"Tweemaal per week, en u?"

01 september 2021

Katja Retsin doet het twee keer per week, zo blijkt uit een ontboezeming op tv. Dat is meer dan het gemiddelde van 1,4 keer. Velen zijn daar innig tevreden mee, anderen worstelen. "In ons land worden enorm veel medicijnen geslikt, zoals antidepressiva. De bijwerkingen in de slaapkamer zijn óók enorm", aldus een therapeute. "Ik zie vaak koppels die niet in keren per week, maar per jaar spreken."

Verschenen op hln.be - Tekst: Nadine Van Der Linden

Even aarzelde ze, maar dan: hup met de geit. "Twee", antwoordde Katja Retsin (49) op de vraag hoeveel keer per week zij vrijt met haar partner, musicalster Jan Schepens. Er kwam goedkeurend geknik van de andere deelnemers aan 'Waarheid, Durven of Doen', een programma op VTM. "Da's goe!", aldus Helmut Lotti. Opgelaten gegiechel. Zangeres Kato: "Dat is gezond." Luchtig entertainment, dat niettemin de kijkers even in het geheugen deed bladeren, naar de seksuele agenda. Hoe vaak...?

Vergelijken met anderen doen we nu eenmaal graag, weet psychologe Sarah Schramme. In 2018 bestudeerde zij voor haar scriptie aan UGent de Vlaamse 'seksfrequentie'. "Véél mensen waren benieuwd naar de resultaten", lacht ze. Lang werd aangenomen dat de Vlaming gemiddeld 2 à 3 keer per week vrijt, maar een interuniversitaire studie van 2012 kwam op een lager getal uit: 1,4 keer per week. Sensoa spreekt van 1,2 keer. Waarbij seksualiteit breed gedefinieerd wordt, o.a. orale seks telt mee. Schrammes onderzoek bevestigde: hoe langer de relatie duurt - Katja Retsin is overigens 21 jaar gehuwd - en hoe ouder men wordt, hoe groter de kans onder dat cijfer te zakken. Vanaf 50-55 jaar buigen de curves. Toch blijft 'twee keer' een hardnekkig ijkpunt. "Het is een sociaal wenselijk getal", weet Schramme. Mogelijks omdat artsen aan stelletjes die zwanger willen worden adviseren om twee à drie keer per week te vrijen. "Een biologisch advies lijkt, ook zonder kinderwens, een culturele norm geworden", zegt evolutiebioloog Mark Nelissen (UAntwerpen).

Ben ik normaal?

Buiten die richtlijn van artsen worden in de openbaarheid zelden getallen genoemd. Schramme: "Je vraagt niet zomaar aan een vriend hoe vaak hij het doet. Wel wordt de kwestie veel gegoogeld. (Er zijn 146 miljoen zoekresultaten voor 'How often do couples have sex?', red.) Eigenlijk is de échte vraag natuurlijk: doe ik het goed, ben ik normaal?'" Het antwoord van Katja Retsin is dus van een zeldzame openheid. "Maar er zou pas echt een stilte vallen als iemand zou zeggen: 'Ik doe het met mijn partner twee keer per jaar'", weet Schramme. "Dat gaat in tegen de heersende moraal, waarin bijvoorbeeld gesproken wordt over 'je partner plezieren', 'je vrouw bevredigen'... Dat wordt als een verantwoordelijkheid gezien, tussen koppels. Ook in films lijkt seks dé consolidatie van elke relatie. Na de eerste zoen volgt de bedscène met penetratie. Anders is er geen sprake van liefde, precies. Dat klopt niet."

"Als koppels in het begin veel seks willen, dan is dat uit lust en verliefd­heid, maar daar zit ook een stuk ángst bij. Men zoekt voortdu­rend bevesti­ging."Dat beaamt seksuologe Rika Ponnet: "Eerder dan de vraag hoe vaak je het met mekaar doet, interesseert mij de vraag: 'Hoe vaak voel jij je fysiek en/of emotioneel met je partner verbonden?' Dat zegt meer over de kwaliteit dan de daad turven." Bovendien kan een verminderde frequentie er net op wijzen dat het goéd gaat met de relatie, weet Ponnet. “Als koppels in het begin veel seks willen, dan is dat uit lust en verliefdheid, maar daar zit ook een stuk ángst bij. Men zoekt voortdurend bevestiging. 'Zie je mij graag?' Als de zekerheid groter is, blijkt seks uiteraard prettig en belangrijk, maar die urgentie vervalt. Intussen word je ook ouder, er is werk, kinderen... Veel koppels moeten op den duur een compromis met allerhande factoren zoeken, en als dat lukt, geeft dat voldoening. Net daarom zijn seksuologen voorzichtig met 'elke week'. Doorheen een drukke periode zonder seks raken, het verlangen weer oppoken: ook dát is fijn. Anderzijds kan weinig seks wel degelijk op problemen wijzen."

Medicijnen, overgewicht

Emotioneel, maar ook fysiek, weet therapeute Sofie Verheyen, die in haar praktijk onder meer seksuologische consulten houdt. "Je ziet het niet altijd aan iemands uiterlijk, maar steeds vaker en ook steeds jonger spreek ik mensen van wie het lichaam niet mee wil, in bed. Het medicijngebruik in ons land is enorm. Als je weet hoeveel mensen er antidepressiva moeten nemen, en dat die pillen het libido vaak negatief beïnvloeden, dan geeft dat óók een beeld over de toestand in onze slaapkamers... Kanker, Parkinson, haast elke ziekte heeft invloed op seksualiteit, artsen gaan daar nog te snel overheen. Overgewicht kan ook een factor zijn. Ik zie veel koppels die in keren per jáár spreken. Als mensen mekaar daarin begrijpen, dat geeft een ander soort vreugde", weet Verheyen. "De gebreken van je lichaam aanvaarden... Dat moet je op je eigen tempo doen. Zonder getallen."