Stem

25 augustus 2020

Zijn stem is wat haar vandaag het meest ergert. Telkens als hij wat zegt, het dwingende gevoel zo snel als mogelijk de kamer uit te willen. Op mijn eerste afspraak met haar verschijnt ze met hem. Ze wil het over haar zieltogend huwelijk hebben, worstelt met blijven of weg gaan. Hij is mee gekomen op haar vraag, zit er onbewogen bij. Omdat het ook zijn huwelijk is.

Hij vindt dat je in het leven moet doen wat hoort. Het gezin niet heilig is, maar wel voor altijd. Je tevreden moet zijn met wat er is. Zo is hij opgevoed. Ze kijkt misprijzend de andere richting uit. Hij heeft het over de kinderen. Over plichten en goed doen en verantwoordelijkheid. Zij wendt zich tijdens dat uur, heftig geëmotioneerd, één keer tot hem. ‘Wat een bullshit.’ Ik herken het discours. Hoe diegene die zich afgewezen voelt, niet gerespecteerd, gekleineerd, niet gezien, de moraliteit predikt. En hoe aan de andere kant iemand zit op zoek naar een ideële gevoelsconnectie, een vervulling waarin men in deze relatie, met deze partner, al lang niet meer gelooft. Ze voelt hem niet, ze hoort alleen wat hij zegt. Hij voelt haar verpletterende minachting voor zoveel emotioneel onvermogen. Haar woorden en blikken als wapens, waardoor hij nog meer achter een muur van relatiemoraal gaat zitten. Ik zie het wel vaker, in zoveel contexten, hoe moraal een dankbaar schild is daar waar mensen het gevoel hebben er niet bij te horen, niet te voldoen. Hoe vlag, religie, nationaliteit of partij dan het schuiloord zijn. De plaats waar je kan kiezen om erbij te horen, weg van de onzekere kwetsbaarheid al dan niet gekozen te worden. De tweede keer komt ze alleen. Ze laat me ‘voor alle duidelijkheid’ weten dat er van een huwelijk geen sprake meer is. Sterker. Ze nooit verliefd was, de relatie emotioneel nooit geconsumeerd werd. Ze haat zijn discours van plichten, zo herkenbaar uit haar jeugd die ze, net als hij, doorbracht in een ander land, een andere cultuur. Ze zoekt haar woorden, omdat ze de taal minder machtig is, maar ook omdat ze schippert tussen voelen en moeten. Dit leven wil ze niet. Omdat ze het niet voelt. Maar er zijn de kinderen, zonen. Voor hen wil ze de juiste keuze maken, opdat zij andere keuzes maken. Haar grote donkere ogen zijn vragend op mij gericht als ze zegt ‘dan moet ik toch blijven’. Ze heeft het over de herkenbaarheid van Unorthodox, de veelbesproken reeks op Netflix en ik over het interview dat ik las met Deborah Feldman op wier leven het gebaseerd is. ‘Hoe stap je uit een gemeenschap, een huwelijk, een leven gedomineerd door moraliteit en regels wetende wat je opgeeft,’ vraagt ze zich af. Ik geef het antwoord van Feldman. Dat zolang je denkt dat er manieren zijn om er mee te leven, je die wegen bewandelt. Zolang je winst en verlies tegen elkaar afzet, je blijft. Dat je weg gaat wanneer je het gevoelspunt hebt bereikt dat je niets meer te verliezen hebt. Een punt van wanhoop waarbij zelfbehoud het overneemt. En je het weet wanneer je daar gekomen bent. Ze wordt rustig. En heeft het over de stem van haar zonen, hoe die zo vaak warmte en troost bieden. Over de stem waarmee ze vandaag spreekt, nog te vaak een echo van de zijne, van de stemmen uit haar verleden. En of er voor ons een volgende keer is. Omdat ze haar eigen stem wil vinden.