Wat als de smartphone een stoorzender wordt in je relatie?

23 oktober 2021

Die smartphone: wonder der techniek, maar ook zo vaak spelbreker. Voor haar is het een stoorzender, want hij laat er zich zo vaak door afleiden, en is dan niet écht bij haar. Voor hem is het een ontsnappingsroute, omdat hij haar te dwingend, te aanwezig vindt. Hoe vinden ze een middenweg? Rika Ponnet deelt verhalen en geeft antwoorden vanuit haar praktijk.

Column voor Het Nieuwsblad

Ze kan hem toch niet verplichten om mee te kijken naar Thuis. Komaan zeg. En dat zij kijkt, geen probleem. Dus waarom zo’n heisa over zijn smartphonegebruik. Terwijl hij het zegt, licht het scherm op van zijn mobiel. Ik zie zijn blik afdwalen. Waarom kan hij niet eens gewoon meekijken met haar? Zij doet het toch met hem? Verwacht ik echt niet, is het antwoord. Het doet haar zichtbaar moedeloos zwijgen. Wat die smartphone met haar doet krijgt ze niet uitgelegd. Maar worstelen niet veel koppels daar vandaag mee? Altijd weer die telefoon. Ik zeg dat er een woord voor is, phubben. Iemand die bij je is negeren door op je telefoon te kijken. Ja, dat is het. Hij is er fysiek heel veel, maar zelden met zijn hoofd. Dat spreekt hij dan weer met verve tegen. Hij hoort wel degelijk wat ze zegt. Zoals gisteren nog toen ze hem alweer verweet in zijn scherm te zitten en niet bij haar. Je hoorde niet wat ik zei, had ze gekrijst. Waarop hij exact kon herhalen wat ze ervoor vertelde. Het gaf haar een nog slechter gevoel. Onredelijk te zijn. De zaag. Overgevoelig ook, en onverdraagzaam. Ze kent het gevoel al zolang ze samen zijn, dertig jaar intussen. Ze vertelt over een leven in het buitenland, zijn carrière en zij die volgde, met hebben, houden en kinderen. Aanpassen, altijd weer, en het gevoel eigenlijk nooit op de eerste plaats te komen. Wat zij wou, had het ooit een rol gespeeld? Hij reageert verongelijkt. Ja, zo ging het, maar ook: ze kon gaan en staan waar ze wou, uitgeven wat ze wou, de kinderen opvoeden zoals ze wou. Hij had zich nooit gemoeid. Kon ook niet, antwoordt ze even gevat. Je was er nooit. Ze huilt. Dat ze er al veel en lang over nagedacht had, maar hij nog nooit, als in nooit, iets gedaan had gewoon en enkel om haar te plezieren. Dat de smartphone dat aantoont. Hij haar misschien wel hoort en tegelijkertijd ook kan whatsappen, maar hij dan niet echt luistert. Zij alweer geen prioriteit is. Hij zucht. Dat ze niet beseft hoe dwingend, eisend, aanwezig en vermoeiend ze kan zijn. Over dingen die hij niet zo belangrijk vindt. Hij zich dan zo vastgezet voelt. En dat die 247 gram mobiele telefoon dan een dankbare ontsnappingsroute zijn. Ze beseffen allebei dat de ingezette strategieën niet het gewenste resultaat brengen. Hoe meer hij probeert weg te lopen, hoe meer zij aandacht afdwingt en hij nog vaker in die mobiel duikt. Hij stelt zelf voor om het eens anders te doen en de daaropvolgende ochtend met haar te gaan ontbijten. Oh, zoals vroeger, zegt ze, elk met een stuk van de krant en dan vertellen we elkaar wat we lezen. Je ziet het, concludeert hij lacherig. Uit elkaar gaan is vooralsnog niet aan de orde. Maar ze willen graag terugkomen. Omdat de tijd bij mij aanvoelt als exclusieve aandacht voor elkaar. Hij helpt haar in haar jas voor ze de deur uitgaan. Liefdevol. En zij geniet, dat zie ik. In de gang naar buiten gaat zijn mobiel af. Kijk daar nu straks maar even naar, zegt ze achteloos.