“Wat ik toen zo fijn vond, zou mijn grootste miserie worden”

14 september 2021

Caroline (44) was al eens getrouwd geweest toen ze Hugo (66) leerde kennen. “Toen hij een sms stuurde om samen een koffie te gaan drinken, sloeg mijn hart een tel over.” Hugo was een man van de wereld. Charmant. Grappig. Interessant. Maar eigenlijk had Caroline toen al kunnen weten dat hij niet de man van haar dromen bleek.

Verschenen op nieuwsblad.be - Tekst: Kim Clemens

“Nu pas begin ik stilletjes weer wat te ademen.” Caroline gaat zitten op de sofa in haar nieuwe woonst in een nieuwe stad. Een tel later verzet ze zich. En nog eens. “Alhoewel. Echte rust ken ik nog niet. Ik heb altijd het gevoel dat iemand me in de gaten houdt. Door alles wat ik heb meegemaakt, denk ik.” 

Nochtans zat ze een jaar of tien geleden vol optimisme. Klaar voor een frisse start. Begin de dertig, pas gescheiden. Ze was jong getrouwd en jong mama geworden. “Mijn ex was een goeie jongen. Hij was 28, ik 21 toen we elkaar leerden kennen. Hij zat al een stap verder dan ik. Was klaar voor kinderen. Ik wilde vooral zo snel mogelijk weg van mijn ouders, en heb mezelf dan maar vastgezet in een serieuze relatie. We deden wat de maatschappij van ons verwachtte. Trouwen, twee kinderen krijgen. Op zich was dat ook geen slechte periode. Heel klassiek, wel. Hij ging werken, ik bleef thuis bij de kindjes. Doodsaai, wel. Toen de jongste naar school begon te gaan, werd duidelijk dat we niets met elkaar gemeen hadden. Niets meer tegen elkaar te vertellen hadden. De relatie was gewoon op. Als ik bij hem zou blijven, wist ik al hoe alle dagen nadien er zouden uitzien. F.C. De Kampioenen kijken. Eén keer per week frieten met mayonaise. Misschien eens op vakantie naar Spanje. En verder vooral niet te zot doen. We zijn relatief vreedzaam uit elkaar gegaan.”

“Het jeukte al een tijdje om terug te gaan studeren. Iets waar ik vroeger niet de kans toe had gehad. Economie, in Gent, een stad die ik nog niet echt kende. Ik huurde er een klein appartementje. Alles voelde nieuw. Spannend, ook wel. Ik was een pak ouder dan mijn medestudenten. Had er al een half leven op zitten. Maar het deed me deugd om nieuwe inzichten te krijgen. Om eens iets anders te horen dan banale gesprekken over de was en de plas. Zoals met die ene prof. Hugo. Het klikte. Hij was iets ouder dan ik, maar vooral een interessante man. Toen hij een sms stuurde om samen een koffie te gaan drinken, sloeg mijn hart een tel over. Maar toen ik aankwam, zat hij er met een Stella. Nog voor de middag. Ik had het toen misschien al moeten weten. Alleen kende ik zijn achtergrond nog niet.” 

Er deden geruchten de ronde. “Dat Hugo te veel dronk. Ik deed het af als onnozel geroddel. Ik vond hem boeiend. Hoorde hem graag praten, en voelde me ook goed in zijn bijzijn. Ik stond er helemaal alleen voor, maar Hugo hielp mij. Hij was vriendelijk tegen mijn kinderen. Gaf me complimenten. En hij deed me vooral veel lachen. Het begon goed te klikken. Ik besefte niet dat het iemand was die gedronken had die mij zo deed lachen. En dat hetgeen ik toen zo fijn vond achteraf gezien mijn grootste miserie zou worden. Onze relatie werd snel serieuzer.” 

Het komt maar traag binnen, hoe erg zo’n verslaving is. “Vooral omdat ik lange tijd dacht dat het nog zou beteren. Je blijft altijd zoeken naar een oorzaak, een reden voor het drinken. Dat het ligt aan de omstandigheden. Eerst lag het aan de stress van het verhuizen. Dan aan de aanpassing toen we samen een kind kregen. De baby hing nogal fel aan mij, en Hugo kon daar moeilijk mee om. Het zal wel overgaan als hij groter is, dacht ik. Dan werd ik onverwacht opnieuw zwanger en was er weer een reden waarom hij te veel dronk. Ik bleef maar excuses zoeken. Hij wees zelf ook naar mij. Ik had iets verkeerds gezegd, dus nam hij iets van drank.”

“Op den duur zat ik vast in een onmogelijke situatie, waarin ik probeerde zo goed en zo kwaad mogelijk met dat drankmisbruik om te gaan. Als hij op de middag al had gedronken, wist ik dat ik hem op de een of andere manier een dutje moest laten doen. Dan had ik ’s avonds een paar uur respijt. Ik had een reeks trucjes. Liet hem alleen nog drinken uit karaffen, waarin ik de drank dan aanlengde met water. Absurd, eigenlijk. Ik leefde in angst. Hij kon nog altijd joviaal zijn en goedgezind, maar één verkeerd woord of een ambetante rekening in de bus kon de stemming doen omslaan. Iedere avond zat hij voor tv zijn feuilletons te bekijken. Dan zat ik echt te hopen dat er niemand zou bellen en hem zou storen. Anders was het weer ambras. Tegen de kinderen hield hij zich meestal wel in, maar ik moest het altijd ontgelden.” 

“Ik zag hem graag. Ik zie hem nog altijd graag. Eigenlijk hebben wij een goed huwelijk gehad, maar de drank heeft alles kapotgemaakt. Ieder communiefeest, iedere verjaardag gebeurde er wel iets waardoor hij begon te roepen. Wij hebben vijf jaar een goede relatie gehad, en vijf jaar was het voor mij overleven en ervoor zorgen dat hij van mijn lijf bleef. Mensen die drinken, die stoppen ook met zich te verzorgen. Maar je kunt niet blijven naast een mens leven die zich niet wast. Die zelfs zijn kleren niet in een wasmand gooit en zelfs niet deftig eet.”

“Toen het echt onhoudbaar werd, ben ik weggegaan. Ook al als voorbeeld naar mijn kinderen. Ik wil dat zij andere kansen krijgen dan ik. Naar buiten toe lijkt het altijd alsof ik een sterk karakter heb, maar eigenlijk ben ik een leven lang bang geweest om te doen wat ik écht wilde doen. Eerst door mijn ouders. Door mijn pa die altijd dreigde om mij alles af te pakken als ik ergens iets deed wat hem niet aanstond – nog steeds trouwens. Door mijn ma die altijd de kant koos van mijn vader en het nooit voor mij opnam. Tot op vandaag blijven zij mijn problemen erger maken. Ze zien alles in termen van geld, en voor wat hoort altijd wat. Vroeger hebben ze me geholpen ons huis te betalen. Wel, dan proberen ze me met dat huis ook terug te pakken.”

“Mijn ouders zijn een van de redenen waarom ik zo lang niet bij Hugo durfde weg te gaan. Ze minimaliseerden het drankprobleem altijd. Zeiden dat ik zijn glas gewoon moest wegnemen. Ik wist dat ze me zouden straffen als ik zou weggaan, en dat proberen ze nu ook te doen door moeilijk te doen over het huis. Hugo mag van mij in ons huis blijven wonen. Liever zelfs, want ik weet niet waar hij anders terecht zou komen. Ik wil niet dat hij in de miserie komt. Ik doe ook nog zijn boodschappen. De kinderen gaan één dag en één nacht per week naar hem. Dat gaat nét, als ik ze op het juiste moment breng. Ze gaan dan schandalig vroeg slapen, om zo min mogelijk last te hebben van de alcohol. Ik leef niet meer in de illusie dat ik hun vader ga veranderen, en op deze manier lukt het.”

“Ik ben ondertussen een jaar bij Hugo weg. Mijn moeder wil nog steeds dat ik terugga. Ik denk dat ze bang is voor wat de mensen gaan denken. Een dochter die twee keer gescheiden is, dat is een blaam. Ik heb met mijn ouders gebroken. Financieel sta ik er heel slecht voor. Maar voor het eerst sinds lang voel ik me weer hoopvol. Ik heb iemand nieuw leren kennen, die ook een ex had met een alcoholprobleem en helemaal begrijpt waar ik door ga. Ik voel me veilig, hier. Maar nog echt vertrouwen in de liefde, zal niet meer lukken, denk ik. Graag gezien worden valt mij zwaar. Door alles wat er gebeurd is, blijf ik een zekere onrust voelen. Alsof er altijd iemand achter mij staat. Ik kan alleen maar hopen dat mijn kinderen dat niet meemaken. Ik heb nu de vrijheid om mijn kinderen de vrijheid te geven. Van je kind een vrij mens maken, dat is het schoonste dat je kunt bereiken.”

Rika Ponnet: "Alcohol verandert een mens. Doet iemand liegen en bedriegen."

“Eigenlijk is het eenvoudig: alcohol maakt een relatie onmogelijk. Een alcoholverslaving is als een dominante derde in een relatie. Een minnares die er altijd is. En de basisrelatie is niet het huwelijk, maar de band met de fles. Binnen een gezin is alcoholmisbruik allesbepalend. Hier zien we iemand die een overlevingsstrategie gebruikte: constant aanpassen en de situatie inschatten. De hele tijd alles monitoren: mag ik vrolijk zijn, moet ik oppassen. Verschrikkelijk om in zo’n permanente spannings- en angstomgeving te leven. Dat is slopend voor de gezondheid. Mensen denken vaak in termen van dader en slachtoffer, maar hier zijn alleen slachtoffers. Alleen verliezers.”

“We doen alcoholverslaving nogal gemakkelijk af als een individueel probleem. Als een keuze. Maar zo simpel zit het niet in elkaar. Er is een groep mensen heel vatbaar voor, en vanuit de industrie richt men zich specifiek op die mensen. Als partner krijg je vaak een oordelend vingertje te zien. Waarom ben je er ooit iets mee begonnen. Ga erbij weg. Maar mensen zijn vaak meesterlijk in het maskeren van een alcoholproblematiek. Alcohol verandert een mens ook. Maakt dat je liegt en bedriegt. Zelfs weggaan is een moeilijke opdracht, want je wil de persoon die je graag ziet niet in de put duwen, en tegelijk er ook voor zorgen dat de kinderen hun papa nog kennen. Het blijft hun vader, ondanks alles.”