mijn vrouw en mijn zoon. Op een Caraïbisch eiland... Wie had dat ooit gedacht?”

De relatietherapeut over nieuwe liefdes

Brengt een nieuwe liefde altijd een nieuw leven mee?
Relatietherapeut Rika Ponnet: “In elke relatie krijgen bepaalde delen van jezelf kansen om ontwikkeld te worden, anderen blijven onderbelicht. Dat is normaal. Je ontwikkelt bepaalde interesses omdat jij en je partner bepaalde dingen delen of omdat de ander je daarin stimuleert. Maar dat kan niet met alle karaktereigenschappen. Elke partner brengt nieuwe delen van jezelf aan het oppervlak. Daardoor heb je het gevoel dat je op een nieuwe manier bezig bent – zeker als het gaat over dingen die je zelf belangrijk vindt en die je in een vorige relatie niet kon ontwikkelen. Als dat dan plots wél kan, ervaren mensen dat als verrijkend, alsof ze opnieuw beginnen. Zo kan een nieuwe liefde je over bepaalde grenzen laten gaan, en je stimuleren om dingen te doen waartoe je jezelf niet in staat zag: toch kiezen voor kinderen, verhuizen naar het buitenland, opnieuw gaan studeren...”

Horen er ook risico’s bij zo’n nieuwe liefde?

“Misschien heb je lange tijd een moeilijke relatie gehad, en kom je dan plots in een relatie terecht met iemand die dingen in je triggert die lang geslapen hebben. Dan kun je in die hele korte eerste fase het gevoel krijgen dat dit dé man of vrouw is van je leven. Dan zie je dat mensen in die dolle verliefdheid al eens snelle, impulsieve beslissingen nemen. Denk maar aan trouwen na drie maanden of na een maand op het vliegtuig stappen en alles en iedereen achterlaten. Dat kan goed of minder goed aflopen. Als het echt gaat over zulke grote beslissingen kun je best wachten tot je verder gevorderd bent in die nieuwe liefde en je voorbij die eerste overweldigende gevoelens heen bent. Tuurlijk ben je ervan overtuigd dat het voor eeuwig zal zijn. Het wordt sowieso anders: er komt meer nuance, je ontdekt dingen die niet zo ideaal zijn. En daar moet je uiteindelijk mee verder.”

Word je niet voorzichtiger in die dingen als het gaat om een tweede, derde of vierde liefde? “Dat hangt ten eerste af van je persoonlijkheid: sommigen maken sneller keuzes met hun gevoel, anderen zullen meer tijd nodig hebben om wat op hen afkomt toe te laten. Maar het heeft ook te maken met leeftijd. Hoe jonger je bent, hoe meer extreme en impulsieve beslissingen je neemt. Hoe ouder mensen zijn, hoe meer ze angst hebben voor verlies en hoe meer ze twijfelen. Bovendien zorgen negatieve ervaringen er ook voor dat mensen geremder zijn. Ze zijn banger om foute keuzes te maken. Je hebt op je vijftigste ook een geschiedenis, hé: denk maar aan kinderen met wie je rekening moet houden. Dat speelt veel meer dan op je twintigste, wanneer je nog vrij bent en zomaar je valies kunt pakken. Tegelijk wijst onderzoek uit dat er meer scheidingen zijn bij tweede huwelijken. Bij eerste huwelijken is dat ongeveer één op drie, bij tweede huwelijken is dat ongeveer de helft. Dat heeft natuurlijk met veel factoren te maken, en niet zozeer met een foute keuze. Het verhaal is complexer op zo’n moment: nieuw samengestelde gezinnen hebben het sowieso moeilijker. Bovendien hebben mensen al een keer de beslissing gemaakt om uit een relatie te stappen die niet goed zit. De tweede keer zullen ze makkelijker door dat proces gaan en denken ‘als het echt niet goed zit, dan weet ik dat ik eruit kan stappen.’ ”